Wanneer de massa haar stem verliest: een gesprek over collectieve hypnose en modern totalitarisme.

Cartoonachtige illustratie van een gesprek tussen Mattias Desmet en Dr. Louis Fouché, omringd door symbolen van massavorming, digitale controle, collectieve angst, media-invloed en moderne vormen van totalitarisme.

Er zijn gesprekken die niet beginnen met een schreeuw, maar met een stille onrust. Gesprekken die geen sensatie zoeken, maar proberen te begrijpen waarom samenlevingen zich gedragen zoals ze doen. In een uitgebreide YouTube-reportage spreekt de Franse arts en intensivist Dr. Louis Fouché met de Belgische klinisch psycholoog en hoogleraar Mattias Desmet. Het gesprek ontvouwt zich langzaam, maar laat een diepgaande analyse zien van moderne vormen van totalitarisme, de psychologie van massavorming en de maatschappelijke omstandigheden die zulke processen mogelijk maken.

Het interview vindt plaats naar aanleiding van de Franse vertaling van Desmets boek The Psychology of Totalitarianism, dat jarenlang door Franse lezers werd verwacht. De publicatie verliep niet zonder weerstand: het boek werd aan de Universiteit van Gent niet langer toegestaan als lesmateriaal. Volgens Desmet is dat opmerkelijk, juist omdat het boek in een gematigde toon is geschreven. Toch, zo stelt hij, raken sommige ideeën aan gevoelige zenuwen.

Een nieuw soort totalitarisme.

In het gesprek beschrijft Mattias Desmet wat hij ziet als een nieuw opkomend totalitair systeem. Niet in de klassieke vorm van openlijke dictatuur, maar als een globalistisch en technocratisch systeem, ondersteund door digitale controlemechanismen. Hij verwijst naar Europese initiatieven zoals wetgeving rond digitale diensten en democratische bescherming, die volgens hem bij nadere beschouwing kenmerken vertonen van een bredere surveillancestructuur.

Desmet benadrukt dat hij deze ontwikkelingen al vóór de coronacrisis bestudeerde. De pandemie versnelde volgens hem slechts processen die al langer gaande waren. Tijdens die crisis herkende hij patronen die historisch kenmerkend zijn voor totalitaire dynamieken, wat hem ertoe bracht zijn boek versneld af te ronden en te publiceren.

Geen dictatuur, maar iets anders

Een belangrijk onderscheid dat Desmet maakt, is dat tussen klassieke dictaturen en totalitaire systemen. In een dictatuur, zo legt hij uit, is de macht geconcentreerd bij een kleine groep die haar wil oplegt door geweld of dreiging. De bevolking gehoorzaamt uit angst, maar hoeft de ideologie niet te omarmen.

Totalitarisme werkt anders. Daar ontstaat eerst een proces van massavorming: een aanzienlijk deel van de bevolking raakt fanatiek overtuigd van een bepaald narratief. Die overtuiging is niet oppervlakkig, maar diep emotioneel verankerd. Mensen worden niet alleen onderworpen, zij worden actief deelnemer aan het systeem. Familieleden, buren en collega’s gaan elkaar controleren en rapporteren. De grens tussen burger en autoriteit vervaagt.

Historische voorbeelden illustreren dit mechanisme. Desmet verwijst naar Oost-Duitsland, waar na de val van het regime bleek dat een groot deel van de bevolking betrokken was bij de geheime dienst. Bijna iedereen ontdekte dat hij of zij was aangegeven door iemand uit de directe omgeving.

Massavorming en collectieve hypnose.

Centraal in Desmets analyse staat het begrip massavorming. Geïnspireerd door het werk van Gustave Le Bon en Hannah Arendt beschrijft hij hoe individuen in een massa hun kritische afstand verliezen. Zodra mensen deel uitmaken van zo’n formatie, worden zij volgens hem gekenmerkt door drie eigenschappen.

Ten eerste verdwijnt het vermogen om kritisch te denken ten opzichte van het dominante narratief. Zelfs wanneer dat narratief innerlijk tegenstrijdig of aantoonbaar absurd wordt, blijft het geloof erin intact.

Ten tweede ontstaat een opmerkelijke bereidheid tot zelfopoffering. Mensen zijn bereid hun welzijn, vrijheid en soms zelfs hun leven op te offeren voor het collectief en de ideologie die daarbij hoort.

Ten derde, en volgens Desmet het meest gevaarlijk, ontstaat radicale intolerantie tegenover afwijkende stemmen. Wie het dominante verhaal in twijfel trekt, wordt eerst uitgesloten en later mogelijk volledig ontmenselijkt.

Hij illustreert dit met voorbeelden uit de Sovjet-Unie en de Iraanse Revolutie, waar ouders hun eigen kinderen aangaven en daarvoor door het regime werden beloond. In zulke situaties, stelt Desmet, verdwijnt individuele moraal en blijft slechts een collectieve, ideologisch bepaalde moraal over.

De psychologische voedingsbodem.

Volgens Desmet ontstaat massavorming niet uit het niets. Zij wortelt in een langdurig proces dat hij, in navolging van filosoof Hegel, de atomisering* van de samenleving noemt. Mensen raken steeds meer los van elkaar. Sociale verbanden verzwakken, gemeenschappen vallen uiteen en een groot deel van de bevolking ervaart diepe eenzaamheid.

*Atomisering is het proces waarbij de sociale samenhang in een maatschappij uiteenvalt en hechte gemeenschappen plaatsmaken voor een verzameling losstaande individuen die eerder naast dan met elkaar leven.

Vlak vóór de coronacrisis voelde volgens internationale cijfers tussen de 40 en 60 procent van de mensen zich eenzaam. Politieke leiders erkenden dit probleem openlijk; in het Verenigd Koninkrijk werd zelfs een minister van Eenzaamheid aangesteld.

Naast sociale isolatie noemt Desmet het verlies van betekenis als cruciale factor. Een groot deel van de wereldbevolking beschouwt zijn werk als zinloos. Deze combinatie van eenzaamheid en betekenisloosheid leidt tot wat hij noemt ‘vrij zwevende angst’: een diffuus gevoel van spanning en onbehagen zonder duidelijk object.

Wanneer angst een vorm krijgt

In die toestand, legt Desmet uit, wordt een samenleving bijzonder ontvankelijk voor propaganda. Wanneer via massamedia een narratief wordt verspreid dat een duidelijke oorzaak aanwijst voor die angst, én een strategie biedt om ermee om te gaan, kan de vrij zwevende angst zich daaraan vasthechten.

Tijdens de coronacrisis gebeurde dat volgens hem op grote schaal. Angst werd gekoppeld aan het virus en aan maatregelen die moesten beschermen tegen dat gevaar. Mensen kregen een vijand, een doel en een gevoel van verbondenheid door het gezamenlijk volgen van regels en rituelen.

Desmet vergelijkt dit proces met individuele psychologische mechanismen. Net zoals een persoon met onverklaarbare angst een dwangmatige handeling kan ontwikkelen, zo ontwikkelt een samenleving een collectief symptoom. Dat symptoom biedt tijdelijke emotionele verlichting, ook al is het rationeel niet altijd verdedigbaar.

Absurditeit en volharding.

Een opvallend kenmerk van totalitaire systemen, aldus Desmet, is dat hun narratieven steeds absurdere vormen aannemen. Toch blijft het geloof erin bestaan. Hannah Arendt beschreef dit al in haar werk over totalitarisme: mensen verliezen het vermogen om afstand te nemen van het verhaal waarin zij geloven.

Volgens Desmet is dit geen kwestie van gebrek aan intelligentie, maar van emotionele nood. Mensen zoeken geen waarheid in de eerste plaats, maar een verhaal dat hun angst hanteerbaar maakt.

Geweld als katalysator.

In het gesprek benadrukt Desmet dat geweld geen oplossing biedt tegen totalitarisme. Integendeel, geweld versterkt het systeem. In een totalitaire context ligt het zwaartepunt niet bij de machthebbers, maar bij de massa die het narratief draagt. Het uitschakelen van politieke leiders verandert niets zolang de collectieve overtuiging intact blijft.

De rol van taal en spreken.

Hoewel het gesprek zich vooral richt op analyse, wijst Desmet ook op één fundamenteel mechanisme dat volgens hem altijd werkzaam blijft: spreken. Het openlijk en eerlijk uitspreken van wat men ziet en denkt, zonder geweld en zonder dwang, kan langzaam de greep van massavorming verzwakken.

Totalitaire systemen, zo stelt hij, dragen de kiem van hun eigen ondergang in zich. Door hun interne tegenstrijdigheden en hun afhankelijkheid van steeds intensere propaganda raken zij uiteindelijk uitgeput.

Een gesprek zonder oordeel.

Het gesprek tussen Dr. Louis Fouché en Mattias Desmet is geen pamflet en geen oproep tot actie. Het is een poging om te begrijpen hoe samenlevingen kunnen afglijden naar collectieve blindheid, en welke psychologische processen daarbij een rol spelen. De analyse blijft beschrijvend en baseert zich op historische voorbeelden, psychologisch onderzoek en waarnemingen uit recente crises.

Wie luistert naar deze reportage hoort geen eenvoudige antwoorden, maar een samenhangend kader dat verklaart waarom vrijheid soms niet verdwijnt door geweld, maar door instemming. En hoe kwetsbaar samenlevingen worden wanneer angst, isolatie en betekenisloosheid samenkomen.

In die zin eindigt het gesprek niet met een conclusie, maar met een constatering: totalitarisme begint niet bij macht, maar bij mensen die hun verbinding met elkaar en met betekenis zijn kwijtgeraakt, en pas daar, in die leegte, kan het wortel schieten.■

Bron: Dr. Louis Fouche YouTube

Cartoonachtige illustratie van een gesprek tussen Mattias Desmet en Dr. Louis Fouché, omringd door symbolen van massavorming, digitale controle, collectieve angst, media-invloed en moderne vormen van totalitarisme.

2 gedachten over “Wanneer de massa haar stem verliest: een gesprek over collectieve hypnose en modern totalitarisme.

  1. Een prima samenvatting in voor mij begrijpelijke taal van het werk van Mathias Desmet.
    Zien we al breuken ontstaan of zijn we nog niet op het hoogtepunt?
    Soms denk ik dat de massa aan het kantelen is en dan hoor ik duiders als Martin Sommer en Robin de Boer bij de Nieuwe Wereld die nog altijd in het narratief hangen.
    Maar goed, ik blijf hoop en vertrouwen houden in een goede afloop.

    1. Dank voor je reactie Frans, en fijn om te lezen dat het artikel helpt om het werk van Mattias Desmet toegankelijk te maken. Wat betreft je vraag over breuken of een mogelijk hoogtepunt: in het gesprek waar dit artikel op is gebaseerd wordt vooral benadrukt dat massavorming geen lineair proces is. Er zijn momenten van versterking én momenten van verzwakking, vaak tegelijkertijd. Dat kan het gevoel geven dat “de massa kantelt”, terwijl andere stemmen en platforms het dominante narratief blijven herhalen of nuanceren binnen dezelfde kaders. Ik heb zelf niet scherp gelet op hoe Martin Sommer en Robin de Boer zich precies positioneren, maar ik herken wel wat je zegt: binnen bredere platforms zoals De Nieuwe Wereld bestaan verschillende invalshoeken naast elkaar. Voor mij blijft het een waardevolle bron, juist omdat er ruimte is voor langere gesprekken en context. Tegelijk kies ik er, net als jij beschrijft, voor niet alles te delen of te volgen, simpelweg omdat de hoeveelheid informatie anders overweldigend wordt. Wat Desmet in zijn analyse vooral laat zien, is dat echte verschuivingen vaak niet spectaculair of plotseling zijn. Ze voltrekken zich langzaam, via kleine breuken: mensen die weer met elkaar in gesprek gaan, die twijfels uitspreken, of die zich minder laten meeslepen door angst en morele druk. In die zin is hoop geen voorspelling van een uitkomst, maar eerder een houding: blijven waarnemen, blijven spreken, en niet alles reduceren tot 1 verhaal. Deze heb ik niet gedeelt omdat het teveel zou worden, maar jij mag hem zien:
      https://www.vrijheidsberoving.eu/blog/sancties-stilte-en-macht-een-jaar-dat-eindigt-zonder-geruststelling/ Dank voor het meedenken en het delen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *