Ir. Dr. Coen Vermeeren over UAP’s, waarnemingen, technologie en het buitenaardsendossier.
De discussie over UFO’s blijft wereldwijd tot de verbeelding spreken. Waar het onderwerp jarenlang werd weggezet als speculatief of niet serieus, is de aandacht de afgelopen jaren zichtbaar toegenomen. In een YouTube-reportage van LightHouseTV, gepresenteerd door Flavio Pasquino, wordt dit thema uitgebreid besproken met ir. dr. Coen Vermeeren. In het tweede deel van een vierluik staat het buitenaardsendossier centraal. Daarbij komen onder meer de betekenis van de termen UFO en UAP, waarnemingen door piloten, militaire dossiers, technologische ontwikkelingen en de vraag hoe met dit onderwerp wordt omgegaan binnen wetenschap en overheid aan bod.
Voor het interview reisde Flavio Pasquino samen met een cameraman naar Spanje om Vermeeren uitgebreid te spreken. De uitzending vormt het vervolg op een eerder gesprek waarin het ontslag van Vermeeren aan de TU Delft en het 9/11-dossier werden behandeld. Dit tweede deel richt zich volledig op UFO’s, UAP’s en de achterliggende documentatie waar Vermeeren zich jarenlang in heeft verdiept.
Volgens Vermeeren ontstond de titel van zijn boek uit een veel langere oorspronkelijke titel. Hij wilde eigenlijk schrijven: “Je hoeft niet te geloven in UFO’s. Ze bestaan gewoon.” Volgens hem ligt juist daarin de kern van de discussie. Hij stelt dat mensen hem regelmatig verwijten dat hij “gelooft” in UFO’s, terwijl hij benadrukt dat het volgens hem niet om geloof gaat maar om waarnemingen van objecten die daadwerkelijk zijn geregistreerd.
Vermeeren maakt daarbij onderscheid tussen het bestaan van onbekende objecten en de vraag waar deze objecten vandaan komen. Volgens hem accepteert vrijwel iedereen dat er objecten worden waargenomen die niet direct geïdentificeerd kunnen worden. Dat volgt ook uit de oorspronkelijke betekenis van de afkorting UFO: Unidentified Flying Object. De discussie ontstaat volgens hem pas wanneer wordt gesproken over een mogelijke buitenaardse oorsprong.
Tijdens het gesprek komt ook de inmiddels veelgebruikte term UAP aan bod, wat staat voor Unidentified Aerial Phenomena. Vermeeren stelt dat deze terminologie volgens hem voor extra verwarring zorgt. Waar een UFO volgens hem duidelijk verwijst naar een object, is een luchtfenomeen veel breder en kan het uiteenlopende verschijnselen omvatten. Volgens hem is de overgang van UFO naar UAP mede gebruikt om het onderwerp minder concreet te maken.
Pasquino wijst erop dat verschillende ministeries van Defensie, waaronder dat van Japan, onderzoek doen naar onbekende objecten in het luchtruim. Daarbij wordt volgens hem niet direct uitgegaan van een buitenaardse oorsprong, maar eerder van onbekende of mogelijk vijandelijke technologie van andere staten. Vermeeren erkent dat onderscheid, maar stelt tegelijkertijd dat onbekende objecten volgens hem nog altijd onbekende objecten blijven, ongeacht welke verklaring uiteindelijk wordt gevonden.
Volgens Vermeeren werd de verandering van UFO naar UAP vooral zichtbaar nadat in de Verenigde Staten vanaf 2017 meerdere militaire video’s openbaar werden gemaakt. Daarbij verschenen beelden van de inmiddels bekende zogenoemde “Tic Tac” objecten die door piloten van de Amerikaanse marine werden gefilmd. Naast videobeelden zouden ook radarregistraties beschikbaar zijn gekomen en traden verschillende piloten zelf naar buiten om over hun ervaringen te spreken.
Volgens Vermeeren veranderde daarmee de publieke discussie. Waar volgens hem tientallen jaren werd gesteld dat meldingen van UFO’s niet serieus genomen moesten worden, verschenen vanaf 2017 artikelen in grote Amerikaanse media waarin militaire waarnemingen uitgebreid werden besproken. Hij beschrijft dat hij aanvankelijk dacht dat hiermee volledige openheid zou ontstaan, maar dat hij later concludeerde dat de gewijzigde terminologie volgens hem eerder een vorm van damage control vormde.
Een belangrijk onderdeel van zijn betoog draait om het werk van arts Steven Greer en diens Disclosure Project. Vermeeren noemt dit project indrukwekkend omdat volgens hem sinds 1993 honderden hooggekwalificeerde getuigen zijn verzameld. Hij spreekt daarbij liever over “getrainde waarnemers” dan over gewone getuigen. Volgens hem gaat het onder meer om piloten, militairen, luchtverkeersleiders en medewerkers uit de lucht- en ruimtevaartsector die onbekende objecten zouden hebben waargenomen.
Volgens Vermeeren zijn veel van deze meldingen niet uitsluitend gebaseerd op ooggetuigenverklaringen. Hij wijst erop dat in verschillende gevallen ook radarwaarnemingen, videobeelden en meerdere onafhankelijke observaties beschikbaar zouden zijn geweest. Daardoor beschouwt hij dergelijke dossiers als belangrijker dan individuele meldingen zonder aanvullende gegevens.
Hij stelt dat vergelijkbare dossiers niet uitsluitend uit de Verenigde Staten afkomstig zijn. Volgens hem bestaan ook in Frankrijk, Engeland, Nederland, Rusland, China en verschillende landen in Zuid-Amerika omvangrijke verzamelingen van meldingen door professionele waarnemers.
Een terugkerend thema in het interview is de positie van piloten. Vermeeren zegt dat piloten tijdens hun opleiding uitgebreid worden getraind om objecten in het luchtruim waar te nemen en risico’s voor de vliegveiligheid snel te beoordelen. Volgens hem vertrouwen passagiers dagelijks op dat waarnemingsvermogen. Tegelijkertijd stelt hij dat piloten volgens hem vaak terughoudend zijn om onbekende objecten te rapporteren uit angst niet serieus genomen te worden.
Als voorbeeld noemt hij een bekend incident boven Alaska waarbij een Japanse vracht-Boeing gedurende langere tijd een groot object zou hebben waargenomen. Volgens Vermeeren werd dit incident onderzocht door de Amerikaanse luchtvaartautoriteit FAA. Daarbij zouden zowel radarwaarnemingen vanaf de grond als verklaringen van de bemanning beschikbaar zijn geweest. Hij verwijst daarnaast naar John Callahan van de FAA, die volgens hem later documenten over het incident openbaar maakte nadat deze tijdens een briefing met vertegenwoordigers van onder meer de CIA en andere instanties waren besproken.
Vermeeren zegt dat zijn eigen belangstelling voor het onderwerp rond 2007 en 2008 sterk toenam. Daarbij richtte hij zich vooral op de technologische aspecten van de waargenomen objecten. Volgens hem beschrijven veel meldingen eigenschappen die afwijken van bekende luchtvaarttechnologie. Hij noemt onder meer stilhangen zonder zichtbaar voortstuwingssysteem, zeer hoge snelheden, abrupte haakse bochten en bewegingen waarbij geen zichtbare uitlaatgassen of motoren worden waargenomen.
Volgens hem vormde juist dat technische aspect de aanleiding om het onderwerp verder te onderzoeken. Hij zegt dat dergelijke eigenschappen vragen oproepen over voortstuwing, energievoorziening en transporttechnologie. In het interview benadrukt hij dat deze belangstelling volgens hem voortkwam uit nieuwsgierigheid naar de technologie achter de waarnemingen.
Vermeeren vertelt vervolgens hoe hij zijn bevindingen aanvankelijk besprak met een kleine groep masterstudenten Lucht- en Ruimtevaarttechniek. Tijdens een informele bijeenkomst presenteerde hij gedurende anderhalf uur documentatie, afbeeldingen en voorbeelden uit zijn onderzoek. Volgens hem reageerden de studenten aanvankelijk stil en volgden daarna veel vragen.

Een opmerking van één student is hem volgens eigen zeggen altijd bijgebleven. De student vertelde dat hij het onderwerp altijd onzin had gevonden, maar na de presentatie begon te twijfelen. Vermeeren noemt twijfel vervolgens de beste houding van een wetenschapper. Volgens hem hoort wetenschappelijk onderzoek juist open te staan voor onderwerpen waar nog geen definitieve antwoorden op bestaan.
Na deze eerste bijeenkomst vroegen de studenten hem volgens eigen zeggen om ook een openbare lunchlezing te verzorgen. Uiteindelijk hield hij een presentatie voor ongeveer tachtig studenten van de opleiding Lucht- en Ruimtevaarttechniek aan de TU Delft. Die lezing werd opgenomen en online geplaatst.
Volgens Vermeeren werd de opname veel bekeken en leidde dat tot veel reacties. Hij vertelt dat de universiteit vervolgens veel telefoontjes ontving en dat ook het College van Bestuur met de situatie werd geconfronteerd. Zijn toezichthouder, een hoogleraar natuurkunde, zou hem later hebben verteld dat hij tijdens het bekijken van de lezing had gewacht op het moment waarop Vermeeren zou onthullen dat de presentatie een grap was geweest.
Vermeeren zegt dat hij verbaasd reageerde op die opmerking en benadrukte dat hij zijn presentatie baseerde op argumenten en documentatie die hij tijdens de lezing uitgebreid had toegelicht. Volgens hem gaf de hoogleraar aan drie boeken te hebben gelezen waarin het onderwerp als onzin werd omschreven. Toen Vermeeren later vroeg welke boeken dat precies waren, kon de hoogleraar zich die volgens zijn relaas niet meer herinneren.
Tijdens het gesprek bespreken Pasquino en Vermeeren vervolgens opnieuw het onderscheid tussen onbekende waarnemingen en de conclusie dat objecten buitenaards zouden zijn. Vermeeren zegt dat hij die mogelijkheid in zijn lezingen bewust openliet, omdat verschillende door hem geciteerde getuigen daar zelf over spraken. Tegelijkertijd stelt hij dat het onderwerp volgens hem in eerste instantie draait om de technologie achter de waarnemingen.
Volgens Vermeeren bestaan daarnaast verklaringen van militairen waarin wordt gesproken over mogelijk teruggevonden technologie die zou zijn onderzocht via reverse engineering. Hij zegt dat dergelijke verhalen onderdeel vormen van een groter geheel aan verklaringen dat volgens hem gedurende tientallen jaren is opgebouwd.
Hij vertelt verder dat hij gedurende zijn lezingen steeds benadrukte dat zijn verhaal openbaar besproken mocht worden en dat iedereen de gelegenheid kreeg argumenten aan te dragen. Volgens hem hoort juist een universiteit een plaats te zijn waar uiteenlopende ideeën inhoudelijk worden besproken.
Aan het einde van het besproken gedeelte komt ook de online beschikbaarheid van zijn vroegere TU Delft-lezing aan bod. Vermeeren zegt dat de oorspronkelijke versie volgens hem na zijn ontslag van de universitaire kanalen werd verwijderd. Volgens hem is de presentatie nog wel terug te vinden via zijn eigen YouTube-kanaal.
De uitzending van LightHouseTV laat daarmee zien hoe Vermeeren zijn visie op het UFO- en UAP-dossier heeft opgebouwd. Aan de hand van voorbeelden uit de luchtvaart, militaire waarnemingen, radarregistraties, verklaringen van piloten, het Disclosure Project, technologische vraagstukken en zijn ervaringen binnen de academische wereld beschrijft hij waarom hij vindt dat het onderwerp volgens hem serieus onderzocht zou moeten worden. Het gesprek met Flavio Pasquino biedt daarmee een uitgebreid overzicht van de argumenten en ervaringen die Vermeeren gedurende meerdere jaren heeft verzameld en waarover hij in deze tweede aflevering van het vierluik uitvoerig spreekt.■ Bron: Coen Vermeeren: ‘Ufo’s bestaan gewoon’, #2
