Weg met ons? Arnout Jaspers en de strijd tegen westerse zelfhaat.

Arnout Jaspers poseert voor een foto, met onderaan de quote: "Men vindt dat wij iedereen moeten opvangen, omdat het onze schuld zou zijn dat ze hier komen."

In een tijd waarin het publieke debat steeds vaker wordt gedomineerd door schuld, boetedoening en morele zelfkastijding, klinkt er een stem die zich daar fel tegen verzet. Die stem is van Arnout Jaspers, natuurkundige, columnist en auteur van het boek Weg met ons. In een uitgebreid gesprek met interviewer Daniël de Lieve bij Nieuwrechts, ontvouwt Jaspers zijn visie op wat hij noemt de “weg met ons-mentaliteit”, een diepgeworteld schuldgevoel dat volgens hem het Westen in een wurggreep houdt. Zijn boodschap is helder: het is tijd om weer trots te zijn op de westerse beschaving, zonder de schaduwzijden te ontkennen, maar ook zonder onszelf collectief te veroordelen.

De aanleiding: verbazing en verontwaardiging.

Jaspers’ motivatie om Weg met ons te schrijven komt voort uit een mengeling van verbazing en verontwaardiging. Net als bij zijn eerdere boeken over stikstof en klimaat, stoorde hij zich aan het gebrek aan open debat over fundamentele onderwerpen. “Waarom weet niet iedereen dit? Waarom is dit geen onderwerp van gesprek?”, vraagt hij zich af. Volgens Jaspers worden bepaalde thema’s, zoals de rol van het Westen in de wereldgeschiedenis, klimaatverandering en migratie, in de mainstream media slechts vanuit één moreel perspectief belicht: dat van de schuldige westerling.

De kern van de “weg met ons-mentaliteit”.

Centraal in Jaspers’ betoog staat het idee dat veel westerlingen, en Nederlanders in het bijzonder, hun eigen cultuur als inferieur beschouwen. Hij spreekt van een “waanidee” dat de moderne samenleving, met haar technologie, wetenschap en industrialisatie, minderwaardig zou zijn aan een zogenaamd “onbedorven” leven in traditionele samenlevingen. Deze zelfhaat, aldus Jaspers, is niet alleen irrationeel, maar ook gevaarlijk. Ze leidt tot beleid dat gestoeld is op schuldgevoelens in plaats van op rationele afwegingen.

Slavernij: een eenzijdig verhaal?

Een belangrijk thema in het boek is de manier waarop het Westen wordt afgerekend op zijn rol in de slavernij. Jaspers erkent dat slavernij verwerpelijk is, maar wijst erop dat het een wereldwijd fenomeen was, dat in vrijwel alle culturen voorkwam. Wat het Westen volgens hem onderscheidt, is dat het als eerste de slavernij heeft afgeschaft. Hij noemt de Britse abolitionisten als voorbeeld van morele vooruitgang, en stelt dat het Westen juist krediet verdient voor deze ontwikkeling.

Wat hem stoort, is dat andere betrokken partijen, zoals Afrikaanse en Arabische samenlevingen die actief deelnamen aan de slavenhandel, zelden ter verantwoording worden geroepen. “Het Westen krijgt als enige de schuld van slavernij, terwijl de hele wereld eraan meedeed,” stelt Jaspers. Deze eenzijdige benadering voedt volgens hem het idee dat het Westen per definitie slecht is.

Klimaatschuld: een mythe?

Ook het klimaatdebat is volgens Jaspers doordrenkt van westerse zelfverachting. Hij stelt dat het Westen momenteel slechts een kwart van de wereldwijde CO₂-uitstoot voor zijn rekening neemt, terwijl landen als China inmiddels veel grotere vervuilers zijn. Toch wordt het Westen verantwoordelijk gehouden voor de historische uitstoot sinds de industriële revolutie. Dit leidt tot miljardenbetalingen aan klimaatfondsen van de Verenigde Naties, zoals het “loss and damage”-fonds, dat volgens Jaspers weinig transparant is en gevoelig voor misbruik.

Hij noemt het voorbeeld van Zambia, dat een klimaatverlanglijst heeft ingediend met onder meer subsidies voor indoor toerisme, omdat het in de toekomst mogelijk meer zou gaan regenen. “Wat kan er misgaan,” zegt hij cynisch, doelend op de enorme geldstromen die zonder duidelijke controle worden verdeeld.

Migratie als herstelbetaling?

Een ander heikel punt is migratie. Jaspers ziet ook hier de “weg met ons-mentaliteit” aan het werk. Hij stelt dat westerse landen, uit een gevoel van historische schuld, nauwelijks grenzen durven stellen aan immigratie. Verdragen zoals het VN-vluchtelingenverdrag en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens zouden volgens hem fungeren als een “blanco cheque” voor migratie naar Europa. “We hebben die verdragen zelf ondertekend,” erkent hij, “maar het zijn vooral westerse landen die zich eraan houden.”

Voor Jaspers is een deel van de migratie te beschouwen als een vorm van impliciete herstelbetaling: een manier waarop het Westen boete doet voor vermeende historische misdaden. Hij noemt het “payback time”, een morele logica die volgens hem niet alleen onhoudbaar is, maar ook schadelijk voor de sociale cohesie.

Israël als zondebok.

In het verlengde van zijn analyse bespreekt Jaspers ook de houding van het Westen ten opzichte van Israël. Hij ziet in de felle kritiek op Israël een projectie van westerse zelfhaat. Israël, als succesvolle westerse democratie in een niet-westerse regio, zou volgens hem het ultieme doelwit zijn geworden van diegenen die het Westen als inherent slecht beschouwen. “Israël moet schuldig zijn aan racisme, apartheid en genocide, omdat het anders niet past in het frame van het slechte Westen,” stelt hij.

De rol van media en onderwijs.

Jaspers spaart de media niet. Hij beschuldigt kranten als NRC en de Volkskrant, evenals de NPO, van eenzijdige berichtgeving en het versterken van het schuld narratief. Ook het onderwijs krijgt ervan langs: kinderen zouden van jongs af aan worden geïndoctrineerd met het idee dat het Westen verantwoordelijk is voor alle kwaad in de wereld. “Wij moeten betalen, wij moeten boete doen,” vat hij het samen.

De oplossing: herwaardering van het Westen.

Toch blijft Jaspers niet hangen in kritiek. Hij pleit voor een herwaardering van de westerse beschaving, gebaseerd op feiten en historische context. “Wees trots op het Westen,” zegt hij. Niet blind, niet zonder de fouten te erkennen, maar wel met oog voor de enorme bijdragen die het Westen heeft geleverd aan wetenschap, mensenrechten, technologie en welvaart. “De westerse beschaving heeft de wereld een betere plek gemaakt,” stelt hij stellig.

Volgens Jaspers is het essentieel dat deze boodschap weerklank vindt in politiek, onderwijs en media. Alleen dan kan het Westen zich ontworstelen aan de verlammende greep van het schuldgevoel en weer met vertrouwen naar de toekomst kijken.

Een ongemakkelijke boodschap.

Het is duidelijk dat Jaspers’ boodschap niet bij iedereen in goede aarde valt. Hij wordt regelmatig beschuldigd van racisme, een verwijt dat hij fel van de hand wijst. “Als je alleen maar pleit voor gelijke behandeling, ben je al een racist,” zegt hij. Hij pleit voor een open debat, waarin ook ongemakkelijke waarheden besproken kunnen worden zonder dat meteen de racisme-kaart wordt getrokken.

Slotwoord: een pleidooi voor nuchterheid.

In een tijd van morele verwarring en ideologische polarisatie, biedt Weg met ons een prikkelende, soms confronterende, maar altijd onderbouwde visie op de staat van het Westen. Jaspers roept op tot nuchterheid, tot het loslaten van overdreven schuldgevoelens en tot het herontdekken van de waarde van onze beschaving. Zijn boodschap is geen oproep tot arrogantie, maar tot evenwicht: “Wees trots op het Westen op een reële manier. Zonder de fouten te ontkennen, maar met oog voor het grotere geheel.”

Of zijn boek dezelfde impact zal hebben als zijn eerdere werk over stikstof, valt nog te bezien. Maar één ding is zeker: Arnout Jaspers heeft een steen in de vijver gegooid. En de rimpelingen zijn voelbaar.■

Bron: Nieuw Rechts: op Youtube.

Arnout Jaspers poseert voor een foto, met onderaan de quote: "Men vindt dat wij iedereen moeten opvangen, omdat het onze schuld zou zijn dat ze hier komen."

Eén gedachte over “Weg met ons? Arnout Jaspers en de strijd tegen westerse zelfhaat.

Laat een antwoord achter aan Створити особистий акаунт Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *