Een ogenschijnlijk simpel Teletekst-bericht over drinkwater zette een veel grotere discussie opnieuw op scherp. Op pagina 108 verscheen het bericht dat waterbedrijf Vitens waarschuwt voor een dreigend tekort aan drinkwater als er geen nieuwe bronnen en infrastructuur bijkomen. Volgens het bedrijf gebeurt het steeds vaker dat er meer water wordt gevraagd dan geleverd kan worden. Klimaatverandering zou dat versterken. Het verbruik per persoon daalde vorig jaar wel iets naar 119,1 liter per dag, maar dat zou volgens Vitens nog niet genoeg zijn. Meer water oppompen is volgens het bedrijf niet eenvoudig. Daardoor zouden nieuwbouwwoningen en bedrijven in de toekomst niet altijd direct een drinkwateraansluiting kunnen krijgen.
Ik ken verschillende mensen werkzaam 'in het drinkwater' om het zo te zeggen.
Die vertellen desgevraagd en afzonderlijk van elkaar steevast dat Nederland ongeveer het laatste land op aarde is dat zonder drinkwater kan komen te zitten
Die boodschap werd gedeeld door CircusRudolf via X, voorzien van de bekende Teletekst-afbeelding. De reactie onder de tweet gaf direct een totaal andere invalshoek. Hij schreef dat hij verschillende mensen kent die werkzaam zijn “in het drinkwater” en dat die afzonderlijk van elkaar steevast hetzelfde zeggen: Nederland is ongeveer het laatste land op aarde dat zonder drinkwater zou komen te zitten. Volgens hem is ook dit verhaal van Vitens onderdeel van wat hij noemt de angstporno-agenda van Bilderbergers en Weffers. Zijn afsluiting was eenvoudig: laat je niet gek maken, of tenminste niet nóg gekker.
Die tweet werd de trigger voor een bredere analyse. Want de discussie gaat uiteindelijk niet over de vraag of Nederland morgen letterlijk zonder water zit. Het gaat over iets fundamentelers: wie bepaalt toegang, onder welke voorwaarden, en hoe afhankelijk wordt de burger van centrale systemen.
Die gedachte werd versterkt door gesprekken met mensen uit de praktijk. Onder anderen een collega die hiervoor heeft gestudeerd en jarenlang milieucontroleur was, gaf exact dezelfde reactie. Zijn conclusie was helder: Nederland is ongeveer het laatste land ter wereld dat fysiek zonder drinkwater zou komen te zitten. Dat sluit direct aan bij wat ook andere mensen uit de sector zeggen. Niet een werkelijk tekort aan water vormt het kernprobleem, maar iets anders.
Tegelijk was er ook een korte uitlegclip van Vitens zelf op YouTube met de titel: “Hoezo drinkwatertekort, Nederland is toch een waterland?” In die video legt Vitens uit waarom een land dat wereldwijd bekendstaat om waterbeheer toch met een drinkwatertekort te maken kan krijgen.
Volgens Vitens zijn daar drie belangrijke oorzaken voor. Ten eerste komen er steeds meer mensen, huizen en bedrijven bij, en die hebben allemaal drinkwater nodig. Ten tweede zorgen klimaatveranderingen (niet bewezen) voor vaker voorkomende warme en droge zomers. Het water verdampt sneller en mensen gebruiken meer drinkwater door bijvoorbeeld hun tuin te sproeien, vaker te douchen en zwembaden te vullen. Ten derde zijn er steeds vaker natte winters. Regenwater wordt snel afgevoerd om droge voeten te houden, maar daardoor ontstaat in de zomer een tekort aan water dat nodig is om drinkwater van te maken, maar ook voor natuur en landbouw. Zo kan Nederland als waterland volgens Vitens toch een drinkwatertekort krijgen en moet drinkwater alleen worden gebruikt waar het echt voor nodig is. Allemaal vrij onbewezen uitspraken van Vitens dus.
Juist deze uitleg maakt het onderscheid duidelijk tussen fysiek water en bestuurlijk drinkwater. Nederland heeft rivieren, grondwater, regen, het IJsselmeer en grote watercapaciteit. Het probleem zit volgens Vitens niet in het letterlijk opdrogen van het land, maar in infrastructuur, winning, vergunningen en distributie. Dat is een fundamenteel andere boodschap dan het beeld van een land dat zonder water komt te zitten.
En precies daar sluit een veel oudere analyse op aan, die jaren geleden al werd beschreven door Rosa Koire.
In een YouTube-rapportage van Spiro Skouras voor CSTV en Café Weltschmerz werd Rosa Koire uitgebreid geïnterviewd over Agenda 21 van de Verenigde Naties en de latere Agenda 2030. De titel van die publicatie luidde: “De verborgen agenda achter de verwoesting van onze samenleving.” In de beschrijving werd uitgelegd dat Spiro Skouras een topdeskundige op het gebied van Agenda 21 interviewde, een programma dat ook door Nederland is ondertekend en wordt uitgevoerd.
Rosa Koire werd in het interview voorgesteld als executive director van het Post Sustainability Institute, voormalig forensisch adviseur op het gebied van commercieel vastgoed en gespecialiseerd in eminent domain valuation. Ze werkte bijna dertig jaar bij het California Department of Transportation en werd bekend door haar onderzoek naar de impact van duurzame ontwikkeling op eigendomsrechten en individuele vrijheid. Ze is auteur van het boek “Behind the Green Mask”.
In het gesprek legde zij uit dat Agenda 21 het actieplan is, de blauwdruk en het uitgebreide plan dat in 1992 door 178 landen plus de Heilige Stoel werd ondertekend. Volgens haar is het het plan van de Verenigde Naties om alle land, water, planten, mineralen, bouw, productiemiddelen, voedsel, energie, wetshandhaving, onderwijs, informatie en uiteindelijk ook mensen zelf te inventariseren en te controleren.
Zij omschreef het als een inventarisatie- en controleplan. Het gaat volgens haar over data delen, geld verplaatsen van ontwikkelde landen naar minder ontwikkelde landen en uiteindelijk over het vernietigen van de mogelijkheid om nog werkelijk een stem te hebben. Representatieve democratie verschuift volgens haar naar governance. Macht wordt verplaatst van lokale gemeenschappen en individuen naar een systeem van mondiale governance.
Volgens Koire gebeurt dat niet ineens, maar stap voor stap. Het is een lang proces waarin bestaande structuren worden afgebroken en vervangen. Zij beschreef het als een plan van transformatie en controle dat nu zichtbaar wordt.
Daarbij maakte zij een belangrijk onderscheid tussen Agenda 21 en Agenda 2030. Agenda 21 is volgens haar het plan voor de hele 21e eeuw, een periode van honderd jaar. Agenda 2030 is daarin slechts een dertigjarige mijlpaal. De jaren 2020, 2025, 2030 en 2050 zijn volgens haar sleutelpunten binnen dat grotere traject. De volledige afronding verwacht zij rond 2050.
Ze stelde dat veel mensen denken dat Agenda 21 is vervangen door Agenda 2030, terwijl Agenda 2030 volgens haar slechts een PR-herverpakking is van hetzelfde proces. De term duurzame ontwikkeling, sustainable development, is volgens haar simpelweg Agenda 21 onder een andere naam.
Zij wees erop dat dit plan wereldwijd is, maar lokaal wordt uitgevoerd. Daardoor lijkt het een lokaal project terwijl het onderdeel is van een bredere structuur. In steden wordt het vaak verkocht onder termen als duurzame ontwikkeling, regionale planning, smart cities of groene transformatie. Volgens haar wordt het zelden openlijk Agenda 21 genoemd, maar is het wel degelijk aanwezig in gemeentelijke besluitvorming.
Ook klimaatverandering kreeg in het interview een centrale plaats. Koire stelde dat een mondiale crisis altijd een mondiale reactie rechtvaardigt, en dat precies daarin de kracht ligt van klimaatbeleid. Eerst global warming, daarna global cooling en vervolgens climate change; volgens haar verandert de verpakking, maar blijft de bestuurlijke functie hetzelfde. Een wereldwijde crisis legitimeert wereldwijde governance.
Zij trok dezelfde lijn door naar pandemieën. Volgens haar werd ook COVID-19 gebruikt binnen datzelfde model: een mondiale crisis vraagt om een mondiale reactie. Angst en urgentie zorgen ervoor dat mensen sneller accepteren wat onder normale omstandigheden veel meer weerstand zou oproepen.
De koppeling met water wordt hier zichtbaar.
Vitens zegt niet dat Nederland fysiek droogvalt. Het zegt dat uitbreiding van capaciteit afhankelijk is van infrastructuur, vergunningen, winlocaties, natuurregels en bestuurlijke beperkingen. Er is vaker meer vraag dan geleverd kan worden binnen het huidige systeem.
Dat betekent dat het probleem niet absolute schaarste is, maar gereguleerde schaarste.
Dat patroon is niet uniek voor water.
Bij stikstof is er geen gebrek aan land, maar een gebrek aan vergunningen.
Bij elektriciteit is er geen gebrek aan energiepotentie, maar netcongestie voorkomt nieuwe aansluitingen.
Bij woningbouw is er geen gebrek aan behoefte, maar infrastructuur en regelgeving blokkeren realisatie.
Bij raffinaderijen werd eerder hetzelfde zichtbaar: niet een gebrek aan ruwe olie, maar kwetsbaarheid in raffinage en distributie bepaalt de crisis.
Bij water verschijnt opnieuw exact hetzelfde mechanisme.
Niet bezit, maar toegang.
Niet overvloed, maar beheer.
Zodra toegang tot basisvoorzieningen afhankelijk wordt van gecentraliseerde systemen, verschuift ook macht. Dan wordt drinkwater niet langer alleen een vanzelfsprekende publieke voorziening, maar een beheerd gebruiksrecht. Dan volgen gedragssturing, verbruiksnormen, prioritering, slimme meters, variabele tarieven en conditionele toegang.
Dat is precies waar Koire voor waarschuwde.
Niet één spectaculair complot, maar een langzaam systeem waarin autonomie verdwijnt via regels, infrastructuur en centrale planning.
Ook haar analyse van smart cities en stedelijke verdichting sloot daarop aan. Volgens haar worden mensen vanuit landelijke en suburbane gebieden richting hoge dichtheid in stedelijke centra gestuurd, waar controle, beheer en surveillance eenvoudiger worden. Gebouwen, infrastructuur en digitale monitoring worden daarin centrale instrumenten.
Zij verwees daarbij naar projecten als smart cities, Strong Cities Network en Alphabet’s Sidewalk Labs, waar tracking, data en volledige leefomgeving samenkomen in één beheersmodel. Volgens haar ontstaat daarmee een moderne panopticon-structuur waarin vrijwel elk aspect van het dagelijks leven meetbaar en bestuurbaar wordt.
In dat kader sprak zij ook over kunstmatige intelligentie, digitale politie, sociale kredietsystemen en de verschuiving van fysieke controle naar technocratische governance. Volgens haar had de technologie simpelweg tijd nodig om het oorspronkelijke plan in te halen.
De fout in het publieke debat is volgens deze analyse dat beide kampen het te simpel maken. De ene kant roept onmiddellijk dat er een drinkwatercrisis is en dat beperkingen noodzakelijk zijn. De andere kant roept dat er helemaal geen probleem is en dat alles complete onzin is. Beide missen de kern. De vraag is niet of Nederland morgen zonder drinkwater zit.
De vraag is wie bepaalt toegang, onder welke voorwaarden, en hoe afhankelijk burgers worden van infrastructuur die niet langer vanzelfsprekend beschikbaar is. Daar ligt de echte betekenis van het Vitens-verhaal. Niet als paniekbericht over lege kranen, maar als zichtbaar voorbeeld van een bredere verschuiving: van bezit naar beheer, van autonomie naar afhankelijkheid, van fysieke overvloed naar bestuurlijke schaarste.
Wat jaren geleden in het interview van Spiro Skouras met Rosa Koire werd beschreven als een theoretisch model rond Agenda 21 en Agenda 2030, wordt voor steeds meer mensen herkenbaar in de dagelijkse werkelijkheid. Niet alleen bij energie. Niet alleen bij woningbouw. Niet alleen bij voedsel. Ook bij water.
En precies daarom was dat kleine Teletekst-bericht veel groter dan het op het eerste gezicht leek.■