Het begint niet met een schandaal, een inval of een rechtbank, maar met een jongen uit Opwijk, een plaats nabij Brussel. Een gewone jeugd, zo beschrijft hij het zelf. Geen politieke dynastie, geen machtsbasis, geen netwerk. En toch mondt dat begin jaren later uit in huiszoekingen, antiterreureenheden, een langdurig juridisch proces en een veroordeling die volgens hem een stempel voor het leven betekent. In een uitgebreide YouTube-reportage van Jorn Luka, waarin Dries van Langenhove te gast is, wordt stap voor stap uiteengezet hoe die ontwikkeling volgens hem heeft plaatsgevonden.
Wat volgt is geen analyse, geen duiding en geen oordeel, maar een feitelijke weergave van wat in dat gesprek wordt gezegd: over zijn jeugd, zijn politieke vorming, de oprichting van Schild & Vrienden, de rechtszaak die daarop volgde en de gevolgen die dit alles volgens hem heeft gehad.
Een vroege politieke interesse.
Dries van Langenhove beschrijft zichzelf in het gesprek als “een vrij doodgewone jongen” uit Vlaanderen. Hij groeide op in een omgeving die hij typeert als noch stad, noch platteland. Zijn ouders noemt hij gemiddeld: geen tekorten, maar ook geen overvloed. Hij had sportieve hobby’s, zat in jeugdverenigingen en had, zoals hij zelf zegt, een normale jeugd.
Rond zijn veertiende of vijftiende begon zijn interesse in politiek. Die interesse ontstond volgens hem niet door invloeden vanuit huis, maar door een persoonlijke neiging om vragen te stellen. Waarom gebeuren dingen zoals ze gebeuren? Wie beslist dat? En op basis waarvan? Dat rechtvaardigheidsgevoel en die nieuwsgierigheid vormden naar eigen zeggen de basis voor zijn latere engagement.
In zijn directe omgeving vond hij weinig leeftijdsgenoten die die interesse deelden. Zijn vrienden hielden zich vooral bezig met sport, uitgaan en gamen. Pas toen hij op zijn achttiende naar de universiteit trok, veranderde dat. Daar kwam hij in contact met andere jongeren die politiek actief waren en ideeën wilden uitwisselen.
Universiteit en eerste tegenwerking.
Aan de universiteit sloot Van Langenhove zich aan bij het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond, een studentenvereniging die hij omschrijft als een kweekvijver voor latere politici. In die periode scherpte hij zijn ideeën aan en raakte hij betrokken bij studentenpolitiek en ondernemerschap. Hij richtte een eigen bedrijfje op en nam deel aan studentenverkiezingen.
Volgens zijn eigen relaas werd hij verkozen tot studentenvertegenwoordiger in de raad van bestuur van wat hij omschrijft als de meest linkse universiteit van België. In dat orgaan, het hoogste beslissingsniveau van de universiteit, was hij naar eigen zeggen de enige uitgesproken rechtse en kritische stem tussen ongeveer dertig leden.
Van Langenhove vertelt dat hij zich in die rol richtte op thema’s als budgetbeheer, academische vrijheid en onderzoeksvrijheid. Hij zegt dat hij zich verzette tegen uitgaven die hij als ideologisch gemotiveerd beschouwde, zoals investeringen in transgenderbeleid of infrastructuur. Ook noemt hij zijn verzet tegen het uitreiken van een eredoctoraat aan Angela Merkel, die hij verantwoordelijk houdt voor wat hij het verval van Europa noemt.
Die houding leidde volgens hem tot voortdurende conflicten binnen de raad van bestuur. Hij beschrijft hoe andere leden, die volgens hem afhankelijk waren van het universiteitsbestuur voor hun carrière, weinig geneigd waren om kritisch te zijn. Zelf zegt hij dat hij daar geen rekening mee hield en zich uitsluitend richtte op wat hij als zijn taak zag: studenten vertegenwoordigen en misstanden aankaarten.
Corruptiedossier en omslagpunt.
Een belangrijk moment in zijn verhaal is het moment waarop hij naar eigen zeggen een dossier over corruptie ontvangt van een socialistische vakbond. Dat dossier zou betrekking hebben gehad op een politicus die spookvergaderingen organiseerde en daarvoor hoge zitpenningen ontving. Van Langenhove vertelt dat hij dit dossier tijdens een vergadering van de raad van bestuur op tafel legde, in de veronderstelling dat dit als een ernstige misstand zou worden erkend.
Het tegenovergestelde gebeurde volgens hem. In plaats van steun kreeg hij weerstand vanuit alle politieke hoeken. Hij beschrijft hoe socialisten, liberalen, groenen en christendemocraten, die normaal gesproken tegenover elkaar staan, zich ineens gezamenlijk tegen hem keerden. Volgens Van Langenhove was dat het moment waarop hij inzag hoe belangen elkaar kunnen beschermen.
Hij noemt deze stap achteraf naïef. Naar eigen zeggen leverde het de belastingbetaler slechts een beperkte besparing op, terwijl het hem wel veel vijanden opleverde. Hij zegt dat dit het begin was van structurele tegenwerking vanuit universiteit, media en later ook justitie.
Oprichting van Schild & Vrienden.
Na zijn periode in de universitaire politiek richtte Van Langenhove de jongerenorganisatie Schild & Vrienden op. In het gesprek beschrijft hij deze organisatie als een politieke jongerenbeweging die zeer snel groeide. Volgens hem gebeurde die groei zo snel dat de organisatie nog kwetsbaar was toen ze al onder vuur kwam te liggen.
Hij vertelt dat er mediacampagnes tegen de beweging werden opgezet en dat er sprake was van hacking, karaktermoord en framing. Memes en foto’s die volgens hem uit hun context werden gehaald, speelden later een rol in het juridische traject dat volgde.
Van Langenhove benadrukt meerdere keren dat hij zelf geen memes heeft gemaakt of goedgekeurd die later centraal kwamen te staan in de rechtszaak. Toch, zo zegt hij, was hij degene die werd vervolgd en veroordeeld, terwijl anderen volgens hem buiten schot bleven.
Huiszoekingen en gerechtelijk onderzoek.
Een van de meest ingrijpende episodes die hij beschrijft, zijn de huiszoekingen. Volgens Van Langenhove werden er in totaal twintig huiszoekingen uitgevoerd en vijftig mensen verhoord. Hij zegt dat daarbij zwaarbewapende eenheden betrokken waren en spreekt van een heksenjacht die volgens hem ongekend is in de Belgische geschiedenis van de 21e eeuw.
Hij beschrijft hoe deze acties diepe impact hadden op zijn persoonlijke leven. De combinatie van media-aandacht, juridische onzekerheid en langdurige procedures zorgde volgens hem voor enorme mentale druk. Hij spreekt over stress, financiële gevolgen en het gevoel jarenlang onder vuur te hebben gelegen.
De veroordeling.
In het gesprek gaat Van Langenhove uitgebreid in op zijn veroordeling. Hij zegt dat hij is veroordeeld voor Holocaustontkenning, ondanks het feit dat hij volgens eigen zeggen de betreffende memes nooit heeft gezien of goedgekeurd. Hij benadrukt dat anderen die betrokken waren bij het maken, posten of goedkeuren van het materiaal niet zijn vervolgd.
Volgens Van Langenhove betekent de veroordeling niet alleen een juridische straf, maar ook een blijvend stigma. Zelfs als hij juridisch gelijk zou krijgen in hoger beroep, zegt hij, blijft die stempel bestaan. Hij noemt dit een van de zwaarste aspecten van de zaak.
Hij stelt dat de zaak volgens hem juridisch zwak is en dat hij zijn kansen op winst hoog inschat. Tegelijkertijd ziet hij de zaak als een waarschuwing voor anderen die zich politiek uitspreken. In zijn woorden: wat hem is overkomen, kan volgens hem iedereen overkomen die zijn hoofd boven het maaiveld uitsteekt.
Democratie, macht en oppositie.
In het gesprek met Jorn Luka verbindt Van Langenhove zijn persoonlijke ervaringen aan bredere thema’s. Hij spreekt over democratie, macht en de rol van oppositie. Volgens hem is stemmen alleen onvoldoende om echte verandering teweeg te brengen. Hij stelt dat machtsstructuren zich buiten het zicht van verkiezingen organiseren.
Hij gebruikt daarbij de term “kartel” om te beschrijven hoe verschillende politieke stromingen volgens hem samenwerken wanneer hun gezamenlijke belangen worden bedreigd. Ook verwijst hij naar netwerken waarin media, academische wereld, rechtspraak en politiek samenkomen.
Van Langenhove noemt deze structuren openlijk bestaand en verwijst naar vrijmetselaarsloges als voorbeeld van plekken waar volgens hem invloed wordt uitgeoefend. Hij benadrukt dat hij dit niet als een complottheorie presenteert, maar als een realiteit die volgens hem erkend wordt.
Mentale en existentiële gevolgen.
Naast de politieke en juridische aspecten staat Van Langenhove uitgebreid stil bij de persoonlijke gevolgen. Hij spreekt over de mentale tol van jarenlange procedures, publieke aanvallen en onzekerheid. Stress, financiële druk en het gevoel voortdurend onder observatie te staan komen meerdere keren terug in zijn verhaal.
Tegelijkertijd zegt hij dat zwijgen voor hem geen optie is. Hij stelt dat hij liever met tegenstand leeft dan later te moeten concluderen dat hij niets heeft gedaan. In dat verband spreekt hij over verantwoordelijkheid tegenover toekomstige generaties en over het belang van trouw blijven aan zijn overtuigingen.
Een waarschuwing, geen afsluiting.
Het gesprek eindigt niet met een oplossing of afronding, maar met een constatering. Van Langenhove presenteert zijn verhaal als een waarschuwing. Niet als een individueel drama, maar als een voorbeeld van wat er volgens hem gebeurt met mensen die zich blijven verzetten tegen gevestigde macht.
Of die interpretatie standhoudt, wordt in de reportage niet beoordeeld. Wat resteert, is het relaas van een man die zichzelf ziet als onderdeel van een groter conflict tussen macht en oppositie, en die zijn ervaringen vastlegt in woorden, zonder te weten hoe het verhaal uiteindelijk zal eindigen.
En misschien is dat precies wat dit verhaal kenmerkt: niet de zekerheid van een conclusie, maar de vaststelling dat sommige dossiers niet worden afgesloten met een punt, maar blijven doorwerken, lang nadat de laatste uitspraak is gedaan.■
