Op een herfstige avond in de studio van Jorn Luca vertelt Ewald Stöteler, al ruim 45 jaar homeopaat, met een kalmte die contrasteert met de stormen die zijn woorden oproepen. Hij spreekt niet slechts als behandelaar, maar als getuige. Getuige van patiënten die veranderen, van families die worstelen met ziekten die generaties overspannen, en van een medische wereld die volgens hem vaak de kern van gezondheid miskijkt. Zijn visie is controversieel, maar ook intrigerend: ziekte zit niet in de materie, maar in de levenskracht. En alleen wie de bron van die verstoring begrijpt, kan werkelijk genezen.
Van oncologie naar homeopathie: een keuze uit noodzaak.
Stöteler begon zijn loopbaan in het ziekenhuis, op de afdeling oncologie. Daar zag hij hoe patiënten in enkele maanden transformeerden tot schimmen van zichzelf. Chemotherapie, zegt hij, werkte vaker niet dan wel. “Hoe kun je iemand doodziek maken en dat beter noemen?” vroeg hij zich af. Het was die confrontatie die hem deed besluiten een andere weg te zoeken. In 1977 kwam hij in aanraking met homeopathie – en het liet hem nooit meer los.
De levenskracht en het zelfgenezend vermogen.
Waar de reguliere geneeskunde uitgaat van materie, anatomie, fysiologie, pathologie, kijkt homeopathie naar wat volgens Stöteler ontbreekt: de kiemkracht. Een kastanje die in de aarde uitgroeit tot een boom draagt iets in zich dat niet te reduceren is tot mineralen of moleculen. Hetzelfde geldt voor de mens. “De dokter kan mij niet beter maken. De homeopaat ook niet. Ik kan alleen mezelf beter maken,” zegt hij. Het zelfgenezend vermogen staat voor hem centraal, een principe dat volgens hem door onderdrukking met medicijnen verzwakt wordt.
Kritiek op de reguliere zorg.
Zijn kritiek is niet mals. Volgens Stöteler zorgt het onderdrukken van symptomen met antibiotica, chemotherapie of vaccins er juist voor dat de natuurlijke balans verder verstoord raakt. “De dokter maakt je kunstmatig beter, en daardoor word je natuurlijker ziek.” Bijwerkingen noemt hij geen bijwerkingen, maar werkingen – logische consequenties van ingrepen die de levenskracht niet herstellen, maar in de war schoppen.
Epigenetica* en de erfenis van ziekte.
Ewald gaat nog verder: veel ziekten zijn volgens hem geen losstaande incidenten, maar echo’s van epidemieën uit het verleden. Hij wijst op lepra, syfilis, tuberculose, ziekten die generaties lang hun sporen nalieten en volgens hem de basis vormen voor hedendaagse aandoeningen zoals reuma, auto-immuunziekten en zelfs kanker. “Ziektetendensen gaan epigenetisch over op volgende generaties. Dat is geen toeval, dat is overerving op een ander niveau dan het gen.”
*Epigenetica bestudeert veranderingen in genexpressie (hoe genen worden aan- en uitgezet) die plaatsvinden zonder dat de DNA-code zelf verandert. Deze veranderingen worden beïnvloed door omgevingsfactoren zoals stress, levensstijl en voeding, en kunnen zelfs doorgegeven worden aan volgende generaties. Het is het ‘besturingssysteem’ van je genoom, dat bepaalt welke genen actief zijn en welke niet, wat gevolgen kan hebben voor je gezondheid, ontwikkeling en gedrag.
Vaccins, vrijheid en de menselijke kern.
Zijn visie op vaccinaties is ronduit explosief in een tijd waarin medische autoriteiten hameren op de noodzaak ervan. Vooral de mRNA-vaccins ziet hij als een aanval op iets diepers dan alleen het lichaam: “Het RNA is onze vrijheid. Daar knoeien ze nu mee.” Hij claimt dat hij tijdens de coronaperiode honderden patiënten behandelde en nooit iemand verloor. Voor hem bewijst dit dat de sleutel tot gezondheid niet in externe middelen ligt, maar in het versterken van het immuunsysteem en de levenskracht.
Corona, controverse en praktijkervaring.
In de hectiek van de pandemie ontwikkelde Stöteler samen met internationale collega’s protocollen voor homeopathische behandeling van coronapatiënten. Hij vertelt hoe mensen uit ziekenhuizen bij hem kwamen met ernstige bijwerkingen van vaccins of langdurige klachten die men “long covid” noemt. In zijn praktijk zegt hij goede resultaten te zien met homeopathische middelen die het lichaam aanzetten tot herstel. Het maakt hem geliefd bij volgers, maar verguisd door critici die spreken van kwakzalverij.
De mens als immaterieel wezen.
Voor Stöteler is de kern van zijn werk dit: de mens is geen machine van cellen en moleculen, maar een geestelijk wezen dat zich uitdrukt via energie en vitaliteit. Symptomen zijn geen vijanden om uit te roeien, maar signalen die ons iets willen vertellen. “Ziekte is een verstoring van de levenskracht. Genezing is een herstel van die balans.” In zijn woorden klinkt zowel een waarschuwing als een belofte: wie de taal van de levenskracht leert verstaan, ontdekt dat gezondheid altijd van binnenuit komt.
Een blik vooruit: zorg in crisis.
Wat betekent dit voor de toekomst? Volgens Stöteler stevent de gezondheidszorg af op een onbetaalbare crisis. Ziekte wordt steeds meer bestreden met dure, onderdrukkende middelen, terwijl het fundament – de vitaliteit – verzwakt. Hij ziet een alternatief in de herwaardering van homeopathie en andere benaderingen die het zelfherstel ondersteunen. “Een homeopathische kit zou in ieder gezin aanwezig moeten zijn. Er is altijd wel wat.”
Het slotakkoord: een uitnodiging tot heroverweging.
Of men Stöteler ziet als pionier of als dwarsligger, één ding is zeker: hij dwingt ons na te denken. Wat is gezondheid? Wat is ziekte werkelijk? En hoeveel vrijheid hebben we om onszelf te genezen? In een wereld die steeds afhankelijker wordt van pillen, prikken en protocollen, klinkt zijn boodschap als een radicale uitnodiging om terug te keren naar de essentie: de levenskracht die ieder van ons draagt.■
Dit artikel is gebaseerd op het gesprek met Ewald Stöteler in The Trueman Show en zijn levenslange werk als homeopaat.
