Het begint ogenschijnlijk onschuldig. Een presentator in een studio, een welkom bij een nieuwe aflevering, een korte terugblik op een vorige uitzending die lang duurde maar goed bekeken werd. Toch voelt al snel dat dit geen alledaagse introductie is. Wie blijft luisteren, merkt dat onder de rustige openingswoorden een groter verhaal schuilgaat. Een verhaal dat zich uitstrekt van een YouTube-kanaal tot de olievelden van Venezuela, van donateurs en merchandise tot sancties, Wikileaks-documenten en geopolitieke belangen. Wat volgt, is geen mening, maar een feitelijke weergave van wat in een fragment van de YouTube-clip van Krispijnpunt, gepresenteerd door Jonathan Krispijn, wordt besproken.
Jonathan Krispijn opent aflevering zes met dankbaarheid. De vorige aflevering duurde een uur en ging over de aandeelhouders van De Telegraaf en een bredere beweging aan de rechterkant van het politieke spectrum. Die uitzending is, zo stelt hij, opvallend goed bekeken. Hij benadrukt zijn waardering voor kijkers die zijn gebleven, voor mensen die zich abonneren en voor donateurs die bijdragen aan de groei van het kanaal. Volgens Krispijn is die steun essentieel om het platform verder te laten groeien.
Daarna verschuift hij naar iets kleiners, bijna triviaals: zijn kleding. In tegenstelling tot eerdere afleveringen draagt hij dit keer geen trui met zijn logo of met de Nationale Agendashow. Dat leidt tot een reactie van een kijker, Henzo, die vraagt wanneer de merchandise beschikbaar komt voor het brede publiek. Krispijn reageert daar duidelijk op. Hij zegt geen merchandise te gaan verkopen. Het verkopen van shirts ziet hij niet als iets dat toegevoegde waarde heeft voor zijn publiek. Hij schetst zelfs een beeld waarin iemand met zijn logo op een verjaardag verschijnt, een idee dat hij, in een tijd waarin volgens hem een derde wereldoorlog dreigt, niet passend vindt. Mocht hij ooit iets verkopen, dan moet het volgens hem rendabel zijn voor alle partijen en inhoudelijk ergens over gaan. Hij maakt daarbij een onderscheid tussen commerciële uitingen waar makers volledig achter staan en reclames die slechts dienen om geld te verdienen.
Krispijn legt uit dat hij geen shampoo of willekeurige producten wil aanprijzen terwijl, zoals hij het formuleert, mensen zich zorgen moeten maken over het beschermen van hun vermogen. Wel kondigt hij aan dat hij aan het einde van de uitzending iets zal aanbevelen waar hij zelf achter staat, iets dat hij al had aangeschaft en waarvoor hij eerder gratis reclame maakte. Die aanbeveling hangt samen met het onderwerp van de aflevering.
Voordat hij daar inhoudelijk op ingaat, wijst hij op een Substack-artikel dat hij schreef naar aanleiding van de vorige aflevering. Dat artikel bevat volgens hem alle relevante informatie en kan gedeeld worden met mensen die nog steeds De Telegraaf lezen. Krispijn stelt dat juist die groep belangrijk is om te bereiken, omdat zij volgens hem al ontevreden zijn maar nog een laatste zetje nodig hebben. Hij merkt op dat hij snel praat, omdat hij veel heeft voorbereid en herhalingen wil vermijden, iets waar hij eerder feedback op kreeg.
Dan komt hij bij het kernonderwerp: Venezuela. Hij stelt dat Venezuela is binnengevallen en dat president Nicolás Maduro is ontvoerd. Hij plaatst dit in een breder patroon en noemt het een fenomeen dat vaker is voorgekomen: interventies van de Verenigde Staten. Hij verwijst daarbij naar eerdere voorbeelden, zoals Irak en de vermeende “weapons of mass destruction” van Saddam Hoessein, en naar Libië onder Muammar Gaddafi, onderwerpen die hij ook in eerdere afleveringen heeft besproken. Volgens Krispijn worden dergelijke interventies vaak gelegitimeerd met argumenten als dictatuur, terrorisme of drugscriminaliteit, terwijl er in zijn weergave telkens een andere constante is: olie.
In het geval van Venezuela, zo stelt hij, wordt door de Verenigde Staten gesproken over drugskartels en narcoterrorisme. Krispijn noemt deze argumenten “gelegenheidsargumenten” die bedoeld zijn om steun te krijgen van het publiek. Hij benadrukt dat dit volgens hem vergelijkbaar is met eerdere interventies, waarbij officiële redenen later onhoudbaar bleken.
Venezuela is volgens Krispijn al lange tijd onderwerp van strategische belangstelling. Hij verwijst naar een boek dat hij thuis heeft liggen, een naslagwerk met verzamelde Wikileaks-documenten. In dat boek, dat hij noemt als een bundeling van openbaar gelekte diplomatieke documenten, is een heel hoofdstuk gewijd aan Venezuela. Die documenten geven volgens hem inzicht in de intenties van het Amerikaanse buitenlandse beleid, onder meer ten aanzien van Israël, Iran en Venezuela. Hij vertelt dat hij het boek opnieuw heeft geraadpleegd nadat Venezuela werd binnengevallen.
Uit die documenten blijkt volgens zijn relaas dat Venezuela al jaren op een lijst stond om economisch onder druk te worden gezet. Een belangrijk keerpunt daarbij was het beleid van Hugo Chávez, de voormalige president van Venezuela. Chávez introduceerde PetroCaribe, een oliedeal tussen Venezuela en verschillende Caribische landen. Het systeem hield in dat Venezuela olie leverde tegen zeer lage rentes, waarbij slechts een deel vooraf hoefde te worden betaald. Het resterende bedrag kon worden terugbetaald op lange termijn en zelfs in natura, bijvoorbeeld in de vorm van voedsel of andere exportproducten.
Krispijn beschrijft dat dit systeem goed werkte. Landen werden welvarender en raakten minder afhankelijk van de Verenigde Staten en grote multinationale oliebedrijven. Juist dat laatste zorgde volgens hem voor weerstand. Multinationals zagen hun monopoliepositie onder druk staan. Venezuela handelde rechtstreeks met andere landen, tegen gunstige voorwaarden, en onttrok zich daarmee aan de traditionele machtsstructuren.
In de Wikileaks-documenten staat volgens Krispijn letterlijk beschreven hoe PetroCaribe olie leverde tegen gereduceerde tarieven, met financiering door Venezuela tegen extreem lage langetermijnrentes. Het doel was onder meer om tussenpersonen en grote oliemultinationals buitenspel te zetten en staatsbedrijven een grotere rol te geven.
Amerikaanse diplomaten erkenden onderling, zo zegt Krispijn, de economische voordelen van deelname aan PetroCaribe voor de betrokken landen. Tegelijkertijd probeerden zij achter de schermen te voorkomen dat landen zich bij het initiatief zouden aansluiten. Dat blijkt volgens hem uit gelekte kabels waarin ambassadeurs en diplomaten overlegden over manieren om PetroCaribe tegen te werken.
Hij haalt ook een passage aan waarin wordt beschreven dat tijdens de wereldwijde economische crisis van 2008 landen als Jamaica, die deelnamen aan PetroCaribe, in staat waren economische rampspoed te vermijden. Door onderlinge handel in olie tegen lage rentes en zonder tussenkomst van multinationals bleven zij relatief stabiel. Volgens Krispijn is dit allemaal gebaseerd op openbare, gelekte informatie.
Daarnaast stelt hij dat uit dezelfde documenten blijkt dat de Verenigde Staten via ngo’s de oppositie tegen Hugo Chávez hebben gefinancierd. Hij vraagt zich hardop af waarom een ander land zich zou bemoeien met de oppositie in een soevereine staat, als men daadwerkelijk waarde hecht aan het principe van soevereiniteit.
In het fragment wordt vervolgens een reactie besproken van Andrew Tate. Tate reageerde volgens Krispijn spottend en provocerend op de situatie rond Venezuela, waarbij hij sprak over imperialisme en het innemen van landen. Krispijn zegt dat hij de manier waarop Tate het brengt wel grappig vindt, maar dat lachen niet betekent dat het standpunt juist is. Hij stelt dat Tate voorbijgaat aan de langere geschiedenis van financiering en voorbereiding, die volgens hem al in de periode 2006–2008 plaatsvond.
Vervolgens gaat Krispijn in op het argument dat Venezuela een arm land zou zijn en dat dit te wijten zou zijn aan het beleid van Chávez en Maduro. Hij stelt dat de vraag waarom het slecht ging met de bevolking, ondanks de enorme olievoorraden, vaak niet wordt gesteld. Volgens zijn relaas ging het juist goed met Venezuela totdat de Verenigde Staten sancties instelden om het land te dwingen zich te voegen naar de belangen van oliemultinationals.
Hij beschrijft verschillende sanctiemaatregelen. In 2017 werd Venezuela volgens hem de toegang tot de Amerikaanse kapitaalmarkt ontzegd, waardoor het land geen dollars meer kon lenen. Dat leidde tot een gebrek aan middelen om goederen te importeren en verstikte de economie. Ook het staatsoliebedrijf PDVSA werd getroffen: tegoeden werden bevroren, handel werd bemoeilijkt en inkomsten uit olie stortten in.
Volgens Krispijn is er een duidelijk verband zichtbaar tussen het toenemen van sancties en het stijgen van migratiestromen vanuit Venezuela naar de Verenigde Staten. Hoe meer sancties, hoe slechter de economische situatie en hoe meer mensen het land verlieten. Hij benadrukt dat dit volgens hem niet primair het gevolg is van slecht binnenlands beleid, maar van externe economische druk.
Verder noemt hij dat banken betalingen blokkeerden uit angst voor sancties, waardoor zelfs verkochte olie geen inkomsten meer opleverde. Minder dollars betekenden meer inflatie. Hij schetst een lang en complex sanctieregime dat volgens hem structureel heeft bijgedragen aan de economische neergang van Venezuela.
In het fragment wordt ook een persconferentie van Donald Trump aangehaald. Trump zegt daarin dat de Amerikaanse strijdkrachten een militaire operatie hebben uitgevoerd in de hoofdstad van Venezuela en dat Maduro is gevangengenomen. In dezelfde verklaring spreekt Trump over het herstellen van de olie-infrastructuur en het weer winstgevend maken van de olie-industrie. Volgens Krispijn laat Trump daarmee zien waar het uiteindelijk om draait: olie die tegen marktprijs verkocht zal worden.
Krispijn wijst erop dat die marktprijs juist wordt bepaald door de grote oliemagnaten en hun monopolie. De eerdere strategie van Venezuela, met staatsbeheer en lagere prijzen, ging daar volgens hem tegenin. Hij beschrijft dit als een situatie waarin “big business” de controle overneemt.
Tot slot noemt hij dat de oppositie die mogelijk in Venezuela wordt geïnstalleerd, Maria Corina Machado, eerder door de Verenigde Staten is gesteund. Hij verwijst naar de La Salida-campagne van 2014, een protestbeweging die erop gericht was het regime van Maduro via straatprotesten af te zetten, kort na diens verkiezing na de dood van Hugo Chávez. Dat verleden maakt haar rol in de huidige situatie volgens hem opmerkelijk.
Zo ontvouwt zich, stap voor stap, een verhaal dat begint bij een YouTube-aflevering en eindigt bij decennia van geopolitieke machtsverhoudingen. Een verhaal dat, zoals gepresenteerd door Jonathan Krispijn in de YouTube-clip van Krispijnpunt, niet wordt gebracht als mening, maar als een opeenstapeling van feiten, documenten en uitspraken. En juist daarin schuilt de kracht: wie luistert, wordt meegenomen langs een keten van gebeurtenissen die samen een groter geheel vormen, en beseft dat achter elk nieuwsbericht vaak een lange geschiedenis schuilgaat.■
Bron: Krispijnpunt
Steun Jonathan Krispijn zijn journalistiek met een donatie via: https://krispijnpunt.backme.org/#support of via een bankoverschrijving NL75 REVO 2732 3362 70 t.a.v Jonathan Krispijn
