Waarom wordt het stikstofbeleid vrijwel uitsluitend toegepast op boeren, terwijl de Nederlandse bevolking volgens CBS-prognoses de komende tien jaar met ruim één miljoen mensen blijft groeien? Die vraag stelde Thierry Baudet al op 18 juni 2020 in de Tweede Kamer. Zijn betoog werd destijds weggewuifd. In een YouTube-reportage van Nieuw Rechts, waarin Baudet het parlement toespreekt, klinkt dezelfde waarschuwing zes jaar later actueler dan ooit.
Volgens de FVD-leider stonden de boeren op de rand van de afgrond en werden zij niet geholpen, maar juist verder richting de afgrond geduwd. De manier waarop de minister volgens hem te werk ging, noemde hij “geniepig en slinks”. In zijn ogen werd de werkelijke achtergrond van het stikstofbeleid steeds duidelijker: het ging volgens hem helemaal niet om natuurherstel.
Baudet stelde dat stikstof een voedingsstof is die zorgt voor meer groen en aangetaste natuur juist helpt herstellen. Volgens hem nemen niet alle planten af, maar verdwijnen slechts bepaalde soorten die van nature niet in Nederland thuishoren, terwijl andere soorten daarvoor in de plaats komen. Dat proces staat in de ecologie bekend als successie: een natuurlijk proces waarvan hij vindt dat de overheid zich er niet mee moet bemoeien.
Volgens Baudet hielp het beleid de agrarische sector daarmee om zeep. Hij omschreef het als “landjepik, vermomd als natuurherstel”. Volgens hem kampte het kabinet met een groot tekort aan beschikbare grond. Voor de uitvoering van het klimaatakkoord moesten duizenden vierkante kilometers worden ingericht voor windparken en zonneweides. Daarbij verwees hij naar een natuurgebied aan de Oude Maas waar volgens hem meer dan duizend bomen werden gekapt om plaats te maken voor vijf windturbines van 187 meter hoog.
Naast de klimaatplannen wees Baudet op een tweede groot dossier: immigratie. Volgens hem groeide de bevolking vrijwel volledig door immigratie en behandelde het kabinet die ontwikkeling alsof zij onvermijdelijk was. Hij stelde dat de instroom van asielzoekers uit Afrika en het Midden-Oosten niet werd afgeremd en vroeg zich af welke gevolgen een bevolkingsgroei van één miljoen mensen in tien jaar zou hebben voor de stikstofuitstoot.

Volgens Baudet had een kabinet dat werkelijk bezorgd was over stikstof zowel het klimaatbeleid als de voortdurende immigratie moeten aanpakken. In plaats daarvan, zo stelde hij, kwam de stikstofproblematiek het kabinet juist goed uit. Voor woningbouw, infrastructuur en duurzame energie werden volgens hem uitzonderingen gemaakt, terwijl boeren de zwaarste lasten droegen. Hij wees erop dat het kabinet de stikstofdoelstellingen wettelijk wilde vastleggen tot 2030 of zelfs 2050, terwijl stikstof volgens hem bij eerdere verkiezingen nauwelijks een politiek thema was geweest. Dat zag hij als een voorbeeld van een democratie die niet meer goed functioneerde. Hij herinnerde eraan dat het kabinet als eerste het raadgevend referendum had afgeschaft, waardoor burgers volgens hem buitenspel werden gezet.
Forum voor Democratie presenteerde volgens Baudet een fundamenteel andere koers. Hij pleitte voor het beëindigen van het klimaatbeleid, het ontmantelen van windmolenparken en zonneweides, het stoppen met het kappen van bomen voor windturbines, het behouden van vruchtbare landbouwgrond en het beperken van immigratie. Alleen op die manier zou er volgens hem voldoende ruimte blijven voor de Nederlandse boeren, ongeacht de discussie over stikstof.
Tijdens het debat ontstond een woordenwisseling met D66-Kamerlid Tjeerd de Groot. Die stelde dat minder stikstof juist leidt tot een rijkere biodiversiteit en vroeg Baudet of hij Nederland wilde veranderen in een landschap vol bramen en brandnetels. Baudet verwierp die redenering. Volgens hem groeit op kale zand- of rotsgrond vrijwel niets en geldt juist dat vruchtbare grond meer biodiversiteit mogelijk maakt. Ook wees hij erop dat veel heidegebieden die nu beschermd worden zelf door menselijk ingrijpen zijn ontstaan en dus geen oorspronkelijke natuur vormen. Het vasthouden aan specifieke plantensoorten op kleine natuurgebieden noemde hij een politieke keuze.
Minister Carola Schouten weigerde tijdens het debat een verband te leggen tussen bevolkingsgroei en stikstofuitstoot. “Als we die weg opgaan, krijgen we een debat dat geen bijdrage levert,” antwoordde zij. Baudet hield vol dat de omvang van de bevolking rechtstreeks invloed heeft op woningbouw, mobiliteit, voedselproductie, energieverbruik en daarmee ook op de stikstofuitstoot. Volgens hem vestigde Nederland immigratierecords en ging het kabinet zelf uit van een groei van één miljoen inwoners. Als stikstof werkelijk het probleem was, zo betoogde hij, dan moest immigratie eveneens onderdeel van de discussie zijn.
Schouten bleef echter bij haar standpunt. “Ik ga geen mensen relateren aan stikstofuitstoot. Punt.” Zij verwees naar het pakket aan maatregelen waarmee de uitstoot volgens het kabinet zou dalen, ongeacht de toekomstige bevolkingsontwikkeling.
Aan het einde van het debat diende Baudet twee moties in. De eerste verzocht de regering om stikstofdoelstellingen niet wettelijk vast te leggen voordat kiezers zich daar bij verkiezingen over hadden kunnen uitspreken. De tweede vroeg het kabinet inzichtelijk te maken wat een verwachte groei van één miljoen inwoners en de bouw van 845.000 woningen zouden betekenen voor de totale stikstofuitstoot. Beide moties kregen voldoende steun om in stemming te worden gebracht.
Zes jaar later blijft er één vraag overeind staan: wat betekenen bevolkingsgroei en immigratie voor de stikstofuitstoot? Tijdens het debat in 2020 kreeg die vraag geen rechtstreeks inhoudelijk antwoord van het kabinet. Juist daarom behoort het stikstofdossier nog altijd tot de meest omstreden politieke onderwerpen van Nederland.■ Bron: YouTube kanaal: Nieuw Rechts zie ook: Waarom worden de mensen van wie de toekomst op het spel staat, buitengesloten? – Vrijheidsberoving
