Psychologische campagne tegen Forum voor Democratie ontleed in Café Weltschmerz Podcast met Pieter Stuurman en Dolf van Wijk.
Een debat dat verder gaat dan politiek!
De strijd om de publieke opinie speelt zich allang niet meer uitsluitend af in verkiezingscampagnes, Kamerdebatten of televisie-uitzendingen. Volgens onderzoeker Dolf van Wijk wordt die strijd tegenwoordig in toenemende mate gevoerd via psychologische beïnvloeding, framing en het gebruik van mentale labels. In de 109e aflevering van De Andere Tafel, een programma van De Andere Krant in samenwerking met Café Weltschmerz, bespreekt presentator Pieter Stuurman twee artikelen van Van Wijk waarin de rol van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) centraal staat. Volgens Van Wijk laten honderdduizenden pagina’s aan Woo-documenten zien hoe de NCTV tijdens de coronacrisis uitgroeide tot een invloedrijke speler binnen de Nederlandse besluitvorming en hoe dezelfde organisatie tegenwoordig een belangrijke rol speelt in de beeldvorming rond Forum voor Democratie.
Het gesprek begint met de achtergrond van Van Wijk zelf. De gepensioneerde milieutoxicoloog werkte jarenlang in de chemische industrie voordat hij zich na zijn pensionering verdiepte in propaganda, mind control en beïnvloedingstechnieken. Die belangstelling ontstond tijdens de discussies rond klimaatverandering. Volgens Van Wijk viel hem op dat feitelijke argumenten vaak nauwelijks invloed hadden op het publieke debat. Zelfs wanneer informatie werd weerlegd of nieuwe gegevens beschikbaar kwamen, veranderde de dominante maatschappelijke opvatting nauwelijks. Dat bracht hem ertoe zich te verdiepen in de psychologie achter overtuiging en groepsgedrag. Uiteindelijk volgde hij zelfs een opleiding hypnotherapie om beter te begrijpen hoe emoties en onderbewuste processen menselijke besluitvorming beïnvloeden.
De bijzondere positie van de NCTV.
Een centraal onderdeel van Van Wijks onderzoek betreft de positie van de NCTV. Anders dan de AIVD of de MIVD valt de NCTV niet onder de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en staat de organisatie niet onder toezicht van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Volgens Van Wijk betekent dit dat een organisatie die gevoelige informatie verzamelt en analyseert jarenlang opereerde zonder dezelfde controlemechanismen als de officiële inlichtingendiensten.
In de door hem onderzochte documenten en interviews komt volgens Van Wijk naar voren dat de NCTV bewust een enigszins ongrijpbaar karakter kreeg. Hij verwijst daarbij naar uitspraken van Tjibbe Joustra, de eerste Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding. Joustra verklaarde openlijk dat hij bewust koos voor een naam die een zekere mystiek rond de organisatie creëerde. Volgens Van Wijk vormt dat een opvallend detail, omdat dezelfde organisatie later een steeds prominentere rol zou gaan spelen in de Nederlandse beleidsvorming.
Tijdens de coronacrisis werd die invloed volgens hem zichtbaar in vrijwel alle belangrijke crisisoverleggen. De NCTV nam deel aan overlegstructuren zoals het Catshuisoverleg, het DCC, het MCC en andere centrale besluitvormingsorganen. Bovendien stelde de organisatie volgens de vrijgegeven documenten vaak de notulen op. Van Wijk benadrukt in het gesprek dat degene die bepaalt hoe gebeurtenissen worden vastgelegd, indirect ook invloed heeft op de manier waarop die gebeurtenissen later worden geïnterpreteerd.
Coronabeleid en besluitvorming.
Volgens de Woo-documenten die Van Wijk onderzocht, was de NCTV meer dan een ondersteunende dienst. Hij stelt dat de organisatie een actieve rol speelde bij de totstandkoming van coronabeleid en zelfs betrokken was bij het opstellen van de Tijdelijke Wet Maatregelen Covid-19. Binnen het ministerie van Volksgezondheid leidde dat volgens vrijgegeven correspondentie tot verbazing. Ambtenaren zouden zich hebben afgevraagd waarom een veiligheidsorganisatie een zo bepalende positie kreeg binnen een gezondheidscrisis.
In dezelfde documenten trof Van Wijk passages aan waarin werd gesproken over het ontbreken van een juridische grondslag voor bepaalde activiteiten. Volgens hem werd intern besproken of eerst een wettelijke basis moest worden gecreëerd of dat de werkzaamheden alvast konden worden voortgezet. Uit de stukken zou blijken dat uiteindelijk voor de tweede route werd gekozen.
Tijdens het gesprek met Pieter Stuurman komt ook voormalig NCTV-directeur Pieter Jaap Aalbersberg ter sprake. Volgens Van Wijk probeert Aalbersberg tegenwoordig zijn rol tijdens de coronaperiode te minimaliseren. Dat staat volgens hem in contrast met de documenten waaruit juist blijkt dat de NCTV een leidende positie innam binnen verschillende besluitvormingsprocessen.
Van crisismanagement naar publieke beïnvloeding.
Waar het eerste artikel van Van Wijk zich vooral richt op de rol van de NCTV tijdens de coronacrisis, verschuift de aandacht in zijn tweede artikel naar de huidige politieke arena. Daarbij staat het begrip mentale labels centraal.
Volgens Van Wijk gebruikt het menselijk brein voortdurend mentale snelkoppelingen om complexe informatie te verwerken. Woorden als ‘extreemrechts’, ‘racisme’, ‘nazisme’, ‘antisemitisme’ of ‘desinformatie’ functioneren volgens hem als krachtige labels die direct een compleet associatief netwerk activeren. Zodra zo’n label wordt gebruikt, ontstaat automatisch een beeld dat verdere analyse vaak overbodig maakt.
Tijdens het gesprek benadrukt Van Wijk dat dit proces grotendeels onbewust verloopt. Mensen reageren niet alleen op het woord zelf, maar vooral op de emoties en beelden die het woord oproept. Daardoor kan een label volgens hem veel effectiever zijn dan een inhoudelijk argument.
Het debat rond Lidewij de Vos.
Van Wijk verwijst onder meer naar een Kamerdebat waarin FVD-politica Lidewij de Vos werd geconfronteerd met beschuldigingen en associaties rond extremisme. Volgens hem draaide het debat al snel niet meer om de inhoudelijke thema’s die De Vos wilde bespreken, maar om de sfeer die rondom haar partij werd gecreëerd.
In de uitzending analyseert hij hoe verschillende Kamerleden vergelijkbare termen gebruikten en daarmee volgens hem hetzelfde psychologische effect nastreefden. Het doel zou niet zijn geweest om een inhoudelijke discussie te voeren, maar om een associatief beeld te versterken.
Volgens Van Wijk is dat een bekend mechanisme binnen propaganda. Zodra iemand zich gedwongen voelt om te bewijzen dat hij geen extremist, racist of nazi is, verschuift de discussie automatisch weg van de oorspronkelijke inhoud. De aandacht gaat dan niet langer over veiligheid, immigratie of demografie, maar uitsluitend nog over het opgelegde frame.
Palantir en De Raffinaderij.
Een belangrijk onderdeel van het tweede artikel draait om Palantir Technologies. Dit Amerikaanse softwarebedrijf werd opgericht met betrokkenheid van Peter Thiel en kreeg in de beginfase financiële steun van In-Q-Tel, de investeringsmaatschappij die verbonden is aan de CIA.
Volgens Van Wijk speelt Palantir een rol binnen het Nederlandse project De Raffinaderij. Daarin worden verschillende databronnen samengebracht binnen één analyseomgeving. Politie, Openbaar Ministerie en NCTV kunnen volgens hem via dergelijke systemen verbanden leggen tussen grote hoeveelheden gegevens afkomstig uit sociale media, telefoongegevens, camerabeelden, financiële transacties en openbare internetbronnen.
Van Wijk stelt dat deze systemen het mogelijk maken om enorme hoeveelheden informatie over personen en organisaties te verzamelen. Daardoor kunnen verbanden worden gelegd die vroeger alleen na langdurig onderzoek zichtbaar zouden worden.
Volgens hem verklaart dit mede waarom regelmatig publicaties verschijnen waarin personen uit de omgeving van Forum voor Democratie worden gekoppeld aan uiteenlopende organisaties, gebeurtenissen of uitspraken uit een ver verleden.
De Laundry List.
Om te verklaren hoe dergelijke informatie vervolgens wordt ingezet, verwijst Van Wijk naar het concept van de Laundry List. Deze methode werd beschreven door Scott Adams, bekend van de Dilbert-strip en zijn analyses van beïnvloedingstechnieken.
De kern van deze techniek is volgens Van Wijk dat niet één grote beschuldiging wordt gepresenteerd, maar een lange reeks kleinere beschuldigingen, associaties en suggesties. Individueel kunnen die punten zwak zijn of weinig bewijskracht hebben. Gezamenlijk creëren ze echter een sterk gevoel dat er “iets niet klopt”.
Volgens Van Wijk werkt dit mechanisme vooral op het onderbewuste niveau. De gemiddelde burger gaat niet ieder afzonderlijk punt controleren. Het totale beeld blijft hangen, ongeacht de feitelijke waarde van de afzonderlijke elementen.
De Preferente Werkelijkheid.
Een ander belangrijk begrip in Van Wijks analyse is de preferente werkelijkheid. Daarbij verwijst hij naar uitspraken van generaal-majoor b.d. Frank van Kappen, die in een televisie-uitzending sprak over informatieoorlogen en het creëren van een gewenste werkelijkheid.
Van Kappen stelde dat moderne informatieoorlogsvoering draait om het manipuleren van feiten en gebeurtenissen op een manier die een bepaalde werkelijkheid projecteert bij zowel de eigen bevolking als internationale doelgroepen.
Volgens Van Wijk sluit dit nauw aan bij de manier waarop Forum voor Democratie wordt gepresenteerd. Het beeld van een partij die wordt geassocieerd met extremisme, nazisme en bedreigingen voor de democratische rechtsorde vormt volgens hem een voorbeeld van zo’n preferente werkelijkheid.
De rol van media.
Een terugkerend thema in het gesprek is de rol van de media. Volgens Van Wijk werkt geen enkele beïnvloedingsstrategie zonder voortdurende herhaling. Een label krijgt pas kracht wanneer het via meerdere kanalen voortdurend wordt bevestigd.
Daarom ziet hij een belangrijke rol voor mediaorganisaties bij het versterken van frames. Hij vergelijkt dit met processen uit de hypnotherapie, waarin consistentie en herhaling essentieel zijn om een bepaald denkpatroon in stand te houden.
Volgens Van Wijk verklaart dit mede waarom afwijkende geluiden vaak zoveel weerstand oproepen. Zodra tegenstrijdige informatie breed wordt verspreid, ontstaat het risico dat mensen hun bestaande overtuigingen opnieuw gaan beoordelen.
PowNed en De Duistere Kant van Forum voor Democratie.
Tijdens de uitzending wordt ook stilgestaan bij de PowNed-documentaire De Duistere Kant van Forum voor Democratie. Van Wijk ziet daarin volgens eigen zeggen veel van dezelfde technieken terug die hij in zijn artikelen beschrijft.
Hij wijst op voorbeelden waarin personen worden gekoppeld aan organisaties als Erkenbrand of waarin verbanden worden gelegd tussen Forum voor Democratie en Ongehoord Nederland. Volgens hem ontstaat daardoor een keten van associaties die gezamenlijk een negatief beeld vormen, zonder dat steeds duidelijk wordt gemaakt hoe sterk die verbanden daadwerkelijk zijn.
Conclusie.
De discussie tussen Pieter Stuurman en Dolf van Wijk draait uiteindelijk om meer dan alleen de NCTV of Forum voor Democratie. Centraal staat de vraag hoe moderne samenlevingen omgaan met informatie, beeldvorming en beïnvloeding. Volgens Van Wijk vormen psychologische technieken, data-analyse, framing en mediasturing steeds vaker een integraal onderdeel van politieke strijd. Zijn onderzoek probeert zichtbaar te maken hoe die mechanismen volgens hem functioneren en welke rol overheidsinstanties, technologiebedrijven, media en politieke partijen daarin spelen. Daarmee raakt het debat aan fundamentele vragen over democratie, publieke opinie en de manier waarop burgers hun beeld van de werkelijkheid vormen.■
