De slechtvalk en de Vrijheid van de Lucht.

Cartoonachtige illustratie van een bebaarde man die het boek The Peregrine omhooghoudt, omringd door een jagende slechtvalk, straaljagers, tanks, brandende landschappen, metalfiguren, een boer met koe, windturbines en stadsgebouwen.

Rypke Zeilmaker over obsessie, uitsterven en het wonder van herstel.

Hij begint met een bekentenis. Geen politieke ontboezeming, geen ideologisch statement, maar iets persoonlijkers. “Ik moet uit de kast komen als… vogelaar.” In de YouTube-clip van Cafe Weltschmertz vertelt Rypke Zeilmaker hoe een levenslange fascinatie voor één dier zijn denken en doen heeft gevormd: de slechtvalk, Falco peregrinus.

Wat volgt is geen losse anekdote, maar een verhaal over obsessie, natuurbeleving, dreigende ondergang en opmerkelijk herstel.

De F16 onder de vogels.

Zeilmaker beschrijft de slechtvalk als “de vogelste van de vogels”, een roofvogel die jaagt met de precisie van een straaljager. Als kind woonde hij nabij vliegbasis Leeuwarden, waar hij F16’s bewonderde, niet toevallig bijgenaamd “Fighting Falcon”, vernoemd naar de slechtvalk. Later maakten de vliegtuigen op zijn slaapkamer plaats voor posters van roofvogels.

De slechtvalk is volgens hem het summum van vliegkunst: torpedovleugels, enorme borstspieren, ongekende snelheid. Een stip hoog in de lucht kan bij hem een elektrische sensatie veroorzaken, zeker wanneer het silhouet zich ontpopt als een jagende valk.

In het fragment beschrijft hij hoe een jachtmoment , een opstuivende wolk kieviten, een duikvlucht als een projectiel, voor hem een ervaring van pure intensiteit is. Niet sociaal, niet verbaal, maar direct en zintuiglijk.

De Pelgrim.

De naam Falco peregrinus verwijst naar de “pelgrimsvalk”: een vogel die op alle continenten voorkomt en geen grenzen kent. Die grenzeloosheid, het vermogen om de zwaartekracht te trotseren en zich overal aan te passen, vormt volgens Zeilmaker de aantrekkingskracht.

Hij verwijst naar het boek The Peregrine van John Baker (1967), waarin de auteur dag na dag het winterse landschap intrekt om een zeldzaam geworden slechtvalk te observeren. Het boek beschrijft niet alleen een vogel, maar ook de dreiging van verdwijnen.

Op de rand van uitsterven.

In de jaren zestig stond de slechtvalk op instorten. Landbouwgif, met name DDT*, werd als belangrijke oorzaak gezien. Het gif hoopte zich op in de vetlagen van toppredatoren, wat leidde tot dunne eierschalen. Eieren braken onder het gewicht van broedende vogels; nakomelingen bleven uit.

*DDT is een berucht insecticide dat vanaf de jaren 40 wereldwijd werd ingezet tegen plagen, maar door trage afbraak en bioaccumulatie in de voedselketen funest bleek voor mens en milieu. Vanwege ernstige gezondheidsrisico’s, zoals hormoonverstoring en kanker, is het middel sinds de jaren 70 in de meeste landen verboden, al wordt het nog beperkt ingezet tegen malaria.

Daarnaast verdwenen geschikte nestplaatsen. De vogel die ooit overal voorkwam, werd zeldzaam.

Het keerpunt kwam via twee sporen: beperking van het gebruik van schadelijke pesticiden en grootschalige fokprogramma’s. In de Verenigde Staten werd het “Peregrine Fund” opgericht door valkeniers en biologen. Zij zetten in op kweek in gevangenschap en herintroductie in het wild.

Volgens Zeilmaker werkte de combinatie van gifreductie en herintroductie. In de jaren tachtig trad herstel op. Nestplaatsen werden opnieuw bezet. De kennis over broedgedrag groeide. De slechtvalk bleek adaptief — een soort die zich ook in stedelijke omgevingen thuisvoelt.

Terug boven de stad.

Vandaag de dag nestelt de slechtvalk op hoge gebouwen en kerktorens. Iedere Nederlandse stad herbergt inmiddels wel een paar. Zelfs in Den Haag, op de Hoftoren, zijn ze te vinden.

De vogel die ooit dreigde te verdwijnen, jaagt nu boven pleinen en winkelstraten. Zeilmaker beschrijft hoe hij in Haarlem plots het kenmerkende geluid hoort, omhoogkijkt en een valk een duif ziet grijpen boven het plein. Waar anderen niets bijzonders zien, ervaart hij een moment van lyriek.

Het herstel van de slechtvalk noemt hij een constructief voorbeeld van succesvolle natuurbescherming: als habitat wordt beschermd, gif wordt teruggedrongen en gerichte herintroductie plaatsvindt, kan natuur veerkracht tonen.

Natuur als inspiratie.

In het fragment maakt Zeilmaker onderscheid tussen “milieu” en “natuur”. Natuur beschrijft hij als iets dat groeit, bloeit en inspireert. De slechtvalk belichaamt volgens hem vrijheid, aanpassingsvermogen en kracht.

De vogel staat niet alleen voor dreiging en herstel, maar ook voor een vorm van autonomie: hij jaagt zelfstandig, leeft wereldwijd en heeft zich aangepast aan menselijke omgevingen zonder zijn essentie te verliezen.

Het verhaal eindigt niet bij nostalgie of romantiek. De slechtvalk is geen verdwenen relikwie, maar een levende aanwezigheid boven stad en land, een anker in de lucht.

Wie omhoogkijkt, kan hem zien: een stip, een duik, een schaduw die snelheid wordt. En misschien, zo suggereert het fragment, schuilt in die vlucht niet alleen een roofvogel, maar ook het bewijs dat herstel mogelijk is, wanneer mens en natuur elkaar niet vernietigen, maar ruimte laten voor veerkracht.■

Bron: Cafe Weltschmertz.

Cartoonachtige illustratie van een bebaarde man die het boek The Peregrine omhooghoudt, omringd door een jagende slechtvalk, straaljagers, tanks, brandende landschappen, metalfiguren, een boer met koe, windturbines en stadsgebouwen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *