De anatomie van moderne bullshit, Rypke Zeilmaker ontmaskert de machine.

Handgetekende politieke cartoon met thema’s rond bullshitdetectie: een graafmachine die bomen begraaft, dalende grafieken, borden met “No concern for truth”, landbouwsymbolen, een koe, biodiversiteitsmodellen en verschillende vraagtekens die misleidende wetenschap en beleid verbeelden.

Een onderzoeksartikel gebaseerd op zijn boekbespreking en colleges Bullshitdetectie.

Het begint vaak met een zucht. Een mengeling van verbazing, ongemak en soms zelfs schaamte. Het moment waarop je een bericht ziet waarvan je denkt: “Godzakker, wat hebben ze nou weer bedacht?” Die vraag is volgens Rypke Zeilmaker de sleutel tot alles. Want wie nog in staat is zich te verbazen, kan nog onderzoeken. En onderzoeken, zegt hij, is het laatste bolwerk tegen wat hij beschrijft als een fundamentele kwaal van onze tijd: Bullshit.

In zijn boekenkol voor Café Weltschmerz opent Rypke met precies die vraag. “Waarom is er zo allemachtig veel bullshit in de wereld?” Niet als retorische uitroep, maar als oprecht probleem. Hij haalt daarbij het werk van filosoof Harry G. Frankfurt aan, de auteur van het kleine maar invloedrijke boekje On Bullshit, zijn “zakbijbeltje voor bullshitdetectors” noemt hij het. Frankfurt legde op academisch verantwoorde wijze uit wat Rypke in zijn journalistieke praktijk telkens opnieuw tegenkomt: niet het liegen is de kern van het probleem, maar het totale gebrek aan belangstelling voor waarheid.

Bullshit, schrijft Frankfurt, is “no concern for truth.” En precies dat vormt de rode draad door Rypke’s ervaringen met politieke retoriek, beleidsstatistiek en institutionele modellen.


Wanneer woorden losraken van werkelijkheid.

Een leugenaar, zegt Rypke met verwijzing naar Frankfurt, heeft tenminste nog een waarheidsstandaard: hij weet wat waar is, en kiest ervoor daarvan af te wijken. Maar een bullshitter niet. Die kraamt iets uit omdat het hem uitkomt. Hij noemt Mark Rutte als voorbeeld van iemand die “gewoon woorden uitkraamt” en tevreden is zolang ze het gewenste effect hebben. Waarheid is daarbij irrelevant.

Hetzelfde ziet hij terug in wat hij “de gendergekte, de klimaatgekte en het partijprogramma van D66” noemt. Maar nergens wordt de structuur van bullshit volgens hem zo zichtbaar als in de talloze beleidsrapporten van Nederlandse instituten zoals Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), het RIVM en het CBS. Documenten die, in zijn woorden, “meestal pure, loopzuivere bullshit” produceren.


De houtgrafkelder als symbool.

Een van de schrijnendste voorbeelden waarmee hij zijn verhaal opent, is de praktijk die hij “woodfolting” noemt. Het principe: men kapt bomen, graaft met een diesel slurpende graafmachine een grote kuil, gooit de bomen erin en bedekt die vervolgens met aarde. Daarna wordt plechtig verklaard dat “de planeet is gered”. Rypke benadrukt: het is echt. Hij verzint het niet. Deze demonstratieve absurditeit dient slechts als opwarmertje, want volgens hem zijn de beleidsmatige varianten vaak nog veel erger.


De biodiversiteitsclaim: 15% over, of 100% misleiding?

Het meest uitgebreide voorbeeld dat hij fileert is de Mean Species Abundance-index (MSA), ontwikkelend door het PBL en gebruikt door onder meer het Wereld Natuur Fonds en de Partij voor de Dieren. In 2009 werd met veel tamtam gecommuniceerd dat Nederland nog maar 15% biodiversiteit over zou hebben. Politiek, media en ngo’s liepen er blind achteraan.

Maar een echte wetenschapsjournalist, zegt Rypke, stelt dan de vraag:
“Hoe berekenen ze dat dan?”

Wat hij vervolgens ontdekte na een WOO-verzoek (voorheen FOIA) was volgens hem ronduit onthutsend:
– er is nooit gemeten hoeveel soorten er waren in 1900;
– er is nooit gemeten hoeveel soorten er waren in 1950;
– er waren simpelweg geen data.

En toch presenteerden de bureaus een vergelijking alsof 1900 een situatie van 100% biodiversiteit was en het heden slechts 15%.

Hoe kwamen ze dan tot die getallen? Volgens Rypke heel simpel:
– omdat Nederland nog maar 10% “officiële natuur” heeft
– en daar 5% bos bij optelt
zouden we dus 15% biodiversiteit overhebben. De rest is “verdwenen”. Niet omdat het écht gemeten is, maar omdat landgebruik gelijk werd gesteld aan biodiversiteit. Landbouwgrond kreeg in het model 90% strafpunten, ongeacht hoeveel soorten er werkelijk aanwezig zijn.

Zelfs natuurgebieden die volgens hem “soortenarm” zijn, zoals heideterreinen, scoren in het model beter dan het boerenland van de jaren 50–70, dat wemelde van grutto’s, kieviten en leeuweriken. De werkelijkheid doet er niet toe; het model dicteert de uitkomst. Rypke noemt dit “pure bullshit, grenzend aan bedrog.”


Waarom zulke modellen blijven bestaan.

Zelfs nadat zijn analyses in Elsevier, de Volkskrant en via Kamervragen aan de orde kwamen, bleef het PBL de MSA-methodiek gebruiken. Volgens Rypke is dat geen misverstand, maar een strategische keuze.

Het model dient namelijk een dubbele agenda:

  1. CO₂ moet kunnen worden omgezet in verhandelbare waarde,
  2. en biodiversiteit moet kunnen worden omgezet in ‘biodiversiteitcredits’.

Door biodiversiteit afhankelijk te maken van landgebruik, in plaats van van echte metingen, ontstaat een drukmiddel waarmee land kan worden onteigend, herbestemd en geprijsd. Het model creëert de legitimatie. En wie kritiek heeft, zoals Rypke of wetenschappers van Stichting Agrifacts of Clintel, wordt onder vuur genomen, terwijl de producenten van de verkeerde statistiek worden beschermd.


De Wildavsky-methode: gereedschap tegen vertekening

Gelukkig, zegt Rypke, is er een manier om door deze mist heen te kijken. Die komt van Aaron Wildavsky, auteur van But Is It True? en grondlegger van een heldere methode om goede van slechte wetenschap te onderscheiden. De Wildavsky-methode wordt door Rypke toegepast in zijn Cursus Bullshitdetectie, die hij jarenlang gaf aan politieke partijen, vooral aan de rechterzijde van het spectrum, al merkt hij daarbij op dat linkse partijen volgens hem “niet redelijk kunnen redeneren, want anders hadden ze die linkse standpunten niet.”

Met die methode leer je onmiddellijk herkennen wanneer grafieken, statistieken of modellen je aan het “flessen” zijn. En dat is volgens Rypke essentieel in een tijd waarin steeds meer wetenschap in feite afhankelijk is van overheidsgeld — de “Euro-Sovjet-Unie met utopische klimaatplannetjes”, zoals hij het formuleert.


Een systeem gebouwd op bijzaken en belangen.

Volgens Rypke is het patroon helder:
– instituten presenteren modellen als feiten;
– kritiek wordt niet verwelkomd maar aangevallen;
– journalisten herhalen de claims zonder onderzoek;
– politici gebruiken de modellen voor beleid;
– burgers worden op kosten gejaagd.

Zo ontstaat een keten waarin bullshit de plaats van waarheid inneemt, niet door kwaadwillend liegen, maar door een cultureel ingebakken onverschilligheid tegenover werkelijkheid. Dat is precies de kern van Frankfurt’s definitie.

En juist daarom werkt het.

Zolang de black box onaantastbaar is, zolang instituties autoriteit uitstralen en zolang burgers niet vragen “Hoe weten jullie dat?”, blijft bullshit functioneel. Het voedt beleid, legitimeert kosten en creëert een markt voor CO₂- en biodiversiteitcredits.

Maar het vernietigt iets anders: vertrouwen.


Een oproep tot nuchterheid.

Aan het einde van zijn betoog keert Rypke terug naar zijn centrale oproep: leer bullshit herkennen, zodat je niet zelf een bullshitter wordt en zodat je ziet wanneer autoriteiten het niet zo nauw nemen met waarheid. Zijn boodschap is niet cynisch, maar waarschuwend. Wie waarheid loslaat, verliest ook de mogelijkheid tot een eerlijke samenleving.

Het boek On Bullshit zou volgens hem in elke kast moeten staan. Niet als grap, maar als noodzakelijk gereedschap. En wie verder wil gaan, kan een cursus bij hem boeken, “voor alle bedrijven en gezelschappen in Nederland”, om te leren hoe je feiten van frasen onderscheidt.


Slot

Echte wetenschap erkent onzekerheid. Echte journalistiek stelt vragen. Maar bullshit, zoals Frankfurt het bedoelde en zoals Rypke het blootlegt, is de ontkenning van beide. Het is een systeem dat draait op effect in plaats van waarheid, op indruk in plaats van inhoud. En het kan alleen bestaan zolang niemand het bevraagt.

Daarom is de meest urgente opdracht van deze tijd misschien wel verbluffend eenvoudig:
open je ogen, stel de vraag, en laat je niet flessen.

Wie dat doet, ziet wat Rypke ziet. En wie dat eenmaal ziet, kan het nooit meer níét zien. ■

Bron: De Cursus Bullshitdetectie, hoe herken je BS? | Rypke Zeilmaker | Cafe Weltschmerz | Boekbespreking

Handgetekende politieke cartoon met thema’s rond bullshitdetectie: een graafmachine die bomen begraaft, dalende grafieken, borden met “No concern for truth”, landbouwsymbolen, een koe, biodiversiteitsmodellen en verschillende vraagtekens die misleidende wetenschap en beleid verbeelden.

Eén gedachte over “De anatomie van moderne bullshit, Rypke Zeilmaker ontmaskert de machine.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *