Oud-minister Femke Wiersma en Arnout Jaspers over de omgekeerde wereld van het Nederlandse stikstofbeleid.
‘In Nederland lijkt het of stikstof de kwaliteit van de natuur bepaalt,’ zegt oud-minister Femke Wiersma in de YouTube-reportage van Wynia’s Week. ‘Het is precies andersom: als je alle andere natuurmaatregelen goed op orde hebt, heb je niet eens een stikstofprobleem.’ Die woorden vallen al in de openingsminuten van het gesprek met schrijver Arnout Jaspers, naar aanleiding van de nieuwe, actuele versie van zijn bestseller De Stikstoffuik 2.0. Ze vormen geen afronding, maar het startpunt van een verhaal over een missie die in anderhalf jaar tijd onvoltooid bleef.
Een missie tegen de stroom in.
Tegenover Wiersma zit Arnout Jaspers: natuurkundige, wetenschapsjournalist, columnist van Wynia’s Week en auteur van de bestsellers De Stikstoffuik, De Klimaatoptimist, Weg Met Ons en nu De Stikstoffuik 2.0. De actuele versie van dat boek vormt de directe aanleiding voor het gesprek.
Jaspers heeft het stikstofdossier jarenlang gevolgd en beschreven. Nu spreekt hij met de vrouw die anderhalf jaar lang als minister van Landbouw, en daarmee van stikstof, probeerde de koers van het beleid daadwerkelijk te veranderen.
Toen Femke Wiersma minister werd voor BBB, stond één missie voorop. Ze wilde de veel strengere Nederlandse stikstofnormen meer laten lijken op de Duitse en Deense normen. Ze wilde afstappen van modelwerkelijkheden. In plaats daarvan moest de werkelijke staat van de natuur weer het uitgangspunt worden. Die koerswijziging was geen detail. Het was de centrale opdracht die zij zichzelf stelde in de relatief korte periode die haar als minister gegund was.
Modellen tegenover werkelijkheid.
Volgens Wiersma was de Nederlandse aanpak in de loop der jaren steeds verder verwijderd geraakt van de praktijk. De normen lagen hoger dan in vergelijkbare buurlanden. Modellen kregen een dominante rol. Vergunningverlening, bouwprojecten en landbouwbeleid werden steeds sterker afhankelijk van berekeningen en voorspellingen.
Daarmee raakte volgens haar de feitelijke toestand van natuurgebieden steeds verder op de achtergrond. Die overtuiging raakt direct aan de kern van wat zij tijdens het gesprek met Jaspers beschrijft. In Nederland lijkt stikstof de kwaliteit van de natuur te bepalen. Volgens haar is dat precies de omgekeerde wereld.
Als de overige natuurmaatregelen op orde zijn, verdwijnt het stikstofprobleem grotendeels naar de achtergrond. De staat van de natuur zou centraal moeten staan, niet de uitkomst van modellen. De Duitse en Deense benadering vormden daarbij voor haar een belangrijk voorbeeld. Minder nadruk op theoretische berekeningen, meer aandacht voor wat er daadwerkelijk in natuurgebieden gebeurt.
Een missie die strandde.
Toch kreeg Wiersma niet de tijd om die koerswijziging volledig door te voeren. Ze betreurt het nog steeds dat de PVV het kabinet-Schoof binnen een jaar liet vallen. Volgens haar was met meer tijd een andere richting mogelijk geweest. De val van het kabinet betekende dat veel plannen bleven steken in de voorbereidende fase. De politieke ruimte die nodig was om de stikstofaanpak fundamenteel te wijzigen verdween vrijwel direct. Wat begon als een poging om de nadruk te verleggen van modellen naar meetbare natuurkwaliteit, bleef daardoor grotendeels een onafgemaakt project. Maar volgens Wiersma en Jaspers lag het grootste obstakel niet alleen in de politieke tijdsdruk.
De rol van de Raad van State.
Tijdens het gesprek verschuift de aandacht naar een onderwerp waar beiden zichtbaar hun vraagtekens bij plaatsen: de invloed van de rechterlijke macht op het stikstofbeleid. In het bijzonder gaat het over de Raad van State. Die instelling heeft een bijzondere positie. De Raad van State fungeert zowel als hoogste bestuursrechter als adviseur van de regering.
Volgens Wiersma speelde die rol een grotere invloed dan veel mensen beseffen. Zij herinnert zich dat binnen het kabinet-Schoof voortdurend werd gesproken over de vraag of beleid juridisch houdbaar zou zijn. Die toets kwam vaak al aan het begin van het proces. Voordat politieke keuzes volledig waren uitgewerkt, moest eerst duidelijk zijn of de Raad van State ermee akkoord zou kunnen gaan. Volgens Wiersma veranderde dat de volgorde van besluitvorming fundamenteel.
Wie bepaalt uiteindelijk het beleid?
Arnout Jaspers noemt dat een opmerkelijke ontwikkeling. Volgens hem ontstaat daardoor een situatie waarin politici niet langer volledig bepalen welke koers wordt gekozen. In plaats daarvan wordt eerst gekeken welke ruimte juristen en adviseurs beschikbaar achten. Voor de auteur van De Stikstoffuik 2.0 is dat een voorbeeld van een bredere verschuiving binnen het bestuur.
De politieke arena bepaalt niet langer uitsluitend het beleid; juridische kaders bepalen steeds vaker de grenzen waarbinnen politieke keuzes nog mogelijk zijn. Daarmee raakt het gesprek aan een bredere vraag dan alleen stikstof. Wie bepaalt uiteindelijk de koers van een land? Zijn dat gekozen politici? Zijn dat wetenschappelijke modellen? Of zijn het juridische instellingen die vooraf aangeven wat wel en niet mogelijk is? Het zijn vragen die gedurende het gesprek steeds nadrukkelijker naar voren komen.
Meer dan een stikstofdiscussie.
Gaandeweg wordt duidelijk dat het gesprek niet uitsluitend over stikstof gaat. De stikstofproblematiek fungeert als voorbeeld van een groter spanningsveld. Aan de ene kant staat de werkelijkheid zoals bestuurders, boeren, ondernemers en inwoners die ervaren. Aan de andere kant staan modellen, juridische kaders en beleidsmatige systemen die steeds meer invloed krijgen op politieke besluitvorming.
Voor Wiersma vormt juist die tegenstelling de kern van haar ervaring als minister. De discussie ging volgens haar uiteindelijk niet alleen over stikstofdepositie, maar over de vraag welk uitgangspunt leidend moet zijn. Moet beleid vertrekken vanuit modellen? Of moet de feitelijke staat van de natuur het vertrekpunt zijn? Die vraag loopt als een rode draad door het gehele gesprek.
Komt BBB terug?
Aan het einde van de reportage richt Arnout Jaspers zich op de toekomst van BBB. Ziet Wiersma nog toekomst voor haar partij? Haar antwoord laat weinig ruimte voor twijfel. ‘Ik denk dat die vanzelf weer komt. Wij bouwen verder, maar het is waar: mensen houden niet van gedoe.’ Volgens haar zal BBB terugkeren. ‘Want wij zijn de partij van de regio èn van het gezond verstand. We gaan moedig voorwaarts.’ Daarmee komt het gesprek terug bij het uitgangspunt waarmee het begon.
De partij van de regio en het gezond verstand wilde een beleid waarin de werkelijke staat van de natuur centraal staat. Minder modelwerkelijkheid, meer praktijk. Minder Nederlandse uitzonderingspositie, meer aansluiting bij landen als Duitsland en Denemarken.
Een vraag die blijft hangen.
De reportage van Wynia’s Week laat zien hoe alle onderdelen van het gesprek met elkaar verbonden zijn. De openingsuitspraak van Wiersma vormt het ankerpunt. Daaruit volgen haar missie als minister, de poging om normen aan te passen, de botsing met politieke en juridische realiteiten en uiteindelijk de vraag of die koers ooit alsnog wordt voortgezet. Het gesprek eindigt niet met een politieke overwinning. Ook niet met een definitieve nederlaag. Het eindigt met een fundamentele vraag.
Anderhalf jaar lang probeerde Femke Wiersma de Nederlandse stikstofaanpak te verschuiven van modelwerkelijkheden naar de feitelijke staat van de natuur. De val van het kabinet-Schoof en de nadruk op juridische houdbaarheid maakten die missie onvoltooid. Toch blijft haar openingsuitspraak door het hele gesprek heen resoneren. Stikstof bepaalt niet de kwaliteit van de natuur. Het is precies andersom.
Hoeveel beleid, vergunningen en investeringen inmiddels zijn gebouwd op een uitgangspunt dat volgens haar verkeerd om is, blijft de vraag die na afloop van de reportage nog lang blijft hangen.■
