De Onzichtbare Macht: Een Chronologisch Verslag van wat er wordt gezegd over de ‘Committee of 300’

Kleurrijke politieke cartoon met John Coleman die spreekt voor microfoons, omringd door symbolen van mondiale macht, oorlog, industrie, bevolkingskrimp, internationale instellingen en het boek ‘Committee of 300’.

Op een zaterdagochtend, ver weg van televisiestudio’s en dagelijkse krantenkoppen, verzamelt zich een publiek dat naar eigen zeggen op zoek is naar iets wat elders ontbreekt: een samenhangend verhaal over macht, besluitvorming en de richting waarin de wereld zich beweegt. In een video­reportage van Wake Up America krijgt dat verhaal vorm. Niet als debat, niet als opinie, maar als een lange uiteenzetting van uitspraken, historische verwijzingen en persoonlijke ervaringen van de Britse auteur en voormalig inlichtingenmedewerker (MI6) John Coleman. Wat volgt is een feitelijke weergave van wat in die reportage wordt gezegd.

‘Global 2000’ en bevolkingsreductie volgens de reportage.

In de video­reportage van Wake Up America wordt gesteld dat de zogenoemde Committee of 300 niet alleen economische en politieke processen aanstuurt, maar zich ook zou bezighouden met grootschalige bevolkingsreductie. Volgens wat daar wordt gezegd, zou dit doel worden nagestreefd via een combinatie van beperkte oorlogen in geïndustrialiseerde landen en honger en ziekten in ontwikkelingslanden.

In dat kader wordt verklaard dat Cyrus Vance, voormalig Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken, door de Committee of 300 de opdracht zou hebben gekregen een beleidsdocument op te stellen over de uitvoering van deze strategie. Dit document zou zijn verschenen onder de naam “Global 2000 Report”.

Volgens de reportage werd dit rapport aanvaard en goedgekeurd voor uitvoering door de toenmalige Amerikaanse president James Earl Carter en Edmund Muskie, destijds minister van Buitenlandse Zaken, namens de regering van de Verenigde Staten.

In het rapport zou worden gesproken over het overlijden van miljarden mensen wereldwijd tegen het jaar 2050, door middel van oorlog, voedseltekorten en ziekten. De betrokken bevolkingsgroepen worden in de reportage aangeduid met de term “useless eaters”. Tevens wordt gesteld dat het rapport voorziet in een reductie van de bevolking van de Verenigde Staten met 100 miljoen mensen tegen het jaar 2050.

Deze uitspraken worden in de reportage gepresenteerd als onderdeel van een bredere analyse van macht, beleid en wereldwijde besluitvorming, zoals die door John Coleman wordt uiteengezet.

Een introductie buiten de gebaande paden.

De bijeenkomst wordt geopend met een introductie die meteen de toon zet. Volgens de spreker is het “trieste” van deze tijd dat mensen op een zaterdagochtend fysiek moeten samenkomen om informatie te horen die zij niet via televisie of reguliere media krijgen. De introductie benadrukt dat de situatie waarin het land zich bevindt geen toeval is, maar het resultaat van langdurige planning en uitvoering. De boodschap aan het publiek is helder: wie wil begrijpen wat er gebeurt, moet zich informeren over wie er volgens deze visie werkelijk achter de schermen actief is.

John Coleman wordt daarbij neergezet als iemand die zich onderscheidt van andere sprekers. Niet alleen omdat hij boeken heeft geschreven, maar omdat hij volgens de introductie zelf aanwezig is geweest in de landen en regio’s waarover hij spreekt. Zijn werk zou gebaseerd zijn op jarenlange studie, archiefonderzoek en ervaring binnen de Britse inlichtingendiensten.

Achtergrond en positie van John Coleman.

Wanneer Coleman zelf het woord neemt, begint hij met een persoonlijke noot en een historische anekdote. Daarmee positioneert hij zich niet als iemand die angst wil zaaien, maar als iemand die, naar eigen zeggen, een boodschap van hoop brengt. Hij stelt dat zijn conclusies niet voortkomen uit snelle observaties, maar uit 25 jaar onderzoek en analyse.

Coleman beschrijft zijn loopbaan binnen de inlichtingendiensten en verwijst naar zijn onderzoek in onder meer het British Museum in Londen en archieven in Egypte. Volgens hem heeft dit werk geleid tot inzichten over machtsstructuren die zich boven nationale regeringen bevinden. Hij benadrukt dat hij zichzelf “paranoïde” noemt in de oorspronkelijke betekenis van het woord: iemand die in staat is ogenschijnlijk losse gebeurtenissen met elkaar te verbinden.

De kernstelling: een supranationale machtsstructuur.

Centraal in Colemans betoog staat het bestaan van wat hij noemt een “supranationale commissie” van 300 personen, door hem aangeduid als de Committee of 300, ook wel bekend als “the Olympians”. Hij zegt deze structuur te hebben ontdekt tijdens zijn diensttijd in Afrika, waar hij toegang kreeg tot documenten met een classificatieniveau boven de gebruikelijke topgeheim-niveaus.

Volgens Coleman werd hem daar duidelijk dat militaire en politieke operaties niet altijd dienden wat zij officieel beweerden te dienen. In plaats van het bestrijden van communistische invloeden, zouden sommige interventies juist gericht zijn geweest op het invoeren van socialistische regimes. Deze operaties zouden niet primair door nationale regeringen worden aangestuurd, maar door deze supranationale commissie.

Historische wortels volgens de reportage.

In de reportage wordt uitgebreid stilgestaan bij de historische oorsprong van deze vermeende machtsstructuur. Coleman verbindt de Committee of 300 aan de British East India Company, die hij beschrijft als een van de machtigste handelsorganisaties uit de geschiedenis. Volgens zijn relaas werd deze onderneming bestuurd door 300 personen met gelijke stemrechten, die gezamenlijk enorme rijkdom vergaarden, onder meer via de opiumhandel met China.

Hij stelt dat de winsten uit deze handel in bepaalde jaren groter waren dan de gecombineerde winsten van grote industriële ondernemingen. Deze rijkdom en organisatievorm zouden volgens hem de basis hebben gelegd voor een blijvende machtselite, waarvan de nazaten tot op de dag van vandaag invloed uitoefenen op wereldpolitiek en economie.

De rol van handel, industrie en ‘vrije markt’.

Een belangrijk onderdeel van Colemans betoog gaat over economische structuren. Hij bekritiseert het concept van vrijhandel zoals dat historisch zou zijn gepromoot door figuren als Adam Smith in dienst van Britse belangen. Volgens Coleman was vrijhandel geen neutraal economisch principe, maar een instrument om opkomende industrieën in andere landen te ondermijnen.

In de reportage wordt gesteld dat de Verenigde Staten in hun vroege geschiedenis juist groot zijn geworden door beschermende maatregelen, zoals invoertarieven. Presidenten als George Washington, Abraham Lincoln, James Garfield en William McKinley worden genoemd als voorstanders van handelsbarrières ter bescherming van nationale industrie. Het verhogen van dergelijke barrières zou volgens Coleman gepaard zijn gegaan met zware tegenstand, met uiteindelijk gewelddadige gevolgen voor sommige van deze leiders.

Nationale soevereiniteit en internationale organisaties.

Een terugkerend thema in de reportage is de afname van nationale soevereiniteit. Coleman stelt dat internationale verdragen en organisaties een steeds grotere rol spelen in besluitvorming die vroeger op nationaal niveau plaatsvond. Hij noemt structuren als de Verenigde Naties, de Wereldgezondheidsorganisatie en de uitbreiding van bevoegdheden binnen de Europese Unie als voorbeelden van deze ontwikkeling.

Volgens zijn uitleg past dit in een langer lopend proces dat gericht is op het creëren van een wereldwijde bestuursvorm, vaak aangeduid als een “one world government” of “new world order”. Deze term wordt in de reportage gebruikt om een centraal aangestuurde wereldorde te beschrijven, geleid door de Committee of 300.

Psychologische beïnvloeding en gedragssturing.

Naast economische en politieke structuren bespreekt Coleman ook psychologische aspecten. Hij beschrijft wat hij ziet als grootschalige gedragsbeïnvloeding via media, onderwijs en overheidsbeleid. In de reportage wordt gesproken over technieken die bedoeld zouden zijn om bevolkingen passief en volgzaam te maken.

Voorbeelden die worden genoemd zijn het gebruik van algoritmen op sociale media, het sturen van publieke debatten via gecentraliseerde mediakanalen en het toepassen van gedragswetenschappelijke principes in beleid. Deze elementen worden gepresenteerd als moderne vormen van psychologische oorlogsvoering, bedoeld om weerstand te verminderen.

Milieu en maatschappelijke transitie.

Ook milieubeleid komt aan bod in de reportage. Coleman stelt dat milieukwesties worden gebruikt als middel om consumptie te beperken en controle uit te oefenen op individuen. Hij verbindt dit aan wat hij omschrijft als een “zero growth”-agenda, waarbij economische groei bewust zou worden afgeremd.

Volgens de reportage vertaalt dit zich in beleidsmaatregelen die invloed hebben op reizen, voeding en eigendomsrechten. Deze ontwikkelingen worden gepresenteerd als onderdeel van een bredere strategie om maatschappelijke structuren te hervormen.

De rol van denktanks en niet-gekozen instituties.

In het betoog wordt verder gewezen op de invloed van denktanks en stichtingen die volgens Coleman buiten democratische controle opereren. Organisaties als de Club van Rome, het Royal Institute for International Affairs en andere instellingen worden genoemd als uitvoerende armen van de Committee of 300.

Volgens de reportage formuleren deze organisaties beleidslijnen die vervolgens door nationale regeringen worden overgenomen. De beslissingen zouden daarmee niet primair voortkomen uit verkiezingen of parlementaire debatten, maar uit overleg binnen deze netwerken.

Media, openbaarheid en informatie.

Een opvallend element in de reportage is de nadruk op wat volgens Coleman niet wordt verteld. Hij verwijst naar momenten waarop uitspraken over de Committee of 300 zouden zijn gedaan door prominente figuren, maar volgens hem snel uit de uitzending verdwenen. Als voorbeeld noemt hij een televisieoptreden waarbij camera’s werden weggedraaid na een specifieke opmerking.

Dit wordt gepresenteerd als illustratie van hoe informatie volgens deze visie wordt gefilterd en gecontroleerd. De boodschap aan het publiek is dat openbaarheid selectief zou zijn en dat bepaalde onderwerpen bewust buiten beeld blijven.

De oproep tot bewustwording.

Hoewel de reportage veel zware thema’s aansnijdt, benadrukt Coleman aan het einde van zijn betoog dat zijn boodschap niet bedoeld is om angst te zaaien. Hij stelt dat kennis en bewustwording essentieel zijn. Volgens hem ligt de eerste stap bij het begrijpen van de structuren die volgens zijn analyse bestaan.

De bijeenkomst en de video­reportage worden gepresenteerd als onderdeel van dat proces: het delen van informatie zoals die door de spreker wordt verwoord, zonder toevoeging van mening of oordeel door de makers.

Een verhaal dat blijft resoneren

De reportage van Wake Up America laat een lang en samenhangend verhaal zien, opgebouwd uit historische verwijzingen, persoonlijke ervaringen en interpretaties van actuele ontwikkelingen. Het is een verhaal dat volgens de spreker teruggaat tot eeuwenoude machtsstructuren en doorwerkt tot in hedendaagse politiek, economie en samenleving.

Wat blijft, is een chronologisch verslag van wat er wordt gezegd: over macht die zich onttrekt aan zicht, over besluitvorming die grenzen overschrijdt en over een wereldorde die volgens deze visie niet toevallig is ontstaan. En of men het nu ziet als waarschuwing, analyse of documentatie, de woorden uit deze reportage laten één ding duidelijk achter: volgens deze lezing is de geschiedenis nog altijd in beweging, gestuurd door krachten die zelden het daglicht zoeken.■

Bron: boek van John Coleman: Het verhaal van comité van 300.

Kleurrijke politieke cartoon met John Coleman die spreekt voor microfoons, omringd door symbolen van mondiale macht, oorlog, industrie, bevolkingskrimp, internationale instellingen en het boek ‘Committee of 300’.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *