„Dag beste aluhoedjes van Café Weltschmerz”, opent Rypke Zeilmaker zijn betoog, waarmee hij zijn publiek direct positioneert én de ironie van het label omarmt. Wat volgt is geen losse monoloog of losse mening, maar een consequent opgebouwde redenering waarin hij stap voor stap uiteenzet hoe macht, ideologie en geschiedenis volgens hem samenkomen. Zonder aankondiging van conclusies en zonder oproep tot actie rijgt hij observaties, historische voorbeelden en verwijzingen aaneen tot één samenhangend verhaal. Wie blijft luisteren, hoort geen fragmenten, maar een doorlopende analyse die volgens Zeilmaker al „jaren, decennia” zichtbaar is, maar structureel wordt genegeerd of weggezet. Dat betoog ontvouwt zich in de YouTube-uitzending van Café Weltschmerz, gepresenteerd door Rypke Zeilmaker.
De toon gezet in de eerste minuten.
Nog vóór Rypke Zeilmaker toekomt aan opium, cocaïne en geopolitieke macht, zet hij in de opening van de uitzending een essentieel fundament neer. Met zijn ironische begroeting van het Café Weltschmerz‑publiek ontleedt hij hoe framing, sociale autoriteit en technocratische besluitvorming werken. In ruim vier minuten laat Zeilmaker zien hoe beleid dat als ‘onvermijdelijke transitie’ wordt gepresenteerd, zoals de Regionale Energiestrategie, volgens hem neerkomt op structurele sabotage van het stroomnet. Niet door een geheim complot, maar door een combinatie van ideologisch denken, gebrek aan natuurkundige kennis en kritiekloos volgen van autoriteit. Hij verbindt dit aan een breder mechanisme: wanneer journalisten, bestuurders en wetenschappers elkaar bevestigen, wordt sociale autoriteit gelijkgesteld aan waarheid. Afwijkende stemmen worden weggezet als ‘complotdenken’, ongeacht hun expertise. Zeilmaker verwijst hierbij expliciet naar Edward Bernays en historische voorbeelden van massapsychologie. Dit openingsdeel is cruciaal voor het vervolg van de uitzending. Het verklaart hoe macht kan functioneren zonder zichtbare samenzwering, en vormt daarmee de mentale brug naar de latere bespreking van elites, instituties en historische patronen.
In de aflevering staat het boek Conspirator’s Hierarchy: The Story of the Committee of 300 van John Coleman centraal. Coleman, die zichzelf presenteert als voormalig inlichtingenofficier van de Britse geheime dienst MI6, publiceerde zijn werk begin jaren negentig, met latere herdrukken. Volgens de weergave van Rypke beschrijft Coleman een netwerk van invloedrijke families en instituties dat volgens hem boven nationale staten opereert. Deze elite zou bestaan uit oude adellijke geslachten, bankiers en industriëlen, met het Britse koningshuis als een symbolisch en praktisch middelpunt.
De aanleiding voor Colemans breuk met zijn vroegere werkkring ligt, zoals in de uitzending wordt verteld, in zijn plaatsing in Angola. Daar zou hij geconfronteerd zijn met documenten en bevelen die hij als genocidaal en nihilistisch* ervoer. Dat moment vormde volgens hem het begin van zijn distantie tot de organisatie waarvoor hij werkte en leidde uiteindelijk tot publicaties gericht op een Amerikaans publiek. In die publicaties beschrijft hij een samenhangend systeem waarin geopolitiek, economie en ideologie met elkaar verweven zijn.
*Genocidaal en Nihilistisch: Een Korte Uitleg
Deze twee termen beschrijven extreme ideologieën of acties, vaak gezien in politieke of filosofische contexten.
- Genocidaal: Dit adjectief verwijst naar handelingen of plannen die gericht zijn op genocide: de opzettelijke, systematische vernietiging van een volledige nationale, etnische, raciale of religieuze groep mensen. Het impliceert een intentie om een hele bevolkingsgroep uit te roeien.
- Nihilistisch: Dit beschrijft een wereldbeeld gebaseerd op het nihilisme, een filosofische doctrine die stelt dat het leven geen intrinsieke betekenis, doel, objectieve waarheid of morele waarden heeft. Een nihilistische houding of actie wordt vaak gekenmerkt door een radicale afwijzing van bestaande morele principes en autoriteit, soms leidend tot doelloze vernietiging of wanhoop.
Een centraal begrip in die analyse is de Club van Rome. Coleman plaatst deze organisatie volgens Rypke in het hart van wat hij ziet als moderne machtsstructuren. De kern van die visie is dat een groot deel van de wereldbevolking wordt beschouwd als “useless eaters”* en dat bevolkingsreductie, in welke vorm dan ook, acceptabel of zelfs wenselijk zou zijn. Industrialisatie van landen buiten de traditionele machtscentra zou binnen die denkwijze moeten worden afgeremd om bestaande verhoudingen te behouden.
*Nutteloze eters.
Vanuit dat kader worden historische gebeurtenissen opnieuw geïnterpreteerd. Rypke bespreekt hoe Coleman uiteenlopende namen en instituties noemt, waaronder Henry Kissinger, de Bilderbergconferenties, de Rockefellers, de Rothschilds, het Royal Institute of International Affairs en de Council on Foreign Relations. Volgens Coleman vormen deze organisaties geen losse entiteiten, maar schakels binnen één bredere machtsstructuur. Het gaat daarbij niet om verborgen symboliek, maar om concreet benoemde personen en instellingen die volgens hem aantoonbare invloed uitoefenen.
De uitzending gaat vervolgens uitgebreid in op politieke leiders die volgens Coleman in conflict kwamen met deze structuren. Ronald Reagan wordt genoemd als voorbeeld van een president die, ondanks zijn populariteit, werd omringd door adviseurs die zijn beleid zouden hebben ondermijnd. Ook de aanslag op Reagan wordt in dat licht geplaatst. In dezelfde lijn wordt de moord op Pim Fortuyn aangehaald, niet als vaststaand bewijs, maar als gebeurtenis die binnen deze theorie een andere context krijgt dan de officiële lezing.
Een belangrijk historisch voorbeeld is de Italiaanse premier Aldo Moro. Moro wilde Italië sterker industrialiseren en onafhankelijker maken. Volgens de bespreking leidde dit tot zijn ontvoering en moord in 1978. Coleman verbindt dit aan de vrijmetselaarsloge Propaganda Due, ook wel P2 genoemd, en aan de Rode Brigades die als uitvoerende macht zouden zijn gebruikt. Daarbij wordt verwezen naar verklaringen en televisie-uitzendingen uit Italië begin jaren tachtig waarin deze verbanden aan bod kwamen. Ook Henry Kissinger zou Moro expliciet hebben gewaarschuwd voor de consequenties van zijn koers.
Niet alleen Europa komt aan bod. De uitzending behandelt ook Pakistan, waar premier Zulfikar Ali Bhutto werd vermoord nadat hij kernwapens wilde ontwikkelen en het land een zelfstandiger positie wilde geven. Iran vormt een ander belangrijk voorbeeld. De val van de sjah in 1979 en de opkomst van het ayatollah-regime worden door Coleman beschreven als het resultaat van buitenlandse inmenging. Hij zou hierover al in 1985 hebben geschreven in What Really Happened in Iran?**, waarin hij stelt dat islamitisch fundamentalisme bewust werd ingezet om geopolitieke controle te behouden.
**Wat is er echt gebeurt in Iran?
Deze voorbeelden passen binnen een bredere theorie over het bewust onderontwikkeld houden van landen. Volgens de besproken visie worden regimes die economische zelfstandigheid nastreven systematisch tegengewerkt of vervangen. Dat geldt volgens Coleman niet alleen voor Iran en Pakistan, maar ook voor delen van Latijns-Amerika, Afrika en het Midden-Oosten. De inzet van ideologie, religie en conflict wordt daarbij gezien als instrumenteel.
Een opvallend en terugkerend thema in de uitzending is drugshandel. Coleman stelt dat een belangrijk deel van de macht en het kapitaal van deze elite historisch is opgebouwd via grootschalige handel in opium en later cocaïne en heroïne. Rypke verwijst daarbij naar de Britse Oost-Indische Compagnie en de opiumoorlogen met China. Toen China probeerde de opiumimport te stoppen vanwege de massale verslaving onder de bevolking, werd dit militair beantwoord. Volgens deze lezing vormde de opiumhandel een van de belangrijkste inkomstenbronnen van het Britse koloniale rijk.
De hedendaagse “war on drugs” wordt in dit kader beschreven als een schijnvertoning. Overheden zouden volgens Coleman weliswaar grote woorden spreken over bestrijding, maar in werkelijkheid diep verweven zijn met dezelfde handel. Incidentele drugsvangsten zouden vooral dienen om het beeld van handhaving in stand te houden. De echte structuren achter productie, distributie en witwassen zouden grotendeels onaangetast blijven.
Rypke benadrukt in de uitzending dat complotdenken volgens hem niet moet leiden tot verlamming of angst, maar juist tot inzicht. Hij beschrijft hoe hij zelf pas tijdens de coronaperiode serieuzer is gaan kijken naar machtsstructuren en hoe het werk van Coleman hem hielp om gebeurtenissen in een breder historisch perspectief te plaatsen. Tegelijkertijd wordt erkend dat desinformatie altijd mogelijk is en dat ook complottheorieën kritisch benaderd moeten worden.
Het getal 300, dat centraal staat in Colemans boek, krijgt aan het einde van de uitzending een historische duiding. Het zou verwijzen naar een uitspraak van de Duitse industrieel Walther Rathenau, die begin twintigste eeuw stelde dat ongeveer 300 families het wereldgebeuren bepaalden. Volgens Coleman vormt dit geen symboliek, maar een concrete verwijzing naar machtsconcentratie binnen een kleine groep.
Zo ontvouwt zich in de uitzending van Café Weltschmerz een lang betoog dat geschiedenis, geopolitiek, economie en ideologie met elkaar verbindt. Niet als afgerond oordeel, maar als weergave van wat John Coleman beschreef en wat Rypke daaruit naar voren haalt. Het is een verhaal dat zich niet laat samenvatten in één conclusie, maar dat uitnodigt om bestaande gebeurtenissen opnieuw te bekijken in het licht van lange lijnen en terugkerende patronen. En juist daarin schuilt de kracht van deze uitzending: niet in het geven van antwoorden, maar in het samenbrengen van feiten, citaten en historische voorbeelden tot een consistent narratief dat blijft resoneren, ook wanneer de uitzending is afgelopen.■
Bron: “Drugshandel, Opium en Coke cash voor Kwade Elite” | Rypke Zeilmaker | Boekbespreking
