“Of iets klopt of niet lijkt, niet alleen voor onze regering, maar ook voor veel onderzoeksinstellingen niet langer van belang te zijn.” Met die woorden opent Tweede Kamerlid Pepijn van Houwelingen een uitgebreide videoboodschap waarin hij kritiek uit op de manier waarop volgens hem onderzoek, wetenschap en opiniepeilingen worden gebruikt binnen politiek en bestuur. De video verscheen via een YouTube-reportage gedeeld in een tweet van Pepijn van Houwelingen en draait grotendeels om de zogenoemde Eurobarometer, een opinieonderzoek van de Europese Unie.
Volgens Van Houwelingen wordt de Eurobarometer* binnen de Nederlandse politiek regelmatig aangehaald in Kamerbrieven, beleidsstukken en onderzoeken. Hij stelt dat er ernstige kritiek bestaat op de methodologie van het onderzoek en dat die kritiek onvoldoende serieus wordt genomen door de regering. In de video verwijst hij onder meer naar wetenschappers van het Max Planck Instituut, die de Eurobarometer volgens hem hebben omschreven als propaganda van de Europese Unie omdat het onderzoek een te positief beeld van de EU zou schetsen. Daarnaast haalt hij analyses aan van Boris de Hond, die volgens hem zou hebben geconcludeerd dat bepaalde groepen, zoals hoger opgeleiden en links georiënteerde respondenten, oververtegenwoordigd zijn in de enquêtes.
*De Eurobarometer is het officiële peilingsinstrument van de Europese Unie dat sinds 1974 de publieke opinie in alle lidstaten meet. De Europese Commissie gebruikt deze grootschalige opinieonderzoeken om trends, waarden en de houding van burgers ten opzichte van Europese vraagstukken in kaart te brengen. Meerdere keren per jaar worden tienduizenden Europeanen via representatieve steekproeven ondervraagd over uiteenlopende onderwerpen. De Standaard Eurobarometer volgt langetermijntrends zoals het algemene vertrouwen in de EU, terwijl Speciale en Flash Eurobarometers dieper ingaan op actuele thema’s zoals klimaat, digitalisering of acute crises. De verzamelde data geven burgers een stem en helpen Europese beleidsmakers om wetgeving en campagnes beter af te stemmen op de behoeften van de samenleving.
Van Houwelingen noemt het zorgelijk dat de Eurobarometer volgens hem ondanks deze kritiek nog steeds wordt gebruikt door onder meer het CBS en andere overheidsinstanties. In een debat confronteert hij een minister met deze bezwaren. De minister benadrukt daarin dat het kabinet zich niet uitsluitend baseert op de Eurobarometer, maar op meerdere onderzoeken, opiniepeilingen en beleidsstukken. Ook wijst de minister erop dat de methodologie van de Eurobarometer openbaar is en dat de organisatie zelf verantwoordelijk is voor het verwerken van eventuele kritiek.
Van Houwelingen reageert daarop door te stellen dat het volgens hem niet mogelijk is om een volgens hem “vervuild onderzoek” te blijven gebruiken zonder inhoudelijk op de kritiek in te gaan. Hij schetst drie opties: de kritiek weerleggen, stoppen met het gebruik van de Eurobarometer of nader onderzoek doen naar de geuite bezwaren. Volgens hem doet het kabinet geen van die drie. Tijdens het debat stelt hij dat de regering de kritiek niet inhoudelijk onderbouwt weerlegt, terwijl de Eurobarometer volgens hem wel een dominante rol speelt in politieke communicatie en beleidslegitimatie.
De minister antwoordt dat de regering en Van Houwelingen “van mening verschillen” over de kwaliteit van het onderzoek. Daarbij benadrukt de minister opnieuw dat de Eurobarometer slechts één van de vele bronnen is die worden gebruikt om inzicht te krijgen in maatschappelijke opvattingen. Volgens de minister is het in de eerste plaats aan de organisatie achter de Eurobarometer zelf om kritiek op de methodologie te beantwoorden en eventuele verbeteringen door te voeren.
Van Houwelingen wijst er vervolgens op dat volgens hem de Europese Commissie geen belang zou hebben bij fundamentele aanpassingen aan een onderzoek dat een positief beeld van de EU laat zien. Hij noemt het volgens eigen zeggen “zorgelijk” dat kritiek vanuit wetenschappelijke hoek niet leidt tot concrete actie vanuit het kabinet. In het debat vraagt hij daarom om een brief waarin de regering inhoudelijk uitlegt waarom de aangehaalde kritiek volgens haar niet doorslaggevend is.
Later in het debat zegt de minister toe zich opnieuw te verdiepen in de Eurobarometer en de kritiek daarop. Tegelijkertijd geeft hij aan dat het kabinet de kritiek niet op dezelfde manier weegt als Van Houwelingen. Volgens de minister is er op dat moment onvoldoende aanleiding om het gebruik van de Eurobarometer stop te zetten.
Van Houwelingen dient vervolgens een motie in waarin de regering wordt verzocht te stoppen met het gebruik van de Eurobarometer of inhoudelijk te reageren op de geuite kritiek. De minister ontraadt de motie. Daarbij stelt hij dat beleid niet wordt gebaseerd op één opinieonderzoek en dat het aan de Eurobarometer zelf is om methodologische kritiek te beantwoorden. De motie wordt uiteindelijk verworpen door de Tweede Kamer.
In zijn videoboodschap plaatst Van Houwelingen de discussie over de Eurobarometer* binnen een breder kader. Hij zegt dat het volgens hem niet alleen gaat om dit specifieke onderzoek, maar om een structureel probleem binnen kennisinstituten, modellen en beleidsvorming. Daarbij verwijst hij naar stikstofmodellen, klimaatmodellen en instituten zoals Klingendael. Volgens hem ontstaat er een situatie waarin consensus belangrijker wordt dan objectieve waarheidsvinding.
Ook noemt hij de term “voorgeschreven werkelijkheid”, een begrip dat hij koppelt aan journalist en auteur Karel van Wolferen. Daarmee bedoelt hij een werkelijkheid die volgens hem niet ontstaat uit open debat en objectief onderzoek, maar uit een vooraf vastgesteld ideologisch kader waarbinnen informatie moet passen. Volgens Van Houwelingen wordt afwijkende kritiek daardoor onvoldoende serieus genomen binnen politiek, wetenschap en journalistiek.
In de slotfase van de video zegt Van Houwelingen dat burgers volgens hem zelf kritisch moeten blijven nadenken wanneer overheden of instituten verwijzen naar “de wetenschap” of “onderzoek”. Hij stelt dat wetenschap volgens hem juist gebaseerd hoort te zijn op kritiek, debat en voortdurende toetsing van aannames.
Volgens Pepijn van Houwelingen laat de discussie rond de Eurobarometer zien hoe moeilijk het volgens hem geworden is om fundamentele kritiek binnen instituties serieus behandeld te krijgen. Daarmee sluit hij zijn videoboodschap af, waarin hij de kijker oproept zelfstandig te blijven oordelen over informatie en politieke besluitvorming.■ Bron:
