Honderden demonstranten ontweken de aangekondigde fouillering en dwongen de politie tot een snelle opschaling. De nasleep van het weekend werd gedomineerd door een opvallende tegenstelling: agenten spreken van een krappe bezetting, terwijl de minister zegt geen signalen van een capaciteitstekort te hebben ontvangen.
Honderden mensen renden over het Malieveld terwijl de politie nog omriep dat iedereen zou worden gefouilleerd. Ze braken uit in de richting van de snelweg. De ordehandhaving moest in allerijl opschalen. Een jaar nadat op hetzelfde veld was beloofd dat dit nooit meer mocht gebeuren, herhaalde het beeld zich. In Den Haag, op de dinsdag na dat weekend, zei de minister dat de politie adequaat had opgetreden. Van een tekort aan mensen had hij geen indicatie gekregen. Agenten die erbij hadden gestaan, zeiden dat ze met relatief weinig mensen heel veel hadden moeten doen.
Die twee lezingen van dezelfde middag bepaalden het politieke gesprek. Niet alleen de rellen zelf kwamen ter sprake, maar vooral de vraag wie er verantwoordelijk was voor wat er misging. De minister verwees naar de burgemeester, die verantwoording moet afleggen aan de gemeenteraad. Zelf had hij gezien dat het gelukkig niet verder uit de hand was gelopen dan het deed. Politiemensen bevestigden intussen wat journalisten ter plaatse hadden waargenomen. Niet iedereen kon worden gefouilleerd. Mensen gingen eromheen, via allerlei wegen. Er ontstond het gevoel van de last man standing. Met weinig moest opnieuw heel veel worden gedaan.
Adequaat, tot het veld leegstroomde.
De minister noemde de beelden verschrikkelijk en naar. De politie had volgens hem heel adequaat opgetreden. Over de inzet zelf wilde hij niet becommentariƫren. Dat was aan de burgemeester. Wat hij zelf had gezien, was goed werk. De woonwijken waren gespaard gebleven. Erger was voorkomen.
Op het veld zelf ontstond een ander beeld. Er werd omgeroepen dat iedereen gefouilleerd zou worden. Daarna renden demonstranten met honderden over het gras. Wie zowel vorig jaar als dit weekend aanwezig was geweest, merkte twee dingen op: er stonden minder agenten en de aankondiging van fouilleren werd gevolgd door een massale uitbraak. Honderden mensen van wie was gezegd dat ze zouden worden gefouilleerd, renden gewoon weg. Politiemensen bevestigden die waarneming. Ze hadden niet alles kunnen fouilleren. Bij het uitbreken moest snel worden opgeschaald. Dat lukte. Maar ze vonden wel dat ze met relatief weinig mensen daar waren.
Vorig jaar was moord en brand geschreeuwd. Extra middelen voor de politie. Dit nooit meer. Nu hoorden journalisten van agenten dat er te weinig mensen beschikbaar waren om de orde te handhaven. De minister had die indicatie niet gekregen. Geen signalen van te weinig politie, zei hij. Over beschikbaarheid ging de burgemeester. Over het optreden eveneens. De vraag hoe het kon dat er te weinig politie beschikbaar was om de orde in Den Haag te handhaven, bleef daarmee hangen tussen twee werkelijkheden: die van het veld en die van het ministerie.
Wegkijken van het geweld, wijzen naar de ander.
De rellen zelf werden in Den Haag eerst bijna ontweken. Hoe had iemand ernaar gekeken? Een politicus zei dat hij er helemaal niet naar had gekeken. Hij wist niks van die rellen, al was hij er wel geweest. Als mensen daar zeiden dat ze Forum stemden, moest dat maar worden geloofd. Zijn partij had er niets mee te maken. Jarenlang was er op Wilders gestemd; die moest het doen, samen met FVD. Over extreemrechts had de partij geen specifieke portefeuillehouder.
Tegelijkertijd werd het weekend in een langere lijn geplaatst. Het was niet de eerste keer. Vorig jaar waren er al extreemrechtse clubs geweest die ongegeneerd hun gal, hun nationaalsocialisme en hun fascisme uitten. Er liepen mensen rond met remigratie, termen die ook in de politiek constant worden gebezigd. Die clubs vonden meer voedingsbodem en voelden zich gesterkt door steun die soms onuitgesproken, soms voluit werd gegeven. Afstand nemen van kiezers deed de aangesproken politicus uit principe niet. Van de rellen zelf was hij niet blij. Hij zou er niet gaan staan. Zijn partij was er niet geweest.
Een oud-politieman keek met afgrijzen. Binnen vierentwintig uur stonden mensen op straat die zoveel geweld pleegden. Links of rechts maakte hem niet uit. Agenten gaven aan dat ze soms voor hun leven knokten. Vuurwerk naar het hoofd. De meest verschrikkelijke dingen over Hitler en Joden. Binnen no time stond alles weer op straat. Hij wilde weten of dit personeelsgebrek was, of dat toevallig de verkeerde mensen met kleine overtredingen waren aangehouden.
Die vraag kreeg geen sluitend antwoord. Wel het beeld van een rechtsstaat die volgens sprekers onder water staat: politie, rechterlijke macht, officieren van justitie, cellen. Duizenden demonstraties in het land. Iedereen zou moeten weten wat daarvan het effect is. De minister nam de beelden niet als bewijs van een capaciteitsprobleem. Hij had verschrikkelijke beelden gezien, geweld tegen agenten, en daarna de vaststelling dat de ongeregeldheden waren beƫindigd.
Wat er verder misging, en wat daarvan werd gemaakt.
Op het Malieveld werd flink gesnoven. Er ging meer mis dan alleen de uitbraak. Het snuiven hielp niet, net zomin als de spandoeken en de leuzen. In het politieke gesprek erna schoof het al snel door naar drugs als normaal gemaakt gebruik en naar programmaās die legalisering van xtc bepleiten. Dat bleef een zijpad. De kern bleef het veld waarop de politie de controle verloor.
Een jaar later was de demonstratie in de kern hetzelfde, terwijl de problemen van Nederlanders volgens betrokkenen niet veel verder waren opgelost. De standaardreactie van de overheid is repressie, klonk het, terwijl onder de protesten ook een voedingsbodem zit van beleid rond boeren, woningen en migratie. Mensen die zorg, boodschappen of een woning niet kunnen betalen. Niet iedereen op het veld was een nazi; er stonden ook mensen die voor boeren menen te staan. De politiek moet volgens sprekers een beweging bouwen die een betaalbaar en zeker bestaan opbouwt. Dat haalt de voedingsbodem onder haat niet helemaal weg, maar wel een belangrijk deel ervan.
Of de politiek mensen hun problemen nog oplost, bleef de open vraag. Niet alle achttien miljoen Nederlanders kunnen even tevreden worden gehouden, maar dat moet wel het uitgangspunt zijn. Op kleinere schaal gebeurt er iets. Op het grote toneel is er volgens betrokkenen vooral ruzie. Flyers op het veld zeiden dat misschien van de democratie moet worden afgestapt omdat deze overheid niets gedaan krijgt. De spreker was daar niet voor, maar beaamde dat de overheid inderdaad weinig voor elkaar krijgt. Twee dagen algemene beschouwingen leverden vooral een wie-met-wie-discussie op. Geen betaalbare woning erbij. Boodschappen niet goedkoper. Oorlogen in de wereld waarop het kabinet volgens critici vooral met escalatie en oorlogsretoriek reageert in plaats van met een pad naar vrede. Mensen zien dat er niets wordt opgelost. Dat maakt moedeloos. In die onderstroom, vatbaar gemaakt door extreemrechtse clubs, klinkt dan dat geweld nog de enige oplossing is.
De camera als extra brandhaard.
Ook journalisten waren doelwit van intimidatie en agressie. Opvallend was dat kanalen die volgens de reportage niet eens bij de rellen aanwezig waren, de schuld kregen van het feit dat RTL Nieuws niet veilig verslag kon doen. Een RTL-verslaggever kon zijn werk doen als hij voldoende afstand hield, maar had last van andere cameraploegen. Hun manier van interviewen en filmen veroorzaakte onrust. Die onrust sloeg terug op ploegen zoals RTL. Er ontstond een sfeer rond cameraploegen waarvan RTL geen onderdeel wilde zijn.
De hoofdredacteur herkende die waarneming. Bepaalde media kunnen zich provocerend opstellen, scherpe montages maken, op zoek zijn naar een reactie. Dat komt de sfeer niet ten goede. Concrete handelingen waardoor de veiligheid van RTL-mensen in gevaar zou zijn gekomen, kon hij niet noemen. Dat moest van de verslaggever ter plaatse komen, die de sfeer had geregistreerd.
Zo bleef na het weekend een gĆŖnant beeld hangen. Een jaar na de belofte dat de politie de controle niet opnieuw zou verliezen, braken honderden mensen uit op het Malieveld. Agenten zeiden dat ze met te weinig stonden. De minister zei dat hij daarvan geen signalen had gekregen. Tussen die twee lezingen van dezelfde middag bleef een vraag hangen waarop Den Haag geen antwoord gaf. De beelden waren voor iedereen zichtbaar. De betekenis ervan bleek een stuk minder eenduidig.
Als je dit op een nieuwswebsite gaat plaatsen, zou ik er nog een korte onderkop (intro) van 2 Ć 3 zinnen onder de titel aan toevoegen. Dat oogt direct professioneler en meer als een artikel uit een landelijke krant.ā
Bron: (YouTube-kanaal Left Laser).
