Café Weltschmerz publiceerde een uitgebreide paneldiscussie over de Central Bank Digital Currency (CBDC) en de Europese digitale identiteit (EUDI). Moderator Mordechai Krispijn leidde het gesprek. Aan tafel zaten Patrick Savalle, Willem Engel, George van Hout en Ralf Dekker. De deelnemers probeerden vooral technische begrippen te verduidelijken en onderscheid te maken tussen reële risico’s en overdreven angsten rondom de invoering van de CBDC en de Europese digitale identiteit.
CBDC als oplossing voor een niet-bestaand probleem.
Ralf Dekker opende met zijn visie dat de CBDC volgens hem een oplossing is voor een probleem dat niet bestaat. Hij stelde dat overheden, met name op Europees niveau, sterk inzetten op de invoering van het systeem. Hoewel hij erkende dat het huidige technische ontwerp in principe neutraal kan functioneren, vreest hij dat overheden tijdens toekomstige crises de verleiding niet zullen kunnen weerstaan om de mogelijkheden van het systeem steeds verder uit te breiden.
Technologische vooruitgang is onvermijdelijk.
Willem Engel beschouwde technologische ontwikkeling als iets dat niet meer te stoppen is. Hij vergeleek de komst van de CBDC met eerdere innovaties zoals het internet en kunstmatige intelligentie. Volgens Engel is het daarom belangrijk om feitelijke risico’s te onderscheiden van bangmakerij. Hij verwees naar de maatschappelijke discussie over gentherapie rond het jaar 2000. Destijds leidde een open debat uiteindelijk tot wettelijke waarborgen, ook al zijn sommige daarvan later tijdelijk buiten werking gesteld.
Technologie is nooit volledig neutraal.
Patrick Savalle koos een meer neutrale benadering. Hij verwees naar de eerste wet van Kranzberg: “Technologie is niet goed of slecht, maar ook niet neutraal.” Volgens Savalle zorgen zowel overdreven optimisme als overdreven angst ervoor dat mensen verlamd raken. Hij noemde dit de Nirvana-valkuil: alleen willen handelen wanneer een systeem volledig perfect is. In plaats daarvan pleitte hij voor kleine, concrete verbeteringen, gecombineerd met duidelijke wet- en regelgeving.
George van Hout gaf aan dat hij zowel vóór als tégen de CBDC argumenten kan aandragen. Als theatermaker en activist die zich al vijftien jaar verdiept in het geldsysteem, vindt hij vooral dat het maatschappelijke debat levendig moet blijven.
Hoe werkt de digitale euro?
Savalle legde vervolgens de techniek achter de CBDC uit. Vanuit zijn ervaring met het programmeren van betaalsystemen, waaronder een Bitcoin-start-up onder toezicht van De Nederlandsche Bank, beschreef hij de CBDC als publiek geld: een directe vordering op de Europese Centrale Bank. Dat verschilt fundamenteel van het huidige bankgeld, dat feitelijk een vordering is op commerciële banken en gebaseerd is op fractioneel bankieren.
Een belangrijk punt uit de discussie was dat de Europese CBDC account-based is en niet token-based. Volgens Savalle betekent dit dat de veelbesproken angst voor programmeerbaar geld – waarbij iedere digitale euro afzonderlijk beperkingen zou kunnen bevatten – niet van toepassing is op het huidige ontwerp. Eventuele regels worden niet in de munt zelf geprogrammeerd, maar in de betaalomgeving, vergelijkbaar met de manier waarop banken nu al regelgeving toepassen voor witwasbestrijding en klantonderzoek.

Volgens Savalle zullen commerciële banken de digitale portemonnees distribueren. Daarbij geldt naar verwachting een limiet van ongeveer drieduizend tot vierduizend euro per gebruiker. Bedragen boven die grens worden automatisch teruggeboekt naar de reguliere bankrekening. Op bankafschriften zullen zowel gewone euro’s als CBDC-euro’s naast elkaar zichtbaar zijn, waarbij beide saldi met elkaar verbonden blijven. Gebruikers kunnen geld binnen de vastgestelde limiet vrij omzetten tussen beide vormen.
Savalle benadrukte daarnaast dat de CBDC-portemonnee volledig losstaat van de digitale-identiteitsportemonnee. De eerste bevat uitsluitend geld, terwijl de tweede bedoeld is voor identiteitsbewijzen en andere digitale documenten. Wel bestaat er enige overlap bij de authenticatie van gebruikers, maar een verplichte technische koppeling is volgens hem niet voorzien.
Internationale ervaringen.
Ook internationale voorbeelden kwamen aan bod. In Nigeria ontstonden grote problemen tijdens de invoering van de CBDC. Burgers konden tijdelijk niet meer bij hun geld, wat leidde tot maatschappelijke onrust en protesten. In China bleef het gebruik van de digitale yuan daarentegen beperkt zolang deelname vrijwillig bleef. Particuliere betaalsystemen zoals Alipay bleven voor veel burgers aantrekkelijker.
Volgens de panelleden liggen verschillende redenen ten grondslag aan de ontwikkeling van de CBDC. Het teruglopende gebruik van contant geld speelt daarbij een belangrijke rol, evenals de wens van Europa om minder afhankelijk te worden van Amerikaanse betaalsystemen. Daarnaast wil men publiek geld behouden als fundament onder het financiële stelsel. Ook de eerdere plannen van Facebook om een eigen digitale munt, Libra, te introduceren versnelden de ontwikkeling. Verder zou de CBDC overheden en centrale banken in staat kunnen stellen om tijdens grote financiële verstoringen sneller liquiditeit beschikbaar te maken.
Contant geld blijft een belangrijk anker.
Over de toekomst van contant geld verschilden de meningen. Banken vinden contant geld relatief kostbaar vanwege de regelgeving rondom transport, beveiliging en controles. De Europese Centrale Bank blijft contant geld echter zien als een belangrijk anker van vertrouwen binnen het financiële systeem. Volgens de panelleden bestaat er op dit moment geen concreet plan om contant geld volledig af te schaffen. Zij benadrukten dat verschillende betaalmogelijkheden naast elkaar moeten blijven bestaan om burgers keuzevrijheid te bieden.
Ook de mogelijkheid van negatieve rente kwam ter sprake. Mocht de CBDC geen negatieve rente kennen terwijl commerciële banken die wel invoeren, dan zouden burgers ervoor kunnen kiezen vermogen tijdelijk onder te brengen in digitale euro’s. Tegelijkertijd blijven volgens de deelnemers altijd alternatieven bestaan via andere activa of betalingssystemen.
Bestuurlijke risico’s staan centraal.
Voor Ralf Dekker ligt het grootste risico niet in de techniek, maar in de bestuurlijke inrichting. Hij vindt dat besluiten zoveel mogelijk lokaal genomen moeten worden. Volgens hem staat de Europese Unie te ver van burgers af en ontbreekt voldoende democratische controle.
Hij verwees naar voorbeelden van debanking, waarbij bankrekeningen werden geweigerd of beëindigd, waaronder zijn eigen situatie. Ook noemde hij het bevriezen van bankrekeningen tijdens de Canadese truckerprotesten als voorbeeld van hoe uitzonderlijke omstandigheden bestaande waarborgen kunnen ondermijnen. Volgens hem kunnen technische en juridische beperkingen tijdens crises sneller verdwijnen dan veel mensen verwachten.
Savalle onderschreef het subsidiariteitsbeginsel, maar zag tegelijkertijd voordelen in centrale coördinatie om verschillende systemen goed met elkaar te laten samenwerken. Hij pleitte voor open standaarden waarbij lokale banken een grotere rol krijgen en verwees daarbij naar econoom Richard Werner, die al jarenlang decentralisatie van het financiële systeem bepleit.
Willem Engel riep op tot een bredere strategische risicoanalyse. Volgens hem hoeft geen enkel systeem afzonderlijk problematisch te zijn, maar kan de combinatie van sociale media, bankgegevens en digitale identiteit uiteindelijk krachtige controlemechanismen opleveren. Juist die samenhang verdient volgens hem voortdurende maatschappelijke aandacht.
Blockchain, Bitcoin en de digitale identiteit.
Ook mogelijke alternatieven passeerden de revue. Zo werden blockchaintechnologie en cryptovaluta zoals Bitcoin genoemd als mogelijkheden voor directe betalingen zonder tussenkomst van traditionele banken. Daarnaast kwam ook het BRICS-samenwerkingsverband ter sprake als voorbeeld van landen die streven naar meer financiële onafhankelijkheid en een multipolaire wereldorde.
Bij de bespreking van de Europese Digitale Identiteit (EUDI) maakte Savalle duidelijk dat deze wallet uitsluitend bedoeld is voor digitale bewijzen, ook wel credentials genoemd. Met behulp van cryptografie en zogenoemde zero-knowledge proofs kunnen gebruikers aantonen dat zij aan bepaalde voorwaarden voldoen zonder daarbij onnodig persoonlijke informatie prijs te geven. Volgens hem bestaat hierbij geen centrale database. De EUDI is gebaseerd op een open standaard waardoor verschillende aanbieders compatibele applicaties kunnen ontwikkelen.
Savalle erkende dat ook de digitale identiteit risico’s kent. Volgens hem zijn die echter kleiner dan bij de huidige situatie, waarin persoonsgegevens verspreid zijn opgeslagen bij talloze organisaties. Daardoor hoeven kwaadwillenden niet één centrale database te kraken, maar zouden zij afzonderlijke apparaten of systemen moeten compromitteren.
Slotbeschouwing.
Na de technische toelichting gaven enkele deelnemers aan iets positiever tegen de systemen aan te kijken dan vooraf. De grootste zorgen bleven echter bestaan over de bestuurlijke kant van de zaak en de mogelijkheid dat bevoegdheden tijdens toekomstige crises verder worden uitgebreid.
De panelleden waren het er uiteindelijk over eens dat technologische innovaties alleen verantwoord kunnen worden ingevoerd wanneer zij gepaard gaan met duidelijke wetgeving, democratische controle, transparantie en blijvende keuzevrijheid voor burgers. Volgens hen moeten zowel contant geld als alternatieve betaalmogelijkheden behouden blijven en mag het gebruik van nieuwe digitale systemen nooit verplicht worden. Alleen onder die voorwaarden kunnen technologische innovaties de samenleving dienen, in plaats van andersom.■ Bron: CBDC en Digital ID, infrastructuur van tirannie? | Verschil van INzicht
