Hoe een boekbespreking bij Café Weltschmerz een eeuwenoude worsteling opnieuw zichtbaar maakt.
Er zijn momenten waarop een oud boek, een vergeten zin of een ogenschijnlijk abstract idee plotseling een scherpe spiegel wordt voor de moderne tijd. Niet door nieuwe feiten toe te voegen, maar door oude vragen opnieuw te stellen. In een recente uitzending van Café Weltschmerz, gepresenteerd door Rypke Zeilmaker, wordt precies dat gedaan: een confrontatie met een van de meest fundamentele vragen uit de westerse beschaving, niet of God bestaat, maar hoe het beeld van God zelf veranderde in de loop van de geschiedenis.
Centraal staat het boek God: A Biography van Jack Miles, waarin God niet wordt behandeld als een theologisch dogma, maar als een personage dat zich ontwikkelt door de Bijbel heen. Volgens Zeilmaker laat deze benadering zien dat het beeld van God niet statisch is, maar evolueert van een onvoorspelbare en soms vernietigende macht tot een figuur waarin voor het eerst expliciet liefde wordt uitgesproken.
Deze ontwikkeling, zo stelt Rypke in zijn bespreking, vormt niet alleen een religieuze geschiedenis, maar ook een culturele en psychologische reis, een reis die volgens hem nog steeds doorwerkt in de moderne wereld.
Een verdwenen zin, een veranderde tijd.
De uitzending opent met een observatie die ogenschijnlijk klein is, maar symbolisch geladen: de verdwijning van de zin “God zij met ons” van de Nederlandse gulden. Zeilmaker verwijst naar deze verandering als een markeringspunt, een moment waarop een zichtbaar religieus symbool uit het dagelijks leven verdween. Hij stelt dat sinds die tijd Nederland volgens hem in moreel en cultureel opzicht is veranderd, en plaatst die observatie in een bredere historische context.
Deze observatie vormt het vertrekpunt voor een bredere analyse. Niet als bewijs van een directe oorzaak, maar als aanleiding om te onderzoeken hoe religieuze symbolen en overtuigingen een rol hebben gespeeld in de vorming van cultuur, identiteit en moreel bewustzijn.
Daarmee verschuift de bespreking van een nationaal symbool naar een universeel thema: de rol van geloof in menselijke samenlevingen.
Het boek dat God als personage beschrijft.
De kern van de bespreking is het werk van Jack Miles, dat volgens Zeilmaker een radicaal andere manier biedt om de Bijbel te lezen. In plaats van God te beschouwen als een onveranderlijke entiteit, analyseert Miles de Bijbel als een narratief waarin God optreedt als een personage met een duidelijke ontwikkeling.
Volgens deze interpretatie begint God in de vroegste Bijbelse teksten als een machtige, soms vernietigende figuur. Zeilmaker verwijst naar verschillende passages uit het Oude Testament, waaronder de zondvloed en de vernietiging van steden in het boek Jozua, om te illustreren dat God daar optreedt als een figuur die zowel schept als vernietigt.
Hij wijst erop dat deze passages moeilijk te verenigen zijn met het latere beeld van een liefhebbende God, een tegenstelling die volgens Miles niet moet worden weggepoetst, maar juist begrepen als onderdeel van een ontwikkeling.
Het idee dat God onveranderlijk zou zijn, wordt in deze benadering zelf ter discussie gesteld. Door de Bijbel chronologisch te lezen, ontstaat volgens Miles een ander beeld: niet een statische entiteit, maar een karakter dat reageert op gebeurtenissen, volkeren en historische omstandigheden.
De crisis van Israël en het zwijgen van God.
Een cruciaal moment in deze ontwikkeling is de historische crisis van het volk Israël. Zeilmaker beschrijft hoe het koninkrijk, dat ooit onder David en Salomo een periode van stabiliteit kende, uiteenviel na militaire nederlagen en ballingschap.
De Assyriërs vernietigden volgens Rypke tien van de twaalf stammen van Israël, en later volgde de Babylonische ballingschap, waarin het overgebleven volk werd gedeporteerd.
Deze gebeurtenissen vormden niet alleen een politieke en militaire nederlaag, maar ook een theologische crisis. De centrale vraag werd: waar was God?
Volgens Zeilmaker beschrijft Miles deze periode als een moment waarop God aanwezig bleef in herinnering en verwachting, maar afwezig in directe manifestatie. Hij verwijst naar het toneelstuk Waiting for Godot, waarin een figuur wordt verwacht maar nooit verschijnt, als een culturele echo van deze ervaring.
God wordt in deze interpretatie een “aanwezige afwezige”: een kracht die nog steeds betekenis heeft, maar niet langer zichtbaar ingrijpt.
De omslag bij de profeet Jesaja.
Het meest cruciale punt in de analyse komt volgens Zeilmaker bij de profeet Jesaja. Hij stelt dat hier voor het eerst een fundamentele verandering zichtbaar wordt in het beeld van God.
Volgens Rypke’s bespreking verschijnt in Jesaja voor het eerst expliciet het woord “liefde” uit de mond van God.
Dit markeert volgens Miles een omslag van een God die voornamelijk optreedt als rechter en vernietiger naar een God die een relatie wil herstellen met de mensheid.
Deze verandering vindt plaats na de periode van ballingschap en vernietiging, een moment waarop het volk Israël geconfronteerd werd met verlies, onzekerheid en existentiële vragen.
In deze context verschijnt een nieuw idee: een God die niet alleen verbonden is met een specifiek volk, maar een bredere relatie aangaat met de mensheid.
Volgens Zeilmaker vormt deze ontwikkeling de basis voor het latere ontstaan van het christendom, dat deze universele relatie centraal stelt.
Goed en kwaad in één figuur.
Een ander belangrijk element in de bespreking is de complexiteit van God als figuur in het Oude Testament. Zeilmaker wijst op passages waarin God zowel bron van bescherming als van vernietiging lijkt te zijn.
Hij verwijst naar het verhaal van Job, waarin God Satan toestaat om Job te testen, en naar passages waarin God zelf handelingen uitvoert die als destructief worden beschreven.
Volgens Miles toont dit aan dat het Bijbelse beeld van God niet eenvoudig kan worden gereduceerd tot een enkele eigenschap.
Deze complexiteit vormt volgens Zeilmaker een essentieel onderdeel van de Bijbel als literair en cultureel document.
Het laat zien dat de Bijbel niet alleen antwoorden biedt, maar ook vragen stelt.
Geloof als worsteling, niet als zekerheid.
In zijn bespreking benadrukt Zeilmaker dat geloof volgens deze interpretatie niet betekent dat alle vragen worden opgelost. Integendeel, hij stelt dat geloof juist een proces is waarin twijfel en vragen een rol spelen.
Hij beschrijft geloof als een vorm van vertrouwen in een morele structuur van het universum, het idee dat gebeurtenissen uiteindelijk betekenis hebben, ook als die betekenis niet onmiddellijk zichtbaar is.
Volgens hem vormt dit idee een fundament van de westerse cultuur.
Het concept dat geschiedenis richting heeft, dat gebeurtenissen niet willekeurig zijn maar deel uitmaken van een groter geheel, is volgens hem diep geworteld in Bijbelse tradities.
De Bijbel als fundament van cultuur.
Zeilmaker stelt dat de invloed van de Bijbel verder reikt dan religie alleen. Hij beschrijft de Bijbel als een fundament van westerse cultuur, dat invloed heeft gehad op taal, filosofie en wereldbeeld.
Hij verwijst naar het feit dat veel uitdrukkingen, ideeën en concepten in de westerse traditie hun oorsprong hebben in Bijbelse teksten.
Volgens deze visie is kennis van de Bijbel niet alleen relevant voor gelovigen, maar ook voor iedereen die de ontwikkeling van de westerse cultuur wil begrijpen.
Een ontwikkeling, geen eindpunt.
De bespreking eindigt met de conclusie dat het beeld van God in de Bijbel niet statisch is, maar een ontwikkeling doormaakt.
Volgens Zeilmaker laat het werk van Jack Miles zien hoe God verandert van een figuur die zowel goed als destructief is, naar een figuur die gericht is op herstel en relatie.
Hij beschrijft dit als een overgang van een God die straft naar een God die verlangt naar verzoening.
Deze ontwikkeling weerspiegelt volgens Rypke een bredere menselijke zoektocht naar betekenis, moraliteit en rechtvaardigheid.
De blijvende vraag.
Wat deze bespreking uiteindelijk blootlegt, is geen definitief antwoord, maar een blijvende vraag.
Niet of God bestaat, maar hoe mensen God hebben begrepen, en hoe dat begrip is veranderd door oorlog, verlies, ballingschap en hoop.
Het is een vraag die al duizenden jaren wordt gesteld, en die volgens de bespreking nog steeds niet definitief is beantwoord.
Misschien is dat precies de reden waarom deze verhalen blijven bestaan: niet omdat ze zekerheid bieden, maar omdat ze blijven spreken, juist in de stilte waar antwoorden ontbreken.■
