In de plenaire zaal van de Tweede Kamer hing een geladen spanning. Gideon van Meijeren keek toe hoe het tellen van stemmen begon. Voor even leek er een doorbraak te komen: eindelijk een onafhankelijk onderzoek naar georganiseerd sadistisch kindermisbruik, een strijd die hij al jaren voerde. De steun was toegezegd, zelfs door de PVV. Maar op het moment dat de meerderheid binnen handbereik leek, gebeurde er iets wat hij zelf later omschreef als “onvoorstelbaar”: Geert Wilders gaf persoonlijk het bevel aan zijn fractieleden om tégen te stemmen. Het voorstel sneuvelde, en de slachtoffers bleven wederom in de kou staan.
Dit tafereel staat niet op zichzelf. Het is slechts de laatste episode in een reeks van blokkades, schijnonderzoeken en gebroken beloften die het hart raken van onze democratie en rechtsstaat. Want hoe kan het dat er zoveel aanwijzingen bestaan, zoveel verklaringen, zoveel getuigenissen, maar dat de onderste steen nooit boven komt? Waarom wordt keer op keer een onafhankelijk onderzoek getorpedeerd? En belangrijker: wie heeft er belang bij dat de beerput gesloten blijft?
De eerste klap: Grapperhaus en de commissie onder Justitie.
De geschiedenis van dit dossier laat zich lezen als een les in machtspolitiek en het beschermen van de status quo. In 2021 bracht Van Meijeren de kwestie van ritueel kindermisbruik opnieuw onder de aandacht. Er lag inmiddels zóveel bewijs op tafel dat, zoals hij zelf zei, “daar gelukkig geen twijfel meer over bestaat”.
Maar juist toen de Tweede Kamer opriep tot een onafhankelijk onderzoek, bleek de uitkomst al bij voorbaat ondermijnd. De commissie die dit zou moeten onderzoeken, viel volledig onder de controle van het ministerie van Justitie. Dezelfde instantie waarvan slachtoffers keer op keer verklaarden dat er hooggeplaatste ambtenaren bij betrokken waren.
Het is alsof je de vos aanstelt als bewaker van het kippenhok. Van Meijeren waarschuwde destijds dat geen slachtoffer vrijuit zou durven spreken voor een commissie die direct onder Justitie viel. En inderdaad: belangenorganisaties, therapeuten en slachtoffers zelf lieten in een brandbrief weten dat zij geen enkel vertrouwen hadden in de commissie-Hendriks.
Maar minister Ferd Grapperhaus wuifde die zorgen weg. Hij benadrukte dat hij “slechts zijn handtekening” had gezet en zich verder afzijdig hield. Toch bleef de controle stevig bij Justitie liggen. Het resultaat was een onderzoek dat door critici al snel werd weggezet als een schijnvertoning, bedoeld om tijd te rekken en de angel uit het debat te halen.
Het verhaal van Lisa: klassejustitie in de praktijk.
Dat de angst van de slachtoffers terecht was, blijkt pijnlijk uit het verhaal van Lisa, een vijftienjarig meisje dat in 2019 aangifte deed tegen haar vader en een netwerk van hooggeplaatste mannen. Ze noemde namen: advocaten, een topman van een groot bedrijf en zelfs Joris Demmink, de omstreden topambtenaar van Justitie.
Lisa verklaarde dat ze stelselmatig was verkracht, zwanger was geraakt, bevallen was van een kind en dat dit kindje vervolgens werd vermoord. De politie geloofde haar niet en bestempelde haar verhaal als verzonnen. Maar onafhankelijk bewijs was er wél: kinderporno op de laptop van haar vader, medische verklaringen van gynaecologen die bevestigden dat ze zwanger was geweest, en therapierapporten die wezen op ernstig seksueel trauma.
Alsof dat nog niet genoeg was, bleek later dat journalisten van VPRO’s Argos ontdekten dat er geknoeid was met bewijs in het politiedossier. Toch werd de aangifte door het Openbaar Ministerie niet opgepakt. Toen Lisa’s moeder via een artikel 12-procedure vervolging probeerde af te dwingen, mocht ze geen enkel bewijs overleggen en werd haar verzoek door de rechter afgewezen.
Wie zat er in die rechtszaal? Een rechter die bevriend was met Demmink, en die daar glashard over loog. Dit is geen incident, maar een schoolvoorbeeld van klassejustitie: wie de juiste connecties heeft, staat boven de wet. Het beeld dat hieruit oprijst is ronduit huiveringwekkend: slachtoffers worden verpletterd door een systeem dat zij juist om bescherming vragen.
De herhaalde blokkades en het verraad in de Kamer.
Na de affaire-Lisa en het falen van de commissie-Hendriks, groeide de druk op de politiek. Slachtoffers, therapeuten en journalisten bleven hameren op de noodzaak van écht onafhankelijk onderzoek. Van Meijeren diende opnieuw een motie in, ditmaal breed gesteund. CDA, NSC, ChristenUnie, SGP, SP, BBB en JA21 gaven aan mee te stemmen.
Cruciaal was de steun van de PVV. Die partij had dit onderwerp jarenlang steevast weggezet als belangrijk en beloofde voor te stemmen. Van Meijeren had hun toezegging zelfs zwart op wit. Totdat de stemming begon.
Toen duidelijk werd dat er een meerderheid in de maak was, stond Geert Wilders op en gaf zijn fractieleden de opdracht om tegen te stemmen. Vol verbazing keken de Kamerleden van de PVV elkaar aan, maar niemand durfde in te gaan tegen het bevel van hun partijleider. Het resultaat: de motie viel.
De vraag die blijft hangen is dodelijk eenvoudig: waarom? Waarom zou een partij die zegt op te komen voor gewone Nederlanders, slachtoffers in de steek laten? Waarom blokkeert Wilders persoonlijk een onderzoek dat eindelijk recht zou kunnen doen aan tientallen, zo niet honderden slachtoffers?
Klassejustitie of gecontroleerde oppositie?
Wat hier speelt, gaat veel verder dan partijpolitiek. Het raakt aan de kern van de Nederlandse democratie en rechtsstaat. Er lijken krachten aan het werk die koste wat kost willen voorkomen dat de waarheid boven tafel komt.
Is dit klassejustitie, waarbij machtige ambtenaren, rechters en politici elkaar de hand boven het hoofd houden? Of is er meer aan de hand? Steeds vaker klinkt de verdenking dat sommige partijen in Den Haag, inclusief de PVV, niet zijn wat ze lijken. Een wolf in schaapskleren, een gecontroleerde oppositie die wel wat kabaal mag maken, maar nooit zóveel dat de fundamenten van de macht wankelen.
Voor slachtoffers maakt het weinig verschil. Hun levens zijn verwoest. Hun vertrouwen in de staat is vernietigd. En telkens weer botsen ze op een muur van stilzwijgen, ontkenning en politieke spelletjes.
Een strijd die niet verstomt.
Toch is er één constante in dit alles: Gideon van Meijeren blijft de beerput opentrekken. Ondanks de beschuldigingen van complotdenken, ondanks de blokkades en ondanks het politieke verraad, blijft hij aandringen op onafhankelijk onderzoek. Hij spreekt uit wat velen fluisteren: dat er duistere netwerken bestaan, dat machtige mensen bescherming genieten, en dat slachtoffers in Nederland al decennialang worden verpletterd door een falend systeem.
En of men het met hem eens is of niet, één ding valt niet te ontkennen: elke keer dat zijn moties sneuvelen, groeit de vraag waarom. Waarom mag deze beerput niet open? Waarom zouden wij als samenleving niet het volle licht laten schijnen op de donkerste misdaden die er bestaan?
Slot.
De geschiedenis van dit dossier leest als een thriller zonder einde, maar dit is geen fictie. Het gaat om echte kinderen, echte levens, en een systeem dat keer op keer weigert verantwoordelijkheid te nemen.
Wanneer de machtigen van dit land slachtoffers afwijzen, bewijsmateriaal negeren en onderzoeken saboteren, verliezen wij meer dan alleen een motie in de Kamer. Dan verliezen wij de essentie van een rechtsstaat.
De onderste steen moet boven. Niet morgen, niet ooit, maar nú. Want zolang deze waarheid verzwegen blijft, leven we niet in een land van recht, maar in een staat van ongekend onrecht. ■
Bron: FVD
Eén gedachte over “Onderzoek naar kindermisbruik verworpen door Tweede Kamer: Van Meijeren reageert (FVD).”
Eén gedachte over “Onderzoek naar kindermisbruik verworpen door Tweede Kamer: Van Meijeren reageert (FVD).”