De rekensom die het land verdeelt: hoe stikstofmodellen, wetenschap en politiek botsen in Nederland.

Cartoon van een stikstofdebat in Nederland waarin wetenschappers, media, politiek en boeren samenkomen rond onzekerheid over rekenmodellen, met symbolen zoals grafieken, rapporten, een tractor en protestborden.

Op een vrijdagochtend, terwijl de camera’s draaien en de koffie nog warm is, wordt een vraag gesteld die veel verder reikt dan de muren van de studio. Niet over stikstof alleen, niet over boeren of beleid, maar over iets fundamentelers: wat gebeurt er als een model de werkelijkheid moet vertegenwoordigen, en wat als dat model zelf ter discussie staat?

In een gezamenlijke uitzending van Café Weltschmerz en De Andere Krant, getiteld De Andere Tafel, bespreken presentator Sander Compagner, columnist Pieter Stuurman en hoogleraar waarschijnlijkheidsrekening Ronald Meester de rol van wetenschappelijke modellen in het stikstofbeleid en de bredere implicaties voor wetenschap en politiek. De uitzending, waarin een recent rapport van Meester centraal staat, raakt aan vragen die inmiddels het hart van het Nederlandse beleid raken.

Een model als fundament van beleid.

Centraal in het gesprek staat het OPS-rekenmodel*, een instrument dat wordt gebruikt om stikstofdepositie te berekenen. Dit model wordt toegepast op microniveau: om te bepalen hoeveel stikstof een individueel agrarisch bedrijf bijdraagt aan de belasting van een specifiek natuurgebied. Op basis van deze berekeningen worden beleidsbesluiten genomen, waaronder vergunningverlening, beperkingen en in sommige gevallen bedrijfsbeëindiging.

*Het OPS-model in het kort
Het Operationele Prioritaire Stoffen (OPS) model is het officiële rekenmodel van het RIVM. Het berekent hoe stoffen zoals stikstof zich door de lucht verspreiden en waar ze neerkomen (depositie).

Door emissiecijfers te combineren met weerdata en landschapskenmerken, vormt dit model de wetenschappelijke basis voor het Nederlandse natuur- en stikstofbeleid.

Ronald Meester, hoogleraar waarschijnlijkheidsrekening en statistiek aan de Vrije Universiteit, werd gevraagd om onderzoek te doen naar de onzekerheden binnen deze modellering. De opdracht kwam van de staatssecretaris, die inzicht wilde in de betrouwbaarheid van de berekeningen en de rol van onzekerheid daarin. Volgens Meester is zijn vakgebied bij uitstek geschikt voor dergelijke analyses, omdat het zich richt op onzekerheid en de relatie tussen modellen en werkelijkheid.

Wat hij aantrof, riep fundamentele vragen op. Het model is deterministisch: er wordt data ingevoerd en er volgt een uitkomst. Maar volgens Meester betekent dit niet dat die uitkomst een betrouwbare representatie van de werkelijkheid is. In zijn analyse concludeerde hij dat het model op microniveau geen betrouwbare uitspraken kan doen over individuele bedrijven en hun daadwerkelijke stikstofdepositie. De belangrijkste reden daarvoor is dat de werkelijke depositie niet direct meetbaar is, waardoor het model niet kan worden gevalideerd.

Daarnaast verklaarden betrokkenen volgens Meester zelf dat afwijkingen tussen modeluitkomsten en werkelijkheid kunnen oplopen tot 70, 80 of zelfs 90 procent. Dit betekent dat de berekeningen een grote mate van onzekerheid bevatten, terwijl ze toch worden gebruikt als basis voor juridische en beleidsmatige beslissingen.

De gevolgen voor boeren en beleid.

De implicaties van deze modellering zijn aanzienlijk. Wanneer de berekende stikstofdepositie volgens het model boven een kritische grens ligt, kunnen maatregelen volgen. Bedrijven kunnen worden verplicht hun activiteiten aan te passen, te stoppen of uitgekocht te worden. Volgens Meester worden dergelijke beslissingen genomen op basis van modelresultaten die volgens zijn analyse niet voldoende betrouwbaar zijn voor dergelijke toepassingen.

Het model zelf is opgenomen in de wet, wat betekent dat beleidsverandering niet eenvoudig kan plaatsvinden. Zelfs als er twijfel ontstaat over de betrouwbaarheid van het model, vereist het verwijderen of vervangen ervan een wijziging van de wetgeving.

Het rapport van Meester kreeg aandacht op provinciaal niveau, waar politieke organisaties en vertegenwoordigers uit de agrarische sector het gebruikten om vragen te stellen over het beleid en de onderliggende aannames. Hoewel het rapport volgens Meester mogelijk niet direct tot beleidsverandering leidt, blijft het onderdeel van het publieke en politieke debat.

Wetenschap, consensus en kritiek.

Naast de technische analyse van het model raakt het gesprek aan een bredere discussie over de rol van wetenschap in de samenleving. Meester stelt dat wetenschap zich niet moet baseren op consensus, maar op kritische analyse en voortdurende toetsing. Consensus beschouwt hij als een politiek begrip, niet als een wetenschappelijk criterium. Wetenschap, zo stelt hij, moet ruimte bieden voor afwijkende inzichten en kritiek.

Hij wijst erop dat wetenschappelijke modellen altijd vereenvoudigingen zijn van de werkelijkheid. Ze bevatten aannames, keuzes en onzekerheden. Statistiek en waarschijnlijkheidsrekening bieden methoden om met onzekerheid om te gaan, maar kunnen deze nooit volledig elimineren. Wetenschap kan inzichten bieden, maar geen absolute zekerheid.

Volgens Meester ontstaat spanning wanneer wetenschap wordt gebruikt om politieke beslissingen te legitimeren. Politici moeten besluiten nemen, ook wanneer de onderliggende wetenschap onzeker is. In zulke gevallen kan wetenschap een rol spelen als informatiebron, maar blijft de verantwoordelijkheid voor het besluit bij de politiek liggen.

De reactie van media en politiek.

Het rapport van Meester leidde tot reacties vanuit de politiek en media. Volgens hem richtten veel van deze reacties zich niet op de inhoud van het rapport, maar op het proces en de omstandigheden waaronder het tot stand kwam. Hij stelt dat zijn conclusies inhoudelijk niet zijn weerlegd, maar dat de discussie zich vaak richtte op andere aspecten, zoals zijn onafhankelijkheid of de intenties van de opdrachtgever.

Meester benadrukt dat zijn rapport is beoordeeld door andere wetenschappers en dat de review leidde tot enkele kleine aanpassingen, zonder de hoofdconclusies te veranderen. Hij stelt dat dit proces onderdeel is van de normale wetenschappelijke methode, waarin onderzoek wordt bekritiseerd, beoordeeld en indien nodig aangepast.

De aard en grenzen van wetenschap.

Het gesprek verschuift vervolgens naar een meer filosofische reflectie op wetenschap zelf. Volgens Meester bestaat er geen vaste, universele wetenschappelijke methode. Wetenschap is een menselijke activiteit, gevormd door keuzes, interpretaties en context. Zelfs statistische analyses vereisen interpretatie en bevatten subjectieve elementen.

Wetenschap kan volgens hem geen normatieve uitspraken doen over wat “moet” gebeuren. Dat zijn politieke en ethische keuzes. Wetenschap kan informatie leveren, maar niet bepalen welke keuzes juist zijn. Wanneer wetenschap wordt gepresenteerd als bron van absolute waarheid, ontstaat volgens hem een misvatting over de aard van wetenschap.

De rol van wetenschappers en de toekomst van het debat.

Volgens Meester moeten wetenschappers zich bewust blijven van de beperkingen van hun werk en eerlijk communiceren over onzekerheden. Hij roept op tot een open debat waarin inhoudelijke argumenten centraal staan en waarin kritiek wordt beantwoord met analyse in plaats van persoonlijke aanvallen.

Hij beschrijft zichzelf niet als optimistisch, maar wel als hoopvol. Volgens hem ligt de sleutel bij politici en leiders die begrijpen wat wetenschap kan en niet kan doen, en die verantwoordelijkheid nemen voor hun beslissingen in plaats van zich volledig op wetenschappelijke autoriteit te beroepen.

Een rekensom zonder definitief antwoord.

Het gesprek eindigt zonder definitieve conclusie, maar met een erkenning van de complexiteit van de situatie. Modellen blijven nodig om complexe systemen te begrijpen. Tegelijkertijd blijft de vraag bestaan hoe betrouwbaar die modellen zijn en hoe ze moeten worden gebruikt.

De stikstofkwestie is daarmee niet alleen een milieuprobleem of een politieke kwestie, maar ook een vraagstuk over de aard van wetenschap zelf. Wat is meetbaar, wat is zeker, en wat blijft interpretatie?

In een tijd waarin cijfers en modellen steeds vaker richting geven aan beleid, blijkt dat zelfs de meest geavanceerde berekeningen uiteindelijk afhankelijk blijven van menselijke keuzes, aannames en interpretaties. En misschien is dat de belangrijkste les van het debat: dat achter elke rekensom een werkelijkheid schuilt die zich niet volledig laat vangen in getallen, maar voortdurend vraagt om kritische reflectie, open discussie en de bereidheid om vragen te blijven stellen.■

Bron: Ga dan naar: https://www.cafeweltschmerz.nl/videos/

Cartoon van een stikstofdebat in Nederland waarin wetenschappers, media, politiek en boeren samenkomen rond onzekerheid over rekenmodellen, met symbolen zoals grafieken, rapporten, een tractor en protestborden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *