De eerste stappen klinken achteloos, bijna achtjarige routine: twee mensen lopen door een Nederlandse stad, het verkeer ruist, een winkelpui piept open. Maar achter die alledaagse klanken schuilt iets dat privacy-expert Westy Feight en maker Krispijnpunt in hun reportage, te zien op het YouTubekanaal krispijnpunt, vlijmscherp blootleggen. Terwijl zij wandelen, stappen zij ongemerkt door een web van systemen dat volgens hen allang actief is: volgsystemen, meetsystemen, controlemiddelen. Geen toekomstmuziek, maar een realiteit die, zo tonen zij feitelijk, al overal om ons heen staat.
Het begint met een eenvoudige observatie: toegangspoortjes. Niet één specifiek poortje, maar een veelheid ervan, verspreid door zowel de digitale als de fysieke wereld. Feight wijst erop hoe in het sociale en maatschappelijke leven steeds vaker bewijs van identiteit nodig is voordat men zich vrij kan bewegen. “Toegang die normaal vrij was,” zegt hij, “krijgt ineens voorwaarden.”
Die voorwaarden nemen uiteenlopende vormen aan: OV-poortjes, QR-codes, CO₂-labels, gezichtsscans. Op zichzelf lijken ze onschuldig, maar samen vormen ze volgens Feight een structuur die steeds strakker om burgers heen kan worden getrokken. In China is zo’n structuur al zichtbaar: mensen met een lage sociale kredietscore kunnen daar geen gebruik meer maken van het openbaar vervoer. Dat kan alleen omdat de fysieke poorten – letterlijk -bestaan.
Van strippenkaart tot superapp .
De reportage laat zien hoe eerdere stappen de weg hebben geëffend. Ooit was er de strippenkaart, daarna de OV-chipkaart, en nu ontstaan apps waarmee reizigers via hun telefoon in- en uitchecken. Alles wordt handiger, efficiënter, en tegelijk makkelijker te koppelen. Feight waarschuwt dat wanneer zulke systemen verbonden worden met digitale identiteiten, een enkele druk op de knop kan bepalen wie nog reist en wie niet.
Het voorbeeld van China keert regelmatig terug, niet als vergelijking maar als illustratie van wat technisch mogelijk is. In steden daar is WeChat een allesomvattende applicatie waarmee men betaalt, reist, communiceert en diensten gebruikt. Wie geen WeChat heeft, kan nauwelijks functioneren: toegang tot de samenleving loopt via één app.
Gezichtsherkenning in de winkelstraat.
In Nederland ligt gezichtsherkenning gevoeliger, maar de reportage toont dat het gebruik ervan al stilletjes in het dagelijks leven verschijnt. Bij de verkoop van tabak moet, wettelijk verplicht, leeftijd worden gecontroleerd. In de winkel die de makers bezoeken staat een apparaat dat eenvoudigweg het gezicht scant van de koper. Als iemand geen identiteitsbewijs bij zich heeft, wordt de leeftijd bepaald op basis van gezichtskenmerken. Het systeem slaat de gegevens niet op, zo staat erbij, maar het principe staat. En het principe is identiek aan wat in China gebeurt, waar gezichtsscantechnologie wordt gebruikt voor lockers, betalingen, OV en zelfs openbaar toiletpapier.
Feight legt feitelijk uit dat de druk op uitbreiding van gezichtsherkenning groeit. Na recente incidenten wordt door verschillende politici gepleit voor meer mogelijkheden, bijvoorbeeld voor opsporingsdoeleinden. Hij wijst op het bedrijf Clearview AI, dat foto’s van onder meer sociale media verzamelt en gebruikt voor gezichtsherkenningssoftware. Die is nu in Nederland illegaal, maar zou met toekomstige wetgeving ineens beschikbaar kunnen komen.
Normverschrijving: van coronapas naar CO₂-registratie.
Dan is er nog het digitale gedrag dat via andere routes in kaart komt. Tijdens de coronaperiode werd de QR-code gemeengoed. Niet als doel op zich, maar als middel om toegang te regelen. In de reportage wordt dit benoemd als een normaliserend moment: mensen raakten gewend om voor deelname aan het sociale leven een digitale voorwaarde te moeten tonen. op
Nu zijn het CO₂-scores op supermarktproducten, gekoppeld aan een bonuskaart die persoonlijk te herleiden is. Banken meten inmiddels de CO₂-impact van transacties. Feight stelt dat wanneer dergelijke gegevens worden verzameld, ze zelden uitsluitend ter informatie blijven. Handhaving, in welke vorm dan ook, is een logische volgende stap. De mogelijkheid dat men op basis van consumptiegedrag toegang verliest of meer moet betalen, is technisch gezien eenvoudig te verwezenlijken zodra systemen gekoppeld zijn.
Het onzichtbare netwerk.
De kracht van de reportage zit in de manier waarop ze toont dat geen enkel element op zichzelf bedreigend hoeft te zijn, maar dat juist de combinatie, de koppeling van apps, poortjes, biometrie en ID-systemen, een structuur creëert die ongekend machtig is. Een digitale gevangenis, noemt Krispijnpunt het, niet omdat iemand haar bouwt met slechte intentie, maar omdat ze ontstaat wanneer systemen elkaar versterken en burgers steeds minder alternatieven hebben.
Feight benadrukt dat het cruciaal is om nu zichtbaar te maken waar die toegangspoortjes ontstaan. Hoe meer mensen weten hoe ze zich eromheen kunnen bewegen, hoe minder snel ze afhankelijk worden van één centraal systeem dat alle toegang bepaalt. op
Slot
Terwijl de makers hun rondgang afsluiten, blijft vooral één constatering hangen: niemand merkte precies het moment waarop Nederland dit netwerk binnenstapte. Het waren kleine stappen, handige innovaties, praktische oplossingen. En precies daarom is het belangrijk om feitelijk te tonen wat er al staat, zoals in de reportage op het YouTubekanaal krispijnpunt, zodat de samenleving niet pas wakker schrikt wanneer de laatste poort zich sluit.■
Bron: Krispijnpunt
Nederland op weg naar een Chinees sociaal kredietsysteem.
