Vrede als daad in tijden van oorlog.

Kleurrijke politieke cartoon waarin oorlog en vrede tegenover elkaar staan: militaire voertuigen, raketten, NAVO-uitbreiding, protesten tegen oorlog, gevangenis voor dienstweigeraars, wapenfabrieken en een vredesduif rond de tekst “Vrede als daad”.

We worden bedreigd. Er is een vijand. Zo wordt het verhaal vaak geopend, scherp en zonder omwegen. In zo’n wereld klinkt nuance al snel als verraad en twijfel als zwakte. Juist in dat spanningsveld speelt het gesprek dat centraal staat in deze reportage: een lang en gelaagd gesprek bij het YouTube-kanaal Left Laser, waarin vredesactivist en socioloog Willem de Haan terugkijkt op decennia van antimilitarisme, persoonlijke keuzes en de veranderde toon van het publieke debat. Wat volgt is geen pamflet en geen pleidooi, maar een feitelijke weergave van wat er wordt gezegd, geplaatst in context, en verteld met oog voor de geschiedenis die door het gesprek heen loopt.

Een tijd waarin vrede verdacht klinkt.

Volgens De Haan is het maatschappelijke klimaat de afgelopen jaren sterk veranderd. Hij beschrijft hoe woorden als “vrede”, “de-escalatie” en “onderhandelen” in het huidige debat vaak worden ontvangen alsof ze het geweld legitimeren in plaats van proberen te stoppen. In het gesprek bij Left Laser schetst hij een samenleving waarin angst een centrale rol speelt: angst voor vijanden, voor dreiging van buitenaf, en voor alles wat die dreiging lijkt te relativeren. Wie nuanceert, zo zegt hij, wordt al snel gezien als iemand die “heult met de vijand”.

Deze observatie vormt het startpunt van het gesprek. Niet omdat De Haan zich als slachtoffer presenteert, maar omdat hij probeert te duiden hoe het debat volgens hem zo is verhard. Hij benoemt expliciet dat deze sfeer niet uit het niets ontstaat, maar wordt aangejaagd door politiek en media, die gezamenlijk een oorlogslogica versterken waarin eensgezindheid belangrijker lijkt dan twijfel of reflectie.

De aanleiding: oorlog in Europa.

De directe aanleiding voor het boek Vrede als daad, waarover De Haan spreekt, is de oorlog in Europa. Hij zegt dat hij het boek schreef omdat hij vond dat er naast het dominante verhaal, dat van wapens, escalatie en militaire oplossingen, ook een ander verhaal verteld moest worden. In zijn woorden: een verhaal over de-escalatie, onderhandelen en het onderzoeken van oorzaken in plaats van uitsluitend reageren op gevolgen.

De Haan stelt dat hij ervan overtuigd is dat in de oorzaak van een conflict vaak ook een deel van de oplossing ligt. Vanuit dat perspectief bespreekt hij zijn visie op de achtergronden van het huidige conflict tussen Rusland en Oekraïne.

De NAVO-uitbreiding als kern van het conflict.

Volgens De Haan ligt een belangrijke oorzaak van de oorlog in de uitbreiding van de NAVO richting het oosten, een proces dat al begon na de val van de Berlijnse Muur. Hij verwijst in het gesprek naar het moment in 2008 waarop Oekraïne en Georgië het vooruitzicht kregen om lid te worden van de NAVO, een stap die volgens hem een duidelijke “rode lijn” vormde voor Rusland.

De Haan wijst erop dat de Russische president Vladimir Poetin al in 2007, in een periode waarin de relaties met het Westen minder vijandig waren dan nu, expliciet zou hebben aangegeven dat hij geen Amerikaanse wapens aan de Russische grens wilde. Volgens De Haan negeerde de NAVO deze waarschuwingen en zette zij de uitbreiding voort, wat volgens hem bijdroeg aan de escalatie.

Soevereiniteit en invloedsferen.

In het gesprek komt ook de vraag aan bod of Oekraïne niet zelf mag bepalen bij welke militaire alliantie het wil horen. De Haan antwoordt daarop dat hij denkt dat men moet accepteren dat de wereld is verdeeld in invloedsferen. Hij gebruikt een vergelijking met de Verenigde Staten en Mexico: volgens hem zou het voor Amerika ondenkbaar zijn om Russische kernwapens in Mexico te accepteren. Zo, stelt hij, werkt de wereld nu eenmaal.

Hij benadrukt daarbij niet dat dit ideaal is, maar dat het volgens hem wel de realiteit is. Het negeren van die realiteit, zo stelt hij, leidt tot spanningen en uiteindelijk tot oorlog.

De-escalatie als uitgangspunt.

Wanneer het gesprek zich richt op de vraag hoe vrede bereikt kan worden, legt De Haan de nadruk op het serieus nemen van de belangen en gevoelens van de andere partij. Hij stelt dat dit niet betekent dat je altijd toegeeft, maar wel dat je probeert te begrijpen waar spanningen vandaan komen en of de “angel uit het conflict” gehaald kan worden.

De-escalatie is volgens hem geen zwaktebod, maar een actieve keuze. Wie niet bereid is om compromissen te sluiten, zegt hij, kiest impliciet voor oorlog. Wie dat wel doet, werkt aan vrede.

Verdachtmaking van vredesactivisten.

Een terugkerend thema in het gesprek is de manier waarop vredesactivisten tegenwoordig worden bekeken. De Haan vertelt dat hij in debatten wel eens is beschuldigd van medeverantwoordelijkheid voor historische tragedies, zoals de Holocaust. Die beschuldigingen zijn volgens hem gebaseerd op de redenering dat pacifisme in het verleden zou hebben geleid tot onvoldoende bewapening en daarmee tot rampen.

Hij noemt dit vaste denkpatronen waar nauwelijks tegenin te gaan valt, omdat ze voor degenen die ze uitspreken als absolute waarheid voelen. Tegelijkertijd benadrukt hij dat het volgens hem noodzakelijk blijft om dat debat toch te voeren.

Dienstweigering en radicale keuzes.

De Haan noemt zichzelf een vredesactivist en vertelt hoe zijn engagement begon in de jaren zeventig, toen hij werd geconfronteerd met de dienstplicht. In 1978 en 1979 moest hij kiezen: wel of niet in militaire dienst. Hij sloot zich aan bij een groep radicale dienstweigeraars die niet alleen de dienst weigerden, maar ook weigerden om hun gewetensbezwaar officieel te laten toetsen.

Deze groep, later bekend als actiegroep Onkruid, weigerde iedere vorm van medewerking. Dat betekende dat zij de consequenties accepteerden: gevangenisstraffen tot achttien maanden. De Haan vertelt dat hij deel uitmaakte van een groep van ongeveer honderd jongeren die deze straf kregen voordat de dienstplicht werd opgeschort.

De logica van het systeem.

In het gesprek beschrijft De Haan uitgebreid hoe de normale procedure rond dienstweigering destijds werkte: van militaire keuringen tot commissies die het geweten van dienstweigeraars onderzochten, soms met indringende en volgens hem absurde vragen. Wie werd erkend als gewetensbezwaarde, kon vervangende dienst doen in bijvoorbeeld een bibliotheek of zorginstelling.

De radicale weigeraars vonden echter dat ook dit meewerken was aan het systeem. Zij wilden het systeem zelf ter discussie stellen, niet alleen hun eigen positie daarin.

Propaganda van de daad.

De Haan plaatst deze acties in een bredere traditie die hij “propaganda van de daad” noemt, een anarchistisch concept waarbij men door eigen handelen laat zien waar men voor staat. Hij verwijst naar figuren als Ferdinand Domela Nieuwenhuis en naar de lange Nederlandse traditie van antimilitarisme, waarin massale dienstweigering werd gezien als een manier om oorlog onmogelijk te maken.

Volgens De Haan klopt deze redenering in theorie: als niemand bereid is om soldaat te worden, kan er geen oorlog worden gevoerd.

Vietnam en het verlies van vertrouwen.

Een belangrijk historisch referentiepunt in het gesprek is de Vietnamoorlog. De Haan vertelt hoe beelden van napalmbombardementen en aanvallen op burgerbevolking diepe indruk maakten op zijn generatie. De Verenigde Staten, die voor hun ouders nog de bevrijders waren geweest in 1945, werden twintig jaar later gezien als daders van grootschalig geweld.

Voor De Haan was dit een belangrijke reden om zich te verzetten tegen deelname aan dezelfde militaire structuren.

Politiek en het verdwijnen van antimilitarisme.

In het gesprek wordt ook teruggeblikt op de Nederlandse politiek. De Haan beschrijft hoe linkse partijen in de jaren zeventig en tachtig kritisch stonden tegenover kernwapens en militarisering, en hoe dat sentiment breed werd gedragen in de samenleving. Hij herinnert aan de massale demonstratie in Den Haag in 1983 tegen de plaatsing van kernraketten, waaraan volgens hem ongeveer 550.000 mensen deelnamen.

Volgens De Haan is dat antimilitaristische sentiment grotendeels verdwenen. Hij bespreekt hoe partijen als GroenLinks volgens hem zijn meegegaan in een militair discours, inclusief steun voor wapenproductie, iets waar die partijen eerder expliciet tegen waren.

Generaties en veranderde idealen.

De Haan vertelt dat hij soms door voormalige geestverwanten wordt gezien als iemand die is blijven hangen in de idealen van de jaren zeventig en tachtig. Hij beschrijft ontmoetingen waarin hij wordt weggezet als “die activist”, terwijl anderen zichzelf zien als realistischer en aangepast aan een veranderde wereld.

Hij erkent dat mensen het recht hebben om hun standpunten te wijzigen, maar noemt het tegelijk treurig dat collectieve herinneringen en vroegere idealen zo gemakkelijk lijken te vervagen.

Een lange traditie van verzet.

Tot slot plaatst De Haan het Nederlandse antimilitarisme in een nog langere historische lijn. Hij wijst op de grote aantallen dienstweigeraars na de Eerste Wereldoorlog, op de slogan “Nooit meer oorlog”, en op hoe diep dat sentiment ooit in de samenleving was verankerd. Volgens hem verdween het tijdelijk na de Tweede Wereldoorlog, om in de jaren zestig en zeventig weer terug te keren, voordat het opnieuw naar de achtergrond verdween.

Een feitelijke balans.

Het gesprek bij Left Laser biedt geen eenvoudige antwoorden en geen eenduidige conclusies. Het is een terugblik, een analyse en een persoonlijke geschiedenis ineen. Wat Willem de Haan zegt, wordt niet gepresenteerd als waarheid, maar als zijn visie, gevormd door ervaringen met oorlog, dienstweigering, activisme en politieke verschuivingen. De feiten, zoals ze in het gesprek worden uitgesproken, laten zien hoe ideeën over vrede, veiligheid en verzet in Nederland door de tijd heen zijn veranderd.

En misschien is dat precies wat dit gesprek zichtbaar maakt: dat vrede niet alleen een toestand is, maar ook een handeling, steeds opnieuw, in een wereld die blijft schuiven.■

Kleurrijke politieke cartoon waarin oorlog en vrede tegenover elkaar staan: militaire voertuigen, raketten, NAVO-uitbreiding, protesten tegen oorlog, gevangenis voor dienstweigeraars, wapenfabrieken en een vredesduif rond de tekst “Vrede als daad”.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *