De parlementaire corona-enquête heeft opnieuw aandacht gevestigd op de gebeurtenissen rond huisarts Rob Elens. Tijdens een verhoor onder ede werd de leiding van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) geconfronteerd met eigen appverkeer uit de coronaperiode. Daarbij kwam een berichtwisseling naar voren waarin toenmalig minister Hugo de Jonge aandrong op tuchtrechtelijke vervolging van huisarts Rob Elens. Het antwoord vanuit de inspectie luidde dat men “er bovenop zat” en dat men “ervoor zou gaan” zodra een “hard en houdbaar argument” gevonden werd.
De kwestie staat centraal in een YouTube-reportage van DwarsNieuws, gepresenteerd door Marianne Zwagerman. In de uitzending wordt teruggekeken op de gebeurtenissen rond de coronacrisis, de rol van toezichthouders en de gevolgen voor artsen die afweken van de officiële lijn.
Tijdens het verhoor werd een inspecteur-generaal geconfronteerd met berichten uit mei 2020. Volgens de voorgelezen stukken had minister Hugo de Jonge aangedrongen op tuchtrechtelijke vervolging van Rob Elens. In reactie daarop werd aan de minister geschreven dat de inspectie de zaak nauwlettend volgde en bereid was op te treden zodra daarvoor een juridisch houdbare grondslag gevonden werd.
Op vragen over deze communicatie verklaarde de inspecteur-generaal dat dergelijke contacten tussen bewindspersonen en de inspectie gebruikelijk zijn. Volgens haar mogen ministers, Kamerleden en burgers signalen, vragen en opmerkingen aandragen bij de toezichthouder. Zij stelde dat dit geen uitzonderlijke situatie was en dat dergelijke contacten onderdeel vormen van het reguliere functioneren van de inspectie. Daarnaast verklaarde zij dat binnen de organisatie vaste procedures, multidisciplinaire teams en besluitvormingsprocessen bestaan die bepalen welke zaken worden opgepakt en welke niet. Volgens haar stond de latere tuchtklacht tegen Elens los van de interventie van de minister.

Tegelijkertijd werd tijdens het verhoor gewezen op de formulering in het appbericht. Daarin stond immers dat de inspectie zou optreden zodra een “hard en houdbaar argument” gevonden werd. Op vragen waarom deze formulering was gebruikt, verklaarde de inspecteur-generaal dat zij destijds persoonlijk al zorgen had over de betreffende behandeling. Volgens haar verschenen er in de internationale literatuur op dat moment berichten over mogelijke risico’s van de behandeling waarover de discussie ging.
In de analyse van neuroloog Jan Bonte wordt deze gang van zaken beschouwd als een illustratie van de manier waarop volgens hem toezicht en bestuur tijdens de coronacrisis functioneerden. Bonte stelt dat een onafhankelijke toezichthouder een minister duidelijk had moeten maken dat individuele artsen niet door politieke bestuurders worden aangewezen voor vervolging. Volgens hem laat het appverkeer zien dat de inspectie zich niet afzijdig hield, maar actief reageerde op de wens van de minister.
De zaak-Rob Elens groeide daardoor uit tot meer dan een conflict rond één huisarts. In de uitzending wordt Elens omschreven als een dorpsarts die tijdens de eerste fase van de pandemie probeerde ernstig zieke patiënten te behandelen met de middelen die op dat moment beschikbaar waren. Volgens Bonte werd hij vervolgens het gezicht van een bredere waarschuwing aan artsen die buiten de officiële richtlijnen handelden.
Een belangrijk onderdeel van de discussie betreft het zogenoemde off-label voorschrijven van geneesmiddelen. Tijdens de enquête kwam aan de orde dat de inspectie in maart 2020 een waarschuwing publiceerde over het gebruik van hydroxychloroquine. De inspecteur-generaal erkende tijdens haar verhoor dat deze communicatie achteraf gezien niet optimaal was verlopen. Volgens haar zorgde de waarschuwing voor onrust onder artsen die zich afvroegen welke ruimte zij nog hadden om geneesmiddelen buiten de geregistreerde indicaties voor te schrijven. Zij verklaarde tevens spijt te hebben van het feit dat in dezelfde communicatie direct werd gewezen op de mogelijkheid van boetes tot €150.000.
Volgens Bonte heeft juist die combinatie van waarschuwingen en dreigende sancties langdurige gevolgen gehad voor de medische praktijk. Hij stelt dat veel artsen sindsdien terughoudender zijn geworden met off-label voorschrijven, ondanks het feit dat dergelijke toepassingen in diverse medische specialismen regelmatig voorkomen. In de uitzending beschrijft hij hoe artsen volgens hem vaker kiezen voor voorzichtigheid uit angst voor mogelijke consequenties vanuit toezichthouders.
Naast de zaak-Elens wordt ook aandacht besteed aan huisarts Els van Veen. Volgens Bonte schreef zij geen hydroxychloroquine of ivermectine voor, maar ontwikkelde zij zich wel tot een kritische stem tijdens de pandemie. In de uitzending wordt gesteld dat er tegen haar klachten werden ingediend en dat zij onderwerp werd van onderzoek. Volgens Bonte kreeg zij uiteindelijk een aantekening in haar dossier die volgens hem langdurige gevolgen kon hebben, terwijl zij zich daar slechts beperkt tegen kon verweren.
Verder wordt teruggeblikt op de zaak-Tuitjenhorn, een eerdere controverse rond het optreden van de inspectie. Die zaak wordt aangehaald als voorbeeld van een dossier waarin het handelen van de toezichthouder jarenlang onderwerp van discussie bleef. Volgens de uitzending vormt deze kwestie een belangrijk referentiepunt in het debat over proportionaliteit, toezicht en de positie van individuele artsen tegenover overheidsinstanties.
Ook Jan Bonte bespreekt zijn eigen ervaringen tijdens de coronaperiode. Hij vertelt hoe hij kritiek kreeg op zijn uitlatingen en medische analyses. Daarbij gaat hij in op zijn achtergrond als neuroloog met ervaring op het gebied van neuro-infecties en neuro-inflammatoire aandoeningen. Volgens hem werd zijn deskundigheid regelmatig ter discussie gesteld, ondanks zijn ervaring met infectiegerelateerde neurologische aandoeningen.
De uitzending eindigt met een bredere discussie over hydroxychloroquine, hartritmestoornissen, wetenschappelijke studies en de ruimte voor artsen om tijdens een gezondheidscrisis zelfstandig medische afwegingen te maken. Daarbij staat niet alleen de inhoudelijke medische discussie centraal, maar vooral de vraag hoe toezicht, beleid en professionele autonomie zich tijdens de pandemie tot elkaar verhielden.
Wat tijdens het verhoor onder ede naar voren kwam, heeft het debat over de coronaperiode opnieuw aangewakkerd. De gepresenteerde appberichten, de uitleg van de inspectie, de kritiek van Jan Bonte en de ervaringen van artsen als Rob Elens en Els van Veen vormen samen een dossier dat jaren na het uitbreken van de pandemie nog steeds onderwerp van publieke discussie is. De integrale verhoren, aanvullende documentatie en analyses worden gepubliceerd via corona-enquete.nl, terwijl DwarsNieuws de ontwikkelingen blijft volgen in zijn reportages en gesprekken.■ Bron: DwarsNieuws.
