Het begint als een bekentenis die blijft hangen. Niet als een slogan, niet als een aanklacht, maar als een constatering uit de eerste hand: “Ik hielp het bouwen.” Met die woorden opent Desiree Fixler haar relaas in een uitgebreid gesprek op The Winston Marshall Show, een YouTube-interview dat inmiddels honderdduizenden keren is bekeken. Wat volgt is geen pamflet en geen theorie, maar een chronologisch verslag van hoe een financieel raamwerk ontstond, groeide, verplicht werd en uiteindelijk onder vuur kwam te liggen. Fixler spreekt niet als buitenstaander, maar als iemand die jarenlang midden in het systeem werkte dat bekendstaat als ESG en stakeholderkapitalisme.
Fixler is geen onbekende in de financiële wereld. Ze begon haar carrière in 1994 als investment banker, werkzaam tussen Londen en Frankfurt bij grote financiële instellingen. In die jaren bouwde ze ervaring op in een sector die al vóór de financiële crisis van 2008 kampte met een groeiend reputatieprobleem. Banken werden gezien als winstgedreven, afstandelijk en steeds minder verbonden met de samenleving. Volgens Fixler was dat beeld niet volledig onterecht. Zij zag zelf hoe misleiding en excessen in aanloop naar de crisis steeds normaler werden.
Tegen die achtergrond raakte zij betrokken bij wat toen bekendstond als sociaal verantwoord beleggen. Halverwege de jaren 2000 werd dat gezien als een niche: een manier om kapitaal te combineren met maatschappelijke doelen. Fixler beschrijft hoe dit voor haar zowel een ideële als een professionele aantrekkingskracht had. Enerzijds geloofde zij dat institutioneel kapitaal kon worden ingezet voor positieve sociale en milieueffecten. Anderzijds zag zij dat dit verhaal commercieel aantrekkelijk was en een snelgroeiende markt kon worden.
In die periode maakte zij kennis met het concept stakeholderkapitalisme*, zoals dat werd uitgedragen door onder meer het World Economic Forum (WEF). In tegenstelling tot het klassieke aandeelhoudersmodel, waarin winstmaximalisatie centraal staat, beloofde stakeholderkapitalisme “winst met een doel”: rekening houden met werknemers, samenleving en milieu. Fixler zegt dat dit destijds overtuigend klonk. Het bood een nieuw narratief voor een financiële sector die na de crisis dringend behoefte had aan herpositionering.
*Stakeholderkapitalisme is een ondernemingsfilosofie waarbij bedrijven niet uitsluitend gericht zijn op het maximaliseren van winst voor aandeelhouders, maar ook rekening houden met de belangen van alle andere “stakeholders”. Deze stakeholders omvatten werknemers, klanten, leveranciers, de lokale gemeenschap en het milieu. Het doel is waarde op lange termijn te creëren door een balans te vinden tussen financiële prestaties en positieve sociale en ecologische impact
Volgens haar kreeg dit denken na 2008 een extra impuls. De financiële crisis had geleid tot diepe maatschappelijke woede: banken werden gered met publiek geld, terwijl bestuurders aanbleven en bonussen bleven ontvangen. In die context, zo stelt Fixler, werd ESG, Environmental, Social and Governance, steeds meer omarmd als reputatieschild. Grote banken en multinationals adopteerden het gedachtegoed en presenteerden zichzelf als verantwoord en toekomstgericht.
ESG zelf was geen nieuw begrip. Het werd al in 2004 genoemd in een VN-publicatie en bleef jarenlang marginaal. Pas na de crisis en vooral richting het einde van de jaren 2010 werd het mainstream. Volgens Fixler kwam daar rond 2020 een kantelpunt: ESG werd niet langer een optie, maar een vereiste. Bedrijven en financiële instellingen kregen te maken met regelgeving, rapportageverplichtingen en doelstellingen op het gebied van klimaat, diversiteit en bestuur. Wie niet meedeed, riskeerde zijn “licence to operate”**.
**”Zij kregen hun exploitatievergunning.”
Fixler beschrijft hoe deze ontwikkeling samenviel met maatschappelijke gebeurtenissen zoals de coronapandemie en wereldwijde protesten tegen ongelijkheid. ESG, net zero-doelstellingen en DEI-beleid (diversiteit, gelijkheid en inclusie) werden steeds vaker gepresenteerd als noodzakelijke antwoorden op mondiale crises. Tegelijkertijd, zo stelt zij, vervaagden de grenzen tussen bedrijfsleven en politiek.
In 2020 kreeg Fixler wat zij zelf haar droombaan noemt: Chief Sustainability Officer bij DWS, het vermogensbeheerbedrijf van Deutsche Bank met ongeveer een biljoen dollar aan beheerd vermogen. In die rol was zij verantwoordelijk voor ESG, duurzaamheid en governance. Het was volgens haar het moment waarop zij van binnenuit zag hoe het systeem in de praktijk functioneerde.
Zij vertelt dat ESG-beleggen in die periode uitzonderlijk winstgevend was. Fondsen met een “groen” of “duurzaam” label konden hogere vergoedingen vragen, soms het dubbele van reguliere fondsen. Dat verdienmodel werd volgens haar mogelijk gemaakt door een gebrek aan duidelijke definities, data en controle. ESG-labels konden worden toegekend zonder dat er harde onderbouwing was.
Binnen DWS zag Fixler naar eigen zeggen hoe fondsen werden gepresenteerd als ESG-georiënteerd terwijl de onderliggende beleggingen dat niet aantoonbaar waren. Er zouden cijfers naar buiten zijn gebracht over het aandeel ESG-beleggingen zonder dat er interne meetsystemen bestonden om die claims te onderbouwen. Zij beschrijft hoe zij deze discrepanties intern aankaartte, eerst bij de directie en later bij de raad van bestuur.
Volgens Fixler ging het niet om een meningsverschil over duurzaamheid, maar om bestuur: wat extern werd gecommuniceerd, strookte niet met de interne documentatie. Toen de jaarlijkse rapportage werd voorbereid, zou zij hebben aangedrongen op correcties. Zij noemt het jaarverslag een “juridisch document” dat niet met onjuiste informatie kon worden gepubliceerd.
Enkele weken later werd zij ontslagen. De dag na haar vertrek verscheen het jaarverslag, volgens haar met de door haar betwiste beweringen intact. Wat volgde, zo vertelt Fixler, was een publieke beschadiging van haar reputatie. In media zou zij zijn neergezet als disfunctionerend, haar werkvergunning in Duitsland werd ingetrokken en zij verloor haar baan en woonplek. Uiteindelijk keerde zij terug naar de Verenigde Staten en trok bij haar ouders in.
De zaak kreeg een draai toen Fixler besloot haar naam te zuiveren. Zij benaderde journalisten van The Wall Street Journal en overhandigde interne documenten. Na publicatie van het artikel namen Amerikaanse autoriteiten contact met haar op, waaronder de SEC, de FBI en het ministerie van Justitie. Er volgden onderzoeken in de VS en Duitsland naar mogelijke ESG-misleiding bij DWS.
Volgens Fixler bevestigden zowel Amerikaanse als Duitse autoriteiten later dat er sprake was van onjuiste ESG-verklaringen. DWS kreeg boetes en de kwestie leidde tot ontslagen in de top. Zij benadrukt dat dit geen interpretatie is, maar een uitkomst van officiële onderzoeken.
Parallel aan deze gebeurtenissen ontwikkelde Fixlers bredere kritiek op ESG. Zij beschrijft hoe zij inzag dat het niet alleen bij één instelling misging, maar dat er sprake was van een omvangrijk ecosysteem. Consultants, accountants, databedrijven, juristen en academici profiteerden van de steeds complexere regelgeving en rapportage-eisen. ESG werd volgens haar een “multi-triljoen dollar industrieel complex”.
In het interview wijst Fixler ook op de financiële prestaties van ESG-beleggingen. Zij stelt dat veel ESG-fondsen, met name in schone energie, structureel slechter presteerden dan brede marktindices. Investeringen in hernieuwbare energie zouden zijn gepromoot als toekomstbestendig, maar later juist grote afschrijvingen hebben opgeleverd, terwijl traditionele energiebedrijven winstgevender bleken.
Daarnaast verbindt zij ESG-beleid aan stijgende energieprijzen en bredere kosten van levensonderhoud, met name in Europa. Zij stelt dat beleidskeuzes rond net zero en energietransitie directe gevolgen hebben gehad voor huishoudens en industrie, zonder dat daar democratische besluitvorming aan voorafging.
Een belangrijk deel van haar verhaal gaat over het World Economic Forum. Fixler maakt onderscheid tussen Davos als conferentie en het WEF als organisatie. Volgens haar bestaat het WEF uit honderden medewerkers, tientallen sectorale werkgroepen en toekomstraden, en honderden projecten. Via rapporten, netwerken en adviesstructuren zou het WEF invloed uitoefenen op beleid, markten en regelgeving.
Zij beschrijft dit als een vorm van invloed, geen formele macht, maar een vermogen om via consensusvorming onder politieke en zakelijke elites hun zin te krijgen. Fixler benadrukt dat zij deze structuren van binnenuit heeft meegemaakt, onder meer als lid van een WEF-raad. Volgens haar ontstaat er een gedeeld wereldbeeld waarin bepaalde beleidsrichtingen als vanzelfsprekend worden gezien.
In het gesprek met Winston Marshall stelt Fixler dat deze ontwikkeling heeft geleid tot een verschuiving van besluitvorming weg van kiezers en richting technocratische netwerken. Zij spreekt over global governance***, een term die zij ontleent aan publicaties van WEF-oprichter Klaus Schwab. In haar weergave staat daarbij niet marktwerking, maar centrale sturing centraal.
*** global governance = wereldbestuur.
Fixler benadrukt dat haar standpunten niet voortkomen uit ideologische afwijzing van duurzaamheid of maatschappelijke verantwoordelijkheid. Zij beschrijft haar traject juist als een beweging van binnenuit: van betrokken architect naar kritische observator. Volgens haar werd ESG gepresenteerd als moreel project, maar functioneerde het in de praktijk als marketinginstrument en machtsstructuur.
Het interview eindigt zonder simpele conclusies of oproepen. Fixler blijft bij haar centrale constatering: dat ESG, zoals het de afgelopen jaren is vormgegeven, niet heeft geleverd wat werd beloofd en dat de maatschappelijke kosten groot zijn geweest. Zij stelt dat transparantie, democratische controle en feitelijke onderbouwing ontbraken, terwijl de gevolgen reëel waren voor investeerders, bedrijven en burgers.
Zo blijft de openingszin resoneren, ook aan het einde van het verhaal. Niet als claim op gelijk, maar als beschrijving van een rol in een systeem dat inmiddels ter discussie staat. “Ik hielp het bouwen.” En juist daarom, zo blijkt uit het gesprek op de YouTube-show van Winston Marshall, voelt Fixler zich geroepen om te beschrijven hoe het werkte, van binnenuit, stap voor stap, zonder franje.
En daarmee eindigt het verhaal waar het begon: niet met een oordeel, maar met een verslag dat laat zien hoe ideeën macht krijgen, structuren ontstaan en gevolgen zichtbaar worden, vaak pas wanneer het bouwwerk al staat.■
Bron: “I Helped Build It!” A WEF-Davos Insider EXPOSES The Great Reset | Winston Marshall
