Een opmerkelijke ontdekking uit de praktijk van balsemers heeft de aandacht getrokken van onderzoekers in meerdere landen. Sinds enkele jaren melden professionals die lichamen balsemen dat zij ongebruikelijke, witte en vezelige structuren aantreffen in bloedvaten van overledenen. In een veelbekeken presentatie op het YouTube-kanaal van Vejon Health, een kanaal met ongeveer 160.000 abonnees, bespreken wetenschappers en artsen wat zij hierover tot nu toe hebben waargenomen en onderzocht.
De presentatie, gegeven door onderzoeker Dr. Philip McMillan, draait om één centrale vraag: wat zijn deze zogeheten “white fibrous clots” en waarom lijken ze zich anders te gedragen dan traditionele bloedstolsels?
Ongebruikelijke vondst tijdens balsemen.
Balsemers vervullen een unieke rol in de medische keten. Bij het balsemen wordt bloed uit het lichaam verwijderd en vervangen door een conserverende vloeistof. Dat gebeurt met behulp van pompen die vloeistof door het arteriële en veneuze systeem laten circuleren.
Juist tijdens dit proces begonnen balsemers iets opvallends te melden. Pompen raakten steeds vaker verstopt door lange, elastische structuren die uit bloedvaten kwamen. Deze structuren zijn volgens de beschrijvingen wit tot gelig van kleur, rubberachtig van textuur en soms opmerkelijk lang.
Volgens gegevens uit een internationaal onderzoek onder balsemers werd het fenomeen relatief vaak gemeld. In een enquête onder professionals gaf 83 procent aan dergelijke witte klonten minstens één keer te hebben gezien. Sommige respondenten schatten dat ongeveer 27,5 procent van de lichamen waarin zij werkten dergelijke structuren bevatte. De grootste gemelde exemplaren konden tot ongeveer 25 centimeter lang zijn en hele delen van een slagader vullen.
Belangrijk detail is dat balsemers aangeven dat dergelijke structuren vóór 2021 slechts zelden werden gezien. Ze kwamen wel voor, maar volgens de meldingen veel minder frequent dan in recente jaren.
Verschil met normale bloedstolsels.
Tijdens de presentatie legt McMillan uit dat traditionele bloedstolsels er anders uitzien. Normale stolsels ontstaan wanneer fibrine, een eiwit dat bloed laat stollen, rode bloedcellen vastzet. Daardoor krijgen ze hun kenmerkende donkerrode kleur.
De witte structuren die balsemers melden hebben andere eigenschappen. Ze bevatten weinig tot geen rode bloedcellen en zijn juist elastisch en vezelig. In plaats van brokkelig te zijn, zoals gewone stolsels, kunnen ze zich uitrekken als rubber.
Daarnaast lijken ze minder gevoelig voor de enzymen waarmee het lichaam normaal gesproken stolsels afbreekt. Volgens de onderzoekers kan dat betekenen dat ze zich in lagen opbouwen en gedurende langere tijd groeien.
Omdat balsemers het bloed uit het lichaam verwijderen, komen deze structuren tijdens hun werk direct naar voren. Volgens McMillan kan dat verklaren waarom juist deze beroepsgroep de afwijking als eerste signaleerde.
Onderzoek naar de samenstelling.
Onderzoekers in verschillende landen zijn begonnen met het analyseren van monsters. Een team uit Nieuw-Zeeland, waar onder meer bioloog Bruce Rafley bij betrokken is, heeft meerdere wetenschappelijke papers in preprint gepubliceerd waarin de structuur van dergelijke klonten wordt onderzocht.
Volgens Rafley bleek uit analyses dat de klonten uit een complexe mix van eiwitten bestaan. Naast fibrine werden ook fragmenten van bloedcellen, bloedplaatjes en honderden andere eiwitten gevonden die normaal in het bloed voorkomen.
Een opvallende bevinding was dat bepaalde onderdelen van hemoglobine, het eiwit dat zuurstof in rode bloedcellen transporteert, in afwijkende verhoudingen aanwezig waren. In normale omstandigheden komen de alfa- en beta-ketens van hemoglobine in gelijke hoeveelheden voor. In sommige onderzochte klonten bleek die verhouding verstoord.
Volgens de onderzoekers kan dat erop wijzen dat rode bloedcellen op een bepaalde manier worden afgebroken voordat de structuren ontstaan.
Moeilijkheden bij onderzoek.
Tijdens het gesprek vertelt Rafley ook dat het niet eenvoudig was om laboratoria te vinden die analyses wilden uitvoeren. Hij beschrijft dat sommige instellingen terughoudend waren om onderzoek te doen naar materiaal dat verband hield met COVID-gerelateerde onderwerpen.
Om toch analyses te laten uitvoeren, stuurde hij monsters soms als zogenoemde “black-box-projecten”. Dat betekent dat laboratoria het materiaal onderzochten zonder aanvullende context over de herkomst.
Volgens de onderzoekers leverde dit uiteindelijk voldoende gegevens op om meerdere studies te publiceren, maar ze benadrukken dat veel vragen nog openstaan.
Mogelijke biologische mechanismen.
In de presentatie wordt ook gesproken over mogelijke biologische processen die betrokken kunnen zijn bij de vorming van de klonten. Een van de hypothesen die McMillan bespreekt betreft een type immuuncel dat bekendstaat als THBS1-monocyt.
Deze cellen zouden volgens de analyse betrokken kunnen zijn bij processen waarbij hemoglobine wordt afgebroken en ontstekingsreacties ontstaan in de wanden van bloedvaten.
Daarnaast wordt een mogelijke rol genoemd voor G6PD-deficiëntie, een genetische aandoening waarbij het enzym glucose-6-fosfaatdehydrogenase minder actief is. Wereldwijd komt deze aandoening bij honderden miljoenen mensen voor, vooral in delen van Afrika, het Midden-Oosten en India.
Volgens de presentatie kan deze aandoening het risico op bepaalde vormen van afbraak van rode bloedcellen vergroten en mogelijk bijdragen aan ontstekingsreacties in bloedvaten. De onderzoekers benadrukken echter dat dit slechts een mogelijke risicofactor is en dat verdere studie nodig blijft.
Waarom deze structuren moeilijk afbreken.
Een ander aspect dat onderzoekers proberen te begrijpen is waarom de witte klonten moeilijk lijken af te breken. Normaal bevat een bloedstolsel het molecuul plasminogeen, dat kan worden omgezet in het enzym plasmine. Dat enzym werkt als een soort ingebouwd mechanisme om het stolsel na verloop van tijd weer af te breken.
Volgens Rafley lijkt in sommige van de onderzochte structuren juist een tekort aan deze componenten te bestaan. Daardoor zouden de gebruikelijke “afbreekmechanismen” mogelijk minder effectief zijn.
Daarnaast werden aanwijzingen gevonden dat delen van het fibrine een zogeheten amyloïde-achtige structuur aannemen. Dat betekent dat eiwitten anders gevouwen zijn dan normaal. In de presentatie wordt benadrukt dat het niet om klassieke amyloïde structuren gaat, zoals bij bepaalde neurodegeneratieve ziekten, maar om een meer chaotische variant.
Nog veel vragen open.
Arts Matt Shelton, die eveneens aan het onderzoek meewerkt, benadrukt dat het wetenschappelijke proces nog gaande is. Hij stelt dat de aanwezigheid van de klonten volgens hem niet ter discussie staat, maar dat het exacte mechanisme nog niet volledig begrepen is.
Ook wijst hij erop dat het bloedvatenstelsel uiterst complex is en dat verstoringen op microscopisch niveau uiteenlopende symptomen kunnen veroorzaken. Tegelijkertijd onderstreept hij dat onderzoekers voorzichtig moeten blijven met conclusies. Tijdens de presentatie wordt meerdere keren benadrukt dat het onderzoek nog in ontwikkeling is en dat verdere studies nodig zijn om definitieve verklaringen te geven.
Een fenomeen dat verder onderzocht wordt.
Wat begon als een observatie uit de dagelijkse praktijk van balsemers is inmiddels uitgegroeid tot een onderwerp van internationaal onderzoek. Wetenschappers proberen te achterhalen hoe deze structuren ontstaan, hoe vaak ze voorkomen en wat hun mogelijke betekenis is voor de menselijke gezondheid.
De discussie laat zien hoe een onverwachte waarneming uit een nicheberoep kan uitgroeien tot een wetenschappelijke puzzel die onderzoekers wereldwijd bezighoudt. Of de witte klonten uiteindelijk een volledig verklaard biologisch fenomeen blijken te zijn of een aanwijzing voor een nieuw medisch mechanisme, moet toekomstig onderzoek uitwijzen, maar het onderzoek ernaar is inmiddels duidelijk in beweging.■
