Waarom gaat het injecteren door? Een feitelijke reconstructie van een gesprek over cijfers, beleid en oversterfte.

Kleurrijke cartoonillustratie met Theo Schetters en Ad Verbrugge op de voorgrond, omringd door symbolen van injecties, grafieken over oversterfte, zorgpersoneel, virussen, rapporten en maatschappelijke thema’s rond COVID-19 en vaccinatiebeleid, met de tekst: “Waarom gaat injecteren gewoon door?”

Het is winter, de dagen zijn kort, en toch weigert een onderwerp zich te laten wegdrukken door het verstrijken van de tijd. Terwijl veel mensen het coronatijdperk als afgesloten hoofdstuk beschouwen, klinkt in sommige gesprekken een andere toon: niet omdat men wil blijven hangen in het verleden, maar omdat de cijfers blijven binnenkomen. Wie die cijfers serieus neemt, zo blijkt uit een uitgebreid gesprek bij De Nieuwe Wereld, kan zich niet eenvoudig neerleggen bij de gedachte dat alles achter ons ligt. De vraag die boven de tafel hangt is eenvoudig en tegelijk ongemakkelijk: waarom gaat het injecteren door?

In een uitvoerig en technisch gesprek spreekt filosoof Ad Verbrugge met immunoloog en vaccinontwikkelaar Theo Schetters. Het gesprek, gepubliceerd op het YouTube-kanaal van De Nieuwe Wereld, is geen pamflet en geen aanklacht, maar een poging om systematisch te kijken naar data, grafieken en publieke rapporten. Wat volgt is een feitelijke weergave van wat daar wordt besproken, zonder toevoeging van meningen, zonder speculatie, en zonder conclusies die niet expliciet door de sprekers zelf worden getrokken.

COVID is niet voorbij, zeggen de cijfers.

Het gesprek opent met een observatie die regelmatig weerstand oproept: COVID ligt volgens de gesprekspartners niet achter ons. Niet omdat het virus dagelijks de krantenkoppen domineert, maar omdat er structurele oversterfte wordt waargenomen. Deze oversterfte, zo benadrukt Schetters, is zichtbaar in Nederland en in andere westerse landen en houdt sinds 2021 aan.

De term “oversterfte” wordt zorgvuldig uitgelegd. Het gaat niet om individuele overlijdensgevallen, maar om het verschil tussen het verwachte aantal overlijdens op basis van historische trends, waarin rekening wordt gehouden met vergrijzing, en het daadwerkelijk waargenomen aantal sterfgevallen. Die vergelijking wordt gemaakt over seizoenen, niet kalenderjaren, om vertekening door winterpieken te voorkomen.

Grafieken die worden besproken, onder meer afkomstig van de website sterftemonitor.nl, laten volgens Schetters een duidelijke trendbreuk zien vanaf 2021. Waar de jaren vóór 2020 rond een min of meer stabiel patroon bewegen, laten de jaren 2021 tot en met 2025 een cumulatieve oversterfte zien van circa 10.000 extra overlijdens per jaar. In procenten uitgedrukt gaat het volgens hem om gemiddeld 8 tot 10 procent extra sterfte ten opzichte van de periode vóór 2020.

Geen geïsoleerd Nederlands fenomeen.

Belangrijk in het gesprek is de constatering dat deze cijfers niet uniek zijn voor Nederland. Volgens Schetters wordt vergelijkbare oversterfte waargenomen in andere westerse landen, zij het met verschillen in omvang. Tegelijk merkt hij op dat veel landen terughoudend zijn in het publiek bespreken van deze cijfers.

Er wordt verwezen naar juridische procedures in onder meer het Verenigd Koninkrijk, waar geprobeerd wordt inzicht te krijgen in de tijdsafstand tussen vaccinatie en overlijden. In Nederland, zo wordt gesteld, zijn dergelijke gegevens slechts gedeeltelijk openbaar gemaakt. Volgens Schetters bemoeilijkt dit het trekken van heldere conclusies over mogelijke verbanden.

Jongeren en relatieve cijfers

Hoewel het absolute aantal overlijdens vooral hoog is onder ouderen, komt in het gesprek ook de oversterfte onder jongere leeftijdsgroepen aan bod. Schetters benadrukt dat sterfte onder jongeren normaal gesproken zeldzaam is, waardoor een relatief kleine absolute stijging procentueel groot kan uitvallen.

Als voorbeeld wordt een Amerikaanse levensverzekeraar genoemd die rapporteerde dat de uitkeringen binnen de werkende bevolking met circa 40 procent waren toegenomen. Ter vergelijking: bij grootschalige natuurrampen rekent men normaal met ongeveer 10 procent extra uitkeringen. De naam van de verzekeraar wordt in het gesprek niet genoemd, maar de cijfers worden aangehaald om de orde van grootte te illustreren.

De data zijn binnen.

Een centraal punt in het gesprek is de stelling dat er inmiddels voldoende data beschikbaar zijn om het beleid kritisch te evalueren. Schetters verwijst naar een lezing die hij gaf onder de titel The data are in. Daarbij maakt hij onderscheid tussen twee vragen: of vaccins direct verantwoordelijk zijn voor oversterfte, en of er voldoende aanwijzingen zijn om de vaccins van de markt te halen.

Volgens Schetters tonen verschillende databronnen aan dat er kort na vaccinatie een verhoogde sterfte optreedt. Hij benadrukt dat deze observatie niet uniek is voor zijn eigen analyses, maar ook door zorginstellingen is vastgesteld. Als voorbeeld noemt hij een grote zorgorganisatie met circa duizend bewoners, waar men begin 2021 constateerde dat ongeveer een half procent van de bewoners mogelijk als gevolg van vaccinatie overleed, en bij een aanvullend percentage onzekerheid bestond.

Deze bevindingen zouden destijds zijn besproken binnen beroepsverenigingen en later zijn teruggekomen in rapporten van meldinstanties. In het gesprek wordt benadrukt dat deze informatie bekend was bij zowel zorginstellingen als toezichthoudende organen.

Verpleeghuizen en balansverstoring.

Specifiek wordt ingegaan op de situatie in verpleeghuizen. Omdat COVID in die periode een meldingsplichtige ziekte was, bestond er een landelijke database waarin besmettingen en overlijdens werden geregistreerd. Volgens Schetters laten deze gegevens zien dat tijdens vaccinatiecampagnes het aantal besmettingen niet significant veranderde, maar dat het herstelpercentage daalde en het aantal overlijdens toenam.

De interpretatie die hij daaraan geeft, is dat de vaccinatie de bestaande balans tussen kwetsbare bewoners en het virus verstoorde. Hij stelt dat deze patronen niet beperkt waren tot één instelling, maar landelijk zichtbaar waren.

Was 2020 een crisisjaar?

Een ander onderdeel van het gesprek richt zich op de vraag hoe ernstig het jaar 2020 feitelijk was. Aan de hand van ziekenhuisopnames van patiënten met griepachtige klachten en een positieve PCR-test wordt geschetst dat er in het voorjaar van 2020 een duidelijke piek was, gevolgd door een snelle daling. Volgens de besproken grafieken lag het aantal opnames in mei 2020 al onder de epidemische grens.

Tegelijkertijd werden ingrijpende maatregelen genomen, waaronder lockdowns en het afschalen van planbare zorg. Schetters wijst erop dat hierdoor ongeveer 230.000 ziekenhuisopnames niet doorgingen, wat leidde tot lege afdelingen naast speciaal ingerichte COVID-afdelingen. Deze situatie werd volgens hem versterkt door de manier waarop positieve testen werden geïnterpreteerd, ongeacht de klinische context.

COVID-sterfte per leeftijd.

Wanneer gekeken wordt naar sterftecijfers uitgesplitst naar leeftijd in 2020, blijkt volgens de besproken data dat het overgrote deel van de overlijdens plaatsvond in de hoogste leeftijdsgroepen. Bij ongeveer 7 procent van de overlijdens in deze groepen werd COVID als doodsoorzaak geregistreerd; bij de overige 93 procent niet. Daarbij wordt opgemerkt dat veel van deze mensen meerdere onderliggende aandoeningen hadden.

De cijfers worden gepresenteerd als geregistreerde data, zonder correcties of herinterpretaties, en dienen volgens Schetters vooral ter relativering van het beeld van een universele gezondheidsdreiging.

Waarom wachten op een vaccin?

Een terugkerend thema is de vraag waarom er zo snel en exclusief werd ingezet op vaccinontwikkeling, terwijl andere behandelopties nauwelijks werden onderzocht. Schetters plaatst dit in het perspectief van normale vaccinontwikkeling, die volgens hem doorgaans zeven tot tien jaar duurt en waarbij slechts een klein deel van de projecten uiteindelijk succesvol is.

In het geval van COVID werden binnen korte tijd meerdere vaccins goedgekeurd, waaronder mRNA- en vectorvaccins. Schetters stelt dat dit statistisch gezien uitzonderlijk is. Hij wijst erop dat sommige producten later van de markt verdwenen vanwege veiligheidsproblemen, terwijl andere bleven.

mRNA, verspreiding en autopsies.

In het gesprek komt uitgebreid de mRNA-technologie aan bod. Schetters beschrijft zijn zorgen over systemische verspreiding van mRNA-deeltjes in het lichaam, wat volgens hem later bevestigd werd door autopsiestudies. Hij verwijst naar publicaties waarin spike-eiwit werd aangetroffen in verschillende organen, inclusief hart en hersenen, gepaard gaand met ontstekingsreacties.

Er wordt gesteld dat dergelijke autopsies in Nederland nauwelijks worden uitgevoerd in het kader van vaccinatie-gerelateerde overlijdens. Volgens Schetters is dat problematisch, omdat zonder postmortaal onderzoek geen causale verbanden kunnen worden vastgesteld of uitgesloten.

All-cause mortality als maatstaf.

Een belangrijk analytisch punt in het gesprek is het gebruik van all-cause mortality als meetinstrument. In tegenstelling tot ziekte-specifieke sterftecijfers is all-cause mortality volgens Schetters minder gevoelig voor diagnostische verschuivingen en beleidsinvloeden. Dood is dood, ongeacht het label.

Wanneer deze maatstaf wordt toegepast, ziet hij geen daling van de totale sterfte na invoering van de vaccinaties. Integendeel, de structurele oversterfte blijft zichtbaar.

Het healthy vaccinee effect.

Een kernbegrip in de statistische analyse is het zogenoemde “healthy vaccinee effect”. Dit effect beschrijft dat mensen die gevaccineerd worden gemiddeld gezonder zijn dan degenen die (nog) niet gevaccineerd zijn. In de besproken grafieken lijkt vaccinatie aanvankelijk zeer effectief, omdat de gevaccineerde groep minder sterfte laat zien dan de historische controle.

Volgens Schetters verdwijnt dit effect na verloop van tijd, waarna de sterfte in de gevaccineerde groep boven de historische verwachting uitkomt. Hij benadrukt dat dit statistische mechanisme onvoldoende wordt meegenomen in officiële effectiviteitsberekeningen.

Geen zichtbare daling van totale sterfte.

Wanneer sterfte per maand wordt bekeken over meerdere jaren, met onderscheid tussen gevaccineerden en ongevaccineerden, concluderen de gesprekspartners dat er geen duidelijke afname van de totale sterfte zichtbaar is die aan vaccinatie kan worden toegeschreven. Rapporten die spreken over aanzienlijke bescherming tegen all-cause mortality zouden volgens Schetters methodologische fouten bevatten.

Afnemende bereidheid.

Tot slot wordt vastgesteld dat de vaccinatiebereidheid, met name onder de oudste leeftijdsgroepen, afneemt. Bij 90-plussers zou de deelname aan recente rondes zijn gedaald tot ongeveer 40 procent. In de praktijk lijkt men dus al terughoudender te worden, terwijl de officiële communicatie dat volgens Schetters niet weerspiegelt.

Een open einde.

Het gesprek bij De Nieuwe Wereld eindigt zonder definitieve conclusies of oproepen, maar met een herhaling van de kernvraag: wat moet er gebeuren nu de data er zijn? De cijfers liggen op tafel, de grafieken zijn publiek, en de oversterfte houdt aan. Wat resteert is de constatering dat beleid, wetenschap en communicatie niet altijd synchroon lopen, en dat sommige vragen blijven staan zolang ze niet systematisch worden onderzocht.

In een tijd waarin het verleden snel wordt afgesloten en nieuwe crises zich aandienen, blijft dit gesprek hangen als een momentopname van een debat dat volgens de sprekers nog niet is afgerond. En juist daarin schuilt de reden om door te lezen, door te rekenen en te blijven kijken naar wat de cijfers werkelijk laten zien.■

Kleurrijke cartoonillustratie met Theo Schetters en Ad Verbrugge op de voorgrond, omringd door symbolen van injecties, grafieken over oversterfte, zorgpersoneel, virussen, rapporten en maatschappelijke thema’s rond COVID-19 en vaccinatiebeleid, met de tekst: “Waarom gaat injecteren gewoon door?”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *