Wanneer het verleden het heden regeert: Een gesprek over slavernij, cultuur en de breuklijnen van Nederland.

Kleurrijke cartoon waarin Nederlandse cultuur, geschiedenis en hedendaagse debatten samenkomen, met symbolen zoals Sinterklaas, een VOC-schip, migratie, erfgoed, globalisering en culturele rituelen in één druk tafereel.

Het is een rustige opening, bijna terloops. “Welkom bij De Nieuwe Wereld,” zegt presentator Jelle van Baardewijk. Maar wie blijft luisteren, merkt al snel dat het gesprek dat volgt allesbehalve licht is. Migratie, slavernij, Zwarte Piet, nationale identiteit, thema’s die in het publieke debat vaak in slogans en loopgraven verdwijnen, worden hier benaderd vanuit de geschiedenis. Niet om te overtuigen, niet om te oordelen, maar om te begrijpen wat er feitelijk gezegd en gedacht wordt. In deze aflevering van de YouTube-serie De Nieuwe Wereld spreekt Van Baardewijk met historica Marleen de Vries over de manier waarop het slavernijverleden, de Verlichting en culturele rituelen vandaag de dag worden ingezet in het maatschappelijke gesprek. Het resultaat is een lang, gelaagd gesprek waarin het heden voortdurend wordt gespiegeld aan het verleden.

Geschiedenis als strijdtoneel.

Vanaf het begin maakt De Vries duidelijk dat de kern van het debat niet zozeer de feiten van de geschiedenis zijn, maar de manier waarop die geschiedenis wordt benaderd. Ze gebruikt daarvoor de term “presentisme”: het kijken naar het verleden vanuit hedendaagse morele en ideologische kaders. Volgens haar verschuift geschiedschrijving daarmee van waarheidsvinding naar activisme. Het verleden wordt niet meer onderzocht om te begrijpen hoe het was, maar om het te gebruiken voor hedendaagse doelen.

In de onderwerpen die in het publieke debat als taboe worden ervaren, slavernij, migratie en Zwarte Piet, speelt dat presentisme volgens De Vries een centrale rol. Ze stelt dat veel Nederlanders zich niet realiseren hoe sterk zij in die debatten worden gestuurd door ideologische aannames. Het gesprek wil die aannames zichtbaar maken, niet door ertegenin te gaan, maar door ze historisch te duiden.

De Verlichting als fundament.

Een belangrijk referentiepunt in het gesprek is de achttiende eeuw, het tijdvak waarin De Vries als historica gespecialiseerd is. Die eeuw, vaak aangeduid als de eeuw van de Verlichting, vormt volgens haar het fundament van de moderne Nederlandse samenleving. Vrijheid van meningsuiting, persvrijheid, scheiding tussen kerk en staat en mensenrechten zijn erfenissen van die periode.

Tegelijkertijd is het ook de eeuw die in hedendaagse discussies vaak negatief wordt belicht vanwege het slavernijverleden. De Vries wijst erop dat dezelfde periode die slavernij kende, ook de ideeën voortbracht die uiteindelijk tot de afschaffing ervan leidden. Nederland schafte slavernij in 1863 af, en sindsdien is het afwijzen van slavernij een vanzelfsprekend moreel uitgangspunt geworden. Volgens haar wordt dat aspect in het huidige debat vaak onderbelicht.

Welvaart, ongelijkheid en de VOC.

Wanneer het gesprek zich richt op de achttiende eeuw, komt ook de economische context aan bod. De Vries schetst een beeld van een samenleving met grote verschillen tussen elite en volk. De welvaart van de Republiek was reëel, maar ongelijk verdeeld. Tegelijkertijd begon de economische neergang ten opzichte van Engeland zich al af te tekenen.

De Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) speelt hierin een belangrijke rol, maar niet als eendimensionaal symbool van uitbuiting. In het gesprek wordt benadrukt dat de VOC onderdeel was van een bredere economische en geopolitieke werkelijkheid, waarin handel, macht en competitie tussen staten centraal stonden. De morele maatstaven van vandaag laten zich niet eenvoudig toepassen op die context.

Zwarte Piet en culturele projecties.

Een van de meest uitvoerig besproken onderwerpen is het Zwarte Piet-debat. De Vries stelt dat de kritiek op Zwarte Piet voor een belangrijk deel voortkomt uit Amerikaanse culturele en historische referentiekaders. In de Verenigde Staten is racisme historisch sterk verbonden met slavernij en segregatie*, en dat verleden wordt volgens haar geprojecteerd op Nederlandse tradities.

*Segregatie is het doelbewust scheiden van groepen mensen in de samenleving. Dit gebeurt meestal op basis van afkomst, ras, religie of sociale klasse. Het resulteert vaak in een ongelijke toegang tot goede woningen, onderwijs en werk.

Ze benadrukt dat Nederland een ander historisch trauma kent dan de Verenigde Staten. Waar de Amerikaanse geschiedenis wordt gekenmerkt door rassenscheiding en slavernij op eigen bodem, kent Nederland een ander verleden, met onder meer de vervolging van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog als centraal trauma. Het zonder meer gelijkstellen van Zwarte Piet aan racisme doet volgens haar geen recht aan de Nederlandse context en intenties.

In het gesprek wordt ook vastgesteld dat in de media steeds minder ruimte is gekomen voor deze historische nuanceringen. Waar in 2013 verschillende perspectieven nog aan bod kwamen, zouden kwaliteitskranten zich later vrijwel eenduidig achter één interpretatie hebben geschaard.

Rituelen, folklore en verbondenheid.

Zwarte Piet wordt in het gesprek niet los gezien van het Sinterklaasfeest als geheel. Volgens De Vries is dit feest een van de weinige werkelijk nationale rituelen die Nederland kent. Het stamt uit de middeleeuwen, maar kreeg in de negentiende eeuw een expliciete rol in het vormen van de Nederlandse natiestaat. Door middel van verbindende rituelen moesten inwoners van verschillende provincies leren zich als één volk te zien.

Het Sinterklaasfeest wordt beschreven als een bij uitstek egalitair feest, waarin afkomst, huidskleur, leeftijd of religie geen rol spelen. Het is bovendien een gezinsfeest, waarin generaties samenkomen. In het gesprek wordt geconstateerd dat juist dat gezinskarakter botst met een modern, individualistisch wereldbeeld waarin het gezin minder centraal staat.

Nationale identiteit en ‘imagined communities’**.

Wanneer het gesprek zich verbreedt naar nationale identiteit, komt de term “imagined communities”** ter sprake, een begrip dat in de historiografie vaak wordt gebruikt om naties te beschrijven als geconstrueerde gemeenschappen. De Vries erkent dat nationale identiteiten geconstrueerd zijn, maar benadrukt dat dit niet betekent dat ze willekeurig of betekenisloos zijn.

**Imagined communities zijn groepen mensen die zich sterk met elkaar verbonden voelen, ondanks dat ze de meeste andere groepsleden nooit persoonlijk zullen ontmoeten. Dit concept (van Benedict Anderson) verklaart hoe moderne naties zijn ontstaan: door gedeelde symbolen, media en verhalen stellen burgers zich een gemeenschap voor waar zij deel van uitmaken.

Nederland maakte aan het einde van de achttiende eeuw de overgang van samenwerkende provincies naar een natiestaat. Dat vereiste een nieuw collectief bewustzijn, dat actief werd gevormd door onderwijs, rituelen en symbolen. Sinterklaas speelde daarin een rol. Het feit dat dit feest vandaag de dag nog steeds zoveel betekenis heeft, wordt in het gesprek gezien als een teken van succes, niet van achterhaaldheid.

Globalisering als beleid.

Globalisering wordt in het gesprek niet gepresenteerd als een vanzelfsprekend natuurverschijnsel, maar als een proces dat in belangrijke mate door beleid wordt vormgegeven. De Vries wijst erop dat Nederland al sinds de zeventiende eeuw een sterk geglobaliseerd land is, maar dat de huidige intensiteit van globalisering mede het gevolg is van politieke keuzes, bijvoorbeeld binnen de Europese Unie.

Ze noemt het voorbeeld van Europese aanbestedingsregels, die lokale overheden verplichten projecten internationaal aan te besteden. Daarmee wordt economische globalisering niet alleen gefaciliteerd, maar actief afgedwongen. Volgens De Vries verdient het debat over globalisering meer aandacht voor deze beleidsmatige dimensie.

Migratie: continuïteit en conflict.

Ook migratie wordt historisch geduid. In het hedendaagse debat wordt vaak gesteld dat migratie “van alle tijden” is en dat weerstand daartegen eveneens altijd heeft bestaan. De Vries nuanceert dat beeld. Ze erkent dat migratie geen nieuw fenomeen is, maar wijst erop dat er historisch gezien altijd aanzienlijke weerstand en spanningen zijn geweest rondom de komst van nieuwkomers.

In de achttiende eeuw was er al sprake van vreemdelingenhaat en negatieve beeldvorming over buitenlanders. Het idee dat Nederland altijd probleemloos en harmonieus migratie heeft verwerkt, wordt in het gesprek als te rooskleurig bestempeld.

Open cultuur en grenze. n

Nederland wordt in het gesprek beschreven als een open cultuur, waarin mensen elkaar aanspreken en publieke ruimte wordt gedeeld. Die openheid wordt gezien als een kernwaarde, maar ook als kwetsbaar. Wanneer culturele normen sterk uiteenlopen, kan die openheid onder druk komen te staan.

De Vries benoemt daarbij duidelijke ondergrenzen. Zaken als vrouwenbesnijdenis worden expliciet afgewezen en als onverenigbaar met de Nederlandse rechtsstaat beschouwd. Tegelijkertijd wijst ze erop dat het debat vaak ontspoort wanneer zelfs het benoemen van culturele verschillen al als problematisch wordt gezien.

Erfgoed en bescherming.

Een concreet voorbeeld van de manier waarop cultuur wordt beschermd, is de plaatsing van het Sinterklaasfeest op de lijst van immaterieel erfgoed. Het feest werd in 2015 op deze lijst gezet om het te beschermen, maar in 2022 weer verwijderd vanwege de controverse rond Zwarte Piet. Recent is besloten het feest opnieuw op te nemen.

In het gesprek wordt vastgesteld dat dit besluit samenvalt met de opname van het Suikerfeest op dezelfde lijst. Het laat zien hoe erfgoedbescherming functioneert binnen een bredere context van diversiteit en belangenafweging. Wie deze besluiten precies neemt en hoe er voor wordt gelobbyd, blijft grotendeels buiten beeld.

Collectieve schuld en individuele verantwoordelijkheid.

In het laatste deel van het gesprek komt het thema schuld nadrukkelijk naar voren. De Vries verzet zich tegen het idee van collectieve schuld die generaties overstijgt. Ze stelt dat schuld niet overdraagbaar is en dat het onlogisch is om mensen verantwoordelijk te houden voor daden uit een ver verleden waar zij geen aandeel in hadden.

Ze verwijst daarbij naar het werk van filosofe Hannah Arendt, die het onderscheid benadrukte tussen collectieve verantwoordelijkheid en individuele schuld. Volgens De Vries is het opmerkelijk dat wel wordt gesproken over intergenerationeel trauma, maar nauwelijks over het doorwerken van positieve erfenissen, zoals de afschaffing van slavernij en de ontwikkeling van mensenrechten.

De achttiende-eeuwse erfenis.

Het gesprek eindigt waar het begon: bij de achttiende eeuw. De Vries benadrukt dat deze periode niet alleen een verleden van ongelijkheid en onderdrukking kent, maar ook de kiem bevat van emancipatie, vooruitgang en vergeving. Het idee dat de geschiedenis uitsluitend een verhaal van onderdrukking is, doet volgens haar geen recht aan de complexiteit ervan.

De vraag hoe lang men boos wil blijven op de geschiedenis, blijft impliciet in de lucht hangen. Niet als oproep tot vergetelheid, maar als uitnodiging tot een andere omgang met het verleden.

Een open einde.

In deze aflevering van De Nieuwe Wereld worden geen eenvoudige antwoorden gegeven. Het gesprek tussen Jelle van Baardewijk en Marleen de Vries laat zien hoe diep geschiedenis verweven is met hedendaagse debatten over cultuur, identiteit en schuld. Door vast te houden aan feiten, context en historische continuïteit, ontstaat een beeld van een samenleving die worstelt met haar zelfbeeld. Misschien is dat wel de belangrijkste constatering: dat het begrijpen van waar we vandaan komen, onlosmakelijk verbonden is met de vraag waar we naartoe gaan.■

Bron: De Nieuwe Wereld | ‘’Slavernijverhaal breekt de Nederlandse Cultuur’’ Marleen de Vries en Jelle van Baardewijk | #2152

Kleurrijke cartoon waarin Nederlandse cultuur, geschiedenis en hedendaagse debatten samenkomen, met symbolen zoals Sinterklaas, een VOC-schip, migratie, erfgoed, globalisering en culturele rituelen in één druk tafereel.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *