Het is een zin die hard binnenkomt en meteen de toon zet van het debat: het nieuwe minderheidskabinet wil 200 miljard euro uitgeven aan klimaatdoelen, geld dat er volgens critici eenvoudigweg niet is. Die constatering werd op 26 januari publiek gemaakt in een Tweet van Marc van der Vegt en vormt sindsdien een kernpunt in de gesprekken over de richting en betaalbaarheid van het kabinetsbeleid. Wat volgt is geen mening, maar een feitelijke weergave van wat er volgens betrokkenen op tafel ligt en waarover wordt gesproken.
Volgens de Tweet van Marc van der Vegt staat het kabinet voor grote plannen. Klimaat- en energiedoelen moeten worden gehaald, stikstofproblemen moeten eindelijk worden opgelost en Nederland moet versneld de overstap maken van fossiele energie naar elektriciteit. Die ambities vragen ingrijpende veranderingen, niet alleen beleidsmatig maar ook fysiek: het elektriciteitsnet moet grootschalig worden uitgebreid en verzwaard om de energietransitie mogelijk te maken.
Ambtelijke rapporten waarover wordt gesproken, ramen de kosten voor die verbouwing van het elektriciteitsnet op circa 195 tot 200 miljard euro tot 2040. Het gaat om investeringen in nieuwe kabels, transformatorstations en infrastructuur die nodig zijn om duurzame energiebronnen, zoals windparken op zee en zonneparken op land, aan te sluiten en overbelasting van het net te voorkomen. Deze bedragen worden genoemd als noodzakelijke randvoorwaarde om de klimaat- en energiedoelen te kunnen realiseren.
Naast de energietransitie speelt ook het stikstofdossier een grote rol. Er wordt gesproken over het opnieuw instellen van een fonds van 25 miljard euro voor het uitkopen van boeren, nadat een eerder fonds door het vorige kabinet was geschrapt. Dit fonds moet bijdragen aan het terugdringen van de stikstofuitstoot en het vlot trekken van vastgelopen vergunningverlening. Ook dit is een uitgave die zwaar drukt op de begroting.
De centrale vraag waar het kabinet volgens de beschikbare informatie al dagenlang over onderhandelt, is niet zozeer wat men wil, maar hoe dit alles betaald moet worden. Na langdurige gesprekken, die soms meer dan dertig uur duren, blijkt dat juist dit punt de grootste pijn veroorzaakt. De opties die op tafel liggen zijn bekend en elk daarvan kent grote politieke en maatschappelijke gevoeligheden.
Een mogelijkheid is fors bezuinigen. De zorguitgaven nemen de komende jaren sterk toe, onder meer door vergrijzing. Er wordt gesproken over bezuinigingen van vijf tot tien miljard euro per jaar om ruimte te maken voor andere uitgaven. Ook in de sociale zekerheid worden scenario’s genoemd, zoals kortere of lagere uitkeringen. Dit zijn maatregelen die traditioneel op veel weerstand stuiten en waarover eindeloos kan worden gediscussieerd, zeker in een minderheidskabinet dat afhankelijk is van steun uit de oppositie.
Een andere optie is het verhogen van belastingen. Vooral bij bedrijven zou daarmee veel geld kunnen worden opgehaald, maar dit ligt gevoelig binnen de coalitie. Ook het versoepelen van de begrotingsregels wordt genoemd. Nederland heeft internationaal gezien een relatief lage staatsschuld, wat de mogelijkheid biedt om meer te lenen. Ook dit is echter geen onomstreden keuze en stuit op bezwaren bij partijen die vasthouden aan strikte financiële discipline.
Wat vaststaat, is dat een aanzienlijk deel van de kosten uiteindelijk bij burgers en bedrijven terechtkomt. De investeringen in het elektriciteitsnet worden grotendeels doorberekend via de energierekening, in de vorm van hogere nettarieven. Er wordt rekening gehouden met een forse stijging van deze kosten in de komende jaren, mogelijk zelfs een verdubbeling voor huishoudens. De overheid onderzoekt wel hoe deze lasten gespreid of deels opgevangen kunnen worden, onder meer via leningen aan netbeheerders en andere financiële constructies.
De gesprekken binnen het kabinet en met steunende partijen gaan door, maar de contouren van het debat zijn duidelijk. Grote ambities vragen om grote bedragen, en de zoektocht naar dekking blijkt complex en pijnlijk. De Tweet van Marc van der Vegt vat die spanning samen in één zin en legt bloot waar het in de kern om draait: een land dat veel wil, maar nog moet beslissen wie de rekening betaalt.
Zo ontvouwt zich het beeld van een kabinet dat balanceert tussen idealen en realiteit, tussen plannen en portemonnee, en dat nog midden in de worsteling zit om die twee met elkaar te verzoenen.■
Bron:
