Maar engelen bestaan wél.

Cartoonillustratie van Rypke Zeilmaker in een Café Weltschmerz-studio, terwijl hij het boek Een engel op je pad toont, omringd door scènes van vermeende engeleninterventies zoals verkeersreddingen, beschermengelen en symbolische licht- en schaduwfiguren.

Wie op kerstavond gedachteloos langs een podcast zapt, verwacht warmte, muziek en misschien een voorspelbaar verhaal. De kerstuitzending van Café Weltschmerz, gepresenteerd door Rypke Zeilmaker, kiest een andere opening. Met hoorbare ironie richt hij zich tot zijn publiek en plaatst hij direct het thema op tafel: de bewering dat engelen niet zouden bestaan. Volgens Zeilmaker is die uitspraak onjuist, en hij kondigt aan dat hij dit die avond wil onderbouwen. Niet met losse meningen, maar aan de hand van een boek, ervaringen en citaten uit het werk van de Nederlandse arts Hans Moolenburgh.

De kerstuitzending van Café Weltschmerz opent met een karakteristieke introductie van presentator Rypke Zeilmaker, die zijn publiek met ironie aanspreekt als “complotsmeders, complotdenkers” en “anti-institutioneel extremisten”. Het betreft, zo zegt hij, een speciale kerstuitzending waarin hij wil laten zien dat de bewering dat engelen niet zouden bestaan onjuist is. Daarbij verwijst hij naar de bekende songtekst “Maar engelen bestaan niet”, die volgens hem een verkeerd beeld heeft verspreid.

Als uitgangspunt voor deze uitzending gebruikt Zeilmaker het boek Een engel op je pad van de Nederlandse arts Hans Moolenburgh, die ongeveer acht jaar geleden overleed op 92-jarige leeftijd. In dit boek beschrijft Moolenburgh 101 engelenervaringen, gebaseerd op brieven van patiënten uit zijn medische praktijk. Hij vroeg hen expliciet of zij ooit een ervaring hadden gehad met een boodschapper of een beschermengel, bijvoorbeeld in situaties waarin zij op onverklaarbare wijze aan een ernstig ongeluk ontsnapten. Zeilmaker verbindt deze thematiek aan zijn eigen ervaringen en stelt dat hij volgens de gangbare natuurwetten meerdere keren had moeten overlijden bij verkeerssituaties. Hij omschrijft zichzelf daarbij als iemand die “technisch dood” had moeten zijn.

De uitzending staat in het teken van het boek Een Engel op je Pad uit 1995, waarin Moolenburgh 101 zogenoemde engelenervaringen beschrijft, geselecteerd uit ongeveer vijfhonderd meldingen van patiënten en briefschrijvers. Zeilmaker noemt het werk expliciet en positioneert het als de kern van zijn betoog. Moolenburgh, die 92 jaar oud werd en inmiddels is overleden, was arts en verzamelde deze ervaringen in zijn medische praktijk. Volgens Zeilmaker deed hij dat systematisch: hij vroeg patiënten of zij ooit iets hadden meegemaakt dat zij zelf als een engelenervaring beschouwden, zoals een wonderlijke redding of een onverwachte boodschapper op een cruciaal moment.

In het begin van de uitzending legt Zeilmaker uitvoerig uit wat onder zulke ervaringen wordt verstaan. Het gaat niet om fantasie of vrijblijvende spiritualiteit, maar om concrete situaties waarin mensen naar eigen zeggen op onverklaarbare wijze aan ernstig letsel of de dood ontsnapten. Hij citeert daarbij ook zichzelf als voorbeeld. Zeilmaker vertelt dat hij volgens de normale natuurwetten meerdere keren had moeten overlijden bij verkeersongevallen. “Ik zit hier eigenlijk als een technisch dode tegen jullie te spreken,” zegt hij, en voegt eraan toe dat hij deze ervaringen beschouwt als momenten waarop het “zijn tijd nog niet was”.

Volgens Zeilmaker maakt Moolenburgh in zijn boek een belangrijk onderscheid. Niet elk wonderlijk verhaal is automatisch een engelenervaring. Zo worden bekende verhalen over mysterieuze lifters langs de snelweg door Moolenburgh aangeduid als broodjeaapverhalen. Een engel, zo stelt hij op basis van Bijbelse principes, dringt zich niet zinloos of angstaanjagend op. Een boodschapper van God heeft een functie: bescherming bieden of een boodschap overbrengen die relevant is voor degene die het meemaakt. Angst, verwarring en sensatie zonder inhoud passen daar volgens Moolenburgh niet bij.

Om dit onderscheid te illustreren haalt Zeilmaker meerdere voorbeelden uit het boek aan. Eén daarvan speelt zich af in Limburg in 1982. Een gezin zit op het terras van een wegrestaurant wanneer hun jonge kind richting de snelweg rent. Terwijl de ouders in paniek achter het kind aan rennen, zien zij hoe een onbekend meisje het kind tegenhoudt en terugstuurt naar hen. Op het moment dat zij het kind veilig in hun armen hebben en haar willen bedanken, blijkt het meisje spoorloos verdwenen. Zeilmaker presenteert dit verhaal zonder commentaar of interpretatie, maar als een van de 101 casussen die Moolenburgh optekende.

Een ander voorbeeld komt uit de Pyreneeën, waar een busje tijdens een zware sneeuwstorm dreigt weg te glijden richting een ravijn. De bestuurder beseft dat hij geen sneeuwkettingen heeft omgelegd. Op het cruciale moment verschijnt volgens het verhaal een man uit de mist, die niet alleen helpt het voertuig onder controle te houden, maar ook de sneeuwkettingen aanbrengt. Zodra het gevaar is geweken en men hem wil bedanken, is ook hij verdwenen. Zeilmaker noemt dit “typische Moolenburghiaanse engelenervaringen”, waarbij volgens de betrokkenen sprake is van ingrijpen op het juiste moment.

Daarnaast verwijst hij naar meerdere gedocumenteerde gevallen waarin mensen een aanrijding met een vrachtwagen leken te vermijden doordat de tijd als het ware werd opgerekt. In een van die verhalen gaat een vrachtwagen schijnbaar door een auto heen, zonder fysieke botsing. Moolenburgh beschrijft dit als een moment waarop twee objecten elkaar misten op een manier die binnen de gangbare natuurwetten moeilijk te verklaren is.

Zeilmaker benadrukt dat Moolenburgh zelf niet naïef was. Hij bleef arts, stelde vragen en probeerde te onderscheiden wat geloofwaardig was en wat niet. Volgens Zeilmaker ligt daar de kern van de waarde van het boek: het combineert geloof met een nuchtere benadering. Moolenburgh stelde niet dat natuurwetten niet bestaan, maar dat er uitzonderingen kunnen optreden. Wonderen betekenen volgens deze visie niet dat alles willekeurig wordt, maar dat het wereldbeeld waarin alles uitsluitend materie is, onvolledig kan zijn.

In de uitzending wordt Moolenburgh ook geschetst als maatschappelijk betrokken arts. Zeilmaker noemt zijn rol binnen actiegroep De Watergeuzen, die zich verzette tegen het toevoegen van fluoride aan het drinkwater in Nederland. Ook wijst hij op Moolenburghs kritische houding tegenover elektromagnetische straling en zijn belangstelling voor natuurgeneeskunde. Dit alles wordt gepresenteerd als achtergrondinformatie die moet laten zien dat Moolenburgh niet alleen over engelen schreef, maar ook als arts en christen actief was in maatschappelijke discussies.

Verder maakt Zeilmaker in de uitzending onderscheid tussen wat hij beschrijft als goede en kwade manifestaties. Volgens hem kan een engel niet worden opgeroepen en dringt die zich niet op; een engel verschijnt uit genade en met een doel. Kwade machten daarentegen, zo stelt hij, proberen zich juist op te dringen. Hij vertelt dat hij zelf een dergelijke ervaring heeft gehad en dat dit voor hem een keerpunt was richting het christendom. Deze persoonlijke passage wordt gepresenteerd als verklaring voor zijn interesse in het werk van Moolenburgh, niet als algemeen bewijs.

De kerstuitzending eindigt met een terugkeer naar de kern: de bewering dat engelen zouden bestaan, gebaseerd op de verzamelde ervaringen van Moolenburgh en de uitleg daarvan door Zeilmaker. De presentator stelt dat deze verhalen laten zien dat achter het moderne, materialistische wereldbeeld ervaringen schuilgaan die door betrokkenen als wonderlijk en betekenisvol worden ervaren. Zonder een oproep tot geloof of ongeloof sluit hij af met een traditionele kerstgroet, waarin dankbaarheid en het samenzijn centraal staan.

Zo blijft de uitzending, en daarmee ook dit verslag, bij wat er feitelijk wordt gezegd: een kerstuitzending van Café Weltschmerz waarin Rypke Zeilmaker het boek Een Engel op je Pad bespreekt, de ervaringen van Hans Moolenburgh samenvat en deze plaatst binnen een bredere reflectie op geloof, wetenschap en uitzonderlijke gebeurtenissen. Wat de luisteraar daarmee doet, blijft open, maar de woorden zijn gesproken, vastgelegd en gedeeld, op een moment waarop velen juist even stilstaan bij wat hen heeft beschermd en gedragen.■

Bron: Cafe Weltschmertz | Maar Engelen bestaan wél!!! | Rypke Zeilmaker | Boekbespreking

Cartoonillustratie van Rypke Zeilmaker in een Café Weltschmerz-studio, terwijl hij het boek Een engel op je pad toont, omringd door scènes van vermeende engeleninterventies zoals verkeersreddingen, beschermengelen en symbolische licht- en schaduwfiguren.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *