Tussen Vissen en Waterman: het getuigenis van de sterren volgens Rypke Zeilmaker.

Cartoonachtige illustratie van Rypke Zeilmaker in een studio-setting, met een sterrenhemel op de achtergrond, het boek Het Getuigenis van de Sterren in de hand, omringd door symbolen van sterrenbeelden, christelijke geschiedenis, astronomie en cultuurgeschiedenis.

Het begint lichtvoetig, bijna terloops, met een groet aan de vaste kijkers en een persoonlijke noot. Maar wie blijft luisteren, merkt al snel dat zich in de studio van Café Weltschmerz een gesprek ontvouwt dat verder reikt dan anekdotes en ironie. In een boekencolumn van de week neemt presentator Rypke Zeilmaker de kijker mee langs sterrenbeelden, bijbelse symboliek, astronomie en de lange adem van de geschiedenis. Niet om te overtuigen, maar om te laten zien wat er gezegd en besproken wordt, en hoe oude ideeën opnieuw worden bekeken in het licht van hedendaagse vragen.

De uitzending draagt de titel “De Grote Omwenteling komt, Aquarius!” en vormt een bespreking van het boek Het Getuigenis van de Sterren van E.W. Bullinger, een Anglicaans geestelijke uit de late negentiende eeuw. Het boek verscheen in 2019 opnieuw bij Everread Uitgevers en staat centraal in de beschouwing. Zeilmaker introduceert het onderwerp als “voor ons doen een tikje zweverig”, maar plaatst daar meteen een kader bij: de bespreking wordt “bijbelvast” aangevlogen, met aandacht voor sterrenkunde en astronomie, en zonder zich te verliezen in wat hij zelf sterrenwichelarij noemt.

De toon is persoonlijk. Zeilmaker vertelt hoe hij opnieuw een pak aantrekt dat hij vijf jaar eerder droeg bij het verschijnen van zijn boek Liever dood dan Slaaf. Hij staat stil bij veranderingen in zijn leven, bij herinneringen en bij mensen die hem dierbaar zijn. Die persoonlijke inleiding fungeert als opstap naar een bredere thematiek: hoe mensen zichzelf, hun tijd en hun plaats in de wereld proberen te begrijpen. Het onderwerp sterrenbeelden komt niet uit het niets; hij geeft aan dat hij er via gesprekken in zijn omgeving mee in aanraking is gekomen. Dat leidt tot de vraag die door de hele uitzending heen blijft klinken: zit er, los van geloof of scepsis, een kern van betekenis in de manier waarop mensen al millennia naar de sterren kijken?

In de kern draait de bespreking om de precessie van de equinoxen. Zeilmaker legt uit dat dit het verschijnsel is waarbij de aardas langzaam van richting verandert, met een cyclus van ongeveer 26.000 jaar. Daardoor verschuift het sterrenbeeld dat tijdens de lente-equinox, rond 21 maart, wanneer dag en nacht even lang zijn, het meest zichtbaar is. Volgens de klassieke indeling verblijft de zon daarbij ongeveer 2130 jaar in elk sterrenbeeld van de dierenriem. Dat idee werd al in de oudheid geformuleerd, onder meer in de tijd van Ptolemaeus, toen men nog uitging van een geocentrisch wereldbeeld.

In de uitzending wordt dit verschijnsel zowel vanuit historische als vanuit hedendaagse astronomische inzichten toegelicht. Zeilmaker gebruikt eenvoudige beelden om de bewegingen van aarde en zon te verduidelijken: de kanteling van de aardas, die de seizoenen veroorzaakt, en de langzame tolbeweging van diezelfde as, die verantwoordelijk is voor de precessie. Hij wijst erop dat hierdoor in verschillende tijdperken andere sterrenbeelden een centrale plaats innemen aan de hemel tijdens belangrijke momenten van het jaar. Dat heeft volgens de besproken theorie niet alleen astronomische, maar ook culturele en symbolische gevolgen.

Een belangrijk voorbeeld dat wordt genoemd is het christendom. In de afgelopen circa tweeduizend jaar viel de lente-equinox samen met het sterrenbeeld Vissen. Het vis-symbool speelde in de vroege christelijke traditie een herkenbare rol, onder meer als geheim teken onder gelovigen in de Romeinse tijd. In de bespreking wordt dit niet als bewijs gepresenteerd, maar als opmerkelijke samenloop van symboliek en tijdvak. Vanuit die gedachte komt de overgang naar het sterrenbeeld Waterman in beeld, vaak aangeduid als het tijdperk van Aquarius. Dit idee werd in de twintigste eeuw populair in onder meer de hippiecultuur, met liederen als Age of Aquarius en met verwachtingen van maatschappelijke en spirituele veranderingen.

Zeilmaker plaatst deze populaire interpretaties naast de benadering van Bullinger. Volgens Bullinger hoeven sterrenbeelden en bijbelse profetieën elkaar niet uit te sluiten. Hij verbindt in zijn boek de twaalf sterrenbeelden van de dierenriem aan terugkerende patronen in de Bijbel, zoals de twaalf zonen van Jakob en de twaalf discipelen. Daarbij verwijst hij naar oudere beschavingen, zoals de Babyloniërs, die volgens hem een belangrijke rol speelden in het ontwikkelen van sterrenkundige systemen en tijdindelingen, waaronder de zeven dagen van de week en de symboliek van getallen als zeven en twaalf. De Joodse traditie zou deze kennis tijdens de Babylonische ballingschap hebben meegenomen.

In de uitzending wordt benadrukt dat deze interpretaties speculatief zijn en als zodanig ook worden benoemd. Zeilmaker zegt expliciet dat hij zelf aarzelingen heeft bij astrologische claims, maar tegelijk vaststelt dat mensen door de eeuwen heen betekenis zijn blijven ontlenen aan de sterrenhemel. Hij trekt daarbij een vergelijking met andere culturele gebruiken die al duizenden jaren bestaan. Het voortbestaan van zulke praktijken wordt gepresenteerd als aanleiding om ze niet bij voorbaat af te doen, maar te onderzoeken.

Naast religie en geschiedenis komt ook wetenschap aan bod. De bespreking maakt onderscheid tussen astrologie en astronomie en stelt dat kennis van sterrenkunde juist kan helpen om misverstanden te corrigeren, zoals het idee van een platte aarde. Zeilmaker wijst erop dat al in de oudheid bekend was dat de aarde bolvormig is en dat moderne sterrenkunde voortbouwt op eeuwenoude observaties en berekeningen. In die zin wordt de studie van sterrenbeelden gepresenteerd als een mogelijke ingang tot bredere kennis van het heelal en van natuurwetenschappelijke principes.

De uitzending raakt ook aan filosofische vragen. Wat betekent het dat de tijd waarin iemand geboren wordt mogelijk invloed heeft op karakter of cultuur? Zeilmaker noemt zijn eigen sterrenbeeld Tweelingen en de daarbij horende beschrijving dat mensen met dat teken graag in het openbaar spreken. Of dat toeval is of niet, laat hij in het midden. Wel stelt hij dat het idee aantrekkelijk is dat niet alleen biologie en DNA, maar ook tijd en context een rol spelen in wie mensen zijn. In het verlengde daarvan wordt het begrip “rationele mystiek” geïntroduceerd: het idee dat er achter waarneembare verschijnselen een ordening schuilgaat, vergelijkbaar met de wiskundige verhoudingen in muziek.

Muziek dient in de uitzending als illustratie. Toonladders, akkoorden en harmonieën worden beschreven als mathematisch vastgelegde verhoudingen die mensen niet hebben uitgevonden, maar ontdekt. Die ontdekking maakt muziek mogelijk en roept emoties op, van melancholie tot vrolijkheid. Volgens de besproken gedachtegang kan iets soortgelijks gelden voor de ordening van het heelal: patronen die er zijn, los van menselijke interpretatie, maar waar mensen betekenis aan ontlenen.

Tegen het einde van de uitzending verschuift de focus naar een meer beschouwend perspectief. Zeilmaker vertelt hoe het kijken naar de sterrenhemel voor hem persoonlijk een gevoel van relativering en troost kan bieden. In het licht van de uitgestrektheid van het heelal verliezen alledaagse conflicten en menselijke ijdelheid hun gewicht. Dat perspectief wordt niet als leerstelling gebracht, maar als ervaring die hij deelt. De sterren fungeren daarbij als symbool voor iets groters dan het individuele bestaan.

De boekbespreking eindigt met een samenvatting van Bullingers centrale stelling: dat christelijke profetie en sterrenbeelden volgens hem met elkaar verbonden kunnen worden, en dat deze gedachte al in de negentiende eeuw werd uitgewerkt. Zeilmaker geeft aan dat hij veel heeft opgestoken van deze benadering, zonder te claimen dat daarmee alle vragen zijn beantwoord. De uitzending sluit af met een uitnodiging om met een open geest te blijven kijken, te onderzoeken en het goede te behouden, een uitspraak die hij toeschrijft aan de apostel Paulus.

Zo eindigt een gesprek dat begon met een luchtige toon en uitmondde in een brede verkenning van sterren, tijdperken en betekenissen. Niet als conclusie, maar als momentopname van wat er gezegd is in de studio van Café Weltschmerz, waar het kijken naar de hemel even belangrijk werd als het gesprek op aarde.■

Bron: Cafe Weltschmertz met presentatie Rypke Zeilmaker.

Cartoonachtige illustratie van Rypke Zeilmaker in een studio-setting, met een sterrenhemel op de achtergrond, het boek Het Getuigenis van de Sterren in de hand, omringd door symbolen van sterrenbeelden, christelijke geschiedenis, astronomie en cultuurgeschiedenis.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *