De meeste films over die ochtend beginnen bij de rook. Deze reportage begint zes jaar eerder, bij Benjamin Netanyahu. Daarna volgt de zwaarste zin die Kees van der Pijl in decennia publiek heeft uitgesproken.
Vier vliegtuigen, twee torens, het Pentagon, een veld in Pennsylvania: Washington wees Al-Qaida aan als dader. Volgens de emeritus hoogleraar is precies díé aanwijzing het begin van het misverstand. Critici blijven volgens hem hangen in wat er niet klopt aan het officiële verhaal. Zelf wil hij weten wie belang had bij de wereld die na die ochtend ontstond.
In zijn boek Israël en 9/11, centraal in de documentaire die inmiddels bijna is uitverkocht, herhaalt Van der Pijl wat hij naar eigen zeggen al in 2018 publiekelijk stelde: niet Saoedi-Arabië of uitsluitend Al-Qaida, maar Israëlische actoren speelden volgens hem een centrale rol bij de aanslagen. Het is een beschuldiging van uitzonderlijke zwaarte.
Wie verder kijkt, merkt waarom Van der Pijl weigert bij de dag zelf te beginnen. Als zijn verhaal klopt, begon 11 september niet in New York. Het begon decennia eerder, in de geschiedenis van een staat die volgens hem nooit werkelijk vrede heeft gekend.
De oorlog die Amerika moest gaan voeren.
Israël werd in 1948 uitgeroepen in een gebied met een Palestijnse meerderheid, stelt Van der Pijl. Vanaf dat moment volgden oorlogen, verdrijvingen en militaire confrontaties elkaar op: de Suezcrisis van 1956, de Zesdaagse Oorlog van 1967 en uiteindelijk de oorlog van 1973.
Vooral die laatste oorlog is volgens hem cruciaal. Israël zou toen hebben ervaren hoe kwetsbaar zijn positie werkelijk was. Arabische legers werden sterker, terwijl de Sovjet-Unie hun belangrijkste bondgenoot bleef. In de visie van Van der Pijl ontstond juist in die periode een fundamenteel nieuw strategisch idee: toekomstige oorlogen moesten niet langer door Israël zelf worden uitgevochten. Amerika moest die rol overnemen.
Maar daarvoor was iets nodig.
Een gebeurtenis die zo schokkend zou zijn dat niemand nog de legitimiteit van een militaire reactie ter discussie zou stellen. Een aanval die de publieke opinie volledig achter een reeks oorlogen zou krijgen.
Van der Pijl legt de oorsprong van dat denken bij de regering van Menachem Begin, die in 1977 aantrad. De documentaire verwijst daarbij naar de beroemde waarschuwing die Albert Einstein en Hannah Arendt jaren eerder in de New York Times publiceerden. Zij waarschuwden destijds voor de politieke stroming rond Begin en vreesden een ontwikkeling richting extremisme.
Van der Pijl trekt vervolgens een directe lijn van die periode naar 11 september. Volgens hem werd het een terugkerende strategie om geweld zo vorm te geven dat de schuld automatisch bij Arabische tegenstanders terechtkwam. Daarom, stelt hij, moesten de negentien kapers Arabieren zijn. Zonder dat element zou het narratief niet werken.
Hier ontstaat direct de grootste spanning van de documentaire.
De oorlogen van 1948, 1956, 1967 en 1973 zijn historische feiten. De stap naar een decennialang voorbereid plan dat uiteindelijk uitmondt in 9/11 is de sprong waarvoor Van der Pijl zijn academische reputatie inzet. Het is ook precies de stap waar zijn critici afhaken.
De zaal waarin het geweld ‘groot genoeg’ moest worden.
Volgens Van der Pijl werd het moderne script niet geschreven op een geheime basis, maar in conferentiezalen.
In 1979 vond in Jeruzalem een conferentie plaats onder leiding van Begin. Amerikaanse prominenten uit beide politieke kampen waren aanwezig. De centrale gedachte: de Verenigde Staten moesten wereldwijd de leiding nemen in de strijd tegen staten die terrorisme zouden ondersteunen.
Vijf jaar later volgde een nieuwe bijeenkomst in Washington. Ditmaal onder voorzitterschap van Benjamin Netanyahu, toen nog Israëlisch ambassadeur bij de Verenigde Naties.
Volgens Van der Pijl was de conclusie duidelijk. Losse kapingen en afzonderlijke aanslagen maakten onvoldoende indruk op het publiek. Er moest een concentratie van geweld komen die een beschaving zou schokken.
Uit die conferentie kwam het boek Terrorism: How the West Can Win voort. Daarin werd volgens hem de intellectuele basis gelegd voor wat later de War on Terror zou worden.
Toen de Sovjet-Unie in 1991 uiteenviel, verdween bovendien de oude vijand. Maar de behoefte aan een nieuwe vijand bleef bestaan.
De documentaire verwijst vervolgens naar Samuel Huntingtons theorie van de botsing der beschavingen, naar beleidsdocumenten als A Clean Break en naar de verschuiving van geopolitieke strategieën in de jaren negentig.
Los bekeken zijn het conferenties, boeken en rapporten.
Samen vormen ze volgens Van der Pijl een patroon dat moet aantonen dat 9/11 geen spontane gebeurtenis was, maar de uitvoering van een lang voorbereid plan.
Voor zijn tegenstanders bewijst die verzameling vooral iets anders: dat achteraf verbanden leggen nog niet hetzelfde is als bewijzen dat er sprake was van een complot.
Niet één naam, maar één systeem.
Op dit punt dreigt het verhaal te verdrinken in een eindeloze lijst van namen.
Toch is dat volgens Van der Pijl niet zijn bedoeling. Hij zegt niet te zoeken naar één meesterbrein, maar naar een systeem. Een netwerk van politieke, financiële en inlichtingenbelangen dat volgens hem diep verstrengeld raakte met Amerikaanse machtstructuren.
De documentaire noemt softwarebedrijven, telecomnetwerken, durfkapitalisten, lobbyisten en miljardairs. Ze verwijst naar vermeende achterdeuren in technologie, naar compromitterend materiaal dat als drukmiddel zou kunnen dienen en naar figuren die volgens Van der Pijl toegang hadden tot de hoogste politieke niveaus.
Zijn centrale punt is niet dat één individu alles stuurde. Zijn punt is dat een netwerk dat voldoende toegang heeft tot informatie en besluitvorming niet verrast hoeft te worden door gebeurtenissen die voor anderen onverwacht lijken. Tegenstanders reageren daarop met een bekende tegenwerping: samenhang is nog geen bewijs van aansturing.
De documentaire besteedt relatief weinig aandacht aan die kritiek en richt zich vervolgens op de gebeurtenissen rond de torens zelf.
Wie er wél was, en wie die ochtend thuisbleef.
Hier wordt de documentaire het meest controversieel.
Van der Pijl verwijst naar een kunstenaarscollectief dat langdurig in de noordtoren aanwezig was, naar veranderingen in onderhoudscontracten, naar personen die zich voordeden als kunststudenten maar volgens latere verhalen andere achtergronden zouden hebben gehad.
Daarnaast komen de bekende verhalen voorbij over de zogenoemde ‘dancing Israelis’, arrestaties van Israëlische staatsburgers en vermeende waarschuwingen die vooraf zouden zijn gegeven. Ook de financiële wereld krijgt aandacht.
Van der Pijl noemt speculaties op luchtvaartmaatschappijen, opmerkelijke transacties en de bekende discussie rond de lease van het World Trade Center. Vervolgens wijst hij op verschillende personen die die ochtend toevallig niet aanwezig waren op hun gebruikelijke werkplek.
Voor hem vormen deze gebeurtenissen samen geen reeks toevalligheden. Voor sceptici zijn het juist voorbeelden van selectieve waarneming: duizenden mensen waren afwezig, honderden omstandigheden vielen achteraf op, maar dat betekent nog niet dat er sprake was van voorkennis.
Juist hier bereikt de documentaire haar meest explosieve punt. Wanneer wordt een patroon overtuigend bewijs? En wanneer wordt het een verzameling losse puzzelstukken die vooral lijken te passen omdat ze achteraf bij elkaar worden gelegd?

Waarom hij zegt dat de wereld daarna niet meer mocht nadenken.
Volgens Van der Pijl was 9/11 geen operatie van één man of één organisatie. Het was volgens hem het moment waarop verschillende belangen samenvielen: geopolitiek, energiebelangen, militaire strategie en een nieuw vijandbeeld voor het Westen.
In zijn interpretatie moesten de torens de wereld verlammen. Het Pentagon moest van een misdaad een oorlog maken. Hij wijst erop dat sommige politieke leiders vrijwel onmiddellijk spraken over een aanval op de beschaving zelf. Niet over een misdaadonderzoek, maar over een oorlog.
Daarna volgden Afghanistan, Irak en uiteindelijk een reeks conflicten die het Midden-Oosten blijvend veranderden. Voor Van der Pijl bewijst dat dat het script al klaar lag.
Voor zijn critici bewijst het hooguit dat regeringen een schokkende gebeurtenis gebruikten om bestaande plannen sneller uit te voeren. Dat verschil lijkt klein, maar het is de kern van het debat.
De vraag die blijft hangen.
Engelstalige uitgevers wilden het manuscript volgens Van der Pijl niet eens lezen. In Nederland verscheen het uiteindelijk wel. De documentaire eindigt zoals Van der Pijl vaak eindigt: met een oproep om zelf te lezen, zelf te onderzoeken en zelf conclusies te trekken.
Wat uiteindelijk blijft hangen is niet één naam, één conferentie of één verdachte gebeurtenis. Het is de omvang van de beschuldiging zelf. Als Van der Pijl gelijk heeft, dan was 11 september het begin van een tijdperk waarin oorlog geen bewijs meer nodig had.
Als hij ongelijk heeft, dan blijft dit één van de meest verstrekkende alternatieve verklaringen die ooit door een Nederlandse emeritus hoogleraar publiekelijk zijn verdedigd. En precies daar eindigt deze reportage: niet bij een bewezen conclusie, maar bij een vraag die ruim twintig jaar later nog altijd emoties oproept.
Want hoe meer zekerheid mensen voelen over 11 september, hoe explosiever de vraag wordt wat er gebeurt als die zekerheid ooit begint te wankelen.■
Steun KrispijnPunt & handige links.
Financiële steun
BackMe (donatieplatform)
https://krispijnpunt.backme.org/#support
Donatie per bank (IBAN)
NL75 REVO 2732 3362 70
t.a.v. Jonathan Krispijn
Boek bestellen
De Blauwe Tijger
https://deblauwetijger.com/product/kees-van-der-pijl-de-tragedie-van-oekraine-europa-als-opmarsgebied-voor-de-oorlog-tegen-rusland/
Community & Nieuws
Telegram Community
https://t.me/KrispijnpuntCommunity
Officiële website & nieuwsbrief
https://krispijnpunt.nl
Sociale media
X (Twitter)
https://x.com/krispijnpunt
Instagram
https://instagram.com/krispijnpunt
TikTok
https://www.tiktok.com/@krispijnpunt
Facebook
https://facebook.com/krispijnpunt
Steun onafhankelijke journalistiek. Met jouw bijdrage kan KrispijnPunt interviews, reportages en analyses blijven maken die je niet snel in de reguliere media tegenkomt.
