In het Europees Parlement, tijdens een bijeenkomst georganiseerd door Europarlementariër Christine Anderson, schetste econoom Richard Werner een scenario dat dichterbij kan liggen dan veel mensen beseffen. Wat gebeurt er wanneer een centrale bank via een digitale munt niet alleen betalingen verwerkt, maar ook transacties kan laten blokkeren, de toegang tot tegoeden kan beïnvloeden en het gebruik van geld afhankelijk kan maken van bepaalde voorwaarden? Werner verwees naar de Canadese truckersprotesten van 2022 en naar de EU-sancties tegen de Zwitserse oud-kolonel Jacques Baud. Beide gevallen illustreren hoe financiële maatregelen kunnen worden ingezet tegen personen die door de overheid als ongewenst worden beschouwd. De vraag die Werner opwierp, is ongemakkelijk: als overheden met bestaande instrumenten al financiële druk kunnen uitoefenen op demonstranten en critici, wat verandert er dan wanneer geld volledig digitaal wordt en de infrastructuur rechtstreeks verbonden is met de centrale bank?
Het programmeerbare geld.
Werner, econoom en hoogleraar met een achtergrond aan de London School of Economics en Oxford, waarschuwde voor de mogelijkheden van centralebankdigitale valutaās, doorgaans aangeduid als CBDCās. Anders dan gewoon digitaal bankgeld, dat door commerciĆ«le banken wordt beheerd, zou een digitale centralebankmunt burgers de mogelijkheid kunnen bieden rechtstreeks aanspraak te maken op geld dat door de centrale bank wordt uitgegeven. De precieze gevolgen hangen af van de gekozen architectuur en de wettelijke inrichting. Volgens Werner schuilt het risico in de mogelijkheid om functies in te bouwen waarmee tegoeden kunnen worden bevroren, transacties kunnen worden beperkt of geldstromen kunnen worden beĆÆnvloed.
Als voorbeeld verwees hij naar Braziliƫ, waar ontwikkelaars volgens hem bij onderzoek van openbare code van een CBDC-proefproject functies aantroffen die dergelijke ingrepen technisch mogelijk maakten. Het bestaan van zulke functies bewijst op zichzelf niet dat ze daadwerkelijk tegen burgers zijn ingezet, maar roept wel vragen op over de mogelijkheden die ontwerpers inbouwen en de controle daarop. Ook in het Verenigd Koninkrijk is discussie ontstaan over de waarborgen rond een mogelijke digitale pond. De Bank of England en de Britse overheid hebben verklaard dat zij niet willen dat de digitale pond programmeerbaar wordt op een manier waarmee zij bepalen waaraan burgers hun geld mogen besteden. De vraag blijft welke wettelijke waarborgen toekomstige regeringen en wetgevers daadwerkelijk zullen handhaven.
Voor Werner gaat het daarom om meer dan een nieuwe betaaltechniek. Hij ziet een verschuiving in de machtsverhouding tussen centrale banken, commerciƫle banken en burgers. Traditioneel beheren commerciƫle banken de rekeningen van hun klanten, terwijl centrale banken vooral de financiƫle instellingen bedienen en het monetaire stelsel aansturen. Een rechtstreeks beschikbare digitale centralebankmunt zou die verhouding kunnen veranderen. De scheidsrechter stapt het veld op en gaat zelf scoren, terwijl hij het fluitje behoudt. Met die vergelijking vatte Werner het mogelijke belangenconflict samen: een instelling die het financiƫle systeem mede vormgeeft en bewaakt, zou tegelijkertijd een directere rol kunnen krijgen in de financiƫle relatie met burgers.
Precedenten die al bestaan.
De Canadese truckersprotesten van 2022 vormen een concreet precedent voor financiƫle maatregelen tegen demonstranten en hun ondersteuners. De regering-Trudeau riep de noodtoestand uit en maakte het mogelijk financiƫle tegoeden van betrokkenen te laten bevriezen. Financiƫle instellingen kregen een rol bij de uitvoering van die maatregelen. De episode leidde tot een breed debat over de verhouding tussen openbare orde, demonstratierecht en financiƫle vrijheid. Werner gebruikte het voorbeeld om te betogen dat financiƫle uitsluiting geen theoretisch risico is. Wanneer een overheid onder bepaalde omstandigheden al toegang tot banktegoeden kan laten beperken, zou een digitaal systeem met meer gecentraliseerde controle zulke ingrepen mogelijk eenvoudiger kunnen maken.
Dat laatste is een waarschuwing over toekomstige mogelijkheden, geen bewijs dat een CBDC automatisch tot dergelijke maatregelen leidt. De gevolgen zijn afhankelijk van de technische inrichting, de wetgeving en de mogelijkheden voor onafhankelijk toezicht en rechtsbescherming. Juist daarom is de vraag naar de controle op zulke systemen volgens Werner van wezenlijk belang voordat ze op grote schaal worden ingevoerd.
Een ander voorbeeld is Jacques Baud, de Zwitserse oud-kolonel en auteur die in december 2025 door de Europese Unie werd gesanctioneerd. De EU beschuldigde hem ervan Russische propaganda te verspreiden en het Russische beleid rond de oorlog in Oekraïne te ondersteunen. De sancties omvatten het bevriezen van tegoeden binnen het bereik van de Europese maatregelen en beperkingen op zijn bewegingsvrijheid. Werner presenteerde Baud als een bedachtzame criticus die door de Europese autoriteiten financieel en maatschappelijk buitenspel was gezet. Of men het met Bauds analyses eens is of niet, de zaak roept vragen op over de gevolgen van sancties voor individuele personen en over de rechtsbescherming wanneer financiële beperkingen worden opgelegd zonder voorafgaande strafrechtelijke veroordeling.
De zaak Baud bewijst niet dat een digitale munt noodzakelijk is om financiƫle uitsluiting mogelijk te maken. Ze laat juist zien dat overheden daarvoor al bestaande instrumenten kunnen gebruiken. Werners waarschuwing is dat een digitale infrastructuur met vergaande controlemogelijkheden de uitvoering van zulke maatregelen kan vereenvoudigen en de invloed van de overheid op het dagelijkse betalingsverkeer kan vergroten. Dat maakt de vraag naar wettelijke grenzen, transparantie en effectieve beroepsmogelijkheden des te belangrijker.
De vraag naar vertrouwen.
Werner plaatste de discussie over digitale valuta in een bredere kritiek op het centrale bankwezen. Volgens hem heeft het monetaire beleid bijgedragen aan financiĆ«le bubbels, economische crises en een steeds grotere concentratie van macht. De sterke geldcreatie vanaf 2020 en de daaropvolgende inflatie gebruikte hij als voorbeelden van de risicoās van beleid waarbij grote hoeveelheden nieuw geld in het financiĆ«le systeem worden gebracht. Zijn stelling is dat centrale banken de gevolgen van hun eigen beleid onvoldoende onderkennen en crises vervolgens aangrijpen om hun invloed verder uit te breiden.
Tijdens zijn toespraak deed Werner ook verstrekkende uitspraken over de coronapandemie. Hij noemde die een nep-pandemie en beweerde dat Jeffrey Epstein al in 2017 betrokken was bij het opzetten van een plan voor een grote pandemie, waarmee investeerders zoals Bill Gates financieel zouden profiteren. Ook verwees hij naar vermeende uitspraken over het terugdringen van het aantal arme mensen. Werner presenteerde deze beweringen als informatie die openbaar beschikbaar zou zijn.
De bekende contacten tussen Gates en Epstein, die onder meer betrekking hadden op filantropische onderwerpen, zijn eerder onderwerp geweest van publieke berichtgeving. Gates heeft later spijt betuigd over die contacten. Uit de beschikbare informatie volgt echter niet dat Gates of Epstein de coronapandemie hebben georganiseerd. Ook de specifieke beweringen over een plan om arme mensen te verwijderen, zijn niet aangetoond met de beschikbare openbare documentatie. Deze uitspraken moeten daarom worden beschouwd als beweringen van Werner, niet als onafhankelijk vastgestelde feiten. Zijn bredere vraag over vertrouwen in instellingen staat daar los van: hoe overtuigend zijn beloften over terughoudend gebruik van macht wanneer dezelfde instellingen steeds meer mogelijkheden krijgen om in het leven van burgers in te grijpen?
Concentratie tegenover spreiding.
Werner trok de discussie vervolgens breder naar de inrichting van het financiƫle systeem. Hij wees op Duitsland, waar regionale banken en lokale spaarbanken lange tijd een belangrijke rol speelden bij de financiering van middelgrote ondernemingen. Deze bedrijven, vaak aangeduid als de verborgen kampioenen van de Duitse economie, vormen een belangrijk onderdeel van het industriƫle landschap. Volgens Werner heeft het Europese monetaire beleid bijgedragen aan de verdwijning van veel kleinere banken en aan een grotere concentratie van financiƫle macht bij grote instellingen.
Hij plaatste daar zijn analyse van China tegenover. Volgens Werner heeft de ontwikkeling van lokale banken en kredietverlening aan kleinere ondernemingen bijgedragen aan de economische groei van het land. Zijn bredere stelling is dat decentralisatie de financiering van productieve activiteiten kan bevorderen, terwijl centralisatie de afstand tussen financiƫle besluitvorming en de reƫle economie vergroot. De economische stagnatie in Duitsland en de veranderingen in het Europese bankenlandschap zijn relevante ontwikkelingen, maar een rechtstreeks oorzakelijk verband tussen het ECB-beleid, de consolidatie van banken en de economische prestaties kan niet zonder meer worden vastgesteld. Dat neemt niet weg dat de vraag naar de gevolgen van schaalvergroting en concentratie van financiƫle macht legitiem is.
Voor Werner vormt de ontwikkeling van CBDCās het volgende hoofdstuk in een langere geschiedenis van machtsconcentratie. Digitale identificatie, de digitalisering van eigendomsrechten en programmeerbare financiĆ«le instrumenten kunnen volgens hem de mogelijkheden vergroten om transacties en economische activiteiten te volgen of te beĆÆnvloeden. Dat betekent niet dat iedere digitale toepassing automatisch tot controle leidt. Het risico ontstaat wanneer technische mogelijkheden samengaan met ruime bevoegdheden, onvoldoende toezicht en beperkte mogelijkheden voor burgers om zich tegen besluiten te verweren.
De Britse historicus Lord Acton waarschuwde ooit dat macht corrumpeert en absolute macht absoluut corrumpeert. Die uitspraak krijgt in het debat over digitale financiƫle infrastructuur een actuele betekenis. De kernvraag is niet alleen wie de technologie ontwikkelt, maar ook wie de regels bepaalt, wie de toegang kan beperken en wie verantwoordelijk wordt gehouden wanneer de macht verkeerd wordt gebruikt. Volgens Werner moet de soevereiniteit van het individu daarbij centraal blijven staan. Burgers zouden niet afhankelijk moeten worden van de welwillendheid van instellingen om toegang te houden tot hun eigen geld.
Wat er op het spel staat.
De bijeenkomst in het Europees Parlement was geen formeel wetgevingsdebat waarin de invoering van een digitale euro werd besloten. Het was een gelegenheid waarop Werner zijn zorgen uitte over de richting waarin het financiƫle systeem zich ontwikkelt. Zijn waarschuwing raakt aan een wezenlijke spanning: digitale betalingen kunnen efficiƫntie en gemak opleveren, maar de infrastructuur kan ook mogelijkheden scheppen voor een verdergaande controle op financiƫle transacties. Welke van die mogelijkheden daadwerkelijk worden benut, hangt af van het ontwerp, de wetgeving en de democratische controle.
De voorbeelden van Canada en Jacques Baud laten zien dat financiƫle beperkingen niet afhankelijk zijn van de invoering van een CBDC. Ze tonen aan dat bestaande bevoegdheden al verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor personen die met overheidsmaatregelen worden geconfronteerd. De technische mogelijkheden van digitale valuta kunnen die discussie een nieuwe dimensie geven, vooral wanneer de toegang tot geld, digitale identificatie en andere vormen van dienstverlening nauw met elkaar worden verbonden. De verstrekkende beschuldigingen over de vermeende planning van de pandemie blijven onbewezen, maar voor de centrale vraag van het betoog is geen dergelijke samenzwering nodig. Het debat over de concentratie van macht kan worden gevoerd op basis van de bevoegdheden die daadwerkelijk bestaan en de mogelijkheden die nieuwe technologieƫn kunnen toevoegen.
Werner eindigde met een pleidooi voor zelfbestuur en de vrijheid van het individu om eigen keuzes te maken. Daarmee keerde hij terug naar de kern van zijn waarschuwing: wie beschikt over de infrastructuur van geld, beschikt potentieel over een belangrijk middel om het gedrag van anderen te beĆÆnvloeden. De beslissende vraag is daarom niet alleen of een digitale munt technisch mogelijk is, maar ook welke grenzen aan haar macht worden gesteld. Want als toegang tot geld ooit afhankelijk wordt van voorwaarden die burgers niet zelf kunnen bepalen, wie beschermt hen dan nog wanneer de instelling die het systeem beheert, besluit dat hun toegang moet worden beperkt?ā
Broninformatie en verantwoording
Hieronder een overzicht van de belangrijkste bronnen en de journalistieke afwegingen bij het artikel. Het artikel behandelt Werners toespraak als het vertrekpunt en maakt expliciet onderscheid tussen wat op openbare feiten berust en wat zijn beweringen zijn.
1. De bijeenkomst in het Europees Parlement
De toespraak van Richard Werner vond plaats tijdens een evenement in het Europees Parlement, georganiseerd door EuroparlementariĆ«r Christine Anderson (AfD / Europe of Sovereign Nations-groep). Het ging over digitale ID, CBDCās en tokenisatie.ā Sociable
Werner is hoogleraar banking and economics (University of Winchester), afgestudeerd aan de LSE en gepromoveerd in Oxford. Hij is bekend van het concept āquantitative easingā (1995) en het boek Princes of the Yen.ā Wikipedia
De transcriptie die als bronmateriaal is aangeleverd, komt overeen met openbare videoās van de toespraak (o.a. via Werner Economics / YouTube).
2. CBDC-risicoās en programmeerbaarheid
- BraziliĆ« (Drex-pilot): In 2023 publiceerde de Banco Central do Brasil de broncode van de pilot op GitHub. Blockchain-ontwikkelaar Pedro MagalhĆ£es (Iora Labs) reverse-engineerde deze en vond functies om accounts te bevriezen, saldoās te verlagen of over te boeken. Dit is breed gerapporteerd. De pilot is later gestaakt of sterk bijgesteld vanwege privacy- en technische problemen.ā Cryptonomist
- Bank of England: De Bank of England heeft bij de designfase van de digitale pond expliciet toegezegd dat noch de bank noch de regering de digitale pond mag programmeren of de besteding ervan mag beperken. Primaire wetgeving zou vereist zijn. Werners formulering dat de Bank of England āde power to have programmable digital currencyā vroeg, is scherper dan de officiĆ«le positionering van de BoE.ā Bankofengland
3. Precedenten van financiƫle uitsluiting
- Canada (Freedom Convoy, 2022): Onder de Emergencies Act werden bankrekeningen en financiĆ«le producten van demonstranten en organisatoren bevroren. De RCMP verstrekte namen aan banken. Er werden meer dan 200 accounts bevroren (totaal circa C$7,8 miljoen). De meeste accounts werden later weer vrijgegeven.ā Cbc
- Jacques Baud (EU-sancties, december 2025): De EU plaatste de Zwitserse oud-kolonel en analist Jacques Baud op de sanctielijst wegens āpro-Russian propagandaā en complottheorieĆ«n (o.a. over de oorlog in OekraĆÆne). Gevolg: bevriezing van vermogen in de eurozone en reisbeperkingen binnen de EU. De EU motiveert dit met destabiliserende activiteiten.ā Swissinfo
4. Bill Gates, Jeffrey Epstein en de pandemie-claims
Vaststaande feiten:
- Gates en Epstein ontmoetten elkaar tussen 2011 en 2014 circa 30 keer (vooral over filantropie / een voorgesteld donor-advised fund). Gates was op de hoogte van Epsteins eerdere veroordeling. Foundation-medewerkers hadden herhaaldelijk zorgen geuit.
- Een extern onderzoek door WilmerHale (in opdracht van de Gates Foundation) vond geen bewijs van betrokkenheid bij of kennis van Epsteins criminele activiteiten. Gates heeft publiekelijk spijt betuigd over de associatie.ā The Guardian
Werners beweringen: Werner stelde in de toespraak dat Epstein al in 2017 betrokken was bij het āopzetten van het schema van deze grote pandemieā zodat investeerders (zoals Gates) een fortuin konden maken, en dat Epstein en Gates in openbare bronnen discussieerden over manieren om arme mensen kwijt te raken. Hij noemde dit āmatter of public recordā.
Deze specifieke claims worden niet ondersteund door de vrijgegeven Epstein-documenten of onafhankelijke factchecks. Vergelijkbare circulerende beweringen over pandemie-simulaties zijn ontkracht. Het artikel presenteert deze uitspraken daarom expliciet als Werners beweringen, niet als vastgestelde feiten.
5. Overige elementen
- De analyse over centralisatie van bankmacht, verdwijnen van kleine banken en het contrast met lokale banken (Duitsland/China) berust op Werners economische betoog en zijn eerdere werk. Exacte cijfers (zoals ā6.000 banken verdwenenā) zijn zijn stelling en niet onafhankelijk geverifieerd in het artikel.
- De verwijzing naar Lord Acton is een klassieke observatie over machtsconcentratie.
Journalistieke verantwoording
Het artikel volgt de opgegeven aanpak: het concrete voorval (de toespraak in het Europees Parlement) als vertrekpunt, daarna de mechanismen (programmeerbaarheid, financiƫle uitsluiting), de spanning tussen belofte en praktijk, en de vraag naar vertrouwen.
Belangrijkste afwegingen:
- Explosieve claims (Gates/Epstein/pandemie) worden duidelijk gelabeld als beweringen van Werner.
- Precedenten (Canada, Baud, Braziliaanse pilotcode) zijn onderbouwd met openbare bronnen.
- Geen motieven of intenties worden toegeschreven zonder bewijs.
- Het artikel onderzoekt de mechanismen van mogelijke controle en machtsconcentratie, niet of er een ācomplotā is.
