Den Haag – Het was geen gewone donderdagochtend in de Tweede Kamer. Terwijl de meeste nieuwgekozen volksvertegenwoordigers nog worstelden met hun eerste stapels dossiers, stond één vrouw op met een boodschap die de fundamenten van ons politieke systeem deed trillen. Lidewij de Vos, scherp als een scheermes en vastberaden als een generaal, nam het woord – en vanaf dat moment luisterde iedereen.
“Voorzitter, ambtgenoten,” begon ze, met een stem die niet schreeuwde maar sneed. Twee weken geleden, herinnerde ze de zaal, hadden ruim tien miljoen Nederlanders hun stem uitgebracht. Niet op achterkamertjes, niet op informateurs, maar op mensen en partijen die hun toekomst moesten vormgeven. “Wij zijn volksvertegenwoordigers,” klonk het, alsof ze de essentie van democratie opnieuw definieerde. En toen kwam de aanval.
De Vos fileerde het formatiecircus met chirurgische precisie. Het ritueel van verkenners, informateurs en maandenlange onderhandelingen – volgens haar niet meer dan een toneelstuk dat de kiezer buitenspel zet. “We zetten onszelf buiten spel,” zei ze, terwijl de stilte in de zaal dikker werd. Want wat zij blootlegde, was niet zomaar een procedurefout, maar een democratisch lek: meerderheden die de kiezer wil, verdwijnen in ruilhandel achter gesloten deuren.
Ze haalde de paradox van Ostrogorski* aan, een obscure term voor velen, maar in haar handen een wapen. Hoe coalities door standpunten uit te ruilen besluiten kunnen nemen die geen enkele meerderheid in de samenleving steunt. “De meerderheid voor strenger migratiebeleid, voor kernenergie, tegen verhoging van het eigen risico – allemaal kan het verdwijnen zonder dat iemand weet wat ervoor terugkomt.” Het was geen klacht, het was een aanklacht.
*De Paradox van Ostrogorski
*De paradox van Ostrogorski benadrukt een fundamenteel dilemma in de democratie: een meerderheid van de kiezers kan een partijprogramma kiezen, waarvan elk afzonderlijk punt door een (andere) meerderheid van de kiezers wordt verworpen als elk punt apart ter stemming zou komen. Het conflict ontstaat door het verschil tussen stemmen op een partij/programma (waarbij een kiezer een compromis sluit over alle standpunten) en stemmen per individueel onderwerp (waarbij elk beleidspunt apart wordt beoordeeld). De paradox toont aan dat een verkiezingsuitslag niet altijd een nauwkeurige weergave is van de voorkeuren van de bevolking voor specifieke beleidsmaatregelen.
En toen kwam haar meesterzet. Niet alleen kritiek, maar een oplossing. “Wij kunnen vandaag nog stemmen over de grote thema’s van deze verkiezingen,” zei ze. Geen maandenlange formatie, geen dichtgetimmerde akkoorden. Gewoon doen wat de kiezer wil. Moties indienen, meerderheden vaststellen, en vervolgens een minister-president kiezen zoals we een Kamervoorzitter kiezen: blind stemmen, meerdere rondes. Een kabinet dat niet vastgeroest zit, maar wendbaar is. “Als een minister faalt, kan de Kamer bijsturen zonder dat het hele kabinet valt.” Democratie zoals die bedoeld is – helder, daadkrachtig, eerlijk.
De Vos sprak niet alleen tot de Kamer, ze sprak tot het land. Haar woorden waren een spiegel voor een politiek die te vaak naar binnen kijkt. “Pak uw stem terug,” riep ze haar collega’s op. Geen kaas van het brood laten eten door informateurs en achterkamertjes. Het was een oproep die klonk als een strijdkreet, maar met de elegantie van een strategieboek.
Wat Lidewij de Vos liet zien, was meer dan retoriek. Het was visie, verpakt in logica, onderbouwd met feiten, en gebracht met een flair die zelfs haar tegenstanders respect afdwong. In een tijd waarin vertrouwen in de politiek wankelt, zette zij een stip op de horizon: een Kamer die regeert, een democratie die werkt.
En terwijl de zaal nog nadreunde van haar woorden, bleef één gedachte hangen: misschien is dit niet alleen een toespraak. Misschien is dit het begin van een revolutie in de Nederlandse politiek.
Slot:
Als de democratie ooit een stem nodig had, dan klonk die vandaag, helder, scherp en onvergetelijk, uit de mond van Lidewij de Vos.■
Bron: FVD
