De medicatie die volgens sommige kankerpatiënten verborgen blijft voor hun eigen arts.

Dr. Mary Bowden bespreekt ivermectine, kankerpatiënten, medische censuur, FDA-beleid, rechtszaken, ziekenhuisprotocollen en vrije meningsuiting in een kleurrijke cinematografische collage met ziekenhuisgangen, rechtbanken, oncologen, AI-surveillance en pandemiegerelateerde symboliek.

Sommige kankerpatiënten nemen volgens de Amerikaanse arts Dr. Mary Bowden bewust een geneesmiddel zonder dit aan hun eigen oncoloog te vertellen. Niet omdat zij iets te verbergen hebben, zegt zij, maar omdat zij vrezen voor de reactie van hun arts. Die opmerkelijke bewering staat centraal in een uitgebreide uitzending van Redacted News, gepresenteerd door Natali Morris, waarin een discussie over ivermectine uitgroeit tot een veel bredere confrontatie over medische vrijheid, censuur, overheidsinvloed en de blijvende nasleep van de coronapandemie.

Volgens Bowden vormt een recente verklaring van de American Society of Clinical Oncology (ASCO) de aanleiding voor die discussie. In die verklaring wordt oncologen aangeraden actief aan patiënten te vragen of zij ivermectine gebruiken en hen erop te wijzen dat er volgens de organisatie geen klinisch bewijs bestaat voor toepassing buiten klinische studies. Voor Bowden roept dat onmiddellijk herinneringen op aan de strijd die tijdens de pandemie ontstond rond hetzelfde middel. In haar ogen wordt opnieuw hetzelfde draaiboek gevolgd. En precies daar begint een verhaal dat volgens haar veel groter is dan één geneesmiddel alleen.

Tijdens de coronapandemie groeide ivermectine uit tot een van de meest besproken en omstreden geneesmiddelen ter wereld. Voorstanders wezen op onderzoeken, praktijkervaringen en het veiligheidsprofiel van het middel. Tegenstanders stelden dat overtuigend bewijs voor de behandeling van COVID-19 ontbrak. Volgens Bowden werd het debat echter al snel vervangen door iets anders: een strijd over wie mocht bepalen welke medische informatie bespreekbaar was en welke niet.

Volgens haar was het tijdens de pandemie zelfs niet toegestaan om op YouTube video’s te plaatsen waarin werd gesuggereerd dat ivermectine gebruikt kon worden tegen COVID-19. De platformregels verwezen naar richtlijnen van instanties zoals de FDA, WHO en CDC, die stelden dat ivermectine uitsluitend gebruikt moest worden voor goedgekeurde antiparasitaire toepassingen. Bowden stelt dat hierdoor een situatie ontstond waarin niet langer het wetenschappelijke debat centraal stond, maar de vraag of bepaalde onderwerpen überhaupt nog besproken mochten worden.

Dat conflict bereikte volgens haar een hoogtepunt toen de Amerikaanse Food and Drug Administration een campagne voerde tegen ivermectine. Een van de bekendste uitingen was de inmiddels beruchte boodschap waarin burgers werden aangesproken met de woorden: “You’re not a horse. You’re not a cow. Stop it.” Volgens Bowden ging de FDA daarmee haar wettelijke bevoegdheden te buiten. Zij stelt dat de taak van de instantie bestaat uit het goedkeuren van medicijnen en het vaststellen van indicaties, maar niet uit het voorschrijven hoe artsen geneesmiddelen buiten die indicaties mogen toepassen. Artsen schrijven volgens haar dagelijks middelen voor buiten de officieel goedgekeurde toepassingen. Dat staat bekend als off-label gebruik en is binnen de geneeskunde niet ongebruikelijk.

Bowden zegt dat zij daarom samen met andere artsen naar de rechter stapte. Volgens haar leidde die juridische strijd ertoe dat de FDA bepaalde uitingen moest verwijderen. In haar ogen vormde dat een belangrijke overwinning, niet alleen voor ivermectine, maar vooral voor de vrijheid van artsen om medische informatie te bespreken zonder inmenging van overheidsinstanties. Toch betekende die overwinning volgens haar niet het einde van de controverse. De strijd verplaatste zich vervolgens naar ziekenhuizen, medische beroepsorganisaties en uiteindelijk zelfs naar de behandeling van kankerpatiënten.

Volgens Dr. Mary Bowden verplaatste de controverse rond ivermectine zich van rechtbanken en overheidsinstanties naar ziekenhuizen, medische beroepsorganisaties en uiteindelijk zelfs naar de behandeling van kankerpatiënten.

Bowden raakte tijdens de pandemie nauw betrokken bij de behandeling van COVID-patiënten. Volgens haar behandelde zij meer dan 6.000 patiënten, waarvan ongeveer twee derde ivermectine kreeg voorgeschreven. Die ervaring maakte haar naar eigen zeggen vertrouwd met het veiligheidsprofiel van het middel. Zij verklaart dat zij voornamelijk lichte bijwerkingen zag, zoals maagklachten of tijdelijk wazig zicht. Ernstige complicaties waarbij patiënten naar een spoedeisende hulp moesten of contact moesten opnemen met een antigifcentrum heeft zij naar eigen zeggen niet gezien. Ze stelt zelfs dat zij vaker problemen zag met reguliere antibiotica dan met ivermectine.

Die praktijkervaring speelde een belangrijke rol in haar overtuiging dat het middel ten onrechte werd weggezet als gevaarlijk. Volgens Bowden kostte het weinig moeite om informatie over de veiligheid van ivermectine te vinden. Zij verwijst naar gegevens die volgens haar beschikbaar zijn via de FDA en naar wetenschappelijke literatuur waarin nauwelijks meldingen voorkomen van dodelijke overdoses of ernstige vergiftigingen. In haar visie was niet gebrek aan informatie het probleem, maar gebrek aan bereidheid om die informatie serieus te onderzoeken. En dat verwijt beperkt zich volgens haar niet tot ivermectine alleen.

In het interview komt ook voormalig topadviseur Anthony Fauci uitgebreid ter sprake. Bowden verwijst naar recent openbaar gemaakte notities en dagboekfragmenten van Fauci. Volgens haar ontstaat daarin het beeld van iemand die weinig belangstelling had voor alternatieve behandelopties. Vooral zijn houding tegenover hydroxychloroquine valt haar op. Zij beschrijft zijn benadering als een reflexmatige afwijzing zonder merkbare nieuwsgierigheid naar mogelijke toepassingen. Opvallend vindt zij bovendien dat ivermectine volgens haar nauwelijks of niet voorkomt in de gepubliceerde aantekeningen. Voor Bowden bevestigt dat haar indruk dat bepaalde behandelingen al vroeg buiten de discussie werden geplaatst.

Volgens haar was de werkelijkheid in de behandelkamers veel minder ideologisch. Toen de eerste COVID-patiënten zich meldden in haar praktijk, begon zij naar eigen zeggen simpelweg met de middelen en technieken die zij vanuit haar medische opleiding kende. Antibiotica tegen mogelijke secundaire infecties, ontstekingsremmende behandelingen, inhalatietherapie en steroïden maakten deel uit van haar standaardaanpak. Later kwamen hydroxychloroquine en vervolgens ivermectine daarbij. Bowden benadrukt dat zij zichzelf niet ziet als een baanbrekende wetenschapper. Volgens haar ging het vooral om openstaan voor mogelijkheden, observeren wat werkte en bereid zijn bestaande aannames ter discussie te stellen.

Dat brengt haar terug bij de recente verklaring van de oncologenvereniging. Volgens Bowden gebruiken sommige kankerpatiënten ivermectine al, maar vertellen zij dit niet aan hun behandelaars. Zij stelt dat patiënten vrezen voor afkeuring of zelfs beëindiging van de behandelrelatie. Vooral mensen met vergevorderde kanker zouden volgens haar bereid zijn om meerdere behandelopties tegelijk te onderzoeken. De verklaring van ASCO ziet zij daarom niet als een neutrale aanbeveling, maar als een signaal dat artsen actief moeten controleren wat patiënten buiten de reguliere behandeling om doen. Volgens haar is dat precies dezelfde dynamiek die tijdens de pandemie zichtbaar was.

Tegelijkertijd erkent zij dat oncologen ook andere redenen kunnen hebben om patiënten naar hun medicijngebruik te vragen. Klinische onderzoeken vereisen immers strikte controle over wat deelnemers gebruiken. Wanneer patiënten zonder medeweten van onderzoekers extra middelen nemen, kan dat volgens Bowden de resultaten beïnvloeden. Toch denkt zij dat dit niet de enige verklaring is. Volgens haar hebben veel oncologen zich nooit serieus verdiept in de veiligheid van ivermectine en speelt daarnaast een bredere culturele weerstand tegen het middel mee.

Ook financiële factoren komen volgens haar aan bod. Ivermectine is al jaren uit patent. Daardoor bestaan er goedkope generieke varianten en ontbreekt volgens Bowden de commerciële prikkel om tientallen of honderden miljoenen dollars te investeren in grootschalige klinische onderzoeken. Zij wijst erop dat het merendeel van het medische onderzoek wordt gefinancierd door farmaceutische bedrijven. Wanneer er geen financieel rendement mogelijk is, ontstaat volgens haar weinig belangstelling om nieuwe toepassingen van bestaande medicijnen officieel te onderzoeken. Dat betekent niet dat een middel werkt, benadrukt zij impliciet, maar volgens haar wel dat sommige vragen mogelijk nooit uitgebreid onderzocht zullen worden.

Volgens Bowden heeft ivermectine daardoor een unieke positie gekregen. Het middel is in haar ogen uitgegroeid tot misschien wel het meest controversiële geneesmiddel van de afgelopen jaren. Zelfs wanneer nieuwe onderzoeken zouden verschijnen, denkt zij dat veel instellingen terughoudend zullen blijven. De reputatieschade die tijdens de pandemie ontstond, werkt volgens haar nog altijd door.

Een van de meest emotionele delen van het interview draait om een rechtszaak uit Texas. Bowden vertelt over een hulpsheriff, vader van zes kinderen, die ernstig ziek werd met COVID-19. Volgens haar wilde de familie dat ivermectine alsnog werd geprobeerd toen de man al langere tijd aan de beademing lag. Het ziekenhuis weigerde dat. Na juridische procedures kreeg Bowden naar eigen zeggen tijdelijk toestemming om de behandeling uit te voeren. Door nieuwe juridische ontwikkelingen kwam die behandeling uiteindelijk niet tot stand. De patiënt overleed. Wat volgde was volgens Bowden een jarenlange strijd met de Texas Medical Board. Zij ontving een openbare berisping die nog steeds zichtbaar is in haar dossier. Bowden vecht die maatregel nog altijd aan en zegt dat het voor haar inmiddels een principiële kwestie is geworden.

Volgens haar legt deze zaak een groter probleem bloot. Zodra patiënten in het ziekenhuis terechtkomen, verliezen zij volgens haar een belangrijk deel van hun autonomie. Daarom pleit zij voor wetgeving die patiënten meer mogelijkheden geeft om een externe arts te raadplegen of een tweede mening in te brengen. In haar visie zouden ziekenhuizen verplicht moeten worden om ruimte te bieden aan onafhankelijke artsen wanneer patiënten daarom vragen. Daarmee verschuift het debat opnieuw van ivermectine naar een bredere discussie over patiëntenrechten.

Ook censuur blijft volgens Bowden een terugkerend thema. Zij vertelt dat haar account op X maandenlang werd geschorst en dat artsen tijdens de pandemie creatieve manieren moesten bedenken om automatische filters te omzeilen. Woorden werden bewust anders gespeld om berichten zichtbaar te houden. Volgens haar is dat een ontwikkeling die in de toekomst nog belangrijker wordt naarmate kunstmatige intelligentie een grotere rol krijgt in het filteren van informatie. Ze vraagt zich af wie uiteindelijk bepaalt welke medische inzichten zichtbaar blijven en welke verdwijnen.

Volgens Bowden waren veel aanvallen op artsen persoonlijk van aard. In plaats van inhoudelijke discussies over onderzoeken en behandelresultaten, zouden critici zich hebben gericht op de reputatie van artsen die afweken van de officiële lijn. Zij stelt dat veel klachten tegen artsen niet voortkwamen uit patiëntenschade, maar uit meningsverschillen over medische standpunten. Wetenschappelijke vooruitgang ontstaat volgens haar juist doordat artsen verschillende ideeën met elkaar confronteren. Wanneer afwijkende stemmen direct worden uitgesloten, verdwijnt volgens haar een essentieel onderdeel van het wetenschappelijke proces.

Aan het einde van het gesprek keert de aandacht terug naar de patiënt. Bowden adviseert mensen alert te blijven wanneer zij medische zorg ontvangen. Zij moedigt patiënten aan zich te verdiepen in hun gezondheid, vragen te stellen en voorbereid te zijn wanneer zij in een ziekenhuis terechtkomen. Tegelijkertijd erkent zij dat dit een ongemakkelijke boodschap is. Idealiter zouden patiënten volledig kunnen vertrouwen op de instellingen die voor hen zorgen. Volgens haar heeft de pandemie echter laten zien dat dat vertrouwen niet langer vanzelfsprekend is.

Wat begon als een discussie over ivermectine en kanker groeide in de uitzending uit tot een veel bredere confrontatie over medische macht, overheidsinvloed, wetenschappelijke vrijheid en de grenzen van censuur. Voor Bowden draait de kwestie allang niet meer om één geneesmiddel. Volgens haar gaat het om de vraag wie bepaalt welke behandelingen onderzocht mogen worden, welke artsen gehoord worden en welke informatie patiënten uiteindelijk mogen ontvangen. De coronapandemie ligt inmiddels jaren achter ons. Maar als de vragen die toen ontstonden vandaag nog steeds onbeantwoord zijn, dan is volgens de deelnemers aan het gesprek de echte discussie nooit geëindigd. Misschien is zij pas net begonnen.■ Bron: Redacted News Podcast

Extra zie alle verzamel tweets over genezing via Ivermectine en andere alternatieve middellen;

Dr. Mary Bowden bespreekt ivermectine, kankerpatiënten, medische censuur, FDA-beleid, rechtszaken, ziekenhuisprotocollen en vrije meningsuiting in een kleurrijke cinematografische collage met ziekenhuisgangen, rechtbanken, oncologen, AI-surveillance en pandemiegerelateerde symboliek.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *