Het beeld is eenvoudig maar krachtig: een man die aan zijn zwembad zit, concludeert dat het “net een beetje te koud” is voor zwemweer. In die alledaagse constatering, afkomstig uit een nieuwe column van Ad Nuis, gepubliceerd door De Andere Krant, schuilt de aankondiging van een tekst die nergens omheen draait. Wat volgt is een lange, felle tirade vol kritiek, observaties, verwijten en waarschuwingen. En wie het geheel bestudeert, ziet vooral één ding: de column is geen gebalanceerde politieke analyse, maar een scherpe weergave van hoe de auteur de Nederlandse politiek ervaart. Dit artikel biedt een reportage over die column, en beschrijft wat Nuis precies zegt, zonder zelf feiten of interpretaties toe te voegen buiten de tekst die voorhanden is. Alles wat hier volgt is afkomstig uit de bron, de column van Ad Nuis in De Andere Krant, en wordt hier journalistiek samengebracht, gestructureerd en contextualiseren als verslag.
De wereld als “gekkenhuis”.
Nuis opent zijn column met de stelling dat “de wereld een gekkenhuis is en het hoofdkwartier in Nederland staat.” Hiermee zet hij direct de toon: hij beschrijft Nederland als centrum van politieke absurditeit. In zijn ogen loopt de politieke lijn van Geert Wilders naar Rob Jetten, waarbij D66 centraal staat. In de column omschrijft hij D66 als “de partij van de beleidnotaars, de klimaatcommissies, meer oorlog en meer migratie,” en herhaalt een reeks standpunten die hij de partij toeschrijft: verplicht vaccineren, QR-codes, uitsluiting van mensen die vaccinatie “nog even uit de boom keken,” en applaudisseren voor “ongekozen technocraten” uit Brussel.
Hij verwijt de partij daarnaast dat ze staat voor het “verbieden van politieke partijen om de democratie te beschermen” en het beperken van vrijheid van meningsuiting onder het mom van bescherming. Tevens bekritiseert hij de afschaffing van het referendum, dat volgens hem werd gedaan om “de democratie te versterken.”
Deze weergave wordt door Nuis gepresenteerd als zijn interpretatie van de partij en haar koers. Het zijn geen feitelijke standpunten die door D66 zelf in de tekst worden toegelicht; de column draagt ze als beschuldigingen aan.
De opkomst van Rob Jetten.
Vervolgens richt Nuis zich op Rob Jetten, die hij in de column consequent met variaties op zijn naam aanduidt. Hij stelt dat Nederland met Jetten “eindelijk onze eerste vrouwelijke premier” krijgt, waarna hij een ironische opmerking maakt over Jettens partner. Hij vraagt zich af of Nederland door “twee Argentijnen” geregeerd gaat worden. Dit alles is geschreven in de stijl van een polemische column, waarbij spot en sarcasme een prominente rol spelen.
De auteur beschrijft de snelle politieke opmars van Jetten: “uit het niets van 9 naar 26 zetels,” volgens Nuis dankzij “vakkundige spindokters” die van “dit lachje” een premier maakten.
De column citeert Jetten tijdens de verkiezingsavond, waarin hij volgens Nuis zei dat de uitslag historisch was omdat Nederland en de wereld zagen dat “populistische en extreemrechtse bewegingen” verslagen konden worden. Jetten zou hebben benadrukt dat hij uitkeek naar samenwerking met andere partijen om een ambitieuze coalitie te vormen.
De Trilateral Commission en kritiek op globalisme.
In een volgend deel maakt Ad Nuis verwijzingen naar Jettens vermeende lidmaatschap van de “globalistische Trilateral Commission van de David Rockefeller Fellows.” Hij noemt het een “eliteclubje” dat zou geloven dat democratie efficiënter kan “zonder de democratie.” Dit is de formulering van de columnist zelf: hij vat ermee samen hoe hij deze organisaties ziet.
Vanaf hier neemt de column een steeds sterker geladen toon aan. Nuis introduceert een wijsheid van zijn vader: “Als iemand het goed met je voorheeft, moet je uitkijken.” Daarmee sluit hij aan bij zijn eigen interpretatie van politieke motieven en macht.
Belastingen, klimaat en oorlog.
Ad Nuis verwijt Jetten dat hij “reislust afkoopt met extra vliegtax,” en stelt sceptisch dat belasting het milieu niet beschermt. Hij voorziet verdere polarisatie, schrijft dat de bevolking niet zit te wachten op hogere lasten, meer geld naar Oekraïne, meer oorlog, meer klimaatmaatregelen, migratie, duurdere zorg en “de invoering van digitaal geld.”
Ook hier beschrijft hij de toekomst in ferme woorden, zonder nuances of onderbouwing buiten zijn eigen overtuigingen. Deze elementen vormen de ruggengraat van de column: een reeks stellingen die als waarschuwingen worden gepresenteerd.
Kritiek op de politiek als geheel.
Nuis stelt vervolgens dat het “niet uitmaakt” of Nederland door rechts of links geleid wordt, of door Wilders of Jetten. Volgens zijn analyse komt Nederland door deze verkiezingsuitslag “nog steviger in de greep van Brussel en agenda 2030.” Hij beweert dat van die plannen “helemaal niets” terechtkomt en dat het vooral veel geld kost.
Hij stelt dat “de macht” met Jetten “weer tijd gekocht” heeft voordat burgers zouden inzien dat Den Haag “niets meer te zeggen heeft” en dat Nederland is “verkwanseld aan Brussel en de bankiers ver weg.” De column hanteert hierin een uitgesproken en sterk wantrouwende toon richting bestaande machtstructuren.
Politieke poppen en Thunderbirds.
Een opvallende passage gaat in op het motief van de pop. Nuis omschrijft Jetten als “een sprekende pop, een buikspreekpop, een etalagepop, een handpop,” en ziet “dunne draadjes” die hem volgens hem besturen. Hij vergelijkt Jetten met Virgil Tracy uit de serie Thunderbirds, die piloot is van Thunderbird 2. Daarbij vraagt hij zich af of Jetten de serie vroeger ook zag en of daar zijn “behoefte” ontstond om de wereld te redden. Dit is uiteraard een metafoor binnen de column, niet een feitelijke biografische informatie.
Coronaperiode en “onnozelen”.
In een lange passage blikt Ad Nuis terug op eerdere columns waarin hij diverse prominente personen uit de coronaperiode bekritiseerde. Hij noemt in zijn opsomming Mark Rutte, Hugo de Jonge, Arjan Lubach, Sigrid Kaag, Ab Osterhaus, Wim Voermans, Dick Schoof en Jan Willem van Prooijen. Hij beschrijft die columns als blijvend rondzwevend in het digitale universum.
Rob Jetten verdient volgens Ad nu ook een column, maar past daar niet helemaal in. Nuis introduceert vervolgens de term “onnozel,” die hij via de Van Dale definieert als iemand die “niet goed kan denken en weinig begrijpt,” die gemakkelijk vertrouwt en iets gelooft. Hij stelt dat onnozelen “in alle lagen van de bevolking” voorkomen en zelfs gevaarlijk zijn in gevaarlijke tijden omdat ze het gevaar niet zien.
Hij refereert aan meerdere politici die volgens hem in dit rijtje passen, waaronder Vincent Karremans en Ruben Brekelmans. Hij noemt voorbeelden die volgens hem hun onnozelheid illustreren, zoals een uitspraak van Karremans in 2021 over vaccinatieplicht en rijbewijzen. Hij schetst ook fictieve of verhalende scenario’s over hoe Brekelmans volgens hem met zijn dochter spreekt over dreiging uit Rusland, in een humoristisch-satirisch kader.
Sprookjes, Efteling en politieke val.
Nuis koppelt vervolgens sprookjes aan de politieke realiteit. Hij betoogt dat snelle opkomst ook snelle val kan betekenen, zoals volgens hem gebeurde bij Sigrid Kaag. Hij voorspelt dat Rob Jetten hetzelfde te wachten staat, omdat “mensen die in sprookjes geloven” beter een abonnement op de Efteling nemen.
Ook hier is de toon satirisch, cynisch en uitgesproken.
Een gedaantewisseling in de ogen.
De column sluit af met een observatie over Jettens uiterlijk en houding. Nuis schrijft dat Jetten doorgaans vriendelijk en onnozel lijkt, maar dat er soms iets “kwaadaarders” in zijn ogen zichtbaar wordt. Hij vergelijkt hem in dat moment met “Chucky,” het bekende horrorpersonage.
Dit is de conclusie van de column: een beeldspraak die de auteur gebruikt om zijn ongenoegen en wantrouwen te onderstrepen.
Slot
De column van Ad Nuis, volledig doordrenkt van satire, polemiek, overdrijving en wantrouwen, geeft inzicht in een wereldbeeld waarin politiek, media, macht en internationale organisaties deel uitmaken van een groter en diep zorgelijk geheel. Wat hier is gereconstrueerd, is een journalistieke weergave van die column: een document vol scherpe en soms karikaturale kritiek, door de auteur neergezet in kleurrijk taalgebruik, opgericht tegen de politieke leiders van dit moment.
Wie het leest, merkt dat de kracht van de tekst niet ligt in feitelijke analyse, maar in emotie, beeldspraak en retoriek. En wie het afsluit, voelt dat de scherpe slotzin van Nuis, waarin de politicus transformeert in een pop uit een horrorfilm, vooral bedoeld is om te schuren, te provoceren en te blijven hangen.
Daarmee rondt hij zijn column af, en ook wij sluiten hier af, bij de woorden en beelden die de auteur zelf koos, weergegeven zoals hij ze formuleerde. ■
Bron: via YouTube de andere krant.
