Er zijn van die gesprekken die je niet loslaten. Niet omdat ze perfect gepolijst zijn of passen binnen de veilige kaders van het publieke debat, maar juist omdat ze schuren. Omdat ze iets blootleggen wat zelden zo ongefilterd wordt uitgesproken.In een openhartig interview bij Hendriks & Hendriks deelt Lilian Dziedzic haar ervaringen als ondernemer, praktijkhouder en deelnemer aan reality‑tv. maar bovenal iemand die vijftien jaar lang bouwde aan een bedrijf dat begon met niets en uitgroeide tot een praktijk met duizenden patiënten.
Wat volgt is geen opgepoetst ondernemersverhaal. Het is een rauwe inkijk in de realiteit van ondernemen in de Nederlandse zorg, verteld door iemand die alles van dichtbij heeft meegemaakt: groei, verlies, bureaucratie, bedreigingen en succes.
De grens ligt niet bij tegenslag.
De uitspraak “liever dood dan failliet” is geen losse oneliner, maar een samenvatting van een manier van denken die in het hele gesprek terugkomt.
Waar anderen stoppen bij onzekerheid, oplopende kosten of tegenwerking, ligt voor Dziedzic die grens zichtbaar verder. Ondernemen betekent voor haar niet alleen bouwen, maar ook blijven staan wanneer het systeem tegenwerkt, wanneer risico’s toenemen en wanneer zekerheid verdwijnt.
Het is precies die houding die haar verhaal typeert: niet de omstandigheden bepalen of je doorgaat, maar de keuze om niet te wijken.
Van Polen naar Heemskerk: een begin zonder vangnet.
Het verhaal begint niet in Nederland, maar in Polen. Daar volgde Dziedzic een opleiding in tandtechniek, inclusief orthodontie. Ze werkte in een laboratorium waar ze kronen, bruggen en implantaten vervaardigde, werk dat precisie, vakmanschap en geduld vereist.
Haar komst naar Nederland was niet zakelijk gedreven, maar persoonlijk. Liefde bracht haar hierheen. Wat volgde was geen vanzelfsprekende integratie, maar een proces van aanpassen, leren en opnieuw beginnen. Haar Nederlands was nog beperkt toen ze besloot verder te studeren.
Ze werd tweemaal uitgeloot voor tandheelkunde, maar gaf niet op. Toen een nieuwe opleiding mondzorgkunde beschikbaar kwam, greep ze haar kans. Op 27-jarige leeftijd begon ze opnieuw. Vier jaar later studeerde ze af, waarna ze als zelfstandige zonder personeel aan de slag ging.
Die periode beschrijft ze als essentieel: “Daar leer je hoe het niet moet.” Het was de praktijkervaring die haar vormde als ondernemer.
Een praktijk vanaf nul: 6000 patiënten en 25 medewerkers.
Samen met een tandarts die ze tijdens haar opleiding ontmoette, besloot ze een praktijk te starten in Heemskerk. Zonder bestaande patiënten. Zonder garantie op succes.
Vijftien jaar later is die praktijk uitgegroeid tot een organisatie met 6000 patiënten, vijf behandelkamers (met ruimte voor een zesde) en 25 medewerkers. Het is een resultaat dat niet alleen getuigt van ondernemerschap, maar ook van doorzettingsvermogen.
Het werk zelf omschrijft ze als “hardcore topsport”, zowel fysiek als mentaal. Elke dag opnieuw patiënten behandelen, personeel aansturen en de organisatie draaiende houden.
Ondernemen met je ex: zakelijk boven persoonlijk.
Wat haar situatie extra bijzonder maakt, is dat ze de praktijk runt samen met haar ex-partner. Waar veel bedrijven stranden na een scheiding, bleef hun onderneming intact, en groeide zelfs door.
Dat ging niet zonder wrijving. Ze spreekt openlijk over conflicten en spanningen, maar ook over de keuze om niet op te geven. “Je moet niet te snel stoppen,” zegt ze. Die mentaliteit ziet ze als iets dat diep geworteld is in haar achtergrond.
Het personeel is inmiddels gewend aan de dynamiek. De relatie wordt omschreven als een soort familieband: intens, soms botsend, maar uiteindelijk gericht op de lange termijn.
De prijs van verlies: het overlijden van haar tweelingzus.
Achter het zakelijke succes schuilt een persoonlijk drama. Haar tweelingzus overleed bijna veertien jaar geleden aan een vorm van huidkanker.
Het verlies had een diepgaande impact. Zonder andere broers of zussen bleef ze alleen achter. Ze noemt het de zwartste bladzijde uit haar leven.
Sindsdien beschouwt ze haar personeel als familie. Dat heeft voordelen, een hechte band, maar ook nadelen. Vertrouwen kan misbruikt worden. Toch blijft ze geloven in openheid en eerlijkheid als basis voor samenwerking.
Reality-tv en de kloof tussen beeld en werkelijkheid.
Haar deelname aan Real Housewives of Amsterdam bracht haar nationale bekendheid. Maar het beeld dat daar wordt geschetst, staat volgens haar ver af van de realiteit.
Waar kijkers haar zien in conflicten en confrontaties, draait haar dagelijkse leven om het runnen van een complexe organisatie. De reacties van patiënten waren echter overwegend positief. Ze ontving, naar eigen zeggen, veel steun en waardering.
De bekendheid had ook zakelijke gevolgen. Meer zichtbaarheid leidde tot nieuwe patiënten en aanvragen, met name voor esthetische behandelingen zoals onzichtbare beugels.
Bureaucratie en vaste tarieven: een sector onder druk.
Een van de centrale thema’s in het gesprek is de toenemende druk op ondernemers in de zorg. Tandartsen werken met vaste tarieven die door de overheid worden bepaald. Die tarieven dalen of blijven gelijk, terwijl kosten stijgen.
Personeel, energie, materialen, alles wordt duurder. Maar de prijzen mogen niet vrij worden aangepast. Dat zorgt voor een spanningsveld dat volgens Dziedzic het ondernemen steeds moeilijker maakt.
Daarnaast is er de afhankelijkheid van verzekeraars. Hoewel veel patiënten verzekerd zijn, betalen ze vaak alsnog zelf een deel van de kosten. Het systeem wordt omschreven als complex en niet altijd transparant.
Personeel en regelgeving: “Het wordt onmogelijk”.
Een ander knelpunt is het personeelsbeleid. Ze stelt dat regelgeving werknemers steeds meer beschermt, terwijl werkgevers juist minder ruimte krijgen. Ziekmeldingen vormen een specifiek probleem. Volgens haar kunnen medewerkers zich ziek melden zonder directe controle, wat leidt tot langdurig verzuim. Werkgevers mogen beperkt vragen stellen en hebben weinig invloed op het proces. Deze ontwikkelingen maken het volgens haar “bijna onmogelijk” om een bedrijf met personeel te runnen.
Corona: blijven werken in onzekerheid.
De coronaperiode noemt ze haar grootste zakelijke tegenslag. Waar veel praktijken sloten, bleef zij open. Met een gasmasker behandelde ze patiënten, vaak als enige in de praktijk. Patiënten bleven weg uit angst voor besmetting. Tegelijkertijd liepen de kosten door. Overheidssteun noemt ze een “nepsubsidie” die uiteindelijk moest worden terugbetaald. De periode liet zien hoe kwetsbaar de sector is, en hoe snel omstandigheden kunnen veranderen.
Wanbetalers en bedreigingen: de harde kant van zorg.
Een minder zichtbaar aspect van haar werk zijn wanbetalers. Mensen die zich laten behandelen, maar niet betalen. In sommige gevallen leidt dat tot confrontaties.
Ze beschrijft een incident waarbij een patiënt weigerde te betalen en vervolgens met zijn auto op haar inreed toen ze hem achterna ging. Het illustreert de risico’s die ondernemers soms lopen.
Om dit te ondervangen werkt ze met factoring: een systeem waarbij een externe partij het betalingsrisico overneemt. Dat biedt zekerheid, maar kost meer.
Privacy en controle: “Elke schurk wordt beschermd”.
Een opvallend punt in het gesprek is haar kritiek op privacywetgeving. In het verleden konden praktijken controleren of iemand betalingsproblemen had. Dat systeem bestaat niet meer. Volgens haar maakt dat het moeilijker om risico’s in te schatten. Ze stelt dat “elke schurk wordt beschermd”, terwijl ondernemers juist kwetsbaarder worden.
Ondernemen in Nederland versus Polen.
Dziedzic vergelijkt regelmatig Nederland met Polen. Ze ziet in Polen een cultuur van hard werken en doorzetten. Ondernemers werken daar volgens haar flexibeler en met minder beperkingen. Ze merkt ook dat steeds minder Polen naar Nederland komen, omdat de economische situatie in Polen is verbeterd.
Toch blijft ze in Nederland. Haar leven, bedrijf en gezin zijn hier opgebouwd. Maar ze sluit niet uit dat ze ooit teruggaat. Als back-up heeft ze grond in Polen, waar ze zich eventueel kan vestigen.
Minder leuk ondernemen: zoeken naar balans.
Na jaren van groei merkt ze dat het ondernemen minder leuk wordt. De combinatie van regelgeving, personeel en financiële druk weegt zwaar.
Daarom zoekt ze naar andere vormen van activiteit: mediaoptredens, online aanwezigheid en het helpen van mensen via persoonlijke boodschappen. Ze noemt het haar “vrijwilligerswerk”.
Het is een verschuiving van puur zakelijk naar een bredere invulling van haar rol.
De toekomst: ondernemers moeten zich uitspreken.
Aan het einde van het gesprek komt ze terug op een centraal punt: de positie van ondernemers in Nederland. Ze pleit voor meer solidariteit en een krachtiger geluid. Volgens haar accepteren ondernemers te veel en spreken ze zich te weinig uit.
“Wij moeten opstaan,” zegt ze. Niet vanuit ideologie, maar vanuit de overtuiging dat het systeem anders onhoudbaar wordt.
Een verhaal zonder opsmukl
Wat dit interview bijzonder maakt, is niet alleen de inhoud, maar de toon. Er is geen poging om te verhullen, te nuanceren of te verzachten. Het is een direct verslag van ervaringen, soms scherp, soms emotioneel, maar altijd persoonlijk.
Het laat zien dat achter elk bedrijf een mens schuilt. Iemand die keuzes maakt, risico’s neemt en geconfronteerd wordt met omstandigheden die niet altijd te sturen zijn.
Slot.
In een tijd waarin succes vaak wordt gepresenteerd als een rechte lijn omhoog, herinnert dit verhaal eraan dat de werkelijkheid grilliger is. Dat ondernemen niet alleen draait om groei en winst, maar ook om verlies, weerstand en volhouden.
Of, zoals het in één zin wordt samengevat: liever doorgaan tegen de stroom in dan buigen voor een systeem dat je niet begrijpt, en dat misschien wel de kern is van wat ondernemen werkelijk betekent.■
