Jan Bonte trok een streep door de wereld, en begon opnieuw.

Cinematische collage van Jan Bonte en Marlies Dekkers in gesprek over de coronaperiode, neurologie, vrijheid, angst, medische ethiek en maatschappelijke veranderingen. Op de achtergrond symbolen van het coronavirus, hersenactiviteit, zorgpersoneel, vrijheid, rechtspraak, groepsgedrag en een weg naar de horizon die staat voor persoonlijke en maatschappelijke keuzes.

De neuroloog die tijdens de coronacrisis de voordeur intrapte, zit met een kop koffie aan tafel en zegt dat hij er klaar mee is. Jan Bonte wil het er niet meer over hebben. De commissies, de herhaling, de eindeloze ronde om feiten die volgens hem al jaren vastliggen. Toch blijft het gesprek terugkeren naar het moment waarop zijn plaats in het ziekenhuis verdween, naar de vriendschappen die hij zelf doorsneed en naar de vraag die hij niet loslaat: wat blijft er over van een samenleving wanneer angst het recht geeft om over andermans lichaam te beschikken? Op 1 januari wil hij beginnen met een eigen diagnostisch centrum. Niet als de man die beukte, maar als de dokter die tijd neemt. De streep die hij trok, loopt dwars door zijn dorp, zijn kroeg en zijn adresboek.

De arts die niet meer terug zou komen.

Het kostte hem zijn baan, zegt zijn gesprekspartner Marlies Dekkers, en Bonte bevestigt het zonder omweg. Hij protesteerde tegen de mondkapjes, nog op een manier waarvan hij de humor kon inzien, te midden van al die bizarre ontwikkelingen. Twee oudere collega’s hadden hem gewaarschuwd. Zij hadden in het ziekenhuis best wat te vertellen, maar konden hem niet langer de hand boven het hoofd houden. Dit ging een keer fout. Het ging fout. Daarna hoorde hij jarenlang dat hij overal ontslagen was, terwijl hij waarnemer was. Hij maakte veel ruzie. Achteraf denkt hij bij veel van die ruzies: waar heb ik mij zo druk over gemaakt? Het gestrekte been zit in zijn karakter.

Via Maarten van der Rot kwam hij terecht bij een ziekenhuisdirecteur die ook lid van het OMT was geweest en in Europa had gewerkt. Die had een neuroloog nodig. Bonte zei dat hij best zes weken naar Aruba wilde komen, nog steeds in de veronderstelling dat hij daarna niet meer verder zou gaan. Hij had gedacht dat hij nooit meer als neuroloog zou werken en er nooit meer plezier in zou beleven. De zes weken vielen anders uit. Drie Zuid-Amerikaanse collega’s hadden het volgens hem goed voor zichzelf geregeld. Zij zeiden dat zij alles wilden, alles konden en alles wisten, maar konden volgens hem niets, wisten niets en wilden niets. Zij werkten vier of vijf uur per dag. De eerste dag stonden er vier patiënten op zijn spreekuur, van wie er twee niet kwamen opdagen. De tweede dag vijf, opnieuw twee afwezig. Hij zat een groot deel van de dag niets te doen. Toen de directeur vroeg hoe het ging, antwoordde hij dat het appartement prima was, maar dat hij zich schaamde. In een week deed hij wat hij in Nederland in anderhalve dag deed. Daar maakte hij een einde aan. Zij vonden hem daarna niet zo leuk meer.

Veel was weggezakt. Hij moest weer hard studeren. Tot zijn eigen verrassing beviel het werk hem beter dan voorheen. Na alle publieke confrontaties nam hij zich voor elk conflict uit de weg te gaan. In een ziekenhuis bleek dat onmogelijk. Af en toe moet je een paaltje slaan. Tot hier en niet verder. Dat gebeurde een paar keer en daarna was het goed. Zodra duidelijk werd wat voor persoon en wat voor dokter hij was, regelde het zich vanzelf. Voor de rest probeert hij te leven naar het stoïcijnse gebed: de sereniteit om te aanvaarden wat hij niet kan veranderen, de moed om te veranderen wat hij wel kan en de wijsheid om het verschil te zien. Dat gaat hem tegenwoordig beter af. Zijn wilde haren is hij niet kwijt. Hij merkte onlangs nog dat hij heel boos kan worden en mensen genadeloos op hun plek kan zetten als hij vindt dat de situatie daarom vraagt. De kleine dingen laat hij tegenwoordig lopen.

De prijs van de crisis.

Corona heeft hem veranderd, zegt hij. Misschien wel definitief. Cynischer, bitterder, maar ook bescheidener. Er waren veel onderwerpen waarvan hij dacht dat hij er behoorlijk veel van wist. In die vier jaar ontdekte hij hoe weinig hij werkelijk wist. Over het immuunsysteem. Over vaccins. Over epidemiologie. Over statistiek. Als neuroloog weet je dat wat je met het brein doet vaak ongelooflijk simplistisch is en dat de werkelijkheid veel ingewikkelder is. Dat bleek voor andere onderwerpen niet anders. Hij ontmoette mensen als Ronald Meester en Bram Bakker, specialisten die hem lieten zien hoeveel dieper hun vakgebieden gingen dan hij had vermoed. Na een bijeenkomst over oversterfte reed hij verdrietig naar huis. Dit was een onderwerp waarvan hij dacht dat hij het redelijk beheerste. Totdat iemand liet zien hoe groot de afstand was tussen een geïnteresseerde professional en een echte specialist. Dat vond hij uiteindelijk niet erg. Het maakte hem bescheidener. En wantrouwender tegenover overheid en instituties.

De uitzendingen over een mogelijke laboratoriumoorsprong van het virus, waar vroeger nauwelijks ruimte voor was, zijn inmiddels onderdeel van het reguliere debat geworden. Dekkers herinnert zich hoe zij vakantiedagen opofferde om te begrijpen wat Bonte schreef. Gaandeweg merkte hij dat er iets anders gebeurde. Mensen begonnen hem op een voetstuk te plaatsen. Dat vond hij gevaarlijk. Op bijeenkomsten ontmoette hij mensen die beweerden dat het virus helemaal niet bestond. Volgens hem deden zij precies hetzelfde als wat zij anderen verweten: absolute zekerheden verkopen. Daarom trok hij een grens. Hij is neuroloog. Van neurologie weet hij iets. Van vaccins en immunologie inmiddels ook wat meer dan vroeger. Maar voor levensvragen moeten mensen niet bij hem zijn. Hij heeft die antwoorden niet. Dat was voor hem het moment waarop hij besloot dat het genoeg was. Publieke optredens verdwenen naar de achtergrond. Alleen enkele verplichtingen werkte hij nog af.

De verandering liet zich ook op persoonlijk vlak voelen. Voor corona was hij verliefd geworden. Na corona zag hij haar terug. Het had iets moois moeten worden. Het mislukte volledig. Hij was een ander mens geworden. Niet een beetje anders, maar fundamenteel anders. Waar hij vroeger nog vertrouwen had in instituties en vanzelfsprekendheden, was dat vertrouwen verdwenen. Volgens hem maakte corona zichtbaar wat er al langer gaande was: een steeds smaller pad van wat je mag denken, zeggen en vinden. Wie afwijkt van de heersende opvatting krijgt al snel een etiket opgeplakt. Dat patroon ziet hij nog steeds terug.

De grens die hij trok.

De behoefte om voorbij de polarisatie te komen voelt hij niet. Integendeel. Hij zegt dat hij niemand iets kwaads wenst, maar dat hij mensen die volgens hem actief hebben meegewerkt aan uitsluiting uit zijn leven verwijdert. Definitief. Dekkers noemt dat hardvochtig. Bonte haalt zijn schouders op. Een buurman gebruikte een QR-code omdat hij wilde skiën. Volgens Bonte gaat het niet om skiën. Het gaat om het principe. Als je niet inziet dat het verkeerd is om mensen uit te sluiten op basis van medische keuzes, verlies je zijn respect. In zijn dorp komt hij mensen tegen die hij vroeger sprak. Nu lopen zij elkaar voorbij.

Toch maakt hij uitzonderingen. Een vriend en mentor liet zich vaccineren en gebruikte de QR-code. Dat is nooit een probleem geweest. Die man heeft hem nooit uitgesloten, nooit aangevallen en nooit geprobeerd hem te dwingen. Dat verschil vindt Bonte essentieel. Niet de keuze zelf, maar de houding erachter.

Zelfs restaurants ontkwamen niet aan zijn oordeel. Een lunchroom waar bezoekers formulieren moesten invullen. Een restaurant dat zonder vragen gasten binnenliet. Een bakker die volgens hem een hoogbejaarde vrouw wegstuurde omdat zij geen QR-code had. Hij onthoudt dergelijke gebeurtenissen. Sommige zaken bezoekt hij nooit meer. Voor hem zijn dat geen details, maar momenten waarop mensen lieten zien welke principes zij belangrijk vonden toen het erop aankwam.

Daarin herkent hij steeds meer trekken van zijn ouders. De hardheid van zijn moeder. De rechtlijnigheid van zijn vader. Ook de woede. Er waren momenten waarop hij mensen aankeek en dacht: waarom zegt niemand iets? Waarom staat niemand op? Soms leverde dat bizarre situaties op. In een viswinkel tijdens de laatste lockdown wees een klant hem erop dat er te veel mensen binnen waren. Bonte stelde voor dat die klant dan zelf maar buiten ging wachten. Dat gebeurde niet.

Heeft hij dan geen compassie voor mensen die bang waren? Natuurlijk begrijpt hij angst, zegt hij. Maar angst geeft volgens hem geen recht om anderen hun vrijheid af te nemen. Mensen mogen bang zijn. Zij mogen zich terugtrekken. Zij mogen thuisblijven. Wat zij volgens hem niet mogen, is bepalen wat anderen met hun lichaam doen. Dat onderscheid vormt voor hem nog steeds een harde grens.

De dokter achter de polemist.

Op 1 januari wil hij beginnen met een eigen diagnostisch centrum. Geen ziekenhuis. Geen grote organisatie. Geen zorgverzekeraars die bepalen hoeveel tijd een arts voor een patiënt mag nemen. Diagnostiek, second opinions en advieswerk. Dat is het plan. Hij heeft al verschillende families geholpen in complexe medische dossiers. Volgens hem wordt er veel gemist in de gezondheidszorg. Niet uit onwil, maar door tijdgebrek, routine en soms simpelweg onvoldoende kennis.

Zijn kracht ligt volgens hem in het uitzoeken van ingewikkelde zaken. Lezen. Graven. Doorvragen. Tot het naadje van de kous gaan. Dat kost tijd. Tijd die volgens hem in het huidige systeem ontbreekt. Daarom wil hij dubbele consultduur aanbieden. Haast noemt hij een van de grootste problemen van de moderne zorg. Mensen worden doorgestuurd van specialist naar specialist zonder dat iemand rustig uitlegt wat er aan de hand is.

Soms blijkt de grootste dienst die je kunt bewijzen niet een behandeling te zijn, maar een uitleg. Een patiënt die al jaren van specialist naar specialist wordt gestuurd. Een verpleegkundige die eindelijk iemand ontmoet die zegt: dit is het. Hier moet u mee leren leven. Dat klinkt hard, maar veel mensen blijken opgelucht wanneer iemand eindelijk duidelijkheid geeft.

Ook buiten de neurologie ziet hij voorbeelden. Een vrouw met een pijnlijke voet die van arts naar arts ging. Een simpele marsfractuur. Volgens Bonte een aandoening die iedere arts direct zou moeten herkennen. Zulke voorbeelden sterken hem in zijn overtuiging dat er ruimte is voor een praktijk waarin tijd en aandacht weer centraal staan.

Waarom angst wint.

Wanneer het gesprek op corona terugkomt, gaat het uiteindelijk altijd over angst. Volgens Bonte is angst een van de krachtigste krachten die er bestaan. Niet alleen in de geneeskunde, maar ook in de politiek en de samenleving. Angst heeft een functie. Sta je tegenover een tijger, dan is angst nuttig. Zij beschermt. Maar angst kan ook ontsporen.

Als neuroloog zag hij talloze vormen van angst. Hypochondrie. Paniekstoornissen. Mensen die jarenlang bang zijn voor een ziekte. Soms lijken zij bijna opgelucht wanneer die ziekte uiteindelijk daadwerkelijk wordt vastgesteld. Dan heeft de onzekerheid eindelijk een naam gekregen.

Volgens hem is tijdens de coronaperiode bewust gebruikgemaakt van angst. Dat vindt hij gevaarlijk. Niet alleen omdat mensen daardoor gedrag veranderen, maar ook omdat angst op termijn haar werking verliest. Wie vaak genoeg wordt gewaarschuwd voor een dreiging die uiteindelijk meevalt, reageert mogelijk niet meer wanneer er werkelijk gevaar ontstaat.

Hij vergelijkt het met behandelingen voor angststoornissen. Hoe vaker iemand gecontroleerd wordt blootgesteld aan een angstprikkel, hoe kleiner de angst wordt. Dat mechanisme ziet hij ook terug in de samenleving. Daarom vindt hij eerlijkheid belangrijker dan paniek. Leg uit wat er aan de hand is. Vertel wat bekend is en wat niet bekend is. Maak mensen niet banger dan nodig.

Angst is volgens hem bovendien een instrument waarmee mensen beïnvloed kunnen worden. Dat maakt hem als neuroloog nieuwsgierig. Hoe gemakkelijk zijn mensen te sturen? Hoe reageren groepen onder druk? Hoe veranderen normen wanneer veiligheid tegenover vrijheid wordt gezet? Die vragen fascineren hem minstens zoveel als hersenscans.

Het brein begrijpt zichzelf niet.

Aan het einde van het gesprek komt Bonte uit bij zijn favoriete onderwerp: de hersenen. Daar, zegt hij, begint de echte nederigheid. Na twintig jaar neurologie weet hij vooral hoeveel hij niet weet. Het brein blijft een raadselachtig orgaan. Mensen kunnen door hersenschade de tijd sneller, langzamer of zelfs stilstaand ervaren. Fenomenen waarvan hij vroeger dacht dat ze onmogelijk waren, blijken gewoon beschreven te zijn in de medische literatuur.

Depressie vormt daarvan een voorbeeld. Mensen beschrijven hoe minuten uren lijken te duren. Hoe de tijd stilstaat. Hoe een ochtend eindeloos wordt. Volgens Bonte laat dat zien hoe kunstmatig de scheiding tussen neurologie en psychiatrie eigenlijk is. Het brein beïnvloedt gedachten. Gedachten beïnvloeden het brein. Die twee werelden zijn niet los van elkaar te zien.

Hij vertelt over het cerebellum, de kleine hersenen, waarvan lang werd gedacht dat het vooral betrokken was bij beweging. Inmiddels blijkt dat dit gebied ook een rol speelt bij plannen, organiseren en denken. Patiënten kunnen na een infarct ogenschijnlijk goed herstellen, maar maanden later ontdekken dat zij hun leven niet meer kunnen structureren zoals vroeger.

Zijn nieuwsgierigheid blijkt uit de kleine voorwerpen die hij altijd bij zich draagt. Een schaar. Een potlood. Een puntenslijper. Simpele hulpmiddelen waarmee hij test of mensen alledaagse handelingen nog begrijpen. Volgens hem zeggen zulke praktische testen soms meer dan uitgebreide protocollen.

Een van de boeken die hem de afgelopen jaren het meest beïnvloedde, is The Matter with Things van Ian McGilchrist. Het boek beschrijft hoe de rechterhersenhelft mogelijk veel belangrijker is voor identiteit, betekenis en bewustzijn dan lang werd aangenomen. Dat idee spreekt hem aan. De linkerhersenhelft geeft woorden aan ervaringen. De rechterhelft houdt het verhaal bij elkaar. Wat ons mens maakt, laat zich volgens hem niet eenvoudig lokaliseren.

Misschien is dat ook waarom muziek, kunst en schoonheid mensen soms zo diep kunnen raken. Niet alles wat belangrijk is, laat zich uitleggen. Niet alles wat waar is, laat zich meten. Woorden schieten regelmatig tekort.

Epiloog.

Jan Bonte staat binnenkort in zijn eigen praktijk. Niet als de man die op deuren bonkte. Niet als de polemist die dagelijks de confrontatie zocht. Maar als neuroloog. Met meer tijd. Meer afstand. Meer twijfel. Tegenover een zorgsysteem dat volgens hem steeds sneller draait en steeds minder ruimte laat voor aandacht.

Na twintig jaar praktijkervaring en duizenden patiënten weet hij vooral hoe weinig hij weet. Over hersenen. Over gedrag. Over angst. Over zichzelf. Maar over één ding twijfelt hij niet. Een samenleving wordt niet getest wanneer alles rustig is en iedereen het met elkaar eens is. Zij wordt getest wanneer angst regeert. Dan blijkt welke principes overeind blijven staan en welke verdwijnen zodra de druk toeneemt. Voor Bonte ligt daar de grens. Die grens trok hij jaren geleden. En voor zover hij kan overzien, heeft hij geen enkele bedoeling die ooit nog te verleggen.■

Verantwoording:

Dit artikel is gebaseerd op de uitzending “Op de Koffie met Jan Bonte | Marlies Dekkers #2383” van De Nieuwe Wereld. Het betreft geen letterlijke transcriptie, maar een journalistieke bewerking van het gesprek. Uitspraken, thema’s en verhalen uit de uitzending zijn samengebracht, geordend en waar nodig ingekort om een leesbaar achtergrondartikel te creëren, met behoud van de inhoudelijke strekking van het oorspronkelijke interview.

Bron: De Nieuwe Wereld – Op de Koffie met Jan Bonte | Marlies Dekkers #2383 (YouTube).

Cinematische collage van Jan Bonte en Marlies Dekkers in gesprek over de coronaperiode, neurologie, vrijheid, angst, medische ethiek en maatschappelijke veranderingen. Op de achtergrond symbolen van het coronavirus, hersenactiviteit, zorgpersoneel, vrijheid, rechtspraak, groepsgedrag en een weg naar de horizon die staat voor persoonlijke en maatschappelijke keuzes.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *