De ziekte die niet Bestaat: Een reis door de ziel van de maatschappij.

Satirische cartoon van Rypke Zeilmaker die betoogt dat psychische ziekte niet bestaat; hij spreekt achter een lessenaar terwijl een DSM-gebouw, Freud op een wolk en een Friese weide symbool staan voor de strijd tussen therapiecultuur en persoonlijke verantwoordelijkheid.

Goedenavond, beste lezers. Of beter: welkom in een wereld waarin ziek zijn niet meer betekent dat je koorts hebt, maar dat je verdriet voelt. Waar elk ongemak een stoornis heet, en elke traan een diagnose verdient. Een wereld waarin we onszelf steeds vaker zien als patiënt, in plaats van als mens.

“Psychische ziekte bestaat niet,” beweerde schrijver en denker Rypke Zeilmaker, geïnspireerd door de controversiële psychiater Thomas Szasz. Het is een stelling die even scherp is als een scheermes en even ongemakkelijk als een spiegel op een brakke zondagochtend. Toch snijdt ze diep, door de ziel van onze tijd, waarin therapie de biecht vervangt en excuses de plaats van verantwoordelijkheid innemen.

De medische mythe van de geest.

Szasz, ooit natuurkundige en later psychiater, schreef zijn beruchte boek Psychiatry: The Science of Lies. Daarin ontmantelde hij het fundament van zijn eigen vakgebied: psychiatrie als wetenschap van excuses. Volgens hem is de geest niet ziek; hij lijdt, worstelt, verlangt, zondigt, maar hij breekt niet zoals een been breekt. Er is geen röntgenfoto die depressie toont, geen MRI die verdriet localiseert.

Zeilmaker vertaalt dat idee naar onze tijd met de felheid van een man die genoeg heeft van zachte kussens onder harde waarheden. Zijn boodschap: we hebben van het leven zelf een ziekte gemaakt. Elk falen heet een trauma, elke zwakte een aandoening.

Het handboek van de ellende.

In het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM)* staan inmiddels honderden “stoornissen” beschreven. Waar Freud ooit droomde van de diepte van de ziel, hebben we nu Excel-tabellen van afwijkingen. De verlegen jongen heeft sociale angst. De drukke kleuter heeft ADHD. De verdrietige vrouw heet depressief. En de mens die niet in de pas loopt, is “excentriek met borderline-trekken”.

*De DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) is het internationale handboek voor het classificeren van psychische stoornissen. Het helpt professionals bij het stellen van diagnoses op basis van vastgestelde criteria.

Zo ontstaat een vreemde paradox: hoe meer we onze geest proberen te begrijpen, hoe meer we hem in hokjes duwen. De taal van de menselijkheid is vervangen door die van protocollen. Wie pijn voelt, krijgt pillen. Wie worstelt, krijgt een coach. En wie weigert, heet “in ontkenning”.

De kindertijd van de waanzin.

Zeilmaker haalt in zijn voordracht herinneringen op aan zijn jeugd in Franeker, ooit “de stad van de gekken” vanwege de inrichting Groot Lankum. Hij zag mensen die echt in andere werelden leefden, de man die dacht dat hij een vogel was, de leraar die langs de weg stond en smeekte: “Ze mogen mij niet plagen.”

Die beelden zijn herkenbaar en menselijk, niet medisch. Zeilmaker zegt: “Ja, echt gestoorde mensen bestaan. Maar dat maakt nog niet dat er een ‘ziekte’ in hun hersenen zit.” Hij herhaalt Szasz’ beroemdste zin:

“Als jij met God praat, heet het bidden. Maar als God terugpraat, heet je schizofreen.”

Het is een grap, maar ook een filosofische mokerslag. Wat we normaal noemen, wordt bepaald door wat de meerderheid accepteert. Niet door waarheid, maar door consensus.

De therapeutische staat.

Szasz beschreef hoe de moderne staat langzaam veranderde in wat hij noemde een therapeutische dictatuur. Waar vroeger de priester oordeelde over zonden, beslist nu de psycholoog over stoornissen. Waar de kerk biechtte, bieden wij nu coaching aan. Waar boete ooit spiritueel was, is therapie nu verplicht.

Wie vandaag boos is op het systeem, heet “radicaliseerd”. Wie het nieuws niet vertrouwt, is “complotdenker”. De psychologisering van de samenleving is tegelijk een politiek instrument geworden. De geestelijke afwijking wordt een sociale veroordeling.

Zeilmaker zegt het onomwonden: “Er is iets anders aan de hand dan gekte. Er is afwijking van de norm, en de norm wordt bepaald door macht.”

De industrie van excuses.

De filosoof Kierkegaard noemde het al in de 19e eeuw: het leven is de ziekte ten dode. Maar in plaats van dat besef te dragen met moed, hebben we er een markt van gemaakt. Angst, rouw, jaloezie, leegte, alles is behandelbaar, mits je betaalt.

De moderne mens wil geen tragiek meer, alleen therapie. We willen niet lijden, maar leren “copingmechanismen”** toepassen. Het verdriet dat ooit tot kunst, geloof of wijsheid leidde, is nu iets dat we “behandelen”.

**Copingmechanismen zijn manieren waarop mensen proberen om te gaan met stress, emoties of moeilijke situaties. Denk aan praten met iemand, afleiding zoeken, relativeren of juist vermijden. Sommige strategieën helpen echt, andere zijn minder gezond.

Zeilmaker vertelt over zijn tijd in de opvang van het Leger des Heils. Over daklozen die pillen kregen in plaats van hulp. Over verslaafden die niet ziek waren, maar gevangen in keuzes. Hij haalt Mao’s China aan, waar opiumverslaafden “genezen” werden met een ultimatum: afkicken of sterven. Brutaal, maar effectief — een duister voorbeeld van wat er gebeurt als verantwoordelijkheid terugkeert, met kogels in plaats van gesprekken.

De Freudiaanse erfenis.

Alles begon bij één man met een sigaar: Sigmund Freud. De Weense arts die de droom van de wetenschap gebruikte om menselijke mystiek te verklaren. Volgens Zeilmaker, en Szasz, was Freud een handelaar in verhalen. Hij verkocht mythologie als geneeskunde, met als gevolg dat heel de 20e eeuw ging geloven dat elk mens een patiënt is, en elk verlangen een symptoom.

Freuds nalatenschap is een wereld waarin we niet meer zondigen, maar “verdringen”; niet meer schuldig zijn, maar “getraumatiseerd”. En daarmee verdween iets kostbaars: verantwoordelijkheid.

De cultuur van slachtofferisme.

In Zeilmakers woorden: “We hebben van het leven een excuus gemaakt.” Hij ziet in de cultuur van vandaag, van regenboogvlaggen tot safe spaces, het symptoom van een samenleving die haar ruggengraat verloor.

Hij schetst een lijn van Kurt Cobain tot TikTok, van grunge tot gender. De held van nu is niet de strijder, maar het slachtoffer. We vieren kwetsbaarheid, maar haten kracht. De zanger die zichzelf doodschoot, werd een icoon van echtheid. De generatie daarna leerde dat pijn status oplevert.

De term “ik heb een burn-out” is niet langer een schreeuw om hulp, maar een badge van eer. Het lijden is niet meer iets om te dragen, maar iets om te etaleren.

De verloren kunst van het dragen.

Er is een oud Nederlands woord dat we vergeten zijn: lijdzaamheid. Het betekent niet passief zijn, maar waardig dragen wat niet te veranderen valt.

Zeilmaker grijpt terug naar geloof en filosofie als alternatieven voor de psychologisering. Niet omdat hij religie als dogma ziet, maar als discipline: het herinnert de mens eraan dat hij tekortschiet, dat hij verantwoordelijk is, dat hij moet worstelen.

“Je gedrag ben je zelf voor verantwoordelijk,” zegt hij. “Je hebt geen stoornis, je hebt keuzes.”

Dat is de kern van zijn boodschap, confronterend, maar bevrijdend.

De zelfobsessie van het tijdperk.

We leven in een tijd waarin iedereen uniek wil zijn. We tatoeëren onze huid als bewijs van individualiteit, maar lijken ondertussen meer op elkaar dan ooit. De psychologische industrie voedt dat ego met eindeloze termen: zelfliefde, zelfvertrouwen, zelfzorg.

Maar wat als juist dat ‘zelf’ de bron van ons lijden is? Wat als we ziek zijn geworden van het idee dat we altijd gelukkig moeten zijn?

Zeilmaker ziet een terugkeer nodig naar bescheidenheid: het besef dat we feilbaar zijn, niet perfect, niet maakbaar. Dat er schoonheid schuilt in falen.

De weg terug naar de mens.

Na jaren van analyse en kritiek eindigt Zeilmaker met iets onverwachts: rust. Hij verhuisde naar Friesland, de natuur in, weg van de therapiecultuur. Daar leerde hij, zegt hij, “mijn eigen gebruiksaanwijzing lezen”. Geen psycholoog nodig, geen diagnose, alleen stilte, vogels en de wetenschap dat het leven lijdt, maar ook lacht.

Het is de anticlimax die geen anticlimax is:*** het antwoord ligt niet in een theorie, maar in het aanvaarden van het bestaan zelf.

***Het is de anticlimax die geen anticlimax is: een moment dat ogenschijnlijk teleurstellend lijkt, maar juist betekenisvol is in zijn eenvoud, geen grootse ontknoping, maar een stille waarheid.

De laatste zin van de geest.

We leven in een tijd die de mens heeft opgedeeld in data, stoornissen en protocollen. Maar geen enkele handleiding kan uitleggen waarom een mens huilt bij het zien van een zonsondergang of lacht midden in de storm.

Szasz had gelijk: de psychiatrie is soms een wetenschap van leugens. Maar daaronder schuilt een grotere waarheid, dat het leven zelf de enige echte ziekte is, de enige die niemand geneest.

En misschien is dat precies de bedoeling.

Want wie durft te lijden zonder excuus, leeft.
Wie zijn gebrokenheid draagt zonder diagnose, geneest.
En wie zijn verantwoordelijkheid terugpakt, ontdekt wat vrijheid werkelijk betekent.

Psychische ziekte bestaat niet, zei Zeilmaker. Alleen het leven, rauw, onvolmaakt, en wonderlijk echt.

Bron: “Psychische Ziekte bestaat niet” | Rypke Zeilmaker | Boekbespreking

Satirische cartoon van Rypke Zeilmaker die betoogt dat psychische ziekte niet bestaat; hij spreekt achter een lessenaar terwijl een DSM-gebouw, Freud op een wolk en een Friese weide symbool staan voor de strijd tussen therapiecultuur en persoonlijke verantwoordelijkheid.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *