De stille erfenis van 1848: hoe een oude blauwdruk het debat over de moderne staat aanjaagt

Cinematische compositie over het Communistisch Manifest van 1848, Karl Marx, staatsmacht, overheidscontrole, financiële surveillance, landbouw en de politieke analyse van Rypke Zeilmaker.

Wie na een marktdag vijfduizend euro aan contante opbrengsten op zijn zakelijke rekening stort, merkt al snel dat de tijd van vrijblijvend bankieren voorbij is. Volgens wetenschapsjournalist en publicist Rypke Zeilmaker overkwam het een bloemiste die keurig belasting betaalde over haar handel. Vrijwel direct kreeg zij een bankmedewerker aan de lijn met vragen over de herkomst van het geld. Vervolgens stond zelfs de fiscale opsporingsdienst FIOD op de stoep. Voor Zeilmaker is dat voorval geen op zichzelf staand incident, maar een zichtbaar symptoom van een veel grotere verschuiving in de verhouding tussen burger en overheid.

Terwijl opiniepeilingen een uitgesproken communistische partij als PRO dertig virtuele zetels toedichten, betoogt de publicist dat de kern van het negentiende-eeuwse communisme allang niet meer in de politieke marge opereert, maar geruisloos is verankerd in het Nederlandse overheidsbeleid.
In een aflevering van de Café Weltschmerz Podcast legt Zeilmaker het Communistisch Manifest van Karl Marx en Friedrich Engels uit 1848 naast het politieke en economische beleid van de afgelopen decennia. Zijn centrale stelling is dat de tien actiepunten uit dit historische pamflet in Nederland en de Europese Unie grotendeels zijn uitgevoerd, zonder dat daar nog een rode vlag aan te pas komt. Waar het maatschappelijke debat zich vaak richt op de vraag of radicaal-linkse partijen aan de macht kunnen komen, ziet Zeilmaker de invloed van Marx al terug in de wetgeving van opeenvolgende kabinetten-Rutte en het kabinet-Jetten, ongeacht of daaraan linkse of traditioneel rechtse partijen zoals de VVD deelnamen.

De architectuur achter het beleid

Om te begrijpen hoe een negentiende-eeuwse blauwdruk volgens Zeilmaker kon doordringen in een westerse markteconomie, wijst hij op de verschuiving van openlijke ideologie naar bestuurlijke techniek. Sinds de jaren tachtig, en versterkt door internationale afspraken zoals Agenda 21 en de VN-agenda voor 2030, is overheidssturing steeds vaker vormgegeven via klimaatdoelen, natuurherstel en financiële regelgeving. Volgens eigen berekeningen van Zeilmaker, gepubliceerd op zijn weblog Interessante Tijden, is de totale belastingdruk op de Nederlandse economie sinds 2002 met 228 procent toegenomen. Tegelijkertijd wordt gesproken over het belasten van eigen woningbezit in box 3 en kunnen erfenissen volgens zijn schatting leiden tot een afdracht van zestig procent aan de fiscus.

Een vergelijkbaar mechanisme ziet de publicist in de financiële sector. Hij koppelt dit aan het vijfde actiepunt van Marx: de centralisatie van het kredietwezen in handen van een staatsbank. Hoewel Nederland nog altijd commerciële banken kent, zijn daar door strenge anti-witwaswetgeving inmiddels tienduizend tot vijftienduizend compliance officers aangesteld. Die medewerkers controleren financiële transacties en fungeren volgens Zeilmaker steeds meer als een vooruitgeschoven post van de overheid. Met de voorbereidingen voor digitaal centralebankgeld (CBDC) en een digitale identiteit vreest hij dat de stap naar volledig programmeerbaar en controleerbaar geld technisch wordt voorbereid. Daarbij verwijst hij naar een optreden van econoom Richard Werner in het Europees Parlement.

Wat de nieuwe orde betekent op het erf en in de straat

De gevolgen van die bestuurlijke centralisatie blijven volgens Zeilmaker niet beperkt tot fiscale regels of digitale bankloketten. Ook in het fysieke landschap en de dagelijkse voedselvoorziening ziet hij de gevolgen. In de landbouw trekt hij een lijn van het gemeenschappelijk landbouwbeleid van voormalig Eurocommissaris Sicco Mansholt naar de huidige stikstof- en natuurdoelen. Sinds de start van de VN-milieuagenda in 1992 is het aantal Nederlandse melkveehouders volgens de aangehaalde cijfers gedaald van 37.000 naar 13.800. Doordat de overheid op grote schaal grond opkoopt voor natuurontwikkeling, zijn de grondprijzen volgens Zeilmaker zodanig opgedreven dat het voor jonge boeren vrijwel onmogelijk wordt om zich in te kopen in het bedrijf van hun ouders. Als die ontwikkeling doorzet, blijven er volgens zijn berekeningen in 2050 hooguit één- tot tweeduizend melkveehouders over. Hij ziet daarin een uitvoering van het negende actiepunt van Marx, dat gericht was op het opheffen van het onderscheid tussen stad en platteland.

Diezelfde verschuiving van kleinschalig vakmanschap naar grootschalige productie ziet Zeilmaker terug in de dorps- en stadsstraat. Door de sterk gestegen energiekosten is volgens hem in de afgelopen tien tot vijftien jaar een kwart van de ambachtelijke warme bakkers verdwenen, waardoor brood steeds vaker uit de fabriek komt. Ook binnen het gezin en het onderwijs ontwaart hij een verschuiving van zeggenschap. Hij verbindt het tiende actiepunt van Marx, gratis openbaar onderwijs voor alle kinderen, met de politieke en mediakritiek op particuliere initiatieven zoals de Renaissancescholen. Tegelijkertijd hekelt hij de rol van met overheidssubsidie gefinancierde organisaties zoals de Rutgers Stichting bij seksuele voorlichting op scholen. Volgens hem komt daarmee de invloed van de overheid en gesubsidieerde instellingen steeds nadrukkelijker tegenover de opvoeding en waarden van ouders te staan.

Waar de gangbare geschiedschrijving en Zeilmakers lezing botsen

De duiding van Zeilmaker staat haaks op de manier waarop economen, historici en politici doorgaans naar de afgelopen veertig jaar kijken. In de gangbare politieke analyse geldt het tijdperk sinds de jaren tachtig juist als een periode van neoliberalisme, waarin de overheid zich terugtrok, staatsbedrijven werden geprivatiseerd en de vrije markt meer ruimte kreeg. Zeilmaker bestrijdt die lezing fundamenteel. Volgens hem was het terugtreden van de staat slechts uiterlijke schijn. Via een dicht netwerk van vergunningen, klimaatwetten, circulaire ketenregistratie en publiek-private partnerschappen is de scheidslijn tussen overheid en bedrijfsleven juist vervaagd. De overheid zou daardoor alsnog de regie voeren over grondstoffen, productie en consumptie.

Ook op het vlak van burgerrechten botst zijn visie met de heersende consensus. Waar de grondwetsherziening van 1982 en artikel 1 algemeen worden gezien als fundamenten voor gelijke behandeling en bescherming van minderheden, beschouwt Zeilmaker het non-discriminatiebeginsel als een juridisch instrument dat het persoonlijk oordeelsvermogen van burgers onder druk zet. Hij omschrijft het achterliggende gelijkheidsdenken als een seculiere, apocalyptische variant van het christendom, waarin de staat de rol van verlosser opeist door groepen te emanciperen en traditionele verbanden zoals het gezin af te breken. Daartegenover staat het gangbare argument dat overheidsingrijpen in het milieu, de financiële sector en het onderwijs juist bedoeld is om zwakkere belangen te beschermen, criminaliteit tegen te gaan en publieke voorzieningen veilig te stellen.

Van losse maatregelen naar een structurele machtsverschuiving

Plaats je de afzonderlijke voorbeelden van Zeilmaker in een breder historisch en maatschappelijk verband, dan overstijgt zijn betoog de discussie over individuele belastingtarieven of milieuwetten. Of men nu spreekt van sluipend marxisme of van een uitdijende regelgevende verzorgingsstaat, in vrijwel iedere sector is volgens deze analyse een ontwikkeling naar schaalvergroting en centralisatie zichtbaar. Kleine zelfstandigen, boerenbedrijven en particuliere instellingen krijgen te maken met steeds hogere eisen op het gebied van kapitaal, toezicht en verantwoording. Grote instellingen, banken en multinationals zijn doorgaans beter in staat om aan die bureaucratische eisen te voldoen. Bovendien groeit het deel van de bevolking dat voor zijn inkomen direct of indirect afhankelijk is van de overheid. Dat verklaart volgens Zeilmaker mede waarom partijen die pleiten voor meer staatsinvloed in de peilingen op steun kunnen rekenen.

Wat daarmee op het spel staat, is niet alleen de financiële speelruimte van burgers en ondernemers, maar ook de verscheidenheid en zelfstandigheid van de samenleving. Wanneer grondbezit, voedselproductie, kredietverlening en publieke informatievoorziening steeds verder worden geconcentreerd, neemt de afhankelijkheid van grote instituties toe. Bij de informatievoorziening wijst Zeilmaker onder meer op de concentratie van grote mediabedrijven en de druk op kritische omroepen zoals Ongehoord Nederland. Tegelijkertijd blijft de vraag open in hoeverre deze ontwikkeling het resultaat is van een bewuste ideologische agenda die teruggaat op 1848, zoals Zeilmaker stelt, of eerder voortkomt uit een moderne bestuurlijke reflex die maatschappelijke risico’s steeds vaker met nieuwe regels en toezichthouders probeert te beheersen.

De kern van een verschoven verhouding

Leg je de fiscale controle op een marktopbrengst van vijfduizend euro naast het verdwijnen van duizenden boerenbedrijven en ambachtelijke bakkers, dan ontstaat een samenhangend beeld van een samenleving waarin de ruimte voor particulier initiatief steeds kleiner wordt. De discussie die Zeilmaker aanwakkert, draait daardoor uiteindelijk niet om de vraag of Karl Marx letterlijk in Den Haag aan de macht is, maar om de machtsbalans tussen het individu en het collectief. Zolang maatschappelijke uitdagingen, van klimaatverandering tot witwasbestrijding, steeds vaker worden beantwoord met centrale sturing, toezicht en herverdeling, verschuift de verhouding tussen burger en overheid verder. Het debat over de grens van staatsmacht begint daarmee niet bij een revolutie op straat, maar bij de alledaagse vraag hoeveel vrijheid burgers nog hebben om over hun eigen grond, hun eigen bedrijf en hun eigen spaargeld te beschikken.■ Bron: Café Weltschmerz Podcast

Cinematische compositie over het Communistisch Manifest van 1848, Karl Marx, staatsmacht, overheidscontrole, financiële surveillance, landbouw en de politieke analyse van Rypke Zeilmaker.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *