Op 3 september 2026 lag op Buitenlandse Zaken een nota ter beslissing. Referentie BZ2631555. De Kamervragen van Forumlid Pepijn van Houwelingen over de oorlog in OekraĆÆne waren een dag eerder binnengekomen. Het advies was kort: akkoord om de bijgevoegde antwoorden naar de Kamer te sturen. Daaronder stond waarom die antwoorden beknopt moesten blijven. De vragen en de publicaties van onder anderen Glenn Diesen, Jeffrey Sachs, John Mearsheimer en Douglas Macgregor lagen volgens de nota in lijn met bekende pro-Russische narratieven, gebaseerd op desinformatie. Daarom werd het regeringsbeleid herbevestigd. En daarom werd bewust vermeden om in dergelijke frames mee te gaan.
Dagen later zette Van Houwelingen de nota naast de antwoorden. “Ongelofelijk”, schreef hij. Het kabinet was gevraagd inhoudelijk te reageren op experts die de oorlog karakteriseren als een proxyoorlog tussen NAVO en EU enerzijds en Rusland anderzijds, uitgevochten in en vooral ten koste van OekraĆÆne. Dat weigerde het kabinet. In de beslisnota stond volgens hem letterlijk dat deze kritiek desinformatie uit het Kremlin zou zijn. Wie de vragen las die de Kamer wĆ©l kreeg, zag iets anders: een bevestiging dat het kabinet de kritiek kende, de bekende oorlogsdefinitie van het kabinet zelf en op de vraag om de argumenten van deze experts inhoudelijk te wegen slechts een verwijzing naar een eerder antwoord. Twee teksten, ƩƩn dossier: de publieke brief en de interne motivering. Tussen die twee begint dit verhaal.


Wat de Kamer te lezen kreeg.
Van Houwelingen wilde weten of het kabinet de fundamentele kritiek kende. Die kritiek lag volgens hem grotendeels in lijn met het standpunt van zijn fractie. Hij noemde Diesen, Sachs, Mearsheimer en Macgregor experts van naam en faam die in de Nederlandse media hierover vanzelfsprekend nooit aan het woord zouden komen. Het antwoord van de minister van Buitenlandse Zaken was kort: ja.
Daarna vroeg hij hoe het kabinet aankeek tegen hun kritiek, die hij verrassend eensluidend noemde: een absurde en niet te winnen proxyoorlog van het Westen tegen Rusland die de vernietiging van OekraĆÆne en mogelijk de ondergang van Europa zou betekenen. Het kabinet antwoordde met de lijn die het al langer hanteert. Rusland voert volgens het kabinet een illegale agressieoorlog tegen OekraĆÆne waarvoor geen enkele rechtvaardiging bestaat. Rusland dient de oorlog te stoppen. OekraĆÆne heeft het recht zich tegen deze gewapende aanval te verdedigen en andere landen mogen daarbij ondersteuning bieden.
Het kabinet blijft inzetten op steun aan OekraĆÆne, druk op Rusland en diplomatieke inspanningen gericht op een duurzame vrede. Een vredesregeling moet de soevereiniteit en territoriale integriteit van OekraĆÆne respecteren. De veiligheid van OekraĆÆne en Europa moet duurzaam worden gewaarborgd.
Toen kwam de derde vraag, de vraag waarop het dossier kantelt. Is het mogelijk om de vorige vraag inhoudelijk te beantwoorden? Niet door de kritiek af te doen als complotdenken, Kremlinpropaganda of desinformatie, maar door in te gaan op de redenen die deze experts geven. Redenen die bij het kabinet bekend zouden moeten zijn. Zo nee, waarom niet? Het antwoord luidde: “Zie antwoord op vraag 2.”
In de voetnoot bij de vragen wees Van Houwelingen naar publicaties, een Twittertijdlijn en bijvoorbeeld een gesprek tussen Sachs en Diesen, of een van de andere interviews die met deze experts op internet te vinden zijn. In de antwoorden aan de Kamer werd dat gesprek niet behandeld. Afzonderlijke argumenten uit die publicaties evenmin. De namen uit de vraag verdwenen uit het antwoord. Overeind bleef de formulering van het kabinet.
Wat er onder die antwoorden lag.
De nota van 3 september maakt zichtbaar waarom die beknoptheid geen toeval was. De kernpunten zijn ondubbelzinnig. De Kamervragen zijn gesteld naar aanleiding van publicaties van onder andere Diesen, Sachs, Mearsheimer of Macgregor. De vragen en de publicaties zijn volgens de nota in lijn met bekende pro-Russische narratieven gebaseerd op desinformatie. Daarom is gekozen voor een beknopte beantwoording waarin het regeringsbeleid wordt herbevestigd. Bewust werd vermeden om in dergelijke frames mee te gaan.
De toelichting gaat verder. De publicaties en de Kamervragen zouden zijn gestoeld op desinformatie afkomstig uit het Kremlin, waarbij wordt gesteld dat de Russische agressieoorlog tegen OekraĆÆne een proxyoorlog van het Westen tegen Rusland zou zijn. Volgens de nota wordt momenteel geen aanleiding gezien om die kwalificatie aan te passen. Rusland voert volgens het kabinet immers een illegale agressieoorlog tegen OekraĆÆne en OekraĆÆne heeft het recht zichzelf daartegen te verdedigen.
Die laatste zin keert bijna letterlijk terug in het antwoord aan de Kamer. De verwijzingen naar Kremlin, narratieven en frames verdwijnen uit de publieke tekst, maar blijven in het interne advies staan. Van Houwelingen zette precies dat verschil online. Volgens hem kwalificeert de regering deze kritiek bij voorbaat als desinformatie uit het Kremlin en weigert zij die inhoudelijk te weerleggen. Werkelijk niet te bevatten, vond hij. Krankzinnige stupiditeit. Zo rommel je je bevolking een oorlog met Rusland in.
Het kabinet zegt in de brief aan de Kamer niet dat Sachs of Mearsheimer propagandisten zijn. Het zegt ook niet zwart op wit dat hun werk een Kremlinproduct is. Dat staat uitsluitend in de nota. De Kamer krijgt de conclusie. De motivering waarom argumenten niet worden gewogen blijft intern, totdat Van Houwelingen de nota erbij legt.
De vraag die al twee jaar terugkwam.
Op 20 juni 2024 stond Van Houwelingen in de Kamer tegenover de minister van Buitenlandse Zaken. Hij wilde verder waar hij met de minister van Defensie was gebleven. Over de oorlog in OekraĆÆne hadden zij opgemerkt dat het Westen daar ook een aandeel in had en dat die deels was uitgelokt. De minister van Defensie had dat Russische propaganda genoemd. Nu vroeg Van Houwelingen of Buitenlandse Zaken daarop kon reflecteren.
Hij noemde ƩƩn naam als voorbeeld: Jeffrey Sachs, hoogleraar aan Columbia University, in een interview van anderhalf uur met Tucker Carlson. Geen vriend van zijn partij, zei hij. Een globalist. Maar Sachs kwam volgens hem met voorbeeld na voorbeeld: de belofte na de val van de Muur niet op te rukken met de NAVO, het eenzijdig opzeggen van het ballistisch verdrag, de Maidan-coup die door het Westen zou zijn gesteund en de Minsk-akkoorden waarvan Merkel en Hollande zelf zouden hebben gezegd dat ze alleen tijd moesten rekken. Als experts zoiets zeggen, vroeg hij, kun je dat dan afdoen als alleen Russische propaganda? Als dat zo is, dan graag onderbouwd.
Hetzelfde gold volgens hem voor de proxyoorlog. Zijn fractie zag daarin vanaf het begin een conflict tussen Amerika en de NAVO enerzijds en Rusland anderzijds, uitgevochten op Oekraïens grondgebied en ten koste van de Oekraïense bevolking. Hij wees daarbij op diverse uitspraken en gebeurtenissen die volgens hem niet pasten binnen het officiële narratief dat de oorlog uitsluitend draait om de internationale rechtsorde en de soevereiniteit van Oekraïne.
Zelfs wie gelooft dat Rusland uit het niets is binnengevallen, moest volgens hem erkennen dat Rusland de Krim en de gewonnen gebieden nooit zou opgeven, dat OekraĆÆne de oorlog niet lijkt te winnen en dat militaire experts dat eveneens stellen. Volgens hem moest daarom worden onderhandeld. Tegelijkertijd wees hij op de gespannen situatie en het belang van diplomatiek contact, ook met landen waarmee men het fundamenteel oneens is.
Twee jaar later liggen dezelfde namen en dezelfde vraag opnieuw op tafel. Sachs opnieuw. De proxyoorlog opnieuw. Het verzoek om onderbouwing in plaats van een label opnieuw. In 2024 klonk dat label als Russische propaganda. In 2026 staat in de nota desinformatie afkomstig uit het Kremlin. Het publieke antwoord blijft de agressieoorlog.
Een rondetafel die niet nodig werd gevonden.
Op X herinnerde Van Houwelingen eraan dat zijn fractie in de Kamer een rondetafel wilde organiseren over de oorlog, met critici zoals professor Sachs. De SP steunde dat verzoek niet. Volgens Van Houwelingen luidde de uitleg dat men het gevoel had al over alle informatie te beschikken en daarom geen behoefte had aan een dergelijke bijeenkomst. In een latere post schreef hij dat Sachs volgens hem de gezond-verstandvisie op geopolitiek van zijn partij verwoordde en dat het jammer was dat behalve FVD niemand in Kamer en regering daarnaar wilde luisteren. Als men Sachs wilde uitnodigen, werd dat volgens hem zelfs geblokkeerd.
Die berichten staan naast de nota. Het kabinet zegt de kritiek te kennen. Een deel van de Kamer zegt de informatie al te hebben. De gevraagde inhoudelijke weging van de argumenten van de genoemde experts komt er niet. Het beleid wordt herbevestigd. De frames worden gemeden.
In andere FVD-videoās over Kamervragen rond de oorlog, nucleaire dreiging en dienstplicht klinkt dezelfde klacht: tussen vraag en antwoord ontbreekt de relatie. In een debat met toenmalig premier Rutte stelde Van Houwelingen de vraag of sprake was van een proxyoorlog van het Westen tegen Rusland op OekraĆÆens grondgebied. Het antwoord luidde dat Rusland oorlog voert tegen OekraĆÆne en dat het van belang is dat Rusland die oorlog niet wint.
Dat is dezelfde breuklijn als in september 2026. De ene kant vraagt om de proxyoorlog als kader. De andere kant houdt vast aan het kader van de Russische agressieoorlog. Schriftelijk wordt dat kader in 2026 intern gekoppeld aan desinformatie. Publiek wordt hetzelfde kader herhaald zonder die koppeling.
Wat vastligt, en wat niet.
Schriftelijke vragen dienen om het kabinet vast te leggen. Dit dossier legt twee dingen vast: het kabinet kent de fundamentele kritiek van de genoemde experts en het kabinet verandert zijn beleid niet. Steun blijft. Druk blijft. Diplomatie blijft gericht op duurzame vrede binnen de grenzen van soevereiniteit, territoriale integriteit en duurzame veiligheid voor OekraĆÆne en Europa.
Wat niet wordt vastgelegd in de brief aan de Kamer is een punt-voor-puntweerlegging van wat Diesen, Sachs, Mearsheimer of Macgregor volgens de vragensteller beweren. Wat wƩl intern wordt vastgelegd is de reden waarom die weerlegging uitblijft: beknopte beantwoording, geen meegaan in frames en claims die als desinformatie uit het Kremlin worden gekwalificeerd.
Dat is meer dan een verschil in toon. Het is een verschil in wat het parlement te zien krijgt. De derde vraag vroeg uitdrukkelijk om de labels te laten liggen en de argumenten te behandelen. De nota kiest de labels als vertrekpunt en de beknoptheid als methode. Het antwoord dat de Kamer ontvangt is daardoor het beleid. De argumentatie waarom de expertkritiek geen aparte behandeling verdient staat in het stuk dat oorspronkelijk niet bedoeld was voor het publieke debat.
Van Houwelingen leest daarin een regering die elke vorm van kritiek bij voorbaat wegzet en zo de bevolking een oorlog met Rusland inrommelt. Het kabinet leest in dezelfde materie een illegale oorlog die moet stoppen, een land dat zich mag verdedigen en partners die daarbij mogen ondersteunen. Tussen die twee lezingen bouwt de nota geen brug. Zij verklaart waarom die brug niet wordt gelegd.
De cirkel van het bekende antwoord.
Wie de stukken achter elkaar legt, ziet een patroon dat zich herhaalt. In 2024 vraagt het Kamerlid om onderbouwing wanneer experts niet alleen als propaganda worden weggezet, om onderhandeling en om contact met Moskou. In 2026 vraagt hij opnieuw of het kabinet de critici kent, hoe het hun kritiek weegt en of die weging eindelijk inhoudelijk kan plaatsvinden. Het antwoord is opnieuw hetzelfde: ja, daarna de eigen definitie en vervolgens een verwijzing naar die definitie.
Onder die cirkel ligt nu een zin die eerder niet zichtbaar was in de beantwoording aan de Kamer: “Bewust vermeden om in dergelijke frames mee te gaan.” Die zin maakt de beknoptheid tot beleid. Niet tot slordigheid of tijdgebrek, maar tot een bewuste keuze. De publicaties mogen bestaan. De bekendheid ermee wordt erkend. De redenen hoeven niet afzonderlijk te worden behandeld, omdat zij in het interne stuk al zijn ondergebracht bij een narratief dat het kabinet niet wil voeden.
Aan het einde van de brief aan de Kamer staat geen nieuwe voorwaarde voor vrede. Geen opening zonder soevereiniteit en territoriale integriteit. Geen behandeling van het gesprek tussen Sachs en Diesen. Geen antwoord op de vraag waarom niet, behalve het antwoord dat er al stond. Aan het einde van de nota staat wel waarom het zo beknopt moest. De Kamer kreeg het ja en de lijn. De nota gaf de sleutel. Tussen die twee teksten blijft de vraag hangen die Van Houwelingen sinds juni 2024 stelt en die het kabinet in september 2026 opnieuw niet in de gevraagde vorm beantwoordt: niet of het de namen kent, maar of het hun redenen wil wegen zonder ze eerst onder te brengen in een frame dat intern al is afgedaan.ā
