Soms is er een moment waarop een gesprek meer wordt dan woorden alleen. Een moment waarop zinnen zich aaneenrijgen tot iets dat groter is dan het gesprek zelf, een spiegel van een tijdperk, een momentopname van een wereld in beweging. In de uitzending van De Nieuwe Wereld, waarin Ad Verbrugge spreekt met emeritus hoogleraar en journalist Karel van Wolferen, ontvouwt zich precies zo’n moment. Wat begint als een terugblik op een leven in de journalistiek, groeit uit tot een analyse van systemen, structuren en ontwikkelingen die volgens de spreker het fundament van de huidige werkelijkheid raken.
Het gesprek opent in een rustige toon, bijna bescheiden. Verbrugge verwelkomt Van Wolferen in de studio, en de eerste minuten lijken vooral gericht op kennismaking en context. Maar al snel wordt duidelijk dat onder deze kalmte een diepere laag schuilgaat. Van Wolferen, die terugkijkt op een carrière van decennia, positioneert zichzelf niet als commentator op afstand, maar als iemand die midden in gebeurtenissen heeft gestaan, van Aziatische machtsstructuren tot oorlogssituaties en geopolitieke verschuivingen.
Zijn verhaal begint niet in een redactiekamer, maar op reis. Op negentienjarige leeftijd verlaat hij Nederland, liftend, op zoek naar de wereld. Deze keuze blijkt bepalend. Wat volgt is geen lineaire carrière, maar een traject van observatie, betrokkenheid en analyse. Hij belandt uiteindelijk in Japan, waar hij begint te schrijven en waar zijn journalistieke loopbaan vorm krijgt. Vanuit daar ontwikkelt hij zich tot correspondent voor NRC Handelsblad, met een werkgebied dat zich uitstrekt van Zuid-Korea tot Pakistan.
In die rol bevindt hij zich niet aan de zijlijn, maar in het centrum van gebeurtenissen. Hij beschrijft hoe hij staatsgrepen meemaakt, politieke omwentelingen observeert en zelfs aanwezig is bij de laatste fase van de Vietnamoorlog. Een van de meest indringende momenten die hij noemt, is zijn aanwezigheid in de laatste helikopter die Saigon verlaat, een situatie waarin zelfs op de vertrekkende toestellen wordt geschoten door Zuid-Vietnamese troepen die zich verraden voelen.
Deze ervaringen vormen de basis voor zijn kijk op journalistiek. Volgens Van Wolferen is journalistiek geen doorgeefluik van informatie, maar een proces van waarnemen, analyseren en interpreteren. Hij benadrukt dat een journalist moet kunnen inschatten of een bron betrouwbaar is, moet begrijpen waarom iemand iets zegt en moet beschikken over een diepgaande achtergrondkennis. Het is deze combinatie die volgens hem bepaalt of verslaggeving waardevol is.
Zijn jaren in Japan blijken daarbij cruciaal. Niet alleen vanwege de journalistieke vrijheid die hij daar ervaart, maar ook vanwege de toegang tot de hoogste niveaus van besluitvorming. Hij beschrijft hoe hij wordt uitgenodigd om te spreken voor topambtenaren en hoe zijn werk breed wordt gelezen, met miljoenen verkochte boeken.
In Japan ontwikkelt hij ook een belangrijk analytisch concept: het ontbreken van wat hij “accountability” noemt. Hij legt uit dat er een verschil is tussen verantwoordelijkheid en rekenschap afleggen. In zijn analyse ontbreekt in bepaalde systemen een duidelijk centrum waar verantwoordelijkheid samenkomt en wordt geëvalueerd. Dit leidt volgens hem tot een situatie waarin beslissingen worden genomen zonder dat er daadwerkelijk verantwoording wordt afgelegd.
Deze observatie vormt een brug naar het heden. Want hoewel het gesprek begint in het verleden, verschuift het geleidelijk naar de huidige tijd. En daar wordt de toon scherper.
Van Wolferen stelt dat de journalistiek in de loop der jaren is veranderd. Waar vroeger correspondenten volgens hem de ruimte hadden om te schrijven wat zij als feitelijk juist beschouwden, ziet hij nu een verschuiving. Hij spreekt niet over directe censuur, maar over veranderde prioriteiten en invloeden binnen redacties. Volgens hem zijn er andere belangen gaan meespelen, waardoor de functie van journalistiek als onafhankelijke verslaggeving onder druk is komen te staan.
Deze ontwikkeling wordt volgens hem zichtbaar in de manier waarop grote gebeurtenissen worden gepresenteerd. Hij verwijst naar eerdere voorbeelden, zoals de berichtgeving over Vietnam, waarbij hij stelt dat veel van de discussie niet zozeer over Vietnam zelf ging, maar over interne politieke dynamiek binnen de Verenigde Staten.
Maar het echte kantelpunt in het gesprek komt wanneer het jaar 2020 ter sprake komt.
Voor Van Wolferen markeert dit jaar als een fundamentele breuk. Hij beschrijft deze periode als een moment waarop volgens hem een nieuwe werkelijkheid is ontstaan, een werkelijkheid die niet spontaan is gegroeid, maar volgens zijn analyse is vormgegeven. Hij spreekt over een “psychologische operatie” en stelt dat wat er gebeurde, ongekend is in schaal en impact.
In dit kader bespreekt hij de rol van media, politiek en internationale structuren. Hij beschrijft hoe informatie werd verspreid, hoe beelden werden gebruikt en hoe volgens hem bepaalde aspecten onderbelicht bleven. Tegelijkertijd erkent hij dat er in het begin sprake was van verwarring en onzekerheid, maar hij stelt dat er al vroeg signalen waren die volgens hem aanleiding gaven tot kritische vragen.
Het gesprek gaat vervolgens in op de reactie van alternatieve media. Van Wolferen noemt verschillende initiatieven en beschrijft hoe er een kleine groep ontstond die een ander geluid liet horen. Hij benadrukt dat deze groep aanvankelijk klein was, maar dat er al vroeg analyses werden gemaakt die volgens hem gebaseerd waren op beschikbare informatie.
Tegelijkertijd uit hij kritiek op de groei van nieuwe kanalen later in 2020. Volgens hem ontstonden er veel platforms die informatie herhaalden zonder eigen onderzoek te doen. Hij beschrijft dit als een ontwikkeling die weinig toevoegde en soms zelfs werd gedreven door financiële motieven.
Het is in deze context dat het blad Gezond Verstand ontstaat. Van Wolferen legt uit dat het idee voortkwam uit de behoefte aan een fysiek medium, iets dat niet verdwijnt in de digitale stroom van informatie. Hij benadrukt dat het doel was om feiten vast te leggen, analyse te bieden en een platform te creëren voor mensen die volgens hem over relevante kennis beschikken.
Een opvallend element van het blad is volgens hem de rol van cartoonisten. Hij beschrijft hoe illustraties worden gebruikt om complexe of abstracte situaties zichtbaar te maken. Volgens hem kunnen beelden soms effectiever zijn dan tekst in het overbrengen van een boodschap.
Het gesprek beweegt zich daarna naar bredere geopolitieke thema’s. Van Wolferen bespreekt de periode na de Koude Oorlog en stelt dat er destijds een kans was om een nieuwe wereldorde vorm te geven. Volgens hem is deze kans niet benut, mede door keuzes van de Verenigde Staten. Hij plaatst deze analyse in een historisch kader en verbindt deze met huidige spanningen en conflicten.
Ook de rol van internationale netwerken komt aan bod. Hij spreekt over een mondiale machtsstructuur waarin volgens hem verschillende actoren samenwerken, waaronder NGO’s, financiële instellingen en andere organisaties. Deze structuur zou volgens hem invloed uitoefenen op nationaal beleid.
In dit kader komt ook Donald Trump ter sprake. Van Wolferen beschrijft hem als iemand die dit systeem heeft uitgedaagd. Hij noemt hem een “ontregelaar” en stelt dat zijn optreden heeft geleid tot spanningen binnen bestaande structuren. Deze analyse wordt gepresenteerd als onderdeel van een bredere discussie over macht en tegenmacht.
Daarnaast bespreekt hij geopolitieke verhoudingen tussen landen zoals Rusland, China en Iran, en hoe deze volgens hem nieuwe allianties vormen. Hij plaatst deze ontwikkelingen in het licht van veranderende machtsverhoudingen en suggereert dat er sprake is van een verschuiving in het mondiale evenwicht.
Nederland komt eveneens ter sprake. Van Wolferen uit kritiek op de politieke elite en stelt dat er volgens hem sprake is van een gebrek aan diepgang en inzicht. Hij vergelijkt dit met zijn ervaringen in andere landen en plaatst het in een bredere context van Europese politiek.
Een ander belangrijk thema is technologie. Hij waarschuwt voor de impact van kunstmatige intelligentie en deepfakes, en stelt dat deze ontwikkelingen het steeds moeilijker maken om waarheid van fictie te onderscheiden. Volgens hem bevinden we ons in een periode waarin informatie overvloedig is, maar betrouwbaarheid onder druk staat.
Het gesprek keert uiteindelijk terug naar de rol van de burger. Van Wolferen benadrukt dat het volgens hem essentieel is dat mensen zelf onderzoek doen, kritisch blijven en proberen het grotere plaatje te begrijpen. Hij stelt dat begrip niet ontstaat door één bron te volgen, maar door verschillende informatie te combineren en te analyseren.
Ad Verbrugge fungeert in dit geheel als gids. Zijn vragen zijn open en uitnodigend, waardoor Van Wolferen de ruimte krijgt om zijn gedachten uit te werken. Er is geen haast, geen poging om snel tot conclusies te komen. In plaats daarvan ontstaat een gesprek dat zich langzaam ontvouwt, waarin elk onderwerp de tijd krijgt die het nodig heeft.
Wat dit gesprek onderscheidt, is de combinatie van persoonlijke ervaring en bredere analyse. Van Wolferen spreekt niet alleen over theorie, maar verbindt zijn inzichten met concrete gebeurtenissen die hij zelf heeft meegemaakt. Dit geeft zijn woorden een bepaalde zwaarte, zonder dat ze als definitieve conclusies worden gepresenteerd.
De term “Nieuwe Wereldorde” vormt een impliciete achtergrond voor veel van wat wordt besproken. Deze term wordt beschreven als een benaming voor een vermeend conglomeraat van bedrijven, politici en andere actoren die streven naar een vorm van mondiale organisatie. In het gesprek wordt deze term niet als vaststaand feit gepresenteerd, maar als onderdeel van een bredere analyse van macht en invloed.
Aan het einde van het gesprek richt de blik zich op de toekomst. Van Wolferen spreekt over mogelijke veranderingen binnen de Europese Unie en suggereert dat nationale staten een grotere rol zouden kunnen gaan spelen. Tegelijkertijd blijft hij voorzichtig in zijn formuleringen en benadrukt hij dat ontwikkelingen moeilijk te voorspellen zijn.
Wat overblijft na dit gesprek is geen eenduidige conclusie, maar een gelaagd beeld van een wereld in beweging. Een wereld waarin journalistiek, politiek en macht met elkaar verweven zijn, en waarin de grens tussen feit en interpretatie voortdurend onderwerp van discussie is.
Het is een gesprek dat vragen oproept, perspectieven biedt en uitnodigt tot verdere reflectie. Geen eindpunt, maar een begin, een aanzet om zelf te kijken, te luisteren en te onderzoeken.
En misschien is dat uiteindelijk de meest waardevolle uitkomst: dat in een tijd van overvloed aan informatie, het vermogen om te blijven zoeken naar samenhang en betekenis belangrijker is dan ooit.■

Wederom een zeer goede samenvatting en analyse van een gesprek tussen wijze mannen. Van Wolveren resoluter en Verbrugge de meer voorzichtige beschouwer. Beiden zijn mensen om te volgen en nog beter om te ontmoeten. Zij verdienen een groot podium.