Ze stonden klaar om te vertrekken naar Amsterdam. Een vredesmanifestatie, een toespraak, een simpel reisje naar Nederland: zo begon het. Maar volgens David Icke veranderde die dag binnen enkele uren in een internationaal incident. In een interview met London Real vertelt hij hoe hij onverwachts te horen kreeg dat hij niet alleen Nederland niet in mocht, maar in één klap 26 landen van de Schengenzone werd geweerd.
De man die naar eigen zeggen gewoon leeft “in een appartement met één slaapkamer op het eiland Wight”
werd plots gezien als een risico voor een heel continent. Het is die tegenstelling die Icke zelf het meest fascineert. Want hoe kan het dat één spreker, die al decennia controverses oproept maar ook grote groepen volgers aantrekt, volgens meerdere regeringen te gevaarlijk zou zijn om binnen te laten?
In het interview met London Real combineert hij een reeks persoonlijke ervaringen, reacties van overheden, mediastormen en protestbewegingen met zijn bredere visie op macht, technologie en censuur. Deze longread brengt die hele verhaallijn samen, uitsluitend gebaseerd op wat in dat gesprek wordt gezegd, zonder toevoegingen of interpretaties buiten het interview.
Een uitnodiging die ontspoorde.
Volgens Icke begon het allemaal toen hij werd gevraagd te spreken op een vredesbijeenkomst in Amsterdam. “Yeah, no problem,” zei hij tegen de organisatoren. Maar al snel daarna ontstond er volgens hem een patroon dat hij eerder had meegemaakt in Australië: een golf van beschuldigingen, mediacoverage en politieke druk.
Hij vertelt in het interview dat een Nederlandse organisatie hem neerzette als Holocaustontkenner en antisemiet. Icke benadrukt dat hem daarbij niet om wederhoor werd gevraagd: volgens hem werd de beschuldiging zonder enige directe communicatie gelanceerd.
Daarna, zegt hij, rolden de media over elkaar heen: artikelen, televisie-items, radioprogramma’s, allemaal zonder dat één journalist hem contacteerde. Het leidde volgens hem tot protestgroepen die aankondigden naar Amsterdam te komen, niet om tegen de vredesmanifestatie te protesteren, maar specifiek tegen hem.
Icke noemt antifascistische groepen, die volgens hem ironisch genoeg werken “exact hetzelfde als de nazi’s”. Hij noemt eveneens leden van Extinction Rebellion, waarvan sommigen volgens hem wilden demonstreren omdat hij de mainstream visie op klimaatverandering bekritiseert.
Opeens was de geplande vredesmanifestatie geen simpel evenement meer, maar het centrum van een escalerend conflict.
De brief van de Nederlandse immigratiedienst.
Het draait allemaal om de brief die hij vervolgens ontving van de Nederlandse autoriteiten, een document waar hij in het interview uitgebreid over spreekt. Hij vertelt dat Nederland concludeerde dat hij een bedreiging vormde voor de publieke orde en daarom niet mocht binnenkomen.
Wat hem daarbij vooral raakte, was dat in de brief werd gerefereerd aan een van zijn meest omstreden theorieën, dat wereldleiders in werkelijkheid worden aangestuurd door een reptielachtige kracht. Icke zegt dat hij verbaasd was dat zo’n passage letterlijk werd opgenomen in een officiële brief van een Europese overheid.
Maar het bleef niet bij Nederland. Volgens het interview werd hij uitgesloten van toegang tot alle Schengenlanden. Daarmee werd de ban volgens hem niet een nationaal besluit maar een continent-brede blokkade.
Hij vertelt ook dat andere landen buiten Europa, inclusief de Verenigde Staten, volgens hem gebruikmaken van dezelfde databanken wanneer ze bepalen wie toegang krijgt. Daardoor, zegt hij, is de impact van de ban veel groter dan alleen de 26 landen waarin Schengen wordt toegepast.
Eerder in Australië: eenzelfde patroon.
Wat er in Nederland gebeurde, herinnert hem aan een eerdere gebeurtenis. In het interview vertelt Icke dat hij in 2019 in een hotel bij Los Angeles Airport zat, slechts enkele uren voor zijn vlucht naar Australië. Hij had daar twaalf lezingen gepland en had eerder tien keer zonder problemen in het land gesproken.
Maar vlak voor vertrek kreeg hij een bericht van de Australische immigratieminister dat hij ditmaal niet welkom was. Hij vertelt dat in de brief stond dat de autoriteiten wisten dat hij eerder nooit problemen had veroorzaakt — maar dat men hem desondanks weigerde.
Voor Icke is dit bewijs van een terugkerend patroon waarin niet individuele landen handelen, maar waarin volgens hem een bredere internationale lijn zichtbaar wordt.
Waarom is één man zo bedreigend?
Deze vraag stelt hij herhaaldelijk in het interview. Waarom zou iemand met zijn levensstijl, zonder macht, zonder rijkdom, wonend in een kleine flat, zo’n grote dreiging vormen?
“Als ze niet bang voor me waren, zouden ze het niet doen,”zegt hij.
Daarmee bedoelt hij dat overheden volgens hem alleen datgene bestrijden waar ze daadwerkelijk bang voor zijn. Hij vindt het opvallend dat men volgens hem grote moeite doet om één spreker te stoppen, terwijl diezelfde overheden doorgaans veel ernstigere zaken laten liggen.
Het leidt tot zijn conclusie:
“Als het wereldwijde systeem jou wil verbieden, dan moet je wel iets goeds zeggen.”
Zijn visie op een wereld waarin macht gecentraliseerd is.
In het interview schetst hij een wereldbeeld waarin regeringen, grote bedrijven, media en technologieplatforms steeds meer volgens één lijn opereren. Hij noemt dit een “global cult” — een term die hij al decennia gebruikt.
Hij zegt dat China het model is voor waar de wereld naartoe beweegt. Volgens hem is wat daar gebeurt, digitale identificatie, sociale controle, technologische surveillance, een blauwdruk voor andere landen. Hij noemt nationale regeringen slechts façadeverschillen bovenop een gedeelde onderliggende machtsstructuur.
Ook verwijst hij naar het idee dat grenzen wereldwijd worden verzwakt, waarbij hij zegt dat organisaties die zich uitspreken voor open grenzen volgens hem bijdragen aan een structuur waarin nationale autonomie vervaagt.
Technologie, pandemie en het schuivende speelveld.
Icke vertelt dat een belangrijk onderdeel van wat hij al jaren voorspelt, de opkomst is van technologie die volgens hem wordt ingezet voor centrale controle. In het interview spreekt hij over QR-codesystemen, digitale toegangspassen en de vervagende grens tussen mens en technologie.
Hij waarschuwt voor een toekomst waarin volgens hem een steeds groter deel van het menselijk leven afhankelijk zal zijn van technologische toestemming:
“They wouldn’t even have a mind of their own unless their QR code says they can do that.”
Volgens hem zullen dergelijke systemen eerst vrijwillig lijken, maar later verplicht worden. De pandemie noemt hij in het interview de eerste grote golf die mensen in dat systeem duwde.
Identiteit als instrument.
In het interview legt hij uitgebreid uit waarom volgens hem identiteitspolitiek zo’n krachtig middel is voor machthebbers. Wanneer mensen zichzelf primair definiëren via labels, ras, religie, gender, oriëntatie, politieke kleur, worden zij volgens hem makkelijker te manipuleren en tegenover elkaar te zetten.
Het doel is volgens hem simpel: een verdeeld volk regeert makkelijker. “Als je miljarden mensen wilt controleren, moet je ze eerst zover krijgen dat ze zich identificeren met beperkingen.”
Bewegingen die schijnbaar opereren ten behoeve van één groep, zijn volgens hem vaak onbewust instrumenten in een groter spel dat draait om verdeeldheid. Hij noemt voorbeelden waarbij volgens hem geldstromen en structuren achter zulke organisaties wijzen op andere motieven dan hun officiële doelen.
De rol van media en activisme.
Icke is hard in zijn kritiek op de media. In het interview vertelt hij dat veel journalisten zich niet realiseren dat ze volgens hem betrokken zijn bij het handhaven van een wereldwijd narratief. Hij beschrijft hoe zij elke ochtend naar hun werk gaan zonder te beseffen dat het verhaal dat ze verkondigen volgens hem niet hun eigen analyse is, maar een grotere machtsstructuur dient.
Ook activisten bekritiseert hij. Niet om hun bedoelingen, zegt hij, maar omdat zij volgens hem niet doorhebben dat zij “voetvolk van de censuur” worden. Door te protesteren tegen sprekers of ideeën die hen niet bevallen, helpen ze volgens hem een systeem vormen waarin uiteindelijk niemand nog vrij kan spreken.
De plek waar hij wél spreekt.
Het interview met London Real vormt een belangrijk onderdeel van zijn verhaal. Het platform presenteert zichzelf als volledig onafhankelijk, niet onderworpen aan censuur, en benadrukt dat het gesprek onbelemmerd is.
Brian Rose, de interviewer, zegt zelfs:
“Ik zal tot de dood uw recht verdedigen om het te zeggen.”
Volgens Icke is dat nodig in een tijd waarin, naar zijn zeggen, de meeste platformen en media-instellingen stemmen zoals de zijne zouden verwijderen. Hij zegt dat het doel van censuur niet is om te voorkomen dat mensen worden misleid, maar om te voorkomen dat zij afwijkende perspectieven horen.
“Alles wat je ziet en hoort, is gepland om door de autoriteiten te worden goedgekeurd,” zegt hij.
De rechtszaak en de afwezigheid.
Icke vertelt dat hij een rechtszaak heeft aangespannen tegen zijn Nederlandse ban. Zijn advocaten vroegen of hij speciaal toegang mocht krijgen om de zitting bij te wonen. Dat werd geweigerd. Hij mag alleen via een videoverbinding deelnemen.
Daarnaast vertelt hij dat een petitie met tienduizenden handtekeningen ervoor heeft gezorgd dat het onderwerp in het Nederlandse parlement besproken moet worden. Maar ook dat verandert niets aan het verbod.
Dat alles maakt de situatie, in zijn woorden, bijna absurd: de man die volgens autoriteiten te gevaarlijk is om het land binnen te laten, moet op afstand proberen te verdedigen waarom hij geen bedreiging vormt.
Zijn toenemende bekendheid.
Brian Rose vertelt in het interview dat de eerdere gesprekken met Icke miljoenen mensen bereikten. Hij noemt ze “record-breaking long-form live broadcasts” en zegt dat ze volgens hem mensen wereldwijd hebben wakker geschud.
Icke zelf zegt dat hij de laatste jaren een enorme toename ziet in het aantal mensen dat volgens hem begint te begrijpen wat hij al lange tijd voorspelt. Hij refereert aan zijn beginjaren, toen het publiek klein was en de weerstand groot. Nu, zegt hij, zien mensen volgens hem de “stepping stones” die leiden naar de wereld die hij beschrijft.
Het woord dat volgens hem alles kan veranderen.
Het interview eindigt met wat Icke als de essentie ziet van zijn boodschap. Een enkel woord dat volgens hem meer kracht heeft dan demonstraties, petities of politieke bewegingen:
“No.”
‘Nee’ is hoe we eruit komen, zegt hij.
Het gaat om weigeren, niet deelnemen, niet toegeven — volgens hem het krachtigste middel dat burgers hebben tegen systemen die te veel macht willen.
De paradox die blijft hangen.
Aan het einde van het gesprek zegt Brian Rose dat wat voor anderen een enorme klap zou zijn, voor Icke juist een katalysator lijkt. De ban heeft hem niet minder zichtbaar gemaakt, maar juist meer. “het is vreemd,” zegt hij, “Maar het lijkt erop dat dit je bekender heeft gemaakt.”
En dan komt de zin die als een terugkerende echo in het gesprek hangt: “Als ze niet bang voor me waren, zouden ze het niet doen.”
Slotzin.
Wat men ook van David Icke vindt, gevaar, mysticus, complotdenker, klokkenluider of excentriekeling, één ding blijft na het interview overeind: hij zelf ziet elke poging om hem het zwijgen op te leggen als het grootste bewijs dat hij gehoord moet worden.
En precies daar, in die paradox van verbod en aandacht, ligt de vraag die als een stille onderstroom door het hele gesprek loopt: als zijn woorden werkelijk zo absurd zijn, waarom proberen dan zoveel mensen te voorkomen dat iemand ze hoort?■
