Op 8 juli 2026 hield Pieter Omtzigt een indringende lezing bij De Nieuwe Wereld waarin hij waarschuwde voor de manier waarop moderne technologie de drempel naar grootschalige controle door overheden aanzienlijk heeft verlaagd. Volgens Omtzigt zijn tanks op straat of massale veiligheidsdiensten niet langer noodzakelijk om een samenleving intensief te controleren. Smartphones, kunstmatige intelligentie, gezichtsherkenning en de enorme hoeveelheid digitale gegevens die dagelijks worden verzameld, maken het volgens hem mogelijk om burgers op een veel goedkopere en efficiƫntere manier te volgen. De YouTube-reportage van De Nieuwe Wereld, gepresenteerd door Pieter Omtzigt, werd op het moment van zijn lezing 15.998 keer bekeken en vormt de basis van zijn uitgebreide betoog over de ontwikkeling van moderne surveillancetechnologie en de gevolgen daarvan voor democratische rechtsstaten.
Omtzigt presenteerde zijn lezing als een denkbeeldige cursus met de titel: “Hoe word ik een dictator?” Volgens hem bestaat het klassieke beeld van een staatsgreep uit het bezetten van parlementen, televisiestations en andere staatsinstellingen met tanks en militairen. Dat beschreef hij als het relatief eenvoudige gedeelte. De veel moeilijkere opgave voor een dictator is volgens hem altijd geweest om tegenstanders op te sporen, in kaart te brengen en voortdurend te controleren.
Daarbij verwees hij naar verschillende historische voorbeelden. Adolf Hitler bouwde eerst de SA op en later de SS en de Gestapo. Jozef Stalin maakte gebruik van de Cheka, die uiteindelijk uitgroeide tot de KGB. In de voormalige DDR beschikte de Stasi volgens Omtzigt over ongeveer 91.000 voltijdsmedewerkers, aangevuld met honderdduizenden informanten. Hij stelde dat deze organisatie qua omvang ongeveer gelijk was aan het volledige civiele staatsapparaat, met uitzondering van de gezondheidszorg en het onderwijs. Vergelijkbare systemen bestonden volgens hem eveneens in Roemeniƫ onder de Securitate, in Cambodja onder de Rode Khmer en tijdens het regime van Jorge Videla in Argentiniƫ. Dergelijke controleapparaten waren volgens Omtzigt zeer kostbaar en vergden enorme aantallen medewerkers.
Na de Tweede Wereldoorlog richtten westerse democratieƫn zich volgens Omtzigt vooral op het voorkomen van een institutionele machtsovername. Daarbij verwees hij naar de Machtigingswet van 23 maart 1933, die volgens hem om 19.52 uur werd aangenomen en waarmee Duitsland feitelijk veranderde van een democratie in een dictatuur. Door deze wet kon de regering zonder instemming van het parlement wetten en verdragen aannemen.
Volgens Omtzigt zijn na de oorlog verschillende beschermingsmechanismen ingevoerd. Hij noemde de Raad van Europa, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de zogenoemde eeuwigheidsclausules in de Duitse Grondwet. Ook verwees hij naar Griekenland, waar de militaire junta mede onder druk kwam te staan door procedures bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Tegelijkertijd wees hij erop dat Rusland volgens hem al lid werd van de Raad van Europa voordat het volledig aan democratische voorwaarden voldeed. Volgens Omtzigt ontwikkelde Rusland zich vervolgens onder Vladimir Poetin alsnog tot een dictatuur zonder dat de bestaande internationale mechanismen dit konden voorkomen.
Volgens Omtzigt is de aandacht decennialang vooral uitgegaan naar het voorkomen van een klassieke staatsgreep, terwijl ondertussen een geheel nieuw instrument beschikbaar is gekomen: massale digitale surveillance. Waar vroeger enorme veiligheidsdiensten noodzakelijk waren, kunnen overheden tegenwoordig volgens hem beschikken over relatief goedkope technologie waarmee grote groepen mensen permanent kunnen worden gevolgd.
Hij stelde dat dergelijke middelen niet uitsluitend beschikbaar zijn voor staten, maar eveneens voor buitenlandse mogendheden, criminele organisaties en commerciƫle bedrijven. Volgens Omtzigt zijn de kosten van deze technologie zo sterk gedaald dat zelfs drugskartels met onderzeeƫrs of Houthi-groepen die met drones beveiligingssystemen weten te omzeilen, hiervan gebruik zouden kunnen maken.
Een belangrijk onderdeel van zijn lezing ging over de rol van Big Tech en slimme apparaten in het dagelijks leven. Volgens Omtzigt functioneren smartphones, smart-tv’s en andere verbonden apparaten feitelijk als informatiebronnen die grote hoeveelheden persoonlijke gegevens verzamelen.
Hij stelde dat telefoons locatiegegevens registreren, internetgedrag vastleggen en inzicht geven in leesgedrag, politieke voorkeuren, gezondheidsvragen en zoekopdrachten. Ook noemde hij bankgegevens, medicijngebruik, e-mailverkeer en gesprekken als informatie die via verschillende toepassingen beschikbaar kan worden.
Daarnaast verklaarde Omtzigt dat apparaten volgens hem microfoons en camera’s kunnen activeren, zelfs wanneer zij uitgeschakeld lijken. Slimme televisies zouden schermafbeeldingen naar fabrikanten kunnen sturen. Ook slimme deurbellen, robotstofzuigers en robotgrasmaaiers noemde hij als apparaten die volgens hem kwetsbaar zijn voor hacking. In de openbare ruimte wees hij op de groei van cameratoezicht, waaronder camera’s met gezichtsherkenning.
Omtzigt verwees vervolgens naar Edward Snowden, die volgens hem wereldwijde massasurveillance door de Amerikaanse inlichtingendiensten openbaar maakte. Daarnaast noemde hij de erkenning door IsraĆ«l dat verkeerscamera’s waren gehackt. Volgens Omtzigt maken niet alleen autoritaire regimes gebruik van dergelijke technieken, maar zetten ook democratische landen deze instrumenten in.
Hij verwees daarbij naar zijn eigen ervaring als 22 jaar Kamerlid, lid van de Raad van Europa en voormalig lid van de commissie die toezicht hield op de Nederlandse inlichtingendiensten. In dat kader stelde hij dat hij in 2014 rapporteur was voor een rapport over Snowden en later eveneens rapporteur was over de inzet van Pegasus-spyware.
Volgens Omtzigt werden Pegasus en vergelijkbare systemen gebruikt om telefoons van politici en andere personen te hacken in onder meer Polen, Griekenland en Spanje. Daarbij benadrukte hij dat dergelijke praktijken volgens hem voorkwamen onder zowel linkse als rechtse regeringen.
Een uitgebreid gedeelte van zijn lezing was gewijd aan China. Omtzigt vertelde dat hij na een congres over demografie een showroom bezocht waar surveillancetechnologie werd gedemonstreerd. Volgens hem wordt in Xinjiang sinds 2017 een omvangrijk controlesysteem gebruikt om Oeigoeren te monitoren.
Hij beschreef hoe telefoongegevens, biometrische gegevens, gezichtsherkenning, voertuigregistratie en betalingen via WeChat worden gecombineerd. Volgens Omtzigt kunnen onder meer weinig contact met buren, het gebruik van encryptie, donaties aan moskeeƫn of een afwijkend elektriciteitsverbruik aanleiding zijn om als verdacht te worden aangemerkt.
Daarnaast stelde hij dat sprake is van etnische profilering waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen Oeigoeren en Han-Chinezen. Volgens Omtzigt zijn honderdduizenden tot mogelijk meer dan een miljoen mensen in kampen terechtgekomen. Hij verwees daarbij naar meldingen van seksueel misbruik en druk op familieleden. Ook noemde hij dat de Verenigde Naties spraken over mogelijke misdrijven tegen de menselijkheid en dat zowel de regering-Trump als de regering-Biden deze behandeling als genocide hebben bestempeld.
Tijdens het bezoek aan de showroom zag Omtzigt volgens eigen zeggen hoe systemen personen konden volgen aan de hand van gezichtsherkenning, contactpersonen, betaalgegevens en verplaatsingen. Hij vertelde dat ook douanes, geldautomaten en verkoopautomaten in deze demonstraties voorkwamen. Omtzigt maakte foto’s van de opstelling en merkte op dat hij bezoekers zag uit verschillende landen, waaronder landen uit het Midden-Oosten en Zimbabwe.
Volgens Omtzigt nemen ook westerse democratieën steeds vaker vergelijkbare technologie in gebruik. Hij noemde daarbij Palantir-systemen die volgens hem in Nederland worden toegepast zonder dat het parlement daar volledig over is geïnformeerd, ondanks gestelde Kamervragen.
Daarnaast sprak hij over wat hij omschreef als afnemende democratische legitimiteit. Als voorbeeld noemde hij Frankrijk, waar artikel 49 lid 3 van de Grondwet volgens hem steeds vaker wordt gebruikt om begrotingen en hervormingen zonder normale parlementaire behandeling door te voeren.
Ook verwees hij naar het Verenigd Koninkrijk. Volgens Omtzigt kwamen premiers als Liz Truss en Rishi Sunak aan de macht zonder dat zij rechtstreeks door de bevolking als kandidaat voor het premierschap waren gekozen. Hij stelde dat hierdoor de gebruikelijke democratische mandaatcyclus onder druk is komen te staan.
Voor de Verenigde Staten verwees hij naar president Donald Trump. Omtzigt stelde dat Trump gratie verleende in zaken die verband hielden met 6 januari en daarnaast op ruime schaal gebruikmaakte van zijn bevoegdheid om gratie te verlenen. Ook verwees hij naar belastingkwesties waarbij volgens hem het toezicht op hemzelf en zijn ondernemingen werd beperkt.
Volgens Omtzigt bestaat daarnaast een probleem van afnemende resultaatlegitimiteit. Hij wees op aanhoudende woningtekorten en hoge overheidsschulden die volgens hem de bestuurlijke slagkracht beperken.
Tijdens de coronaperiode zag hij een versnelling in de inzet van nieuwe controle-instrumenten. Hij noemde biometrische handhaving van quarantaines, toegangsbewijzen en militaire monitoring van sociale media zonder wettelijke grondslag. Volgens Omtzigt blijkt uit de geschiedenis dat noodmaatregelen vaak permanent worden. Als voorbeeld noemde hij belastinginhouding tijdens oorlogsomstandigheden die later niet meer werd afgeschaft.
Een belangrijk onderdeel van zijn lezing ging over klokkenluiders. Edward Snowden onthulde volgens Omtzigt de grootschalige verzameling van internet- en telefoonmetadata door de Amerikaanse NSA, waarbij ook bondgenoten zoals de Duitse bondskanselier Angela Merkel werden afgeluisterd. Snowden vluchtte vervolgens naar Hongkong en uiteindelijk naar Rusland.
Ook Julian Assange kwam uitgebreid aan bod. Volgens Omtzigt publiceerde Assange videobeelden waarop Amerikaanse militairen burgers en Reuters-journalisten doodschoten in Bagdad in 2007. Hij verbleef jarenlang in de ambassade van Ecuador in Londen en later in de Belmarsh-gevangenis terwijl hij zich verzette tegen uitlevering. Omtzigt vertelde dat hij zowel Snowden als Assange persoonlijk heeft ontmoet. Met Snowden sprak hij via een videoverbinding, terwijl hij Assange naar eigen zeggen bezocht in de avond, waarbij hij een fles wijn meenam.
Verder stond Omtzigt stil bij Alexander Litvinenko, de voormalige Russische inlichtingenofficier die in 2006 in Londen overleed nadat hij was vergiftigd met polonium. Volgens Omtzigt beschuldigde Litvinenko de FSB, de opvolger van de KGB, van betrokkenheid bij de appartementenbommen in 1999 waarbij meer dan driehonderd mensen omkwamen en die volgens deze beschuldiging werden gebruikt als rechtvaardiging voor de tweede Tsjetsjeense oorlog en de opkomst van Vladimir Poetin.
Omtzigt verwees eveneens naar Michail Trepashkin, die volgens Omtzigt gevangen werd gezet nadat hij onderzoek had gedaan naar dezelfde bomaanslagen. Omtzigt verklaarde dat meerdere personen die met deze beschuldigingen in verband werden gebracht, later zijn overleden.

In zijn lezing verwees Omtzigt daarnaast naar een recente encycliek van paus Leo XIV over kunstmatige intelligentie. Volgens hem waarschuwt de paus daarin voor sociale controle via dataverzameling, profilering, voorspellingen en beĆÆnvloeding van burgers. Omtzigt stelde dat deze ontwikkelingen volgens de encycliek kunnen leiden tot aantasting van de vrijheid, zelfcensuur en de noodzaak van transparantie en duidelijke grenzen aan ingrijpende technologie.
Tijdens de aansluitende vragenronde werd Omtzigt gevraagd of massasurveillance de prijs is die moet worden betaald voor veiligheid. Hij antwoordde dat China volgens hem veiligheid creƫert, maar dat dit gepaard gaat met het opsluiten van honderdduizenden mensen en het ontbreken van democratische controle.
Op de vraag of Nederlandse politici worden bespioneerd, antwoordde Omtzigt dat hij dit niet kon bevestigen. Wel wees hij erop dat volgens hem Kamervragen over categorieƫn zoals politici, advocaten en journalisten onbeantwoord zijn gebleven.
Hij sprak eveneens over de persoonlijke gevolgen van jarenlang onderzoek naar deze onderwerpen. Volgens Omtzigt wordt de rechtsstaat niet in ƩƩn keer afgebroken, maar geleidelijk uitgehold. Hij wees erop dat ook bondgenoten elkaar bespioneren, waarbij hij opnieuw verwees naar de NSA en Angela Merkel.
Tot slot kwam de Nederlandse klokkenluiderswet aan bod. Volgens Omtzigt functioneert deze onvoldoende omdat belangrijke wijzigingen over sancties tegen benadeling van klokkenluiders nog altijd niet volledig in werking zijn getreden door een gefaseerde invoering.
Aan het einde van zijn lezing riep Pieter Omtzigt burgers op actief betrokken te blijven bij de democratische rechtsstaat. Volgens hem zijn internationale samenwerking, transparantie en bescherming van de persoonlijke levenssfeer noodzakelijk om de ontwikkelingen die hij tijdens zijn lezing beschreef het hoofd te bieden. Zijn centrale boodschap luidde dat de klassieke dreiging van een staatsgreep tegenwoordig beter is afgedekt dan vroeger, maar dat de combinatie van goedkope surveillancetechnologie en een geleidelijke uitholling van democratische processen volgens hem een nieuwe uitdaging vormt waarvoor blijvende maatschappelijke en politieke aandacht nodig is.ā Bron: De nieuwe wereld.
