Een strijd begint zelden met het eerste schot. Soms begint hij met cijfers, beleidsdocumenten en woorden die ogenschijnlijk technisch klinken, maar in werkelijkheid alles zeggen. Een leger van achthonderdduizend militairen: een schaal die als gigantisch wordt omschreven en die, zo wordt vastgesteld, door Rusland nooit zal worden geaccepteerd. Veiligheidsgaranties in de vorm van volledige NAVO-bescherming, vastgelegd in artikel 5, zijn volgens de sprekers onhaalbaar. Daarover bestaat geen misverstand. De kans dat Rusland hiermee akkoord gaat, wordt als nihil beschreven.
Vanuit dat vertrekpunt dringt zich een fundamentele vraag op: waar is dit verhaal begonnen? Wat is het moment geweest waarop deze ontwikkeling in gang is gezet, en wie dacht dat dit een realistisch pad was? Het zijn geen retorische vragen, maar vaststellingen die de toon zetten voor een bredere analyse van macht, besluitvorming en gevolgen.
Diezelfde logica keert terug buiten het militaire domein, in de wereld van informatie en digitale platforms. Wanneer op een online platform uitspraken worden gedaan over onderwerpen als geslacht of immigratie, blijkt hoe snel de gevolgen merkbaar zijn. Niet door openlijke censuur, maar doordat een platform lager scoort op bepaalde indexen. Zichtbaarheid neemt af, bereik verdwijnt.
Volgens de besproken feiten voltrekt zich hier een verschuiving die wordt aangedreven door de Digital Services Act, in samenhang met verschillende niet-gouvernementele organisaties. Wat ooit werd gepresenteerd als een instrument om wetgeving te handhaven, begint de grenzen te verleggen van wat offline geldt naar wat online zichtbaar mag blijven.
Dit proces wordt vaak verdedigd als iets neutraals: het zou geen propaganda zijn, maar simpelweg het handhaven van het recht. Die redenering wordt hier expliciet verworpen. Wat zich aftekent is een patroon waarin selectie centraal staat. Er is een dominant verhaal, en de feiten die dat verhaal ondersteunen worden consequent benoemd. Feiten die dat verhaal tegenspreken of nuanceren, verdwijnen uit beeld. Zo ontstaat geen open debat, maar een gekleurde werkelijkheid.
Welkom bij De Nieuwe Wereld.
Een uitzending aan het einde van een intens jaar.
De uitzending van Nieuws van de Week eind december staat in het teken van afronding. Presentator Rogier van Bemmel opent met een terugblik op een jaar waarin De Nieuwe Wereld onafgebroken uitzendingen maakte, festivals organiseerde, een verhuizing doormaakte en werkte aan een nieuwe studio. Die context is geen decorstuk, maar bepalend voor de inhoud: het gesprek vindt plaats tegen de achtergrond van structurele druk op alternatieve media en een toenemende spanning rond vrijheid van meningsuiting.
Aan tafel zitten Ad Verbrugge en Kees de Kort. Hun rol is niet die van commentatoren met een agenda, maar van gesprekspartners die proberen vast te stellen wat er deze week feitelijk is gebeurd, hoe dit past in langere lijnen, en welke consequenties daaruit volgen. De toon is beschouwend, soms scherp, maar steeds gericht op analyse.
Sancties tegen individuen: Jacques Baud als casus.
Een van de belangrijkste onderwerpen van de uitzending is het sanctiebeleid van de Europese Unie, met bijzondere aandacht voor sancties tegen individuele personen. Ad Verbrugge brengt de zaak van Jacques Baud* ter sprake, een voormalig Zwitsers kolonel en inlichtingenofficier die jarenlang actief was binnen NAVO-verband en momenteel in Brussel woont.
*Jacques Baud is een bekende Zwitserse kolonel b.d. en voormalig inlichtingenofficier. Hij treedt in 2025 en de jaren daarvoor regelmatig op als commentator en analist op YouTube en in diverse media, vaak over onderwerpen als de oorlog in Oekraïne en internationale veiligheid. Door de vergelijkbare klank van “Baud” en “Boot” wordt hij soms verkeerd gespeld.
Volgens wat in de uitzending wordt besproken, is Baud door de Europese Raad op een sanctielijst geplaatst vanwege vermeende verspreiding van Russische propaganda. Zijn tegoeden zijn bevroren en zijn economische en sociale bewegingsvrijheid is ernstig beperkt. Daarbij wordt vastgesteld dat deze sancties zijn opgelegd zonder dat er een rechterlijke procedure aan voorafging. Er is geen aanklacht geweest, geen mogelijkheid tot verdediging, geen vonnis.
Dit feit wordt niet gepresenteerd als een incident, maar als illustratie van een bredere ontwikkeling. Sancties, oorspronkelijk bedoeld als instrument in internationale conflicten tussen staten, worden volgens de besproken feiten steeds vaker ingezet tegen individuele burgers, inclusief burgers die in Europa wonen en werken.
De vraag die daarbij op tafel ligt, is niet of sancties juridisch mogelijk zijn, maar wat het betekent voor de democratische rechtsorde wanneer fundamentele rechten kunnen worden ingeperkt via bestuurlijke besluiten, zonder tussenkomst van een rechter.
Confiscatie en precedentwerking.
In dezelfde context wordt gewezen op eerdere besluiten om Russische tegoeden te bevriezen of te confisqueren. Daarbij zijn niet alleen staatsactiva geraakt, maar ook bezittingen van particulieren. Volgens de sprekers is ook dit gebeurd buiten reguliere rechtsprocedures om. Dat dit inmiddels als een geaccepteerde praktijk wordt gezien, wordt in de uitzending benoemd als een belangrijk precedent.
Het effect hiervan reikt verder dan de directe betrokkenen. Wanneer eenmaal duidelijk is dat eigendomsrechten en toegang tot financiële middelen kunnen worden opgeschort zonder rechterlijke toetsing, verandert dat volgens de analyse de verhouding tussen burger en overheid fundamenteel.
De Amerikaanse sancties tegen Europese functionarissen.
De aanleiding voor het gesprek deze week ligt mede in een tegenzet vanuit de Verenigde Staten. De Amerikaanse regering heeft sancties opgelegd aan verschillende Europese functionarissen en betrokkenen bij wat door Amerikaanse beleidsmakers wordt aangeduid als een “censuurcomplex”. Onder hen bevindt zich Thierry Breton, voormalig Eurocommissaris en een centrale figuur bij de totstandkoming van de Digital Services Act.
Volgens de feiten die in de uitzending worden besproken, mag Breton de Verenigde Staten niet meer in en mogen Amerikaanse bedrijven geen zaken meer met hem doen. Dat betekent niet alleen een reisverbod, maar ook uitsluiting van financiële en technologische infrastructuur die essentieel is voor professioneel functioneren.
Deze sancties worden geplaatst in de context van Europese bemoeienis met Amerikaanse platforms, met name X. De brief die Breton eerder stuurde aan Elon Musk, voorafgaand aan een gesprek tussen Musk en Donald Trump, wordt genoemd als concreet voorbeeld van die bemoeienis.
Freedom of speech versus freedom of reach.
Een kernbegrip in het gesprek is het onderscheid tussen vrijheid van meningsuiting en vrijheid van bereik. Het idee dat iemand alles mag zeggen, maar niet automatisch recht heeft op een groot publiek, wordt door Europese beleidsmakers gebruikt als rechtvaardiging voor regulering.
De Digital Services Act speelt hierin een centrale rol. De wet stelt dat wat offline verboden is, ook online verboden moet zijn. In de praktijk, zo wordt besproken, leidt dit tot een systeem waarin platforms onder druk worden gezet om inhoud te modereren op basis van vage en veranderlijke criteria.
NGO’s spelen daarbij een belangrijke rol. De Global Disinformation Index wordt genoemd als voorbeeld van een organisatie die met publieke middelen wordt gefinancierd en indexen opstelt waarop platforms worden beoordeeld. Adverteerders gebruiken deze indexen om te bepalen waar zij hun advertenties plaatsen. Platforms die lager scoren, verliezen inkomsten.
Volgens de besproken feiten ontstaat zo een indirect mechanisme van censuur: niet via een expliciet verbod, maar via economische prikkels die bepaalde vormen van inhoud ontmoedigen.
De rol van de media: niet liegen, maar weglaten.
Een terugkerend thema in de uitzending is de rol van de reguliere media. De sprekers stellen vast dat media zelden aantoonbaar onwaarheden publiceren, maar dat zij structureel selectief zijn in wat zij wel en niet brengen.
Ad Verbrugge beschrijft dit als “the name of the game is weglaten”. Er is een dominant verhaal, en de feiten die dat verhaal ondersteunen worden herhaald en uitvergroot. Feiten die het verhaal ondermijnen of nuanceren, worden genegeerd, ondanks het feit dat ze vaak eenvoudig te vinden zijn.
Dit mechanisme heeft volgens de analyse grote gevolgen. Media vormen de basis voor publieke opinie, en publieke opinie stuurt politieke besluitvorming. Wanneer de informatievoorziening eenzijdig is, wordt ook het beleid eenzijdig.
Propaganda als effect, niet als leugen.
In het gesprek wordt verwezen naar de Franse denker Jacques Ellul, die propaganda niet definieert als het verspreiden van leugens, maar als het creëren van effecten. Het gaat niet om de waarheid van afzonderlijke beweringen, maar om de richting waarin een samenleving wordt gestuurd.
Vanuit dat perspectief worden sancties tegen individuen gezien als signalen. Ze laten zien wat er kan gebeuren wanneer iemand buiten het dominante narratief treedt. Het gevolg is wat expliciet een “chilling effect” wordt genoemd: mensen gaan zichzelf censureren uit voorzorg.
Dit effect wordt niet theoretisch besproken, maar gekoppeld aan concrete ervaringen, zoals het tijdelijk offline halen van kanalen tijdens de coronaperiode, ondanks het feit dat de gepresenteerde informatie volgens de sprekers feitelijk onderbouwd was.
Oekraïne, informatie en belangen.
De oorlog in Oekraïne vormt een constante achtergrond in de uitzending. Volgens de besproken feiten is er vanaf 2014 sprake geweest van een sterk eenzijdige informatievoorziening over dit conflict in westerse media. Alternatieve perspectieven en analyses kregen nauwelijks ruimte.
Dit heeft volgens de sprekers niet alleen te maken met morele verontwaardiging, maar ook met belangen. De wapenindustrie, geopolitieke machtsverhoudingen en het streven naar verdere Europese integratie worden genoemd als factoren die meespelen in de manier waarop het conflict wordt gepresenteerd.
Daarbij wordt vastgesteld dat binnen Europa zelf grote problemen spelen, economisch, sociaal en politiek, die minder aandacht krijgen wanneer de focus verschuift naar een extern conflict.
De Wet open overheid onder druk.
Een ander belangrijk onderwerp is de Wet open overheid. Journalisten hebben eind december een brief gepubliceerd waarin zij waarschuwen tegen plannen om deze wet te beperken. Voorgestelde maatregelen zijn onder meer het uitsluiten van interne communicatie van openbaarmaking en het beperken van het aantal verzoeken.
Volgens de brief, zoals besproken in de uitzending, is openbaarheid essentieel voor democratische controle. De overheid werkt voor burgers, en informatie die daaruit voortkomt behoort in principe openbaar te zijn.
Kees de Kort reageert kritisch en stelt dat journalisten hun werk niet moeten reduceren tot het opvragen van overheidsdocumenten. Volgens hem is er een enorme hoeveelheid informatie vrij beschikbaar, en ligt het falen van de journalistiek eerder in gebrek aan onderzoek dan in gebrek aan toegang.
Overheid die zichzelf ondermijnt.
Wat door de verschillende onderwerpen heen loopt, is de constatering dat overheden hun eigen legitimiteit onder druk zetten. Door sancties op te leggen zonder rechterlijke toetsing, door openbaarheid te beperken en door indirecte vormen van censuur toe te passen, ondermijnt de overheid volgens de besproken feiten haar eigen morele gezag.
Dit is geen waardeoordeel, maar een gevolgtrekking uit wat wordt waargenomen. Een rechtsstaat die fundamentele beginselen opschort uit naam van veiligheid of stabiliteit, verliest volgens deze analyse juist datgene wat haar onderscheidt.
Een multipolaire wereld zonder vanzelfsprekendheden.
De uitzending plaatst deze ontwikkelingen in een bredere internationale context. De verhouding tussen de Verenigde Staten en Europa verhardt. Sancties over en weer, spanningen binnen de NAVO en discussies over territoriale en strategische belangen wijzen op een wereldorde waarin oude zekerheden verdwijnen.
Diplomatie achter gesloten deuren maakt steeds vaker plaats voor publieke confrontaties. Dat proces, zo wordt vastgesteld, vergroot de risico’s en verkleint de ruimte voor compromis.
Geen conclusie, wel een vaststelling.
De uitzending van De Nieuwe Wereld eindigt zonder conclusie, maar niet zonder helderheid. Wat deze week is besproken, laat zich samenvatten als een reeks feiten die samen een patroon vormen: sancties verschuiven van staten naar individuen, regelgeving vervaagt de grens tussen bescherming en beperking, media selecteren meer dan zij informeren, en openbaarheid staat onder druk.
Het zijn ontwikkelingen die zich niet aankondigen met geweld, maar met beleid. Niet met chaos, maar met procedures. Juist daarom zijn ze moeilijk te herkennen en des te ingrijpender in hun gevolgen.
En zo eindigt het jaar met een vaststelling die niet geruststelt, maar wel verheldert: dat in een tijd waarin informatie overal beschikbaar is, de vraag niet langer is wat er gezegd wordt, maar wat er stil blijft.■
Bron: De nieuwe Wereld: De VS-EU Oorlog: Sancties tegen Eigen Burgers | NVDW #2165
