Jan B. Hommel haalt hard uit naar Esther van Fenema na onthulling over klacht tegen huisarts Rob Elens.

Jan B. Hommel haalt uit naar Esther van Fenema na klacht tegen huisarts Rob Elens.

Terwijl corona-kritisch huisarts Rob Elens deze week werd verhoord door de enquêtecommissie, ontstond op sociale media opnieuw discussie over een conflict dat teruggaat tot oktober 2022. Aanleiding was een gedeelde tweet waarin wordt verwezen naar uitspraken van psychiater Esther van Fenema in de podcast De X! Factor. Daarin onthult zij dat zij destijds een klacht heeft ingediend tegen Elens bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). De tweet werd gedeeld door Jan B. Hommel, die daar een opvallend scherpe en persoonlijke reactie aan toevoegde.

Volgens de gedeelde tweet vertelde Van Fenema in de podcast dat zij nog altijd boos is over een incident waarbij een patiënt van haar contact had gezocht met Rob Elens. De volledige podcast werd daarbij genoemd als bron van de uitspraken. De timing van de onthulling trok extra aandacht doordat Elens op hetzelfde moment opnieuw in de belangstelling stond vanwege zijn verhoor door de enquêtecommissie.

Jan B. Hommel liet het daar niet bij en plaatste een uitgebreide reactie onder de gedeelde tweet. Hij richtte zich rechtstreeks tot Esther van Fenema en stelde dat hij nauwelijks nog iets herkent van de vrouw die hij naar eigen zeggen kende uit de periode waarin zij samen deel uitmaakten van een groep coassistenten.

“Zo, zo @EsthervanFenema”, begint Hommel zijn bericht. Vervolgens schrijft hij dat hij weinig meer herkent van de cynische dame die hij destijds leerde kennen. Volgens hem was zij in die tijd kritisch, scherp en een non-conformist. Juist die eigenschappen vormden volgens Hommel vroeger haar kracht. In zijn reactie stelt hij echter dat daar tegenwoordig weinig van over is.

Hij vervolgt zijn kritiek door te schrijven dat de jaren aan het LUMC haar kritisch denkvermogen volgens hem geen goed hebben gedaan. Daarmee plaatst hij de huidige opstelling van Van Fenema tegenover het beeld dat hij schetst van haar vroegere houding. De tegenstelling tussen de voormalige non-conformist en de huidige psychiater vormt een rode draad door zijn reactie.

Daarnaast richt Hommel zijn pijlen op de inhoud van de klacht zelf. Volgens hem zou Van Fenema als psychiater moeten weten dat off-label voorschrijven binnen de geneeskunde aan de orde van de dag is. Dat argument gebruikt hij om vraagtekens te plaatsen bij de verontwaardiging die zij in de podcast laat horen over het handelen van Elens.

In hetzelfde bericht gaat Hommel verder door kritiek te uiten op de psychiatrie als vakgebied. Hij schrijft dat de psychiatrie volgens hem een van de meest wankele fundamenten heeft als het gaat om wetenschappelijk bewijs. Vervolgens voegt hij daaraan toe dat er volgens hem geen enkel medisch vakgebied bestaat waarin farmaceutische bedrijven zoveel invloed hebben als juist binnen de psychiatrie.

Met die opmerkingen verbindt Hommel de klacht tegen Elens aan een bredere discussie over medische autoriteit, wetenschappelijke onderbouwing en de rol van farmaceutische bedrijven binnen de gezondheidszorg. Zijn kritiek beperkt zich daarmee niet tot één specifieke gebeurtenis, maar richt zich ook op de achterliggende principes die volgens hem een rol spelen.

De aanleiding voor de klacht wordt door Van Fenema zelf toegelicht in het podcastfragment. Daarin vertelt zij dat een patiënt van haar contact had gezocht met Rob Elens voor iets wat zij omschrijft als een orthomoleculaire behandeling. Zij merkt daarbij op dat deze volgens haar niet wetenschappelijk bewezen is.

Volgens Van Fenema heeft Elens vervolgens geadviseerd om te stoppen met antidepressiva die zij had voorgeschreven. Dat vormde voor haar de directe aanleiding om een klacht in te dienen bij de inspectie. In het fragment zegt zij dat zij daar destijds woest over was.

Tijdens haar toelichting benadrukt Van Fenema dat mensen verschillend kunnen denken over antidepressiva, maar dat zij als psychiater had vastgesteld dat het gebruik van deze medicatie in dat specifieke geval een goed idee was. Vanuit die overtuiging vindt zij dat een huisarts niet het recht heeft om haar behandelbeleid te doorkruisen door patiënten te adviseren daarvan af te wijken.

Haar irritatie is gedurende het fragment duidelijk hoorbaar. Zij zegt zelf ook dat luisteraars die irritatie waarschijnlijk zullen opmerken. Volgens Van Fenema gaat het daarbij niet alleen om één patiënt of één incident, maar ook om een principe.

Zij stelt dat depressies soms dodelijk kunnen zijn en dat zij het daarom ernstig vindt wanneer een huisarts zich mengt in een behandeltraject dat door een psychiater is vastgesteld. In haar woorden vraagt zij zich af wie een huisarts is om haar beleid te doorkruisen. Vervolgens erkent zij dat haar reactie mogelijk gekrenkt kan klinken, maar benadrukt zij dat zij de situatie principieel afkeurt.

Aan het einde van haar betoog spreekt Van Fenema over wat zij ziet als een bepaalde mentaliteit binnen de zorg. Zij verwijst daarbij naar mensen die zichzelf volgens haar opstellen als redders of Jezusfiguren. Dat type houding roept naar eigen zeggen sterke irritatie bij haar op.

Juist die uitspraken lijken voor Jan B. Hommel aanleiding te zijn geweest om publiekelijk te reageren. In zijn bericht staat niet alleen de klacht centraal, maar vooral de vraag waarom iemand die hij ooit kende als kritisch en non-conformistisch zich volgens hem opstelt tegenover een huisarts die buiten de gebruikelijke kaders denkt en handelt.

Door expliciet te verwijzen naar off-label voorschrijven, de wetenschappelijke basis van de psychiatrie en de invloed van BigPharma, probeert Hommel de discussie bovendien in een bredere context te plaatsen. Zijn reactie suggereert dat het conflict volgens hem niet uitsluitend gaat over een individuele patiënt of een medisch meningsverschil, maar ook over de ruimte voor afwijkende visies binnen de gezondheidszorg.

Het samenvallen van deze discussie met het verhoor van Rob Elens door de enquêtecommissie heeft ervoor gezorgd dat de kwestie opnieuw publieke aandacht krijgt. De onthulling van Van Fenema over haar klacht uit oktober 2022, haar toelichting in de podcast en de scherpe reactie van Jan B. Hommel hebben samen een debat nieuw leven ingeblazen dat jaren na dato nog steeds emoties oproept.

Door de tweet juist nu opnieuw onder de aandacht te brengen, maakt Jan B. Hommel duidelijk dat zijn kritiek verder reikt dan één incident uit het verleden. In zijn reactie staat centraal dat hij weinig meer herkent van de kritische, onafhankelijke en non-conformistische persoon die hij naar eigen zeggen vroeger kende.

Zijn verwijzingen naar off-label voorschrijven, de positie van de psychiatrie en de invloed van BigPharma vormen de kern van zijn betoog. Daarmee verandert de discussie volgens zijn eigen woorden van een conflict tussen een psychiater en een huisarts in een bredere kwestie over medische vrijheid, professionele macht en de vraag hoeveel ruimte er nog bestaat voor afwijkende opvattingen binnen de gezondheidszorg.■ Bron: Tweet Jan B. Hommel (is in dit artikel opgenomen)

Jan B. Hommel haalt uit naar Esther van Fenema na klacht tegen huisarts Rob Elens.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *