In een nieuwe aflevering van The Trueman Show, gepresenteerd door Jorn Luka, schuift arts en ondernemer Jeff Hoeyberghs aan voor een uitgebreid gesprek over massavorming, individuele vrijheid, religie, media, macht en spiritualiteit. De aflevering ontwikkelt zich tot een lange analyse van wat Hoeyberghs ziet als een fundamentele strijd tussen het individu en de massa. Volgens hem zijn moderne samenlevingen steeds gevoeliger geworden voor manipulatie via angst, herhaling en collectieve beeldvorming. Daarbij verwijst hij meerdere keren naar het werk van de Franse arts Gustave Le Bon, auteur van het boek De Crowd uit 1895, waarin massapsychologie centraal staat.
Vanaf het begin van het gesprek stelt Hoeyberghs dat niet de massa, maar juist individuen verantwoordelijk zijn voor vooruitgang en beschaving. “Het zijn de individuen die de werelden creëren. Niet de massa. De massa creëert de ondergang,” zegt hij. Volgens hem functioneren grote groepen mensen voornamelijk vanuit aangeleerde patronen, woorden en systemen, terwijl echte vrijheid alleen mogelijk wordt wanneer iemand zich losmaakt van collectieve programmering en zelfstandig leert waarnemen.
Jorn Luka grijpt terug op zijn ervaringen tijdens de coronaperiode en beschrijft hoe hij begon na te denken over de rol van burgers binnen bestaande systemen. Hij vertelt hoe gesprekken over alternatieve vormen van samenleving vaak stranden omdat veel mensen zich volgens hem geen andere realiteit kunnen voorstellen dan de structuren die al bestaan. Hoeyberghs reageert daarop door te stellen dat pogingen om “een nieuw systeem” te bouwen volgens hem uiteindelijk opnieuw leiden tot massavorming. In zijn visie ligt de oplossing niet in collectieve bewegingen, maar uitsluitend in individueel bewustzijn en persoonlijke verantwoordelijkheid.
Een centraal thema in het gesprek is het onderscheid tussen wat Hoeyberghs omschrijft als “de vijfde chakra” en “de zesde chakra”. Volgens hem leven veel mensen in een mentale simulatie die bestaat uit woorden, slogans en aangeleerde overtuigingen. Mensen die volgens hem visionair functioneren, zouden daarentegen rechtstreeks de realiteit kunnen waarnemen zonder die filters. Hij koppelt dat aan het idee dat de massa makkelijk manipuleerbaar wordt zodra angstbeelden voortdurend herhaald worden. Daarbij verwijst hij naar beelden uit de coronaperiode die volgens hem werden ingezet om collectieve angst op te wekken.
Hoeyberghs noemt de coronaperiode een concreet voorbeeld van massamanipulatie. Hij zegt verbaasd te zijn geweest over hoe ver overheden volgens hem konden gaan met maatregelen en hoe snel grote groepen mensen die accepteerden. Hij verwijst naar beelden van doodskisten, ziekenhuizen en noodsituaties die volgens hem voortdurend werden herhaald in media-uitzendingen. Volgens hem bevestigde dat de theorieën van Gustave Le Bon* over massa-psychologie en collectieve beïnvloeding. “Op dat moment zijn ze niet meer voor reden vatbaar,” zegt hij over de massa.
*Gustave Le Bon was een Franse psycholoog uit de negentiende eeuw en de grondlegger van de massapsychologie. Zijn theorieën over hoe individuen in een menigte hun kritische denkvermogen verliezen, vormen de historische basis voor het moderne concept van massavorming.
Tijdens het gesprek legt Hoeyberghs uitgebreid uit hoe hij de rol van de overheid ziet. Volgens hem is de overheid geen meerdere van de burger, maar een dienaar van de burger. Hij stelt dat grondwetten en burgerrechten oorspronkelijk bedoeld zijn om burgers te beschermen tegen de macht van de massa en tegen overheidsinmenging. In zijn visie zijn veel mensen dat uitgangspunt vergeten en beschouwen zij de overheid tegenwoordig als een autoriteit die boven hen staat.
Daarbij gebruikt hij voorbeelden uit de coronaperiode en hypothetische situaties rond controles door de overheid. Hij beschrijft hoe burgers volgens hem hun rechten zouden moeten kennen en toepassen wanneer overheidsinstanties controles uitvoeren. Volgens Hoeyberghs moeten burgers niet vanuit angst reageren, maar vanuit het besef dat zij rechten hebben die door wetgeving beschermd worden. Hij benadrukt dat volgens hem veel macht van overheden afhankelijk is van vrijwillige gehoorzaamheid van burgers.
Jorn Luka vertelt vervolgens over eigen ervaringen tijdens lockdowns en politiecontroles bij bijeenkomsten thuis. Hij zegt dat hij ontdekte dat agenten niet zomaar woningen mochten binnengaan zonder toestemming. Volgens hem leidde dat inzicht ertoe dat hij anders ging kijken naar gezag en regelgeving. Hoeyberghs gebruikt dat moment om te spreken over angst, onderwijs en sociale conditionering. Hij noemt scholen “massavormende instituten” die volgens hem bijdragen aan conformisme en afhankelijkheid van systemen.
In het gesprek beschrijft Hoeyberghs hoe moderne samenlevingen volgens hem steeds verder verwijderd raken van natuur, fysieke activiteit en directe sociale interactie. Hij zegt dat mensen vroeger meer buiten leefden, meer bewogen en sterker verbonden waren met hun omgeving. Tegenwoordig zouden schermen, sociale media en digitale systemen volgens hem bijdragen aan een “matrix” waarin mensen hun eigen identiteit verliezen.
Het onderwerp religie komt uitgebreid aan bod. Hoeyberghs maakt een onderscheid tussen spiritualiteit en georganiseerde religie. Volgens hem is spiritualiteit een directe verbinding met de schepping, terwijl religies functioneren als massavormende structuren. Hij bespreekt verschillen tussen christendom en islam en beschrijft hoe religieuze hiërarchieën volgens hem invloed hebben op collectieve controle. Daarbij noemt hij de katholieke kerk een piramidaal systeem waarin centrale macht belangrijk is.
Daarnaast bespreekt hij hoe massavorming* zich volgens hem historisch heeft ontwikkeld via religieuze structuren, propaganda en later radio, televisie en sociale media. Hij noemt censuur een logisch gevolg van systemen die controle willen behouden over publieke beeldvorming. Volgens hem proberen machtsstructuren altijd controle te krijgen over media omdat daarmee volgens hem collectieve perceptie gestuurd kan worden.
*Massavorming is een psychologisch proces waarbij een grote groep mensen het kritische denkvermogen verliest en blindelings achter één verhaal of leider aanloopt door gedeelde angst en eenzaamheid.
Hoeyberghs waarschuwt ook voor wat hij ziet als nieuwe vormen van groepsdenken binnen alternatieve media. Volgens hem vervangen sommige alternatieve bewegingen simpelweg de ene massa door een andere massa. Hij noemt politieke figuren zoals Donald Trump als voorbeeld van hoe mensen zich volgens hem opnieuw identificeren met collectieve symbolen in plaats van zelfstandig te blijven denken. In zijn visie mag geen enkele leider onderdeel worden van iemands identiteit.
Een groot deel van het gesprek draait om het concept “goed en kwaad”. Hoeyberghs verwijst naar het scheppingsverhaal, de boom van kennis van goed en kwaad en de rol van individuele waarneming. Volgens hem verliezen mensen hun vermogen om goed en kwaad zelfstandig te onderscheiden zodra zij zich volledig overgeven aan collectieve systemen of ideologieën. Hij koppelt dat aan sociale media, groepsdenken en online discussies waarin mensen volgens hem vooral reageren vanuit aangeleerde patronen.
Facebook noemt hij een “gedragsmatig laboratorium”. Hij zegt dat hij jarenlang patronen heeft geobserveerd in online communicatie en dat mensen volgens hem vaak al na enkele zinnen herkenbaar worden in hun manier van denken. Volgens hem draait veel online interactie niet om waarheid, maar om groepsidentiteit en bevestiging van bestaande overtuigingen.
Daarna verschuift het gesprek richting conservatisme, religieuze heropleving en spiritualiteit. Jorn Luka merkt op dat veel mensen na de coronaperiode opnieuw aansluiting zoeken bij religieuze stromingen. Hoeyberghs ziet dat volgens eigen zeggen opnieuw als een vorm van massavorming. Hij benadrukt meerdere keren dat hij gelooft dat de oplossing niet ligt in collectieve structuren, maar in individuele spirituele ontwikkeling.
Een opvallend onderdeel van het gesprek ontstaat wanneer Hoeyberghs uitgebreid spreekt over “minachting” als houding tegenover wat hij ziet als kwaad of manipulatie. Volgens hem moeten mensen zich niet verzetten vanuit woede of strijd, maar vanuit totale innerlijke onafhankelijkheid. Hij beschrijft die houding als een vorm van fundamentele afwijzing van systemen die volgens hem gebaseerd zijn op controle of angst.
Vervolgens komt het onderwerp satanisme aan bod. Hoeyberghs zegt dat hij als tiener voor het eerst geconfronteerd werd met een satanistische ceremonie in België. Hij beschrijft rituelen, altaren en symboliek die hij daar naar eigen zeggen zag. Volgens hem bestaat er wereldwijd al lange tijd een satanistische cultuur die verbonden is met macht en invloedrijke netwerken.
In dat kader bespreekt hij ook Baal-symboliek*, religieuze rituelen en verwijzingen naar oude beschavingen. Hij zegt dat figuren zoals Baal volgens hem symbool staan voor systemen die gebaseerd zijn op macht, controle en offers. Volgens Hoeyberghs komen dergelijke symbolen volgens hem wereldwijd terug in geschiedenis, religie en hedendaagse cultuur.
*Het symbool Baal verwijst naar oude beschavingen en religieuze rituelen. Volgens Hoeyberghs staat deze figuur symbool voor wereldwijde systemen die toen en nu gebaseerd zijn op macht, controle en offers, wat zich uit in geschiedenis, religie en de hedendaagse cultuur.
Ook de Epstein-files worden besproken. Hoeyberghs koppelt Jeffrey Epstein aan macht, financiële netwerken en inlichtingendiensten. Hij noemt de Rothschild-familie, Mossad en satanisme in één analyse rond machtstructuren. Daarbij stelt hij dat bepaalde onderwerpen volgens hem nauwelijks openlijk besproken mogen worden in mainstream media.
Jorn Luka merkt op dat kritiek op sommige religies maatschappelijk breed geaccepteerd lijkt, terwijl kritiek op andere groepen volgens hem veel gevoeliger ligt. Hoeyberghs verwijst vervolgens naar Voltaire en stelt dat volgens hem zichtbaar wordt wie macht heeft wanneer kritiek daarop taboe wordt verklaard.
Het gesprek krijgt daarna een bredere historische dimensie. Hoeyberghs bespreekt het ontstaan van beschavingen, stadsstaten en georganiseerde religie. Hij verwijst naar het “aardsparadijs” van jager-verzamelaars en koppelt de opkomst van wetten en hiërarchische systemen aan de overgang naar grotere samenlevingen. Volgens hem zijn de Tien Geboden een weerspiegeling van gedragingen die pas nodig werden toen menselijke samenlevingen veranderden.
Daarnaast bespreekt hij cycli van beschavingen. Volgens hem gaan grote samenlevingen uiteindelijk ten onder wanneer spirituele waarden verdwijnen en massavorming overheerst. Heropbouw zou volgens hem alleen mogelijk zijn wanneer individuen opnieuw verbinding maken met persoonlijke vrijheid en spiritualiteit.
Opnieuw benadrukt Hoeyberghs dat vooruitgang volgens hem altijd voortkomt uit individuen en niet uit collectieve besluitvorming. Hij noemt uitvindingen, ondernemerschap en technologische ontwikkeling als voorbeelden van individuele initiatieven die beschavingen veranderen. Commissies en grote bureaucratische structuren noemt hij daarentegen vernietigend en remmend.
De rol van kunstmatige intelligentie komt eveneens aan bod. Hoeyberghs noemt AI een hulpmiddel waarmee burgers volgens hem juridische informatie kunnen verzamelen en hun rechten beter kunnen begrijpen zonder afhankelijk te zijn van advocaten of instituten. Volgens hem kan AI burgers ondersteunen bij procedures tegen overheidsinstanties en juridische geschillen.
Ook verkeersregels, energiebeleid en klimaatmaatregelen worden besproken. Jorn Luka haalt voorbeelden aan van plannen om maximumsnelheden te verlagen in het kader van energie- of klimaatbeleid. Hoeyberghs reageert daarop door te stellen dat volgens hem individuele vrijheden voortdurend onder druk staan door maatregelen die volgens hem onvoldoende gemotiveerd worden richting burgers.
Daarna verschuift het gesprek opnieuw naar macht, sadisme en menselijke psychologie. Hoeyberghs verwijst naar concepten zoals narcisme, psychopathie, machiavellisme en sadisme. Volgens hem bestaan er mensen die plezier beleven aan controle en het lijden van anderen. Hij noemt dat een fundamenteel onderdeel van wat hij omschrijft als “het kwaad”.
Jorn Luka verwijst vervolgens naar documenten en bestanden rond Epstein en zegt dat daarin volgens hem zichtbaar wordt hoe elites spreken over gewone burgers. Hoeyberghs reageert door te stellen dat dergelijke machtsstructuren volgens hem al veel langer bestaan en zich volgens hem verschuilen achter religie, politieke structuren of maatschappelijke taboes.
Volgens Hoeyberghs draait de kern van het conflict uiteindelijk om controle over het individu. Hij zegt dat mensen die volgens hem spiritueel onafhankelijk zijn zich niet laten leiden door collectieve angst of groepsdruk. Dat noemt hij een fundamentele bedreiging voor systemen die afhankelijk zijn van gehoorzaamheid.
Aan het einde van het gesprek keert hij terug naar zijn oorspronkelijke uitgangspunt: individuele vrijheid. Volgens hem ligt de oplossing niet in politieke partijen, bewegingen of nieuwe ideologieën, maar uitsluitend in persoonlijke verantwoordelijkheid en innerlijke onafhankelijkheid. Hij zegt dat mensen volgens hem moeten handelen vanuit hun eigen overtuiging in plaats van te wachten op collectieve actie of maatschappelijke consensus.
De aflevering van The Trueman Show ontwikkelt zich daarmee tot een lange discussie over vrijheid, macht, spiritualiteit, massapsychologie en maatschappelijke controle. Gedurende het gesprek verbinden Jorn Luka en Jeff Hoeyberghs thema’s zoals corona, media, religie, satanisme, burgerrechten, sociale media en psychologische beïnvloeding voortdurend met elkaar.
De centrale boodschap van Hoeyberghs blijft daarbij onveranderd: volgens hem ontstaat verandering uitsluitend vanuit het individu en nooit vanuit de massa.■
