Rechtszaak Toeslagenaffaire: De vraag die boven de rechtsstaat hangt.

Fotoachtige cartoon van een civiele rechtszaak over de toeslagenaffaire, met Karim Aachboun en Mark Rutte tegenover elkaar aan tafel, stapels dossiers, het woord “Toeslagenaffaire”, een brandende achtergrond, een bezorgde ouder en een beeld van Vrouwe Justitia.

In een volle zittingszaal van de rechtbank Den Haag werd een vraag gesteld die verder reikt dan de individuele zaak die op tafel lag. Het was geen vraag over cijfers of procedures alleen. Het was een vraag over verantwoordelijkheid. Over grenzen. Over de betekenis van woorden als “ik ben de baas” en “ik ben verantwoordelijk” wanneer die worden uitgesproken door een minister-president.

Op woensdag 4 maart vond de zitting plaats in de civiele procedure van Karim Aachboun tegen Mark Rutte en de Nederlandse Staat. Geen enkel mainstreammedium filmde de rechtszaak. De volledige registratie is te zien via de YouTube-publicatie van KrispijnPUNT.

Wat zich daar afspeelde, draaide om één kernvraag: kan een politicus civielrechtelijk persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor zijn rol in de toeslagenaffaire? Of blijft de bestaande jurisprudentie, waarin bestuurders immuniteit genieten tenzij sprake is van uitzonderlijke omstandigheden, onverkort gelden?

De constructie van de vordering.

Karim Aachboun trad in deze procedure op als eiser. Tijdens de zitting werd uitvoerig stilgestaan bij de vraag hoe hij dat doet. Hij vertegenwoordigt niet slechts gedupeerde ouders; volgens zijn toelichting zijn door middel van onderhandse akten de vorderingsrechten van tien gedupeerden aan hem overgedragen.

Die overdracht is geen volmacht, maar een sessie van rechten. Daarmee stelt hij zelfstandig en rechtstreeks belanghebbende te zijn in de procedure. Er zouden volgens hem geen tien nieuwe procespartijen zijn geïntroduceerd, maar één eiser: hijzelf, als drager van de overgedragen rechten.

De reden voor deze constructie is volgens Aachboun strategisch. Hij wilde voorkomen dat individuele gedupeerden in de periode tussen dagvaarding en behandeling onzeker zouden worden of geïntimideerd zouden kunnen raken. Door de rechten te bundelen in één procespartij zou dat risico worden beperkt.

Aanvankelijk waren er meer potentiële gedupeerden betrokken. Volgens Aachboun zijn in een eerdere fase ook stukken aangetroffen die vals bleken. Daarom is gekozen voor tien dossiers waarvan men zekerheid zegt te hebben over de authenticiteit.

De kern van de zaak: artikel 6:162 BW.

De civiele grondslag van de vordering is artikel 6:162 BW: onrechtmatige daad. De vraag luidt of er sprake is van een gedraging die in strijd is met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, en of aan de voormalig minister-president een ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt.

Mark Rutte is in privé gedagvaard. Volgens de eiser is er geen sprake van immuniteit in deze procedure, omdat hij niet wordt aangesproken in zijn huidige functie als NAVO-secretaris-generaal, maar wegens zijn handelen in de periode waarin hij minister-president was.

De eis strekt tot een verklaring voor recht dat Rutte en de Staat onrechtmatig hebben gehandeld in de toeslagenaffaire, en tot veroordeling tot schadevergoeding, nader op te maken bij staat.

De gemiste alarmbellen.

Een belangrijk onderdeel van het betoog van de eiser betreft uitspraken van Rutte zelf. Tijdens het Kamerdebat van 19 januari 2021 verklaarde Rutte dat hij vanaf mei 2019 wist hoe groot en omvangrijk de problematiek in de toeslagenaffaire was. Ook erkende hij persoonlijk betrokken te zijn geweest bij de te nemen stappen sinds 2019, waaronder het doen van aangifte tegen de Belastingdienst fc.

Daarnaast werd verwezen naar een interview in De Telegraaf van 29 juni 2024. Daarin zei Rutte onder meer:

  • Dat de alarmbellen van de ombudsman in 2017 gemist zijn tot in 2019.
  • “Ik ben de baas. Ik ben in ieder geval verantwoordelijk.”
  • Dat hij zich verantwoordelijk voelde voor de toeslagenaffaire.
  • Dat het leed van getroffen ouders “iets met je doet”.

Volgens de eiser vormen deze uitspraken nieuwe feiten en omstandigheden die in de procedure zijn ingebracht als producties. Zij zouden bevestigen dat Rutte zelf verantwoordelijkheid erkent voor het niet tijdig ingrijpen.

De stelling is dat indien de alarmbellen in 2017 niet gemist waren, de gevolgen van de toeslagenaffaire niet zo “ramzalig” zouden zijn geweest.

De ernst van de gevolgen.

De toeslagenaffaire werd tijdens de zitting aangeduid als een “zwarte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis”. Verwezen werd naar het rapport Ongekend Onrecht, waarin werd vastgesteld dat de grondbeginselen van de rechtsstaat ernstig zijn geschonden, waaronder etnische profilering door de Belastingdienst.

Volgens de eiser heeft het systeem het gewonnen van de menselijke maat en rechtvaardigheid. Het vertrouwen in overheid en Belastingdienst is ernstig geschaad fc.

De juridische redenering luidt dat, gelet op de ernst van de gevolgen en de gemiste alarmbellen, sprake kan zijn van een ernstig persoonlijk verwijt. Daarmee zou voldaan zijn aan de hoge drempel die de jurisprudentie stelt voor persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders.

Het verweer van de Staat.

Namens de Staat voerde de landsadvocaat aan dat de procedure in essentie gaat over de strafrechtelijke aangifte die op 19 mei 2020 door de staatssecretarissen van Financiën is gedaan, en over de wijze waarop die aangifte door het Openbaar Ministerie is behandeld.

De Rijksrecherche deed onderzoek; het Openbaar Ministerie seponeerde de zaak op 7 januari 2021. In een beklagprocedure op grond van artikel 12 Sv verklaarde het gerechtshof Den Haag het beklag op 12 juli 2024 ongegrond.

Volgens de Staat is niet aannemelijk gemaakt dat het onderzoek niet onafhankelijk of onpartijdig is geweest. Het enkele feit dat FIOD, Rijksrecherche en Openbaar Ministerie op bepaalde terreinen samenwerken, maakt volgens het verweer niet dat in deze zaak onrechtmatig is gehandeld.

Verder werd betoogd dat de voormalige minister-president niet degene was die de aangifte deed; dat waren de staatssecretarissen van Financiën. Bovendien is de minister-president een orgaan van de Staat, zodat het dagvaarden van hem als natuurlijk persoon niet aan de orde zou zijn fc.

Ook werd bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging, omdat die volgens de Staat feitelijk tien nieuwe procespartijen zou introduceren nadat al een conclusie van antwoord was genomen. Dat zou in strijd zijn met een goede procesorde fc.

Repliek en dupliek

In repliek werd benadrukt dat het hier gaat om civielrechtelijke aansprakelijkheid, niet om strafrecht. De erkenning van verantwoordelijkheid door Rutte zou civielrechtelijk relevant zijn voor de beoordeling of hem een ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt.

Ook werd herhaald dat er geen tien nieuwe procespartijen zijn, maar één eiser met overgedragen rechten. Daarnaast werd gesteld dat de zorgvuldigheidsnorm een open norm is, die met meerdere feiten en omstandigheden kan worden onderbouwd, waaronder de eigen uitspraken van Rutte fc.

In dupliek hield de Staat vast aan het standpunt dat de dagvaarding ziet op de aangifte en de behandeling daarvan, en dat niet is toegelicht hoe daaruit een onrechtmatige daad jegens de betrokken personen volgt fc.

De vraag aan de rechtbank.

Aan het einde van de zitting formuleerde de eiser de kernvraag als volgt: houdt de rechtbank vast aan de huidige jurisprudentie waarin politici en ambtsdragers in beginsel immuniteit genieten? Of wordt een nieuwe afslag genomen, waarin civielrechtelijke veroordeling mogelijk is wanneer een ernstig persoonlijk verwijt kan worden vastgesteld?

Volgens de eiser zou juist de toeslagenaffaire, de ernst, de aantasting van grondbeginselen van de rechtsstaat en het blijvende leed van ouders en kinderen, een uitzonderingsgeval kunnen zijn waarin die drempel wordt overschreden.

De Staat concludeerde tot afwijzing van de vorderingen, kosten rechtens.

Slot

De rechtbank Den Haag sloot de zitting en kondigde aan dat uitspraak zal volgen op 15 april 2026.

Wat in de zaal achterbleef, was geen eenvoudig geschil tussen twee procespartijen. Het was een juridische confrontatie tussen bestaande grenzen en de vraag of die grenzen in uitzonderlijke gevallen doorbroken moeten worden.

Op 15 april zal blijken of de civiele rechter vasthoudt aan de bestaande lijn, of dat in deze zaak een nieuwe bladzijde wordt toegevoegd aan de geschiedenis van de Nederlandse rechtsstaat.■

Bron: KrispijnPunt.

Fotoachtige cartoon van een civiele rechtszaak over de toeslagenaffaire, met Karim Aachboun en Mark Rutte tegenover elkaar aan tafel, stapels dossiers, het woord “Toeslagenaffaire”, een brandende achtergrond, een bezorgde ouder en een beeld van Vrouwe Justitia.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *